De Grote Vers Film Quiz #3

Wegens bewezen succes in eerdere jaren, is VERS weer terug met de GROTE VERS FILM QUIZ!

Ook dit jaar luidt VERS de zomer in met moeilijke en makkelijke film- en televisievragen, een borrel en uiteraard veel gezelligheid!

Durf jij het op te nemen tegen andere filmfanatiekelingen? Maak je dan klaar voor een aantal bloedstollend spannende rondes met filmvragen! Uiteraard wordt het winnende team beloond met een leuke prijs. Voor de aller grootste verliezers is er een troostprijs. Dus weet je veel of juist helemaal niks? Schroom niet om mee te doen!

Je kunt je opgeven in groepjes van maximaal 5. Heb je toevallig saaie vrienden en kan je geen groepje van 5 verzamelen, kom dan lekker in je eentje en sluit je aan bij andere mensen die nog een team zoeken!

Datum: 24 juni
Tijd: 20:00-22:30 + BORREL!
Locatie: VondelCS
Toegang: €5,- voor niet-leden, €15 voor groep (max 5p), Gratis voor VERS- leden en leden DDG.
Meld je hier aan

Bob Rooyens – Ervaringsles 3: …het wat… en het hoe…

Na ‘Hoofdstuk I’ waarin al losjes werd omgegaan met een protagonist (Adèle) lieten we bij ‘Hoofdstuk II’ de vanzelfsprekendheid, dat een programma rond een hoofdpersoon geconcipieerd wordt, al meer en meer varen. In Loesje Hamel, het prachtige, originele en internationale mode- en fotomodel, zagen we een nieuwe leading personality. Loesje was geen actrice of vocaliste maar wel een vrouw met een betoverende presence. Een vrouw waar je makkelijk verliefd op kon worden. Wat dan ook head over heals Jan Cremer was overkomen. Overal waar ik met Loesje filmopnamen maakte, dook Jan op. Twee verliefde kinderen, het was prachtig.

Toen we over ‘Hoofdstuk III’ gingen nadenken stelden we onszelf voor de keuze of we opnieuw het programma rond een personality wilden concipiëren, of een ander uitgangspunt zouden kiezen. Bij een personality-show is de regisseur uiteraard dienstbaar aan het talent. Tegelijk heeft de regisseur mijns inziens de plicht om de grenzen van het talent te toetsen, waar mogelijk te verleggen en te voorzien van zijn of haar signatuur.
We kozen voor iets anders.
We kozen voor een begrip. (…het wat!)

Het Leitmotiv voor ‘Hoofdstuk III’ werd Jazz. Jazz in vorm, jazz in klank, jazz in taal. Jazz als vrijheid binnen de regels van een thema of afspraak of zoals bij Albert Ayler, Ornette Coleman nauwelijks of geen regels.
Er werd inspiratie gevonden in Kerouac en Ginsberg, in zestiger jaren kunst, in action painting in de topmuzikanten van de Nederlandse jazz-scene en in het fascinerende boekje ‘The Jazz Word’ (ook voor fl. 2,95 aangeschaft bij de Slegte).

…het hoe.
Hoe breng je iets dat je niet kunt zien en niet kunt voelen in beeld.

In ‘Hoofdstuk III, jazz’, zocht ik naar een mogelijkheid om de muziek niet alleen te kunnen horen, maar ook te kunnen zien. Hoe visualiseer je iets dat bestaat uit trillingen die je wel hoort, maar niet kunt vastpakken of zien?
Is het hoorbare ook zichtbaar te maken? Wat is het canvas van een tutti, hoe ziet de penseelstreek van de solist eruit?
Nou had ik wel eens een technicus zien werken met een apparaat voor het afregelen van een bepaalde toonhoogte (bv 1000 Hz). Die toon produceerde een sinus waarvan de hoogte afleesbaar was op een klein rond schermpje (scope).

oscilloscope

Eureka kraaide Archimedes, terwijl hij naakt door de straten van Syracuse rende…!
Dit apparaat opende de mogelijkheid om geluid niet alleen te horen, maar ook te zien. De (live) muziek werd als voedingsbron naar de oscilloscope gestuurd en danste daarop in golvende lijnen en uiteenspattende patronen via een camera naar de ‘eidophor’. Wat we zagen was de rudimentaire vorm van ‘visual effects’, aangestuurd door geluid. 
Nu, zeker nadat Apple rond het millennium dat effect standaard heeft ingebouwd in iTunes, is het weinig spectaculair, maar 55 jaar geleden was het nieuw. We zaten op een schip. Wisten niet waar we waren en ontdekten land waar nog niemand was geweest.

In 1980 regisseerde ik een aantal optredens in de kleinere zalen van het North Sea Jazz Festival (Congresgebouw Den Haag). Video Hilversum, net in business met een nieuwe trein, leverde de faciliteit met 4 camera’s. De beeldmixer was nieuw en van een ander fabricaat dan de mixers in de reportagetreinen van de NTS. Video Hilversum had nog niemand die ermee overweg kon. Omdat het synchroniseren van de hersens van de regisseur met de vingers van de schakeltechnicus, bij ongescripte ‘live’-opnames niet altijd gelijk loopt, liet ik Video H. weten dat ik in dit geval, liever zelf wilde schakelen. Prima!

Ik zag de reportagetrein voor het eerst bij het Congresgebouw in Den Haag tijdens de technische opbouw. De mixer lag als een vamp in de tafel. Verleidelijk als de maagd van Lorelei speelde ze ‘hard to get’ naar een jongeling die voor het eerst zijn vingers strekt, naar de liefde.
De hardware bezat een uitgebreide schabloonmixer met als prikkelende nieuwigheid een instelbare soft-edge. Een tafel met mogelijkheden om tot nieuwe beeldcomposities te komen. Beelden met een andere impact dan ritmisch de musici en de instrumenten volgen via totalen, getrokken shots, mediums en close ups.
Onderstaande clip toont een stukje uit een optreden van het Trio Kirk Lightsea, de begeleiders van Dexter Gordon. Zij speelden een voorprogramma, omdat Dexter spoorloos was. Anderhalf uur te laat en in kennelijke toestand, dook hij op. Misschien wel om de verloren tijd in te halen zette hij op een razend hoog tempo een nummer in dat hij zelf alleen nog bij kon benen door veel lange noten en cliché’s te blazen.
De ballads daarentegen, waren van ongekende schoonheid. Dat wel!

In 1984 vertrok ik met een klein Hollands team (Roland de Groot art direction, Theo Houthuizen licht, Fried van der Linden maquettes en chef d’equipe Gerrit den Braber) naar Boekarest voor een co-productie met de Roemeense televisie. Roland de Groot en ik hadden een spelfantasie bedacht waarin twee vrouwen elkaar trachten af te bluffen met overtreffende verrassingen.
Onze input betrof het creatieve deel, de Roemenen leverden de faciliteiten.
Het was pionierswerk. De studio waarin we werkten (de best geëquipeerde en grootste die er was) had een vloer als een mountainbike-circuit. Hun trots, een bejaarde Vinten dolly, had vierkante wielen. We hebben eerst de vloer uitgevlakt met meubelplaat en de wielen naar een werkplaats gestuurd om weer rond te maken. Het team was geweldig en tot alles bereid, maar omdat onze productiemethodes nogal verschilden, was er een wat stroperige beginfase. Op de eerste productieochtend wilde ik alle betrokkenen op de studiovloer zien. Ik denk dat er wel een kleine 100 mannen en vrouwen waren. Ik vond het veel, maar ok, engagement is alles.
Via een tolk sprak ik ze toe, toonde schetsen en maquettes en trachtte duidelijk te maken wat het plan was. Ze knikten, waren enthousiast en er was applaus.
‘Ok’, zei ik, ‘dan gaan we nu beginnen’.
Niemand vertrok.

Nou ja, de cameramensen pakten een stoel en gingen achter hun camera zitten en de rest was op de vloer, druk met elkaar in gesprek. Ik vroeg aan mijn tolk waar de dames en heren zich zo over op wonden. Het bleek dat zij met elkaar bespraken hoe we het programma zouden gaan maken. Dat vond ik nogal grappig. Ik verzocht de dames en heren via de tolk om de studiovloer te verlaten, terug te keren naar hun ateliers en dat ze verder gaandeweg het proces wel zouden merken wat er van ze verlangd werd. Dat was duidelijk ongebruikelijk, maar men verliet de vloer en de meesten ook nog de studio.

Dat de cameramensen op stoeltjes achter hun camera zaten vond ik geen goed idee. Ik sprak ze daarop aan. Bleek dat ze zelden of nooit met een camera reden en dat ze al helemaal nooit in ‘on’ een inzoom maakten. Uitzoomen was geen punt, zeiden ze. Maar inzoomen zat er niet in. In ‘off’ konden ze inzoomen. Scherpstellen en op cue probleemloos uitzoomen. Maar ja dat kan een kleuter ook. Kortom er viel de eerste dagen veel zendingswerk te verrichten. Ze beschikten over prima spots, maar hadden geen cinemoids. Die hebben we razendsnel in laten vliegen, evenals hoogglans plakfolies en ander materiaal.

We liepen tegen problemen aan, waar we totaal geen rekening mee hadden gehouden. Bijvoorbeeld schaarste. Met decor en kostuum had ik afgesproken dat we het programma in 4 kleuren zouden maken. Een paar weken voor aanvang productie, was ik ter controle en voorbereiding in Boekarest en liet men mij o.a. de kostuums zien. Stralende gezichten, trotse blikken, die betrokken toen ze aan mij zagen, dat ik niet tevreden was. Eugenie Brands die de kostuumtekeningen had gemaakt, had die voorzien van de stoffen in de juiste kleuren. Ik zei, dat de kostuums prachtig in elkaar waren gezet. Puntje precies, pico bello maar dat er van de kleuren niets, maar dan ook niets klopte. Daar klaarden, wonderlijk genoeg, de gezichten meteen van op.

‘Ahhh, c’est une bagatelle’, zeiden ze (taal was Roemeens, Russisch of Frans). ‘Bagatelle’ bleek een woord dat we later (o.a. bij de studiovloer en de wielen van de dolly) nog vaak zouden horen.

‘Niks bagatelle’ zei ik, dit zijn de kleuren, wijzend op de schetsen, en daarin moet het gemaakt worden. Ze hadden wel geprobeerd om stof in de gewenste kleuren te kopen, maar niet kunnen vinden. Sorry, maar het moet toch echt in die kleuren. De chef van de kostuumafdeling, zette een blikken trommeltje op zijn desk, nam daar een bundeltje ‘Lei’ (Roemeense munt) uit en stuurde een medewerkster, met de vier kleurenstaaltjes de stad in. Een paar uur later kwam ze met niets terug. Geen enkele winkel in Boekarest verkocht stof in de gewenste kleuren. Het was er gewoon niet. Net zomin als er sinaasappels waren of vlees of brood. Ja, soms één dag en dan stonden mensen in lange rijen te wachten in de hoop een brood of een stukje vlees te kunnen bemachtigen. Overdag, werd bij 30 graden vorst, in de middag een aantal uren de elektriciteit afgesloten. Schaarste! Om 6 uur, als het journaal werd uitgezonden was er weer stroom. Dan ging de televisie aan en kon de bevolking kennisnemen van de grootse daden die Nicolae Ceausescu die dag weer voor het volk verricht had. De wereld in Roemenië was een andere dan die wij kenden. Schraal, arm, schaarste en …. Securitate. Er nooit zeker van zijn of je collega jou wel of niet bespioneerde.
Op het kostuumatelier, had men getoond alles in het werk te stellen om te voldoen aan mijn 4 kleurenwens. Nu dat opnieuw niet gelukt was, bleef er, zo meenden zij, niets anders over dan maar te accepteren, wat voorhanden was. Maar ja, zo eenvoudig was dat niet. Hun ‘bagatelle’ was voor mij een onoverkoombaar obstakel. Met de virtuele parfumspuit complimenteerde ik ze voor hun inzet, enthousiasme en vakkennis, maar keurde desondanks de kostuums af. Paars voor geel en groen voor rood kon echt niet. Kostuums moeten harmoniëren en niet tegen elkaar schreeuwen en ruzie maken. Stilte!
Teleurgestelde gezichten.
Maar….., ik had een oplossing.
Vanuit Nederland lieten we dozen vol tinnetjes textielverf in de gewenste kleuren opsturen. De kostuums werden uit elkaar gehaald, geverfd, opnieuw in elkaar gestikt en iedereen was gelukkig.

Mijn jarenlange 1e kameraman Ruud Stienen hadden we uitgenodigd om een paar dagen in Boekarest te komen kijken. Als een Godsgeschenk stapte hij de studio binnen op het moment dat we aan de repetitie en opname begonnen van een redelijk gecompliceerd nummer met ‘Flairck’.
Ruudje was nog geen vijf minuten binnen of hij stond al achter de camera. Inzoomen, uitzoomen, pannen en rijden. De bekken vielen open.

Het programma heeft als titel: “it’s All in the Game’ en werd in 1985 de nationale inzending van Roemenië naar het Gouden Roos Festival in Montreux. Het programma werd daar onderscheiden met een ‘Special Mention’. Lange inleiding, maar ja, ook dit was programma-maken.
Het complete programma is door iemand op You Tube gezet.

[embedded content]

Een ander voorbeeld van muziek vormgeven gebruikte ik in het openingsprogramma 3e Net op 4 april 1988. Het programma bevatte de U.S.P. van dat 3e net. Gids langs alle prachtige voornemens en plannen was Peter Faber. De muzikale opening kwam van 3 pianisten: Daniël Wayenberg, Louis van Dijk en Pim Jacobs.

Een paar jaar geleden maakte ik op verzoek van een vriend twee opnames die bedoeld waren als background projectie bij een theateroptreden van een pianiste/vocaliste.
Het orkest is het: Millennium Jazz Orchestra o.l.v. Joan Reinders.
Het project is ergens in de goede bedoelingen blijven steken. De tracks zijn nooit gebruikt. Voor wie interesse heeft, zijn ze te zien op mijn sitepage:
http://www.bobrooyens.com/black_whitebg7.html

Titels:  To love’  en  ‘I’m not at all in love…’

20.4.2019

Ben jij mijn filmdate? – 20 juni

DDG-leden zijn van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de tweede editie van Ben jij mijn Filmdate?, een netwerkmiddag voor ervaren scenaristen, regisseurs en producenten. Een halfjaarlijkse APK van je professionele netwerk, georganiseerd door Scriptbank in samenwerking met Dutch Directors Guild, Netwerk Scenarioschrijvers en Filmproducenten Nederland. 
DDG leden krijgen korting en betalen slechts € 25 voor deelname aan dit event.

Hoe ziet de middag eruit?
In een speeddateronde ontmoet je schrijvers en producenten, kun je nieuwe samenwerkingen aanboren of oude nieuw leven inblazen. In een tweede meer verdiepende ronde kun je nieuwe projecten ontdekken aan een Proeftuintafel, aanschuiven bij auteurs die hun boek pitchen voor verfilming (i.s.m. Singeluitgeverijen), of je oriënteren op de mogelijkheden van podcasts. Net als de eerste keer in VondelCS verwachten we ongeveer 60 deelnemers.

Wanneer: Donderdag 20 juni van 14.00 – 17.00, met na afloop een borrel.
Deadline aanmelden: Vrijdag 14 juni
Waar: Spring House, De Ruyterkade 128, Amsterdam.
Ga meteen naar het inschrijfformulier of  lees eerst meer

    

Bob Rooyens ervaringsles 2: nieuwsgierigheid

Als beginnend regisseur pakte ik alles aan. Van een showtje met cabaret-liedjes van Guus Vleugel:

…..tot dramatische dialogen tussen een Duitse vader en zoon over de tweede wereldoorlog.

Ik regisseerde maandelijks ‘Club Domino’ (serie met vedetten van het Franse chanson) en in 1963 begon ik met Willem Duys aan ‘Voor de Vuist weg’. Met Mies Bouwman maakte ik een documentaire over straatmuzikanten: ‘Toonkunst op de keien’ en met Ko van Dijk (beste leerschool ever) een comedy-serie.

Allemaal zeer verschillende genres en zoals elk publieksprogramma, gericht op een emotionele reactie bij de toeschouwer. Inhoud is voor mij een variant van steeds maar weer dezelfde handelingen of situaties die min of meer dezelfde identificeerbare emoties oproepen. ‘Boosheid, angst, verdriet, vreugde’ en afgeleiden daarvan als ‘afgunst, schaamte, begeerte, liefde, verbazing, haat, wraak etc….’

Regie gaat niet over inhoud, maar over vorm. De manier waarop je je team aanstuurt en inspireert, de keuze van de medewerkers, de protagonisten, antagonisten, taal, muziek, decor, graphics, aankleding, licht, kostuum, stemgebruik, make-up, camera-uitsnedes, volgorde van shots…, allemaal vorm. Vorm = kiezen. Keuzes die het eindresultaat bepalen.

Alles zit in de vorm. De vorm is de verandering. Het bakken van een taart is niet nieuw. Het is de vorm waarin het nu op televisie wordt gebracht die anders is. Cabaret is niet nieuw, cabaret begon al in 1881 in Parijs, in Le Chat Noir van Rodolphe Salis met de flamboyante Aristide Bruant als grote brutale bek. Iconisch vastgelegd op de affiches van de Toulouse-Lautrec. (Begin 60er jaren kocht ik voor fl. 2,95 bij de Slegte, het boekje: ‘Montmartre van Tempel tot Tingeltangel van Rits Kruissink. Geweldige bron van informatie, vermaak en schoonheid. Warm aanbevolen.)

Theater is niet nieuw. Theater is de voortzetting van de potsenmakers op de jaarmarkt. Zo’n 500 jaar voor Christus maakten de Grieken al drama. En drama is een blik op ons zelf. De inhoud is altijd het menselijk kunnen en vooral het menselijk tekort. Het is de vorm die het anders maakt. Dans is in oorsprong de erotische betoning van het lichaam. Het is de uitdaging en de verlokking die wordt aangejaagd door de oerdrift tot paren. De vorm is de betekenis.
De talentenjacht is niet nieuw. In 1964 maakte ik ‘Nieuwe Oogst’. Het was de wieg waarin André van Duin z’n eerste boertje liet. In 2019 is de concurrentie tussen talentenjachten moordend. In de jaren 60 maakte een gongslag of een hinnikend paard, een einde aan de illusie van een glorieuze toekomst in de showbusiness. Nu is dat een stoel die niet wil draaien, 100 mensen in een vrolijke wand die niet opstaan….

….of een krankzinnig kostuum waarvan de jury niet wil weten wie erin zit.

Deelnemers, jury, verliezers en een winnaar. Allemaal hetzelfde principe, alleen de vorm is veranderd.
Vorm als inhoud kan betoveren.
Inhoud zonder vorm is verloren.

Toen ik in 1962 begon was er nauwelijks referentie, laat staan geschiedenis. De regisseurs van de eerste generatie waren voornamelijk radiomakers die, na een spoedcursus bij de BBC, door hun omroep werden doorgeschoven naar de televisie. Zij maakten eigenlijk radio met een plaatje. 
Het medium werd als prachtige bruid, met een authentieke personality niet herkend. De potentie en mogelijkheden lagen nog verborgen achter de hardmetalen panelen van de techniek.

Op 6 oktober 1964 werd ‘Hoofdstuk I’ uitgezonden. Een serie programma’s rond Adèle Bloemendaal. Het werden zes Hoofdstukken. Adèle was alleen te zien in de eerste aflevering. In een andere column heb ik al eens uitgelegd hoe dat gekomen is. ‘Hoofdstuk’ was een gezamenlijk programma van Jef de Groot en mij (samen concept en productie en ik deed de regie). We hadden een creatief team om ons heen verzameld dat in de kern bestond uit Massimo Götz (decorontwerp), Armando (kunstenaar), Hans Sleutelaar (schrijver/dichter) en Frits Müller (graficus/illustrator/ cartoonist). ‘Hoofdstuk’ markeert voor mijzelf het begin van televisie als een medium dat meer kan, dan het (al dan niet ‘live’) verplaatsen van bewegende beelden.

Ik herinner mij dat ik een keer de C.C.K (technische controle-ruimte) binnenliep en uit nieuwsgierigheid informeerde waar een paneeltje met drie rijen knopjes eigenlijk voor diende.
‘Oh dat? ….dat is het stuk in kont paneeltje’.
‘Hûh..!?’
Ik wist toen niet en nu nog niet, waar die uitdrukking vandaan komt. Ik voelde wel een sterke impuls om eens op die knopjes te drukken. Dat heb ik ook gedaan en tot mijn grote geluk bleek de hoofdbeeldtechnicus Theo Jansen een avonturier die volkomen paste bij mijn nieuwsgierigheid. Het railtje bleek in retrospectief een luminanz keyer. Met aan de ene kant de inlay en aan de andere kant de overlay. Bedoeld als titelkeyer, maar werd als zodanig nooit gebruikt. 

Vanaf dat moment strekte de elektronica, het hart en de bloedsomloop van televisie, haar armen naar mij uit. Het was de geboorte van Venus. Verwekt uit zeeschuim, naakt en toch nog zo verhullend op de schelp gezet door Botticelli. Mijn zeeschuim was elektronica. Tot in de diepste krochten van haar ziel, werd er aan de knopjes van mijn zojuist geboren Venus, geschroefd en gedraaid. In retrospectief denk ik, dat het eerste beeld dat ik via elektronisch gemanipuleer heb gebruikt, het beginshot is van Mark Murphy’s ‘Out of this world’. De ‘inlay’ is een zwart/wit testbeeld.

We experimenteerden met de vloek van elke technicus, namelijk het ontregelen van afregel-instructies van de camerafabrikant. We lieten het wit vastlopen en zochten in combinatie met de luma keyer, naar een ‘high key’ effect.

Voor een choreografie van Robert Kaesen had Massimo Götz een open balkendak bedacht. Voor we de studio ingingen besprak ik bij mij thuis met Massimo en belichter Henk de Rover gedetailleerd het programma door. Toen het balkendak aan de orde kwam, frutselden we met een stukje karton en een doos lucifers een modelletje in elkaar, deden het licht uit en keken met een zaklantaarn er boven, wat er qua belichting allemaal mee kon.

Omdat een hand nou eenmaal niet helemaal stil staat, zagen we het licht dat langs de lucifers op een wit velletje A4, viel, bewegen. Wauw! Dat moesten we hebben. Bewegend licht!
Henk de Rover liet in de studio een rail installeren. Daaraan werd een 5kw opgehangen en belichtings-assistent Ole ter Kuile trok die spot aan een touwtje heen en weer. Het bezorgde hem in televisiekringen de troetelnaam: Ole en de vliegende 5kw.
Het zou nog tot in 1980 duren voordat ‘Genesis’ met de eerste Vari-lite’s ging werken.

Theo Jansen, was een technicus die nergens voor terugdeinsde. In mijn naïviteit dacht ik dat er misschien wel iets moois zou gebeuren als je de iconoscoop (de beeldbuis in de zwart/wit camera) een tijdje in een ‘freezer’ zou leggen. Theo vond dat wel een leuk idee. Ik dacht, misschien zien we bij het opwarmen in de camera het beeld kristalliseren of zoiets….De buis werd bevroren en daarna teruggeplaatst in de camera. Met hijgende opwinding in de strot en kwijl rond de lippen, keken we naar de monitor.
Er gebeurde niets. Ja, de buis was naar de knoppen!

BR_13.4.2019

IN MEMORIAM PIETER VERHOEFF

1964: ik ben 18 en net begonnen aan het tweede jaar van de Nederlandse Filmacademie (Toen nog een 2–jarige opleiding), studierichting camera en montage. Samen met de latere NOS-cameraman Fred Mekenkamp waren we de benjamins, wiens collegekaarten vervalst moesten worden omdat we anders geweigerd zouden worden voor films boven de achttien.

De meesten van onze medestudenten waren in de twintig. Toen zagen we de kersverse eerstejaars binnenkomen, ouder dan wijzelf maar de meesten begin twintig. Maar er was er een bij, die duidelijk een stuk ouder was dan de rest: iemand die meer  levenservaring uitstraalde dan de anderen. En dat was Pieter Verhoeff. De rest van jaar werd vooral gedomineerd door het eerste tv-optreden van Boudewijn de Groot (ook een eerstejaars), die bij Willem Duys de banvloek over President Lyndon Johnson mocht uitspreken vanwege zijn Vietnam-beleid. Dat een schoolgenoot in een klap landelijke bekendheid verwierf met de protestsong :”Meneer de President” was het gesprek van de dag. Verder bereidden wij tweedejaars ons voor op het eindexamen en liet de klas van Pieter Verhoeff zich inwijden in het magische filmvak door de wijze lessen dramaturgie en mise-en-scene van onze directeur: de nu vergeten, maar destijds zeer gerespecteerde dr.J.M.L.Peeters.

Een paar jaar later liep ik op een zaterdagavond met de ziel
onder de arm rond op het Spui. Ik zat in militaire dienst, had bij de keuring
verzuimd psychische gekte te simuleren om S-5 te krijgen en moest er dus aan geloven.
Het was m’n vrije weekend en dan hing je op zaterdagavond op het Spui rond in
afwachting van de om 24u startende happening van Robert Jasper Grootveld rond
het Lieverdje. En daar liep ik Pieter Verhoeff tegen het lijf. In afwachting
van het magisch provo-gebeuren rond het Lieverdje gingen we een pilsje drinken
in De Oude Herberg in de Voetboogstraat. En toen pas werd me duidelijk, waar
die eerste indruk van een student met levenservaring vandaan kwam: Pieter had
inderdaad voor hij op de Filmacademie werd toegelaten een beroepsmatig leven
achter de rug van een opleiding aan de Sociale Academie en praktisch werk als  “jongerenwerker” zodat hij op de hoogte was
van de sociale kaart van Amsterdam, waartoe ook de Famos behoorde, een soort
jongeren clubhuis in de Vondelstraat, dat ik goed kende omdat er ook
jazzconcerten werden georganiseerd met Louis van Dijk en Willem Breuker.
Tijdens die pilsjes bleek ook, dat Pieter een echte Fries uit Lemmer was en ik een
geboren en getogen Amsterdammer met slechts een Fries klinkende achternaam.

We gingen na de Filmacademie ieder ons eigen weegs: ik werkte de eerste zes jaar van mijn carrière als cameraman bij het gerenommeerde filmbedrijf Cinecentrum en Pieter trad in dienst bij de VPRO, waar hij meewerkte aan het speelse en spraakmakende programma “Het Gat van Nederland”. Daarna maakte hij  het ene gezichtsbepalende VPRO programma na het andere zoals de eerste Nederlandse fake-documentaire  “Rudi Schokker huilt niet meer”, “De Katvanger” en de autobiografische serie “De Vuurtoren” over zijn jeugd in Lemmer. Hij debuteerde als bioscoopfilm regisseur met “ Het teken van het beest” met de onvergetelijke Gerard Thoolen in de hoofdrol en daarna het eveneens in Friesland spelende “De Dream”. Wat hem als regisseur opvallend maakte was dat hij zowel met beroepsacteurs als amateurs erg goed overweg kon en vaak in een mix van die twee categorieën uitstekende en geloofwaardige  rolvertolkingen wist te bereiken.

We kregen in het voorjaar 1998 erg veel met elkaar te maken  na een vergadering van het Genootschap van
Nederlandse Speelfilmmakers (een beroepsvereniging waar iedereen, die een
functie in een speelfilm had vervuld lid van kon worden: regisseurs,
scenarioschrijvers, editors, geluidsmensen, cameramensen) .

Vier ontevreden leden van deze club dronken op een mooie voorjaarsdag een glas na afloop op de stoep van The Movies: Pieter Verhoeff, Ger Poppelaars, Gerrard Verhage en ondergetekende. Al snel waren we het erover eens, dat het GNS een krachteloze, ten dode opgeschreven club was geworden en het tijd werd, dat er een specifieke belangenvereniging voor fictie-regisseurs moest komen, maar dan een echt gilde. Dit bleek niet zomaar een ideetje te zijn, dat iedereen weer snel vergat, maar een levensvatbare gedachte, die het volgende halfjaar werd uitgewerkt in hilarische bijeenkomsten in Arti et Amicitiae, zodat tijdens het Filmfestival Utrecht in september 1998 de officiële oprichtingsvergadering kon plaatsvinden. Een bijeenkomst waar tot onze verrassing en grote vreugde iedereen op af gekomen was. Vooruitlopend op de gedachte, dat we internationaal aansluiting in de filmwereld moesten vinden, schroomden we niet de eigen taal te verloochenen en zag op dat moment  de Dutch Directors Guild het leven.

Vier DDG oprichters op een rij: Pieter Verhoeff, Gerrard Verhage, Hans Hylkema, Ger Poppelaars

Tegen Pieter zeiden we: jij bent de nestor van ons vieren,
dus jij moet de eerste voorzitter worden. Pieter stribbelde tegen: ik heb ooit
in het bestuur van de Christelijke Jongerenvereniging van Lemmer gezeten en
daarna gedacht: eens maar nooit weer. Maar hij zwichtte op voorwaarde, dat Hanneke,
zijn vrouw hem als secretaresse terzijde mocht staan.  

Daar waren we alleen maar blij mee en we konden met een startsubsidie van het toenmalige VEVAM/SEKAM (onder leiding van Wim Verstappen) in een zolderkamertje van het Filmfonds aan de Jan Luijckenstraat aan de gang. Die eerste jaren waren een pionierstijd en zoals bij elk pionierswerk leverde zo’n semi-amateuristische periode veel plezier op met uitdagende ideeën zoals het voornemen een standaard-contract te realiseren. Met behulp van een mediajurist kwam  er zeker een concept, maar ik geloof, dat het bulderende gelach van de producenten ons zo’n beetje in de andere hoek van de kamer deed belanden: wat dachten we wel wie we waren! Het filmlandschap is inmiddels sterk veranderd, maar het standaard contract is er nog steeds niet.

Na een paar jaar onder Pieters bezielende voorzitterschap waarin de DDG op aandringen van een aantal documentaire-makers haar exclusiviteit opzij zette en een algemene regisseursvereniging werd, nam ik het voorzitterschap daarna van hem over.

Een half jaar geleden bij de viering van twintig jaar DDG in de Schiller Brasserie zaten we met een glas rode wijn herinneringen op te halen. Daarom was de schok des te groter toen ik nietsvermoedend op Witte Donderdag in mijn huisje in Friesland naar het Journaal keek en daar plotseling beeldvullend het portret van Pieter zag verschijnen, onmiddellijk gevolgd door de tekst, dat hij de avond ervoor gestorven was. Ik ging naar buiten om het goed tot me te laten doordringen, liep de dijk op, keek uit over de Waddenzee en zag langzaam een rode bal  achter de kim omlaag  zakken. Daar ga je, Pieter, dacht ik. Die zon kwam de volgende ochtend  gewoon weer op, maar Pieter Verhoeff is niet meer.

Nog wel kunnen we naar al die mooie en interessante films
van hem kijken. Laten we dat doen en hem op die manier eren.

Hans Hylkema

Op donderdag 25 april om 13.30 uur is de afscheidsbijeenkomst van Pieter Verhoeff in De Duif, Prinsengracht 765 in Amsterdam. Pieter zal wegvaren over de Amstel.

Bob Rooyens ervaringsles 1: gezag (laat je niet manipuleren of gek maken)

19 Maart j.l. werden in Pakhuis de Zwijger door de ‘Dutch Directors Guild’ en VEVAM, collega’s in verschillende categorieën onderscheiden voor de beste regie in hun genre. Zelf werd ik geëerd en gelauwerd met een ‘Carrière Award’. In een vraaggesprekje met Eric Blom, kwam onder andere de ontwikkeling van het vak en in relatie daarmee, de veranderende rol en betekenis van de regisseur, van ‘vroeger’ (begin jaren zestig) tot nu, aan de orde.
Nou was de avond een feestje. Veel vrolijkheid. Meer luchtigheid dan gewichtigheid en dat is ook volkomen terecht. Maar kennelijk, gezien de reacties, waren er meerderen geïnteresseerd in de ontwikkeling van toen naar nu. Vandaar dat ik een aantal van mijn ervaringen heb samengevat in ervaringslessen.

Een verhaal dat begint met ‘vroeger’, zit vrijwel meteen in de problemen. Vroeger is een woord dat niet lekker in de mond ligt. Het heeft geen bite, geen glamour. Eerder de vriendelijke gloed van een warme stoof voor bejaarde koude voeten. Vroeger is veelal de proloog voor een ouwe lullenpraatje. Maar, vroeger is ook de plattegrond waarop staat wat er nu is. Mooie programma’s, lelijke programma’s, programma’s die entertainen, die vervoeren, vervelen, iets leren, shockeren, aaien en pleasen.

In 1962, stuurde de Avro mij naar de eerste regiecursus die de gezamenlijke omroepen hadden geïnitieerd. Duur opleiding 2 maanden. Wat mij ervan is bijgebleven zijn de ontmoetingen met een aantal prikkelende personalities. Bevlogen regisseurs die in de euforie leefden van een nieuwe liefde. Van heftig geëmotioneerd, Willy van Hemert tot briljante eenvoud (less is more) Leen Timp. Van motiverend, zelfverzekerd Walter van der Kamp tot extreem ontdekkend Kees van Iersel. Van inspirerend beeldend Peter Zwart tot grondlegger van de literaire show en mijn latere mentor Jef de Groot.

Ik begon in een tijd dat de beelden zwart/wit waren, camera’s niet te tillen en zoomlenzen nog niet bestonden. Uitsnedes werden gemaakt door het voordraaien van lange of korte lenzen die op een zogenaamde turret waren gemonteerd.

turretcamera

In draaiboeken werden niet alleen de shots genoteerd, maar ook met welke lens dat shot gemaakt moest worden. Geen chroma-key, geen effectmachines, geen bewegend licht, geen ledscreens, geen beeldbandregistratie, geen editing. Drie camera’s en daar moest je het mee doen.

Ervaringsles 1: gezag (laat je niet manipuleren of gek maken)
Eén van de programma’s uit mijn beginperiode was een soloprogramma rond Dakota Staton. (Werd samen met Sarah Vaughn en Ella Fitzgerald gerekend tot de beste jazzvocalisten ter wereld.)
Opname: Studio Concordia (omgebouwd theater in Bussum). 

Qua televisievormgeving was het de tijd van zetstukjes. Ging een liedje over de liefde (wat nogal eens voorkwam) dan stond er wel ergens een hart, een cupido of een Biedermeiertje met rozen. Bij Summertime een zonnetje en bij Blue Moon...nou ja, je snapt het wel. Ik hield daar niet van. Past al helemaal niet bij jazz. Dat is de muziek van het rauwe vlees, van body and soul, van echt en oorspronkelijk. Ik had bedacht om de ballads in wit op te nemen en de uptempo nummers in zwart, waardoor ik via de optische bank, (filmtrucage) als een paard op een schaakbord van het ene nummer naar het andere kon springen. Van snel naar slow en vice versa.
’s Middags nam ik de ballads op. (witte horizon) ’s Avonds de uptempo nummers. (zwarte gordijnen) De begeleiding bestond uit een gelegenheidscombo van Nederlandse muzikanten onder leiding van Frans Elsen. De persoonlijke begeleiding van Dakota lag bij haar echtgenoot. Een lid van de Muslim Brotherhood die na de avondpauze, waarin de muzikanten bij het eten een biertje hadden gedronken, ontstak in razernij. Hij eiste van mij dat ik de muzikanten zou vervangen vanwege het feit dat ze naar alcohol roken. Ik heb hem uitgelegd dat in Nederland andere regels golden dan die hij zichzelf had opgelegd. Om de muzikanten te straffen liet hij de uptempo nummers aanzienlijk sneller spelen als normaal. Het programma was zeker 10 minuten korter dan het zou zijn geweest bij een normaal tempo. Dat was voor de muzikanten geen pretje. Daarbij had ik in de loop van de middag nog een andere opstandigheid moeten dresseren.

Eén van de drie camera-mensen meende dat hij beter gekwalificeerd was om regisseur te zijn dan ik. Hij pleegde voortdurend obstructie, zette andere shots voor, dan die ik wilde zien. Het is een vaker voorkomend fenomeen, waar nieuwe jonge regisseurs mee te maken kunnen krijgen. De vraag om een beetje professioneel te zijn hielp niet. Hij bleef dwarsliggen en daarmee ook de sfeer in de ploeg saboteren. Ik heb hem toen maar even apart genomen en gezegd dat hij naar huis kon gaan. De twee overgebleven cameralieden, werkten daarna voor vier. De onbemande camera zette ik op een krap totaal. Niemand iets van gemerkt. Het sprak zich binnen de destijds nog redelijk kleine kring van cameralieden natuurlijk wel door en het na-ijleffect was heel gunstig. Nooit meer dat soort problemen gehad. Temeer, omdat er al snel een natuurlijke selectie plaats vond van mensen die qua smaak, ambitie en talent bij elkaar pasten.

Nabewerking:
Uit de baarmoeder van zwart/wit televisie was nog maar net een bewegend, transporteerbaar plaatje geboren. Apparatuur om die plaatjes te kunnen editen en bewerken, zou nog lange tijd op zich laten wachten. Omdat het continuity-idee van een soort schaakbord, een bewerking vereiste op de optische bank liet ik het programma opnemen op 16mm tele-recording. Dat is de enige reden waarom het programma de begintijd heeft overleefd. Alle beeldbandopnames uit die tijd zijn gewist, verbrand of weggegooid.

Mij was al snel duidelijk dat het medium zelf, de elektronica, een authentiek stuk gereedschap is, dat de creativiteit van de maker meer mogelijkheden bied dan het in een bepaalde volgorde zetten van verschillende uitsnedes.

Techniek is gereedschap. Het is het penseel en de verf van de schilder, het zijn de letters van de literator. Rembrandt gebruikte hetzelfde doek, dezelfde penselen en dezelfde verf als andere schilders toen en nu. Het gereedschap is geen resultaat. Hij of zij die het gereedschap hanteert is het resultaat. De inhoud van schilderijen is bijna altijd dezelfde. Landschap, stilleven, personen, dieren, strepen, lijnen, vlakken, stippen, of een combinatie daarvan. Het individu maakt er een: Francis Bacon, een Rauschenberg, een Goya, een de Lempicka, Max Beckman, Grünewald, Hockney of Jackson Pollock van. …maar daarover later meer.

BR_ 3.4.’19

Foto’s Bob Rooyens: Mirjam van der Linden

Doe mee aan RegieAct 8

Dutch Directors Guild organiseert in samenwerking met Hiddenways Academy de spelregie workshop RegieAct 8.

RegieAct 8, georganiseerd vanaf 1994, is een intensieve workshop opgezet voor professionele regisseurs, waarin de deelnemers aan de slag gaan met spelregie. De basis van de workshop is het zelf acteren, onder begeleiding van en geregisseerd door professionele acteurs en een acteercoach. Door als regisseur zelf te ervaren hoe het is om te acteren kun je op een heel primair niveau kennis ontwikkelen over spelregie. In reflectie momenten met de acteercoach en collega regisseurs wordt de koppeling gelegd naar het eigen regiewerk.

Naast het zelf acteren zijn er tijdens de workshop ook diverse momenten waarop je op je eigen regiestoel plaats kunt nemen. Zo zijn er momenten waarop de deelnemers elkaar mogen regisseren aan de hand van eigen inbreng of bestaande scènes én momenten waarop de deelnemers met professionele acteurs aan de slag gaan met door de coach aangeleverde film scènes.

RegieAct is opgebouwd in 4 blokken, verdeeld over 3 maanden.

Blok 1: Elementair spel door acteercoach Hidde Simons

Blok 2: Masterclasses van gast acteurs (van twee dagen zijn de gast acteurs al bekend, voor de andere dagen zijn we nog in onderhandeling).
Op dinsdag 18 juni is actrice Christine van Stralen als gastacteur aangetrokken, bekend van o.a. Dunya & Desi, Celblok H, Papadag, Flikken Rotterdam en nog veel meer, kijk daarvoor hier:

Op dinsdag 3 september is Peter Blok als gastacteur aangetrokken – bekend van o.a. Oud Geld, De Daltons, Cloaca, In therapie, ‘t Schaep met de 5 poten, Riphagen, Moeder ik wil bij de revue, Familie Kruys. Kijk ook hier.

Blok 3: Regisseren en acteren – deelnemers regisseren elkaar, onder begeleiding van acteercoach Hidde Simons. 

Blok 4: Professionele acteurs regisseren op basis van een bestaand script, o.b.v. acteercoach Hidde Simons.

Sinds het ontstaan van RegieAct hebben er meer dan 60 regisseurs deelgenomen. Over het algemeen hebben de  deelnemers de workshop als zeer nuttig ervaren en noemt men het een echte aanrader voor collega regisseurs.

RegieAct 8 gaat op de volgende dagen plaats vinden:
BLOK 1: 20, 21, 22 en 23 mei 2019
BLOK 2/3: 17, 18 en 19 juni 2019
BLOK 2/3: 2, 3 en 4 september 2019
BLOK 4: 23, 24, 25 en 26 september 2019

Locatie:  Studio Meneer de Wit, Baarsjesweg 202, Amsterdam
Tijd: 9.30 – 17.00 uur

De volgende acteurs hebben gedurende de jaren gastlessen gegeven:
Johanna ter Steege, Victor Löw, Paul van der Laan & Christine van Stralen, Frank Lammers, Willeke van Ammelrooy, Helmert Woudenberg, Ruben van der Meer, Bert Geurkink, Derek de Lint, Dragan Bakema, Ria Marks, Jack Wouterse, Katrien van Beurden, Hajo Bruins, Tom Jansen, Marcel Hensema en Monic Hendrickx.

Quotes van enkele oud deelnemers:
“RegieAct leert je denken en spelen als een acteur. Je denkt op een hoger niveau. Bijzondere mensen met veel creativiteit!”

“Geeft verdieping voor gevoel: ik ervaar het vak van acteurs, waardoor ik alles bespreekbaar kan maken. In het echt, op de set en bij repetities.”

“Inspirerend, blik-verbredend, laat vele kanten zien en heeft aandacht voor de toepassingen in de praktijk. Zelf zien en zelf doen.”

Deelname:
Aan de workshop kunnen maximaal 12 regisseurs meedoen. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus wacht niet te lang.

Ben je lid van DDG, dan kost deelname 650 euro, ben je (nog) geen lid van DDG dan kost deelname 750 euro. DDG-leden hebben voorrang. Gespreide betaling is mogelijk voor DDG leden. Interesse? Laat het ons weten vóór maandag 15 april op events@directorsguild.nl.

De workshop wordt financieel mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Nederlands Filmfonds.

Winnaars DirectorsNL Awards 2019 bekend

Uitreiking regieprijzen voor meest opmerkelijke regieprestaties in 2018

In Pakhuis de Zwijger in Amsterdam zijn gisteravond (19 maart 2019) de DIRECTORSNL AWARDS uitgereikt in elf categorieën. Meer dan  2000 regisseurs hebben hun stem uit kunnen brengen, op de meest opmerkelijke regieprestaties van 2018. Het was dit jaar de derde keer dat zowel leden van de Dutch Directors Guild (DDG) als VEVAM aangeslotenen konden stemmen. Gastheer van de avond was: Howard Komproe.

De regieprijzen, die eens per jaar worden vergeven, zijn gegaan naar: 

Speelfilm: Michiel van Erp voor NIEMAND IN DE STAD 
Documentaire: Floris-Jan van Luyn voor THE BASTARD
TV dramaserie: Jan Albert de Weerd voor DE LUIZENMOEDER 
TV programma meercamera-regie: Henk van Engen voor DE WERELD DRAAIT DOOR 
TV programma eencamera-regie: Erik van Dijk voor ANDERE TIJDEN SPORT
Radio regie/podcast: Maartje Duin voor PODKAS ‘PAWEL DE POOLSE PLUKKER’
Digital storytelling: Anaïs López voor DE MIGRANT
Commercial: Ismael voor Calvé LIEKE
Korte documentaire: Morgan Knibbe voor THE ATOMIC SOLDIERS
Animatie: Job, Joris & Marieke voor A DOUBLE LIFE
Korte fictie film: Jamille van Wijngaarden voor TIENMINUTENGESPREK

Met name omdat alle prijzen zijn bepaald door Nederlandse collega-regisseurs, waren de winnaars buitengewoon verheugd.

Naast de DirectorsNL Awards werden er ook nog twee andere prijzen (twee beelden van Jeroen Henneman) uitgereikt. De DirectorsNL Oeuvre Award ging naar Bob Rooyens, “de Fellini onder de televisieregisseurs”. In vogelvlucht werd een indruk gegeven van zijn spectaculaire oeuvre. 
De DirectorsNL Grand Prix 2018 bestaande, naast het beeld, uit een geldprijs van 5000 euro ter beschikking gesteld door VEVAM Fonds, is uitgereikt aan Morgan Knibbe. De prijs, toegewezen door het bestuur van de Dutch Directors Guild ging naar Knibbe omdat: “Het bestuur zeer onder de indruk is van The Atomic Soldiers. De film fascineert door de intensiteit van de getuigenissen maar ook door zijn eenvoud in vorm. We kijken de oud-soldaten recht in hun ogen. Ogen die een blik in de hel hebben geworpen. De regisseur heeft ze zeer bekwaam begeleid in de gang naar herinneringen die voor vele van deze mannen verschrikkelijk waren en voor sommigen van grote schoonheid. Het bestuur vindt Morgan een zeer bevlogen maker, die vaak met zeer weinig middelen, zeer mooie en indrukwekkende documentaires maakt. “

Per categorie waren er drie nominaties, alle genomineerde films zijn te bekijken op: 
https://www.directorsguild.nl/nominaties-directorsnl-awards-2019-bekend/

Foto: Mirjam van der Linden


DIRECTORS.NL is het samenwerkingsverband van de Dutch Directors Guild en VEVAM.

Nominaties DirectorsNL Awards 2019 bekend

In de afgelopen twee weken hebben meer dan 2000 regisseurs hun stem kunnen uitbrengen op de shortlists voor de DirectorsNL Awards in 11 categorieën. Vannacht is de stembus gesloten.
De nominaties voor de meest opmerkelijke regieprestaties in 2018 zijn bekend (alfabetisch op volgorde van titel):

Speelfilm
1. Holandesa, La – Marleen Jonkman
2. Light as Feathers – Rosanne Pel
3. Niemand in de stad – Michiel van Erp

Documentaire (> 60 min.)
1.  Bastard, The – Floris-Jan van Luyn
2.  Buddy – Heddy Honigmann
3.  Nu verandert er langzaam iets – Mint Film Office / Menna Laura Meijer

TV-dramaserie 
1. Fenix – Shariff Korver
2. Luizenmoeder, De – Jan Albert de Weerd
3. Mocro Maffia – Bobby Boermans, Giancarlo Sanchez

TV Programma meercamera-regie
1. Bevrijdingsconcert – Mattias Bouman
2. DWDD uitzendingen – Henk van Engen
3. Feyenoord-PSV – Job Robbers

TV Programma eencamera-regie
1. Andere Tijden Sport – Erik van Dijk
2. Blauwe Hond, De – Ilse Vocking, Kitty Kooring
3. Je zal het maar hebben – Sjoerd Hulsegge, Thamar Bus

Radio Regie
1. Nation, The – Jeroen Stout
2. Ongesigneerd – Laura Stek en Tjitske Mussche
3. Opgejaagd – Jennifer Pettersson
4. Pawel, de Poolse plukker – Maartje Duin

Digital Storytelling
1. #dearcatcallers – Noa Jansma
2. Migrant, De – Anaïs López
3. Temporary Contact, A – Sara Kolster & Nirit Peled

Commercial
1. Calvé ‘Lieke’ – Ismael
2. Nike ‘Don’t Call Me Precious’ – Ben Brand
3. PLUS ‘Kerst’ – Ismael

Korte documentaire
1. Atomic Soldiers, The – Morgan Knibbe
2. Jolene – Elza Jo van Reenen
3. Moeder aan de lijn –  Nelleke Koop

Animatie
1. At First Sight –  Sjaak Rood
2. Bloeistraat 11 – Nienke Deutz
3. Double Life, A – Job, Joris en Marieke

Korte fictie film
1. Sisters – Daphne Lücker
2. Tienminutengesprek – Jamille van Wijngaarden
3. Tom Adelaar – Gonzalo Fernandez

De prijzen worden uitgereikt op dinsdag 19 maart in Pakhuis de Zwijger. DDG-leden en VEVAM aangeslotenen zijn van harte welkom. Kijk in je mail voor de uitnodigingen.

Diner vanaf 18.30 uur (inloop vanaf 18.00 uur)
Feest vanaf 22.00 uur (dansen met DJ/VJ Upgreatz)

Filmmakerssymposium: Waar leggen we de lat? – woensdag 27 feb.

10:30 – 13:00 woensdag 27 februari 2019 – Eye Filmmuseum

Hoe denken filmmakers over de kwaliteit van de Nederlandse film? 
Een inspirerende ochtend naar aanleiding van de filmmakersenquête.

Sprekers: onder anderen scenarist en creatief adviseur Miguel Machalski en de Deense regisseur/scenarist Jens Peter (Rumle) Hammerich.

Moderator: interviewer/schrijver Frénk van der Linden.

Over Miguel Machalski: 
Miguel Machalski is scenarist en scenario-adviseur voor filmprojecten over de hele wereld, van wereldcinema tot grote studio-producties en werk van prominente filmmakers als Clint Eastwood en David Cronenberg.

Over Jens Peter (Rumle) Hammerich:
Jens Peter Hammerich, beter bekend als Rumle Hammerich, is een Deense regisseur, scenarist en producent, bekend van spraakmakende series als The Bridge en Borgen.

Over de filmmakersenquête:
Filmmakers hebben in eigen gelederen een enquête gehouden, onder de leden van het Dutch Directors Guild, Netwerk Scenarioschrijvers en Acteursbelangenvereniging ACT, over de kwaliteit van de Nederlandse film en het klimaat waarin die tot stand komt. De resultaten daarvan worden tijdens het symposium gepresenteerd en besproken met filmmakers van eigen bodem en buitenlandse gasten. We hopen op je komst en kijken graag samen naar de toekomst.

Over Filmmakersinitiatief 2018:
De enquête en het symposium worden georganiseerd door ‘Filmmakersinitiatief 2018’, bestaande uit Arno Dierickx (regisseur, scenarist), Maarten Treurniet (regisseur, scenarist), Gijs Scholten van Aschat (acteur), Sytske Kok (scenarist, regisseur) en Karin Wolfs (filmjournalist). Het doel van Filmmakersinitiatief 2018 is een debat aan te zwengelen over de inhoudelijke kwaliteit van de Nederlandse film. Het symposium wordt mede mogelijk gemaakt door EYE Filmmuseum en de Akademie van Kunsten.

Gratis toegankelijk – wel even een kaartje reserveren voor een plek!