Brandbrief Kunstenbond en Creatieve Coalitie aan Tweede Kamer

Op 30 maart stuurden de Kunstenbond en de Creatieve Coalitie waar ook DDG deel van uitmaakt een brandbrief aan de Tweede kamer, waarin betoogt werd de TOZO (de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) geschikt te maken voor alle getroffen freelancers in de culturele en creatieve sector of ervoor te zorgen dat er op zeer korte termijn een niet terugvorderbaar voorschot uit een garantiefonds kan worden ontvangen. Lees de brief hieronder.

“Tweede Kamer
t.a.v. de kamerleden die zitting hebben in de
commissies EZK, OCW en SZW

Briefnr: 2020-719
Betreft: Brandbrief Corona Amsterdam, 30 maart 2020

Beste Kamerleden,

De huidige maatregelen van de rijksoverheid om het coronavirus tegen te gaan, hebben de creatieve en culturele sector op ongekende schaal schade toegebracht en zullen nog maanden schade toebrengen, wanneer deze niet voor deze sector aangepast worden.

De Tweede Kamer riep de minister op 12 maart middels de motie Jetten (D66) op, om te werken aan een steunpakket voor de culturele sector en noemde daar specifiek bij het grote percentage freelancers. Het is nu twee weken later en de minister schrijft in haar brief dat ‘de kabinetsmaatregelen toepasbaar zijn op het gehele culturele en creatieve veld.’ Dat zijn ze niet, en dat weet het ministerie.

Dat de minister in haar brief vervolgens zegt ‘met het veld te bekijken welke aanvullende maatregelen nodig zijn’, verhult slechts dat zij met de uitvoering van de motie Jetten nog nauwelijks verder is. En dat ondervinden velen in onze sector inmiddels aan den lijve. Specifieke maatregelen zijn nodig voor:

1. Freelancers die (tot voor kort) werden verloond (fictieve dienstbetrekking via de Artiestenregeling), die daarmee hebben bijgedragen aan het systeem van sociale zekerheid, maar die niet voldoen aan de wekeneis. En die wel hun inkomsten verliezen maar niet in aanmerking komen voor de WW. En aangezien het geen zzp’ers zijn ook niet voor de TOZO (Bbz versoepeling – Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers).

2. Zzp’ers die niet in aanmerking komen voor de TOZO, omdat zij (a) niet voldoen aan het urencriterium (denk aan hybride beroepspraktijken), (b) omdat ze pas na 1 jan. begonnen zijn als zzp’er, (c) omdat ze niet ingeschreven (hoeven) staan bij de KvK, of (d) enige andere reden.

3. Hybride zzp’ers, deels ondernemer, deels in loondienst. Vaak halen juist zij het urencriterium niet en werken ze deeltijd in sectoren (horeca) die ook volledig stil zijn gevallen.

4. Seizoens- en projectdynamiek. Omzet en inkomen worden vaak inherent onregelmatig verdiend. Een filmopname voor nu gepland stond, een piek in de muziek rond Pasen de Goede Week die wegvalt, festivals en evenementen die geen doorgang kunnen vinden. Daarin schiet de ondersteuning te kort, zoals de TOZO die uitgaat van een periodiek maandinkomen.

5. Oudere ondernemers, 65-plussers die wel werken, maar nog niet in aanmerking komen voor AOW en ook niet voor de TOZO. Oudere zelfstandige beroepsbeoefenaars staan ook niet altijd correct ingeschreven in het Handelsregister (was tot 1 juli 2008 voor hen ook niet verplicht).

6. Elke tweede zzp’er in gezinshuishoudens bestaande uit twee werkende zzp’ers die beiden geraakt worden door werkuitval als gevolg van de Corona-crisis. De gezamenlijke uitkering is te laag om het inkomen te dekken, maar zeker om (al gemaakte of doorlopende) bedrijfskosten te dekken. Niet iedereen, met name kleinschalige zzp’ers voldoen niet aan de TOGS-regeling, maar zitten wel met kosten.

7. Zzp’ers die gebruik willen maken van de TOGS maar niet de juiste SBI code hebben, denk bijvoorbeeld aan fotografen, freelance musici, beeldend kunstenaars; zij die geen beroepspraktijd buiten hun woonadres voeren maar daarvoor in hun woning een beroepspraktijkruimte hebben.

8. Zzp’ers die wel de juiste SBI-code hebben, maar toch niet aan de TOGS-criteria kunnen voldoen. Op een geringe winst drukt een verlies van € 3.000,- zwaar

9. Zzp’ers die een buitenlands niet EU paspoort hebben en met een verblijfsvergunning werkzaam zijn in Nederland. Of Nederlanders die in het buitenland wonen maar in Nederland werkzaam zijn.

10. In Nederland gevestigde zzp’ers die vooral internationaal werken en een wereldinkomen hebben zoals DJ’s en VJ’s zien hun inkomsten volledig wegvallen, maar kunnen geen gebruik maken van de TOGS en TOZO.

En boven alles, zij die nu in hun gemeente hun TOZO aanvragen en toch geconfronteerd worden met traditionele regelgeving waaronder vragen over bewijsmateriaal, die erop lijken dat er wél een inkomenstoets wordt gedaan. Er wordt wel gezegd dat de generieke kabinetsregelingen geen rekening kunnen houden met dit soort ‘kleine uitzonderingsgroepen’. Onze visie is: wanneer het zulke kleine groepen betreft, dan zijn de kosten op het grote geheel ook verwaarloosbaar. Wanneer de minister dit niet doet, ontstaat er een rechtsongelijkheid voor deze specifieke groep. De Kunstenbond en de Creatieve Coalitie vraagt de kamer daarom om de komende week voor een herkansing te gebruiken. De sector verliest zijn vertrouwen in de daadkracht van de minister en toegezegde steun. En ook voor de Creatieve Coalitie en de Kunstenbond wordt het steeds lastiger om verantwoordelijkheid te nemen voor de gemaakte vorderingen van de door de minister ingestelde taskforce.

Onze oproep: Maak de TOZO geschikt voor alle getroffen freelancers in de sector of zorg dat er op zeer korte termijn een niet terugvorderbaar voorschot uit een garantiefonds kan worden ontvangen. “

Namens de Kunstenbond en Creatieve Coalitie,

Anne-Marie Harmsen, directeur Kunstenbond
Ruud Nederveen, voorzitter Creatieve Coalitie”

Deelnemers aan de Creatieve Coalitie

Culturele en creatieve sector roept kabinet op tot overbruggings- en garantiefonds

‘De wanhoop nabij’, dat is de samenvatting van de noodkreten die de afgelopen dagen massaal te horen waren in de culturele en creatieve sector. Directe aanleiding was de brief die minister van Engelshoven vrijdag 27 maart jl. aan de Tweede Kamer zond.

Maandag 30 maart jl. heeft het gezamenlijke culturele en creatieve veld een noodoproep aan het kabinet gestuurd om robuust te investeren in een overbruggings- en garantiefonds voor de culturele en creatieve sector, dat zowel de liquiditeitsproblemen op korte termijn als de economische schade op middellange termijn kan opvangen, zowel voor freelancers als voor bedrijven en instellingen.

In de oproep aan het kabinet vraagt de sector expliciet de aandacht voor het acuut en massief stilvallen van culturele, educatieve en andere maatschappelijke activiteiten, dat tot onherstelbare gevolgen leidt in de culturele en creatieve sector: “Zonder publieksinkomsten staat de sector voor een massief liquiditeitsprobleem”.

De oproep is opgesteld door de taskforce van de gehele culturele en creatieve sector (inclusief erfgoed, cultuureducatie en amateurkunst) en reageert op het generieke steunpakket van het kabinet en de door minister van Engelshoven aangekondigde aanvullende coulance maatregelen ten tijde van de coronacrisis. “Deze maatregelen bieden onvoldoende soelaas voor dreigende faillissementen van instellingen en bedrijven en het op grote schaal wegvallen van inkomen voor artiesten en zzp’ers”.

De sector vraagt om financieel commitment van het gehele kabinet om dit overbruggings- en garantiefonds van de grond te krijgen. Generieke maatregelen matchen vaak niet of sluiten een groot deel van de sector uit. Veel organisaties zijn kwetsbaar vanwege hun seizoens- of projectdynamiek. Ook is er een beperkte toegang tot bancaire (overbruggings-)kredietlijnen, vanwege het vaak unieke, kleinschalige en risicovolle karakter.
Bovendien vallen veel zzp’ers in de cultuursector buiten de richtlijnen van de algemene regelingen voor zzp’ers van het kabinet. 60 % van de werkenden in deze sector is zzp’er.

“Juist nu is een constructieve en robuuste verbinding met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noodzakelijk om ervoor te kunnen zorgen dat de sector kan overleven en van waarde kan blijven voor leefbaarheid, educatie en economie in de samenleving”.

Lees hier de volledige noodoproep van de culturele en creatieve sector aan het kabinet.

Coronavirus: belastingmaatregelen voor ondernemers (incl. zzp’ers) – brief DDG belastingdienst

Ben je ondernemer of zzp’er en heeft je bedrijf problemen door het coronavirus? Om je te helpen door deze moeilijke tijden heen te komen, heeft de belastingdienst maatregelen genomen. Lees hieronder wat ze voor je kunnen doen.

Update: Bijzonder uitstel van betaling

U kunt ons vragen om bijzonder uitstel van betaling. Dit kan voor alle aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonheffingen.

Stuur daarvoor een brief aan ons. In de brief vraagt u om uitstel van betaling waarin u aangeeft dat u door de uitbraak van corona in betalingsproblemen bent gekomen. Nadat wij uw verzoek hebben ontvangen, stoppen wij met invorderingsmaatregelen. U krijgt automatisch 3 maanden uitstel van betaling. Een boete voor het niet op tijd betalen van btw of loonheffingen hoeft u niet te betalen. 

Mogelijk is een betalingsuitstel van 3 maanden voor u te kort. U kunt ook voor een langere periode uitstel aanvragen. Wij vragen u dan nog aanvullende informatie aan te leveren (eventueel verklaring van een derde deskundige) (1). Hier zullen we u nog over inlichten via deze website. Het kabinet wil de administratieve lasten van het aanvragen van uitstel van betaling voor u zo beperkt mogelijk houden. Voor de eerste 3 maanden is dus geen verklaring van een derde deskundige (bijvoorbeeld accountant of brancheorganisatie) nodig.

Hieronder leest u waarmee u rekening moet houden wanneer u bijzonder uitstel van betaling wilt aanvragen.

Wanneer kunt u uitstel aanvragen?

U kunt voor alle aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonheffingen uitstel aanvragen. Dit betekent dat u wanneer u aangifte hebt gedaan en een aanslag hebt ontvangen, u het uitstel kunt aanvragen.

Waar stuurt u uw verzoek om uitstel naar toe?

Stuur uw verzoek om uitstel met motivering naar:
Belastingdienst
Postbus 100
6400 AC Heerlen

(1) Brief voor belastingdienst – DDG kwalificeert als derde deskundige

Een van de onderdelen van de aanvraag is een verklaring van een derde deskundige. De DDG als belangen-organisatie kwalificeert als derde partij. Voor al onze leden die als zzp-er werkzaam zijn, heeft de DDG een standaardbrief opgesteld. Deze brief is aan alle leden gemaild, maar heb je deze niet ontvangen, dan kun je de brief opvragen bij het DDG-bureau via: info@directorsguild.nl

Verlaging van uw voorlopige aanslag

Verwacht u een lagere winst door de uitbraak van corona? En betaalt u nu een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting? Dan kunt u uw voorlopige aanslag wijzigen, zodat u direct minder belasting betaalt. Verlaag daarvoor uw inkomsten. Als het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die u in de eerste maanden van het jaar al hebt betaald, krijgt u het verschil terugbetaald.

Hoe wijzigt u uw voorlopige aanslag?

Voor de inkomstenbelasting wijzigt u de voorlopige aanslag via Mijn Belastingdienst.

Voor de vennootschapsbelasting kunt u uw voorlopige aanslag op 3 manieren wijzigen:

Let op!
Als u nu uw voorlopige aanslag aanpast en aangeeft dat u de rest van het jaar geen winst meer verwacht, kan dit gevolgen hebben voor uw definitieve aanslag. U betaalt op dit moment elke maand al een deel van de belasting die u over dit jaar zou moeten betalen. Wij verrekenen dit achteraf bij de definitieve aanslag. Hebt u te veel betaald? Dan krijgt u het te veel betaalde bedrag terug. Maar hebt u te weinig betaald, of te veel teruggekregen? Dan moet u bijbetalen.
Wanneer u later in het jaar weer winst maakt, kunt u het beste uw voorlopige aanslag opnieuw wijzigen. Zo voorkomt u dat u bij uw definitieve aanslag moet bijbetalen.

Tijdelijke verlaging invorderingsrente en belastingrente

Wij verlagen tijdelijk de invorderingsrente en de belastingrente.

Invorderingsrente

Als u een aanslag niet op tijd betaalt, moet u normaal gesproken 4% invorderingsrente betalen vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Vanaf 23 maart 2020 verlagen wij de invorderingsrente tijdelijk van 4% naar 0,01%. Dit geldt voor alle belastingschulden.

Belastingrente

Wij rekenen belastingrente als wij een aanslag te laat kunnen vaststellen, bijvoorbeeld omdat u niet op tijd of niet voor het juiste bedrag aangifte hebt gedaan. Het tarief van de belastingrente is 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor andere belastingen. Het tarief van de belastingrente verlagen wij ook tijdelijk naar 0,01%. Dit zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. De tijdelijke verlaging van het tarief van de belastingrente gaat in vanaf 1 juni 2020, behalve voor de inkomstenbelasting. Voor de inkomstenbelasting gaat de verlaging in vanaf 1 juli 2020.

Meer weten?

Op kvk.nl/corona vindt u meer informatie over overheidsregelingen om ondernemers die getroffen zijn door het coronavirus te helpen.

Op belastingdienst.nl/coronavirus leest u meer over de gevolgen van het virus als u belastingplichtig bent of als u een toeslag krijgt.

Bron: Belastingdienst

Creatieve Coalitie ziet toe op efficiënte uitvoering maatregelen zzp’ers

De noodkreet van de Creatieve Coalitie, waarin o.a. ook de Kunstenbond en de DDG zijn vertegenwoordigd, heeft geleid tot een steunpakket aan maatregelen. De voornaamste maatregel betreft de toegang en versnelde uitvoering van de Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). De Creatieve Coalitie treedt toe tot een Taskforce die erop toeziet dat het steunpakket efficiënt en snel wordt uitgevoerd.  

Veel zelfstandigen dreigen binnen enkele weken niet meer over liquide middelen te beschikken en hebben daarom binnen nu en enkele weken een voorschot nodig om hun rekeningen te betalen. De noodkreet van de Creatieve Coalitie leidt tot een steunpakket aan maatregelen.

De voornaamste maatregel betreft de toegang en versnelde uitvoering van de Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). Elke zzp’er die vanaf 1 maart geen of minder opdrachten krijgt, kan gedurende een periode van drie maanden een aanvulling krijgen op zijn levensonderhoud tot aan het sociaal minimum. De gebruikelijke toets naar de levensvatbaarheid van de onderneming of het inkomen van de partner komt te vervallen. Het doel is om zelfstandigen snel te helpen. Het Ministerie van Sociale Zaken publiceert een dezer dagen waar de zelfstandigen zich kunnen melden. Het loket is nog niet beschikbaar.

Flexwerkers

Voor flexwerkers en werknemers met een nulurencontract kan het bedrijfsleven en culturele organisaties een werktijdverkorting aanvragen. De overheid neemt 90 procent  – in plaats van de huidige 75 procent  – van de salariskosten over. Het beleid van de overheid is erop gericht om alle werkenden hun loon of inkomen tot het sociaal minimum te compenseren.  

Taskforce

De Creatieve Coalitie treedt toe tot een Taskforce die wordt opgericht door het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). De Taskforce ziet erop toe dat het steunpakket efficiënt en snel wordt uitgevoerd door onder andere de gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Bbz. Op maandag 16 maart sprak de Creatieve Coalitie met minister Ingrid van Engelshoven van het Ministerie van OCW. Zij erkent de hoge nood in de creatieve sector – zowel in de culturele sector als in media – en gaf te kennen dat een pandemie niet tot het ondernemersrisico hoort.

Creatieve Coalitie

De Creatieve Coalitie is een coalitie van 24 beroeps- en belangenverenigingen – waaronder ook de Kunstenbond en de DDG – die opkomen voor betere arbeidsomstandigheden voor alle werkenden en makers in de creatieve-  en mediasector. Alle 24 beroeps- en belangenverenigingen houden de komende tijd nauwgezet in de gaten of het steunpakket afdoende is en bij de makers terecht komt.

Coronavirus: kabinet neemt pakket nieuwe maatregelen voor banen en economie

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het Corona-virus te beteugelen derven veel zelfstandige ondernemers, waaronder zzp-ers, noodgedwongen inkomsten. Net als bij grote ondernemingen wil het kabinet deze zelfstandige ondernemers ondersteunen, zodat zij daarna hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet komt daarom met een tijdelijke voorziening voor drie maanden die zo snel mogelijk ingaat. Zelfstandige ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op deze voorziening, die uitgevoerd wordt door gemeenten.

Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of voor bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Op een lening voor bedrijfskapitaal kan een beroep worden gedaan om liquiditeitsproblemen op te lossen.

De tijdelijke regeling is aanvullend op de overige maatregelen die worden getroffen in fiscaliteit en in de borgstellingssfeer voor ondernemers en is geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Deze tijdelijke regeling bevat de volgende elementen:

  • De toets op levensvatbaarheid die het Bbz kent wordt niet toegepast, waardoor een snelle behandeling van aanvragen mogelijk is.
  • Daarmee wordt binnen 4 weken voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Nu kan dat 13 weken duren. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.
  • De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsituatie maximaal ca. € 1500 per maand (netto).
  • Deze versnelde procedure geldt ook voor aanvragen voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157,-.
  • De inkomensondersteuning voor levensonderhoud wordt ‘om niet’ verstrekt; de ondernemer weet dus zeker dat deze niet later terugbetaald hoeft te worden. Er is in deze tijdelijke regeling geen sprake van een vermogens- of partnertoets.
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen.
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal zal een lager rentepercentage dan thans in het Bbz geldt worden gehanteerd. 

Een van de onderdelen van de aanvraag kan een verklaring zijn van een derde deskundige. De DDG als belangen-organisatie kwalificeert als derde partij. Voor al onze leden die als zzp-er werkzaam zijn, heeft de DDG een standaardbrief opgesteld. Deze brief is iedereen per mail toegestuurd, maar je kunt het. mocht deze nodig zijn, ook nog eens opvragen bij het DDG – bureau. Stuur daarvoor even een mailtje naar: info@directorsguild.nl.

Bron: Rijksoverheid

Nominaties DirectorsNL Awards 2020 bekend

In de afgelopen weken hebben meer dan 700 regisseurs hun stem uitgebracht voor de meest opmerkelijke regieprestaties van 2019.

Alfabetisch op volgorde van titel zijn de volgende producties genomineerd voor de DirectorsNL Awards 2019:

Speelfilm 
1. De Libi – Shady El-Hamus
2. Dirty God – Sacha Polak
3. Take Me Somewhere Nice – Ena Sendijarevic

Documentaire  
1. Erwin Olaf – the Legacy – Michiel van Erp
2. Rotjochies – Maasja Ooms
3. Ze noemen me Baboe – Sandra Beerends

TV Programma meercamera regie:
1. Ajax-Tottenham Champions League 1/2 finale Arena – Danny Melger
2. Oudejaarsconference Claudia de Breij – Misjel Vermeiren
3. The Passion – David Grifhorst

TV Programma ééncamera regie:
1. Brieven aan Andalusië – Stef Biemans
2. Floortje naar het Einde van de Wereld – Floortje Dessing
3. Stuk – Jurjen Blick

TV Dramaserie:
1. De Luizenmoeder, seizoen 2 – Diederik Ebbinge, Jelle de Jonge
2. De regels van Floor, seizoen 2 – Maurice Trouwborst
3. Treurteevee, seizoen 2 – Joost van Hezik

Animatie:
1. Human Nature – Sverre Fredriksen
2. Mind My Mind – Floor Adams
3. Undone – Hisko Hulsing

Podcast/Radio Regie:
1. Brand in het Landhuis – Simon Heijmans, Marion Oskamp
2. De Blankenberg Tapes – Tom Hofland, Pascal van Hulst
3. El Tarangu – Mirke Kist, Neele Eeckhout, Siona Houthuys

Digital Storytelling:
1. Born Free – Ilvy Njiokiktjien
2. Eight – Michel van der Aa
3. In My Absence – Maartje Nevejan, Niki Smit

Commercial:
1. AH Kerst – Jelle de Jonge
2. KLM “Maak je wereld groter” – Kay Lindhout
3. Tinder #Singlenotsorry – Basha de Bruijn

Korte documentaire:
1. 180cc – René van Zundert
2. Huidhonger – Lieza Röben
3. Hoofdzaken – Menno Otten

Korte fictie film:
1. En Route – Marit Weerheijm
2. Free Fight – Sven Bresser
3. Walking Fish – Tessa Meijer

De prijzen worden uitgereikt op donderdag 12 maart in Pakhuis de Zwijger. Naast de DirectorsNL Awards worden nog twee andere prijzen vergeven:

DirectorsNL Oeuvre Award
Elk jaar wordt daarmee een van de categorieën extra onder de aandacht gebracht, dit jaar is dat de sectie animatie. Deze prijs gaat naar Paul Driessen, “De meester van de handgetekende animatie”.

DirectorsNL Grand Prix 2019  
Een geldprijs van 5000 euro ter beschikking gesteld door het VEVAM Fonds, voor één van de winnaars uit de 11 categorieën.

DDG-leden en VEVAM aangeslotenen zijn van harte welkom bij de prijsuitreiking, die zal plaatsvinden tijdens een diner in de grote zaal. Met muziek van Brass Rave Unit. De presentatie is in handen van Howard Komproe.

Mis dit feestje niet. Kijk in je mail voor een link naar de kaartjes. Er is slechts een beperkt aantal dinerkaarten beschikbaar, dus wacht niet te lang.

Diner vanaf 18.30 uur (inloop vanaf 18.00 uur)
Na afloop: feestelijke borrel in de Foyer vanaf 22.00 uur.

Creatieve spil of uitvoerder?

De afgelopen maanden haalt Martin Scorsese fel uit naar superheldenfilms. Volgens de cineast zijn de blockbusters onverteerbaar; ze missen diepgang en reflectie. De Amerikaanse cineast beklaagt zich, net zoals Nederlandse makers, over de inhoudelijke kwaliteit van veel films. Ook in Amerika worden producties steeds meer bepaald door rendement denken in plaats van mensen met een artistieke visie.

Met titels als Spider Man en Captain America overheersen de superheldenfilms wereldwijd de box office, ook in Nederland. De films maken deel uit van de film-franchise van Marvel (Disney). Scorsese’s noemt de superhelden vakkundig gemaakt maar tegelijkertijd typeert hij ze als pretparken. Films die zoals een milkshake of een zakje pistachenootjes even voldoening geven maar niet beklijven.

Deze kritiek wordt hem niet in dank afgenomen; het zou niet van respect getuigen. Tegelijkertijd krijgt Scorsese ook bijval. Zoals o.a. van Terry Gilliam en Todd Phillips. De superhelden in spandex zouden niet alleen plat zijn, maar ook het filmklimaat kannibaliseren. De CEO van Marvel reageert met de opmerking dat Scorsese volgens hem overduidelijk nog nooit een superheldenfilm gezien heeft; anders zou hij niet zo kort door bocht zijn. Ook hij krijgt veel bijval. De opmerkingen van de inmiddels bejaarde cineast worden weggezet als een generatieconflict. Want zijn de superhelden van nu, niet de gangsters en outlaws uit de filmklassiekers? Zijn de Marvel films niet de Taxi Drivers en Raging Bulls van nu?

Het is moeilijk om de kritiek van een oudere generatie niet helemaal los te zien van de tijd die ons inhaalt. Tegelijkertijd positioneert Scorsese met zijn felle uithaal, zijn eigen film The Irishman, als serieus alternatief voor de superhelden. Maar de kritiek is meer dan een verkapte reclame of een generatieconflict. De ophef gaat ook niet over het verschil tussen publieksfilms en meer serieus drama; er zijn nu eenmaal verschillende soorten films. De discussie gaat volgens Richard Brody in de Newyorker vooral over een veranderend filmlandschap. Een verschuiving van losse producties naar series, met ingrijpende gevolgen voor de positie van de regisseur als creatieve spil.

De dominantie van de franchise-films of series, brengen een bepaalde productiewijze met zich mee. Ze wijken af van eenmalige producties doordat ze vorm krijgen in een streng bewaakt ecosysteem. Ze zijn onderdeel van een groter marketingplan; er zijn immers ook games, kleding, speelgoed en soms zelfs themaparken. Deze franchise-manier van produceren, brengt met zich mee dat het gezag van de regisseur ondergedompeld wordt in een netwerk van beslissingen van bovenaf. Er ligt immers een format waar niet van afgeweken mag worden. De regisseur is in deze constructie een uitvoerder of functionaris, net zoals bij televisieseries.

Voor de duidelijkheid, met de regisseur als uitvoerder is natuurlijk niets mis, er zijn veel verschillende soorten makers en films. Cinema balanceert altijd al tussen commercie, propaganda en kunst. Maar met de dominantie van de franchise-films lijkt dit speelveld een nieuwe fase te zijn ingegaan. De regisseur als uitvoerder is een totaal andere rol dan Scorsese voor ogen heeft.

De gelauwerde cineast benadert cinema als een kunstvorm. Films bieden vooral reflectie op wat het betekent om mens te zijn. Ze staan stil bij bredere sociale en politieke problemen, en dragen indirect bij aan het publieke debat. Volgens Scorsese biedt een geslaagde filmproductie de kijker een openbaring; op esthetisch, emotioneel en spiritueel niveau. De functie van een regisseur heeft in deze zienswijze een totaal andere rol dan bij franchise-films. Hij of zij is geen uitvoerder, maar een filmauteur die een eigen stempel op de productie drukt, iemand die het experiment niet schuwt en grenzen opzoekt.

Deze vrijplaats die cinema heet, is volgens Scorsese het afgelopen decennium verandert. Het denken in filmseries markeert een verschuiving van originele scripts en filmauteurs naar de marketingafdeling, naar het in kaart brengen van publieksbereik, lucratieve markten en naar het vermijden van risico’s. Films zijn steeds vaker gemaakt om aan een specifieke set van eisen te voldoen. Het is moeilijk om als regisseur hier weerstand aan te bieden en een eigen weg te volgen. Een voorbeeld hiervan geeft Todd Phillips in de Hollywoodreporter. De regisseur van de Joker vertelt over de moeizame bevalling van zijn film, de gesprekken met de studio gingen op een gegeven moment over de verkoop van Joker-pyjama’s, of de regisseur hier rekening mee kon houden.

Deze manier van produceren heeft tot gevolg dat vernieuwing en experiment (nog meer) naar de marge worden verdrongen. Terwijl dit juist de handelsmerken zijn van een filmauteur. In dit commerciële ecosysteem is een eigenzinnige regisseur riskant en ongewenst. Het publiek kan niet geconfronteerd worden met allerlei onhandige openbaringen, gelaagdheden of experimenten. Het gevolg is dat het beschikbare geld in grotere producties wordt gestoken en kleinere risicovolle producties worden vermeden.

Deze verschuiving is in zekere zin ook zichtbaar in Nederland. Voor de duidelijkheid het filmklimaat hier is natuurlijk niet te vergelijken met die in de V.S., maar er zijn enkele overeenkomsten. Het symposium ‘Waar leggen we de lat?’ van afgelopen jaar, liet zien dat de Nederlandse fictiefilm door makers veel te braaf wordt gevonden. Het ontbreekt aan avontuur en lef. In een enquête wordt aangeven dat er de afgelopen tien jaar slechts zes fictiefilms zijn gemaakt die de moeite waard zijn. De toenemende invloed van doelgroep- en rendement denken wordt door veel regisseurs als een van de obstakels genoemd. Het artistieke beleid wordt te veel door hokjes denken bepaald. In deze constellatie verwordt een film tot een product dat een afgebakend doel moet dienen.

Deze verschuiving van lef en experiment naar een spreadsheet, is juist datgene waar regisseurs ook Scorsese en Todd zich tegen verzetten. Ook zij vragen zich indirect af waar we de artistieke lat leggen.
Dit betekent niet dat er geen uitdagende films of series worden gemaakt. Een ontwikkeling is b.v. dat streamingdiensten zich als serieuze producenten ontpoppen, zo is Scorsese’s nieuwste film een Netflix productie. Het is een open vraag of dit structureel ruimte zal bieden aan gewaagdere en meer experimentele producties.

En recent won Bong Joon-ho de Oscar voor beste film. De Zuid Koreaanse film Parasite lijkt het soort film dat Scorsese voor ogen staat. De film is eigengereid, biedt verdieping en becommentarieert een bredere problematiek, in dit geval sociale ongelijkheid. Maar het is de vraag of deze eerste niet-Amerikaanse Oscarwinnaar een uitzondering is en de neergang van de filmauteur juist bevestigt.

(Foto Captain America van Randychiu – https://www.flickr.com/photos/randychiu/5587363715/, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=15548109)

Speech voorzitter Platform Makers

Speech Erwin Angad-Gaur, voorzitter Platform Makers bij jubileumbijeenkomst van Federatie Auteursrechtbelangen op 3 februari in Koninklijke Schouwburg Den Haag

Op zoek naar evenwicht

Het auteurs- en naburig recht is in beweging. Terecht is er daarbij
de afgelopen jaren meer aandacht voor de inkomenspositie van auteurs en
artiesten. In het beleidsstreven de inkomenspositie van kunstenaars te
verbeteren is het auteursrecht (en zeker het auteurscontractenrecht) een
belangrijk instrument. Toch werkt dat in de praktijk nog niet optimaal. Zoals
ook het auteursrecht op internet een lastige kwestie blijft. Een uitdaging dus
voor de komende jaren.

Berlijnse muren

Zoals toenmalig Euro-commissaris Neelie Kroes in 2010
constateerde: “Ons huidige gefragmenteerde auteursrechtensysteem is slecht
aangepast op de essentie van kunst. Kunst kent geen grenzen. In plaats daarvan
hebben intermediairs een belangrijkere rol dan artiesten. Het irriteert het
publiek dat het vaak geen toegang heeft tot het werk dat artiesten aan willen
bieden, een vacuüm dat gevuld wordt door illegale content. Artiesten lopen
daardoor de vergoeding mis die ze verdienen.” Zij karakteriseerde veel van de
huidige auteursrechtelijke regels als “een serie Berlijnse muren”. De
aanpassing van het recht op de nieuwe wereld blijft telkenmale achter, stelde
zij. Zij noemde daarvan ook een belangrijke oorzaak: “Handhaving van
auteursrecht is op dit moment vaak verbonden met gevoelige vraagstukken, zoals
privacy, dataprotectie en zelfs netneutraliteit. Sommige partijen hebben er
belang bij dit debat uit de weg te gaan of het op morele gronden te voeren, en
zo miljoenen burgers te demoniseren. Dat is een niet te handhaven weg.”

Tijdens de moeizame totstandkoming van de nieuwe
Auteursrechtrichtlijn vorig jaar zullen velen aan haar woorden hebben moeten
denken. Hoewel de nieuwe richtlijn belangrijke stappen zet, zijn er nog vele
stappen die zouden moeten volgen. In de richtlijntekst blijft (door compromis
op compromis) veel onduidelijk, dat in nationale wetgeving en in jurispudentie
nader helder zal moeten worden. Een definitieve oplossing biedt de richtlijn bovendien
voor veel knelpunten niet.

Platform Makers, het
samenwerkingsverband van vakbonden en beroepsorganisaties van auteurs en
artiesten, pleit online voor meer oog voor collectief beheersoplossingen. Zowel
in het belang van de consument als van de maker, de auteur en de artiest.
Verplicht (of vrijwillig) collectief beheer kan de licentie-impasse (de hoge
transactiekosten voor online diensten om licenties van rechthebbenden te
verkrijgen) doorbreken: kan helpen de ‘Berlijnse muren’ op internet te
doorbreken. Daarnaast biedt collectief beheer voor auteurs en artiesten het
voordeel van collectieve onderhandeling over de verdeling van opbrengsten. Een
tegenwicht voor de zwakke individuele onderhandelingspositie van veel makers.

Artikel 17

Meest in het oog springt, binnen de nieuwe richtlijn,
artikel 17 (het voormalig, veel besproken ‘artikel 13’). Platform Makers en de
bij Platform Makers aangesloten belangenorganisaties juichen zeer toe dat
Europa de principiële stap heeft gezet internetplatforms als YouTube en
Facebook niet langer in staat te stellen voor een appel en een ei gebruik te
(laten) maken van beschermde werken. De Europese wetgever zette helaas niet de
stap naar verplicht collectief beheer, hetgeen een one-stop-shop voor gebruikers
zou hebben gecreëerd en auteurs en artiesten een eerlijk aandeel zou
garanderen. Over de verdeling van de nieuwe online opbrengsten verzuimt de
nieuwe richtlijn harde kaders te stellen. Dat beschouwen wij als een zorgpunt.
Zoals bij bestaande diensten als Spotify en Blendl dreigen auteurs en artiesten
achteraan te moeten aansluiten en hernieuwd afhankelijk te worden van de
algemeen erkende zwakkere (en te zwakke) individuele onderhandelingspositie.
Wij vragen de Nederlandse overheid en de Tweede Kamer daarom nadrukkelijk
aandacht te geven aan de wijze waarop verdeling van online exploitatie tot
stand zal komen en komt, bij zowel bestaande diensten als bij de nieuwe
vergoedingen die vanwege licensering door artikel 17 tot stand zullen komen.

Bij de internationale lobby rond de richtlijn werd vanuit
sommige lobbygroepen telkenmale het angstbeeld opgeroepen dat de nieuwe richtlijn
het einde zou betekenen van het vrije internet. Middels filters zou beschermd
materiaal niet langer beschikbaar kunnen zijn, is de veel gehoorde bewering.
Auteurs en artiesten zijn echter niet uit op filters: zij maken hun werk juist
om gehoord, gelezen en gezien te worden. Zij willen verspreiding niet
verhinderen, maar willen wel een eerlijk aandeel in de exploitatie van hun werk.
Wij vragen de Nederlandse wetgever dan ook vanuit dat oogpunt wetgeving vorm te
geven.

Auteurscontractenrecht

In de loop van dit jaar volgt de evaluatie van het auteurscontractenrecht.
Wetgeving die tot nog toe niet het verschil maakte dat beoogd werd: de bescherming
van auteurs en artiesten tegen onredelijke contractvoorwaarden. Een correctie
op de door vele onderzoeken en instanties aangetoonde en bevestigde relatief
zwakke onderhandelingspositie van makers ten opzichte van hun exploitanten.

De nieuwe richtlijn biedt ook op dit gebied enkele
verbeteringen: de verplichting auteurs en artiesten niet enkel een billijke,
maar een ‘evenredige’ beloning te bieden en een nieuwe transparantieverplichting,
waarvoor ook auteurs en artiesten in Nederland al jaren gepleit hebben.

Daarnaast verzoeken wij de kamer en de wetgever met name om
aandacht voor de reikwijdte van deze wettelijke bepalingen. Wij vragen om ook
video on demand (VOD) en bioscoopvertoning onder de collectieve
vergoedingsrechten van 45d lid 2 te brengen. Om de mogelijkheid van collectief
onderhandelen uit te breiden en van een prikkel voor de sterkste marktpartij te
voorzien. Om het werkgeversauteursrecht (een uitzondering in Europa waardoor
auteurs in loondienst op een achterstand gezet worden) te schrappen. En om zowel
verplichte Fair Practice als inschrijving bij de Geschillencommissie
Auteurscontractenrecht in subsidiebeleid verplicht te stellen. Ook voor de
Publieke Omroep.

Maatschappelijk evenwicht

Het
auteursrecht, het woord zegt het al, is bedoeld voor auteurs, maar is in de
loop der jaren – evenals het naburig recht – meer en meer verworden tot louter
een exploitatierecht, dat in veel deelsectoren standaard aan exploitanten moet
worden overgedragen. Binnen de Federatie Auteursrechtbelangen werken wij graag
met producenten, uitgevers en omroepen samen; een goed partnership tussen
makers en exploitanten is een ideaal waar wij ook intern aan werken. Van groot
belang is en blijft echter het evenwicht tussen beide groepen fundamenteel te
herstellen, collectief en individueel. Voor auteurs en artiesten zelf, maar ook
in het algemeen maatschappelijk belang: de motor van culturele en
journalistieke creatie zijn de makers. De ‘auteursrechtrelevante sectoren’ zijn
goed voor 6 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product en 7,4
procent van de totale werkgelegenheid in ons land. De sector is van groter
economisch belang dan de bouw. Het is in ons aller belang dat de makers die de
basis vormen van deze belangrijke sector van hun werk kunnen (blijven) bestaan.  Daarin ligt wat ons betreft de belangrijkste
uitdaging voor de nabije toekomst.

Erwin Angad-Gaur, voorzitter Platform Makers

Shortcutz@DDG Avond – 10 feb

Maandagavond 10 februari is er weer een ShortCutz@DDG Avond in Het Ketelhuis.

Onlangs heeft Shortcutz Amsterdam haar jaarlijkse prijzen uitgereikt. Het zijn de winnende korte films die we deze avond gaan zien. De regisseurs zijn na afloop van de filmvertoning aanwezig voor Q&A’s, onder leiding van Maarten Treurniet en Alexa Rodrigues.

De films die we gaan vertonen, zijn: 

  • At First Sight, regie Sjaak Rood – winnaar beste animatie
     
  • Kraaiennest, regie Flynn von Kleist – winnaar beste regisseur, beste acteur, beste cinematografie 
     
  • Nobu, regie Sarah Blok, concept Lisa Konno – winnaar beste montage  
     
  • Orbit, regie Tess Martin – winnaar beste experiment
     
  • Tienminutengesprek, regie Jamille van Wijngaarden, winnaar beste scenario, beste actrice
     
  • Tribe of Ghosts, regie Almicheal Fraay – winnaar beste documentaire 

Shortcutz Amsterdam biedt een platform aan opkomend Nederlands talent om hun werk te presenteren, in contact te treden met hun publiek en contact te leggen met de gevestigde professionals uit de sector. Shortcutz helpt het nieuwe Nederlandse filmtalent ook om hun werken nationaal en internationaal te verspreiden via hun netwerk van meer dan 30 partners – waaronder Eye Filmmuseum, Pathé-bioscopen, festivals over de hele wereld en verschillende speciale aangesloten evenementen. Alexa Rodrigues legt het je allemaal uit op deze avond.

Zin om te komen? Reserveer je gratis kaartje via eventbrite. Introducees zijn van harte welkom.

Locatie: Het Ketelhuis
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis
Voertaal: Engels

P.S. Benieuwd wie er in de jury van Shortcutz 2020 hebben gezeten, kijk dan hier

Still: Tienminutengesprek

Filmmakers juichen aangekondigde investeringsverplichting toe

De beroepsorganisaties voor filmmakers, verenigd in Portal Audiovisuele Makers (PAM), juichen het voornemen van het kabinet toe om een investeringsverplichting in het leven te roepen voor bioscopen, omroepen en VOD-aanbieders. Zij zijn van mening dat het in deze voortdurend veranderende markt noodzakelijk is om andere manieren van externe financiering te vinden en een investeringsverplichting voor exploitanten klinkt daarbij als een logische en begaanbare weg.

Zij stellen tegelijkertijd nadrukkelijk dat de investeringsverplichting niet verward moet worden met auteursrechtelijke vergoedingen, die door distributeurs en andere aanbieders dienen te worden betaald. Het recht van filmmakers op een billijke proportionele vergoeding voor on demand gebruik van hun werken dient te allen tijde gewaarborgd te blijven. Daarnaast benadrukken zij dat filmmakers directe medezeggenschap behoren te krijgen bij de besteding van de opbrengsten. Kwaliteit staat daarbij voor de filmmakers voorop. De investeringsverplichting is voor het kerstreces in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd door de minister van OCW en de minister voor Media en is bedoeld als stimuleringsmaatregel voor de productie van Nederlandse films, series en documentaires.

De door PAM vertegenwoordigde filmmakers zijn van mening dat deze stimuleringsmaatregelen behulpzaam kunnen zijn om de kwaliteit van de Nederlandse film te behouden en te verhogen. Net als de ministers, streven de filmmakers naar een filmsector waarin er meer focus ligt op “eigenzinnigheid en authenticiteit”. Dit sluit aan op de uitkomsten van de enquête naar de kwaliteit van de Nederlandse film die vorig jaar is gehouden onder Nederlandse filmmakers (zie: https://filmmakersinitiatief.nl/).

Daarin geven de filmmakers in een grote meerderheid aan dat zij films willen maken van grotere culturele waarde, maar dat de daarvoor benodigde artistieke vrijheid en vertrouwen vanuit subsidiegevers/fondsen op dit moment te beperkt is. Dit komt in niet geringe mate doordat filmmakers individueel slechts in beperkte mate aanvragen kunnen doen bij de fondsen. In de regel mogen immers alleen producenten aanvragen, die vervolgens de regisseurs en scenaristen niet altijd de benodigde artistieke vrijheid geven omdat zij ook andere (commerciële) belangen vertegenwoordigen.

De filmmakers zijn van mening dat de voorgestelde investeringsverplichting de artistieke vrijheid wel degelijk kan vergroten, maar filmmakers moeten dan wel in staat worden gesteld om ook rechtstreeks te profiteren van deze stimuleringsmaatregel. In de brief aan de Tweede Kamer wordt het Abraham Tuschinski Fonds genoemd als mogelijke subsidiënt van het geld dat beschikbaar komt via de investeringsverplichting. Om tegemoet te komen aan de gestelde “eigenzinnigheid en authenticiteit”, is het echter essentieel dat de filmmakers direct kunnen aanvragen. De filmmakers wijzen er in dat verband op dat het Filmfonds een voorzichtig begin heeft gemaakt met het openstellen van regelingen waarin filmmakers onafhankelijk van producenten aanvragen kunnen indienen.

Verder dragen de filmmakers graag bij aan het sectorplan, dat de ministers zullen opstellen met “de partijen uit de productie- en exploitatieketen”. Als eerste schakel in die keten zien de filmmakers de uitnodiging tot gesprek hierover graag tegemoet.

Afsluitend melden de filmmakers verheugd te zijn dat in deze brief juist de kwaliteit van het product centraal staat. Het verbeteren van de kwaliteit en het aanbod van Nederlandse films, series en documentaires in een breed spectrum, is in het belang van de hele sector en niet in de laatste plaats van de filmmakers en natuurlijk het publiek.