*Nieuwe update* Filmfonds – 31 maart

31 maart 2020

Hier vind je de laatste updates rondom COVID-19 vanuit het Nederlands Filmfonds.

Steunmaatregelen Film Production Incentive

Dinsdag 31 maart 2020

Projecten die een reguliere realiseringsbijdrage ontvangen kunnen gebruik maken van de steunmaatregelen zoals eerder bekend gemaakt.  Voor projecten die uitsluitend een bijdrage van de Production Incentive hebben ontvangen is het mogelijk om voor lopende producties een extra tussentijdse betaling aan te vragen.

Voor filmprojecten waarvan de uitvoeringsovereenkomst is getekend  en de voorgenomen productie nu stokt kan het voorschot op de Incentive ook tijdelijk verhoogd worden tot maximaal 50% mits gedegen onderbouwd ter dekking van de begrote productiebestedingen in Nederland.

Daarnaast kan er in de komende twee rondes (indiendeadlines 6 mei en 24 augustus) een aanvraag voor een aanvullende bijdrage bij de Production Incentive worden gedaan ter gedeeltelijke dekking van extra kwalificerende (pre)productiekosten. Hetzelfde Incentive percentage zal daarvoor gelden als bij de oorspronkelijke subsidieverlening.Het gaat daarbij om kosten die direct samenhangen met het uitstel, veranderingen of tegenslagen in productie en postproductie die vanaf maart 2020 zijn opgetreden en die bovenop de productiebegroting gemaakt moeten worden. Deze aanvullende bijdrage geldt nadrukkelijk niet voor het opvangen van andere knelpunten in financiering of de productie die vóór maart 2020 zijn opgetreden en ook niet gerelateerd zijn aan COVID-19.

De kosten voor de doorstart moeten inzichtelijk gemaakt worden en dienen met name ingezet te worden voor de extra kosten die niet verhaald kunnen worden op een verzekering en bedoeld zijn ter dekking van werkzaamheden van uitvoerende filmprofessionals (crew, cast en filmbedrijven alsmede sturende interne functies) die opnieuw gedaan moeten worden of meer tijd en inspanning vergen door het stilvallen van de productie. Mits gedegen onderbouwd en financieel uitgesplitst zullen we de bedragen snel in de vorm van een aanvullende bijdrage betaalbaar stellen.

De aanvrager garandeert dat de bedragen in kader van bovenstaande maatregelen ook bij de betreffende crew, cast en andere opdrachtnemers terecht komen. Verantwoording vindt achteraf plaats. Waar van toepassing voorzien van een tussentijdse update na drie maanden. De systematiek voor het aanvragen van een aanvullende bijdrage wordt binnenkort gepubliceerd op de website. Nadere informatie omtrent de hoogte van het budgetplafond voor de komende ronde volgt half april.

VAF en Filmfonds maken aanvullende steunmaatregelen bekend

Dinsdag 31 maart 2020

Ook nemen het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) en het Filmfonds in gezamenlijkheid maatregelen om de filmsector te ondersteunen.

Vanuit de vaste samenwerking met het VAF participeren beide fondsen jaarlijks in speelfilms, lange animatiefilms en documentaires, die in coproductie worden gerealiseerd en in beide landen worden uitgebracht. Deze gezamenlijke regeling wordt gedeeltelijk aangepast. In het geval van coproductie waarin zowel VAF als Filmfonds anticiperen wordt de onderlinge bestedingsverplichting voor de selectieve fondsbijdragen tijdelijk los gelaten. Daarnaast neemt het VAF net als het Filmfonds een aantal aanvullende maatregelen. De volledige informatie over de steunmaatregelen vind je hier

Versnelde procedure aanwenden revolverende middelen

Dinsdag 31 maart 2020

Als onderdeel van de steunmaatregelen die het Fonds in aanvulling op de generieke maatregelen van het Kabinet heeft ingevoerd, hanteert zij een versnelde procedure voor het aanspreken van aan het Fonds terugbetaalde bijdragen uit exploitatie inkomsten, de zogenaamde revolverende middelen

Juist op dit moeilijke moment in de gehele sector is het cruciaal dat producenten en alle andere filmprofessionals op onderlinge afspraken kunnen voortbouwen en dat de revolverende middelen snel inzetbaar zijn. Zeker gezien het feit dat de hardste klappen vallen bij de zelfstandigen en ondernemers van ontwikkeling tot postproductie. 

De voor projecten gereserveerde revolverende middelen kunnen worden gebruikt om in deze periode nieuwe projecten op te starten, te investeren in lopende ontwikkelingen of producties. Door het verstrekken van een onderbouwing hoe en waaraan de middelen concreet worden besteed, kan hierop snel aanspraak gemaakt worden. In het geval dat de middelen al zijn gereserveerd voor de totstandkoming van een filmproductie en aantoonbaar onderdeel uitmaken van het financieringsplan, kunnen deze in een eerder stadium dan op de eerste draaidag betaalbaar worden gesteld.

Producenten worden in principe rechtstreeks benaderd, maar er kan ook direct contact worden opgenomen via email met Thomas van Tuijl: t.van.tuijl@filmfonds.nl.

Vind hier alle steunmaatregelen van het Filmfonds op een rij: https://www.filmfonds.nl/page/8492/nieuwe-update-alle-covid-19-updates-van-het-filmfonds

Brandbrief Kunstenbond en Creatieve Coalitie aan Tweede Kamer

Op 30 maart stuurden de Kunstenbond en de Creatieve Coalitie waar ook DDG deel van uitmaakt een brandbrief aan de Tweede kamer, waarin betoogt werd de TOZO (de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) geschikt te maken voor alle getroffen freelancers in de culturele en creatieve sector of ervoor te zorgen dat er op zeer korte termijn een niet terugvorderbaar voorschot uit een garantiefonds kan worden ontvangen. Lees de brief hieronder.

“Tweede Kamer
t.a.v. de kamerleden die zitting hebben in de
commissies EZK, OCW en SZW

Briefnr: 2020-719
Betreft: Brandbrief Corona Amsterdam, 30 maart 2020

Beste Kamerleden,

De huidige maatregelen van de rijksoverheid om het coronavirus tegen te gaan, hebben de creatieve en culturele sector op ongekende schaal schade toegebracht en zullen nog maanden schade toebrengen, wanneer deze niet voor deze sector aangepast worden.

De Tweede Kamer riep de minister op 12 maart middels de motie Jetten (D66) op, om te werken aan een steunpakket voor de culturele sector en noemde daar specifiek bij het grote percentage freelancers. Het is nu twee weken later en de minister schrijft in haar brief dat ‘de kabinetsmaatregelen toepasbaar zijn op het gehele culturele en creatieve veld.’ Dat zijn ze niet, en dat weet het ministerie.

Dat de minister in haar brief vervolgens zegt ‘met het veld te bekijken welke aanvullende maatregelen nodig zijn’, verhult slechts dat zij met de uitvoering van de motie Jetten nog nauwelijks verder is. En dat ondervinden velen in onze sector inmiddels aan den lijve. Specifieke maatregelen zijn nodig voor:

1. Freelancers die (tot voor kort) werden verloond (fictieve dienstbetrekking via de Artiestenregeling), die daarmee hebben bijgedragen aan het systeem van sociale zekerheid, maar die niet voldoen aan de wekeneis. En die wel hun inkomsten verliezen maar niet in aanmerking komen voor de WW. En aangezien het geen zzp’ers zijn ook niet voor de TOZO (Bbz versoepeling – Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers).

2. Zzp’ers die niet in aanmerking komen voor de TOZO, omdat zij (a) niet voldoen aan het urencriterium (denk aan hybride beroepspraktijken), (b) omdat ze pas na 1 jan. begonnen zijn als zzp’er, (c) omdat ze niet ingeschreven (hoeven) staan bij de KvK, of (d) enige andere reden.

3. Hybride zzp’ers, deels ondernemer, deels in loondienst. Vaak halen juist zij het urencriterium niet en werken ze deeltijd in sectoren (horeca) die ook volledig stil zijn gevallen.

4. Seizoens- en projectdynamiek. Omzet en inkomen worden vaak inherent onregelmatig verdiend. Een filmopname voor nu gepland stond, een piek in de muziek rond Pasen de Goede Week die wegvalt, festivals en evenementen die geen doorgang kunnen vinden. Daarin schiet de ondersteuning te kort, zoals de TOZO die uitgaat van een periodiek maandinkomen.

5. Oudere ondernemers, 65-plussers die wel werken, maar nog niet in aanmerking komen voor AOW en ook niet voor de TOZO. Oudere zelfstandige beroepsbeoefenaars staan ook niet altijd correct ingeschreven in het Handelsregister (was tot 1 juli 2008 voor hen ook niet verplicht).

6. Elke tweede zzp’er in gezinshuishoudens bestaande uit twee werkende zzp’ers die beiden geraakt worden door werkuitval als gevolg van de Corona-crisis. De gezamenlijke uitkering is te laag om het inkomen te dekken, maar zeker om (al gemaakte of doorlopende) bedrijfskosten te dekken. Niet iedereen, met name kleinschalige zzp’ers voldoen niet aan de TOGS-regeling, maar zitten wel met kosten.

7. Zzp’ers die gebruik willen maken van de TOGS maar niet de juiste SBI code hebben, denk bijvoorbeeld aan fotografen, freelance musici, beeldend kunstenaars; zij die geen beroepspraktijd buiten hun woonadres voeren maar daarvoor in hun woning een beroepspraktijkruimte hebben.

8. Zzp’ers die wel de juiste SBI-code hebben, maar toch niet aan de TOGS-criteria kunnen voldoen. Op een geringe winst drukt een verlies van € 3.000,- zwaar

9. Zzp’ers die een buitenlands niet EU paspoort hebben en met een verblijfsvergunning werkzaam zijn in Nederland. Of Nederlanders die in het buitenland wonen maar in Nederland werkzaam zijn.

10. In Nederland gevestigde zzp’ers die vooral internationaal werken en een wereldinkomen hebben zoals DJ’s en VJ’s zien hun inkomsten volledig wegvallen, maar kunnen geen gebruik maken van de TOGS en TOZO.

En boven alles, zij die nu in hun gemeente hun TOZO aanvragen en toch geconfronteerd worden met traditionele regelgeving waaronder vragen over bewijsmateriaal, die erop lijken dat er wél een inkomenstoets wordt gedaan. Er wordt wel gezegd dat de generieke kabinetsregelingen geen rekening kunnen houden met dit soort ‘kleine uitzonderingsgroepen’. Onze visie is: wanneer het zulke kleine groepen betreft, dan zijn de kosten op het grote geheel ook verwaarloosbaar. Wanneer de minister dit niet doet, ontstaat er een rechtsongelijkheid voor deze specifieke groep. De Kunstenbond en de Creatieve Coalitie vraagt de kamer daarom om de komende week voor een herkansing te gebruiken. De sector verliest zijn vertrouwen in de daadkracht van de minister en toegezegde steun. En ook voor de Creatieve Coalitie en de Kunstenbond wordt het steeds lastiger om verantwoordelijkheid te nemen voor de gemaakte vorderingen van de door de minister ingestelde taskforce.

Onze oproep: Maak de TOZO geschikt voor alle getroffen freelancers in de sector of zorg dat er op zeer korte termijn een niet terugvorderbaar voorschot uit een garantiefonds kan worden ontvangen. “

Namens de Kunstenbond en Creatieve Coalitie,

Anne-Marie Harmsen, directeur Kunstenbond
Ruud Nederveen, voorzitter Creatieve Coalitie”

Deelnemers aan de Creatieve Coalitie

Culturele en creatieve sector roept kabinet op tot overbruggings- en garantiefonds

‘De wanhoop nabij’, dat is de samenvatting van de noodkreten die de afgelopen dagen massaal te horen waren in de culturele en creatieve sector. Directe aanleiding was de brief die minister van Engelshoven vrijdag 27 maart jl. aan de Tweede Kamer zond.

Maandag 30 maart jl. heeft het gezamenlijke culturele en creatieve veld een noodoproep aan het kabinet gestuurd om robuust te investeren in een overbruggings- en garantiefonds voor de culturele en creatieve sector, dat zowel de liquiditeitsproblemen op korte termijn als de economische schade op middellange termijn kan opvangen, zowel voor freelancers als voor bedrijven en instellingen.

In de oproep aan het kabinet vraagt de sector expliciet de aandacht voor het acuut en massief stilvallen van culturele, educatieve en andere maatschappelijke activiteiten, dat tot onherstelbare gevolgen leidt in de culturele en creatieve sector: “Zonder publieksinkomsten staat de sector voor een massief liquiditeitsprobleem”.

De oproep is opgesteld door de taskforce van de gehele culturele en creatieve sector (inclusief erfgoed, cultuureducatie en amateurkunst) en reageert op het generieke steunpakket van het kabinet en de door minister van Engelshoven aangekondigde aanvullende coulance maatregelen ten tijde van de coronacrisis. “Deze maatregelen bieden onvoldoende soelaas voor dreigende faillissementen van instellingen en bedrijven en het op grote schaal wegvallen van inkomen voor artiesten en zzp’ers”.

De sector vraagt om financieel commitment van het gehele kabinet om dit overbruggings- en garantiefonds van de grond te krijgen. Generieke maatregelen matchen vaak niet of sluiten een groot deel van de sector uit. Veel organisaties zijn kwetsbaar vanwege hun seizoens- of projectdynamiek. Ook is er een beperkte toegang tot bancaire (overbruggings-)kredietlijnen, vanwege het vaak unieke, kleinschalige en risicovolle karakter.
Bovendien vallen veel zzp’ers in de cultuursector buiten de richtlijnen van de algemene regelingen voor zzp’ers van het kabinet. 60 % van de werkenden in deze sector is zzp’er.

“Juist nu is een constructieve en robuuste verbinding met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noodzakelijk om ervoor te kunnen zorgen dat de sector kan overleven en van waarde kan blijven voor leefbaarheid, educatie en economie in de samenleving”.

Lees hier de volledige noodoproep van de culturele en creatieve sector aan het kabinet.

COVID-19 *Nieuwe update* van steunmaatregelen Filmfonds

De COVID-19 uitbraak is een wereldwijde crisis waarin bovenal het zorgdragen voor de volksgezondheid voorop staat. We uiten daarom bij deze allereerst ons medeleven met zieken en nabestaanden en tonen ons solidair met het zorg- en veiligheidspersoneel dat zich op de beheersing van de crisis richt. Op deze pagina vind je alle updates rondom COVID-19 vanuit het Nederlands Filmfonds.

COVID-19: Steunmaatregelen Filmfonds

Vrijdag 20 maart 2020

In aanvulling op de omvangrijke generieke maatregelen van het Kabinet, gericht op continuïteit van ondernemingen en zelfstandigheden, onderneemt het Filmfonds actie door in te spelen op acute sectorspecifieke knelpunten bij films of filmactiviteiten.

We zijn ervan overtuigd dat, hoe eerder we tot een adequate respons komen, des te minder impact de effecten van de COVID-19 crisis uiteindelijk zullen hebben. We roepen dan ook andere financiers van films op hun activiteiten voort te zetten en coulance te tonen. Ook vragen we solidariteit van iedereen in de keten, van filmproducenten tot eindexploitanten, maar ook van verzekeraars en banken om filmprofessionals en hun werk in deze moeilijke tijd te steunen en hun verantwoordelijkheid te nemen in onder meer de overbrugging van inkomstenderving bij zelfstandigen.

Steunmaatregelen Filmfonds

Het Filmfonds zal gericht inspelen op specifieke knelpunten van de film- en AV sector: 

  • Een versoepeling in subsidievoorwaarden en verplichtingen voor reeds door het Fonds gesubsidieerde films en filmactiviteiten die nu in de uitvoering getroffen worden. Bijvoorbeeld een verruiming voor filmproducties ten aanzien van de oplevering en vertoning. Daarmee worden aanvragers in de gelegenheid gesteld om de productieplanning aan te passen of oplevering en uitbreng te verplaatsen zonder dat het een gevolg heeft voor de subsidieverlening. Voor meerjarige en projectmatig gesteunde filmfestivals en filmactiviteiten komt ruimte voor het later indienen van jaarverantwoordingen, het inzetten van eigen reserves en het niet
    terugvorderen van de subsidie, indien de huidige activiteiten als gevolg van COVID-19 geen doorgang kunnen vinden. 
  • Een verruiming van de bevoorschotting door bestaande subsidietermijnen geheel of gedeeltelijk te vervroegen en daarmee de reeds gemaakte kosten van crew- en castleden, filmbedrijven en investeringen in de productie waar mogelijk op te vangen. Het Filmfonds roept andere financiers op eveneens daartoe te besluiten. Het Fonds vraagt aanvragers deze kosten inzichtelijk te maken en, indien bevoorschotting vanuit het Fonds niet afdoende is om alle gemaakte kosten te dekken, tot onderlinge afspraken te komen met alle uitvoerenden die kosten gemaakt hebben dan wel recht hebben op een vergoeding bij aanvang van de productie. De aanvrager geeft het Fonds inzage in de besteding.   
  • Een aanvullende realiseringsbijdrage ter dekking van extra (pre)productiekosten die direct samenhangen met het uitstel, veranderingen of tegenslagen die vanaf maart 2020 zijn opgetreden en die bovenop de productiebegroting gemaakt moeten worden. In veel gevallen moeten kosten bij uitstel of herziene opzet opnieuw plaatsvinden of verandert de opzet en bezetting van de reeds selectief door het Fonds gesteunde productie. De extra bijdrage hangt samen met de aard en complexiteit van de problemen waarmee producties geconfronteerd worden. 

Afhankelijk van de onderbouwing van deze extra kosten komen we op een aantal indicatieve bedragen variërend van € 25.000 voor door het Filmfonds selectief gesteunde bioscoopdocumentaires en minoritaire coproducties tot € 50.000 voor speelfilms met een uitloop naar € 75.000 bij internationale gecoproduceerde speelfilms met productie in het buitenland. Voor producties die alleen vanuit de Production Incentive gesteund worden zal ook gekeken worden of, en zo ja waar, verlichting gegeven kan worden. 

De aanvullende bijdrage voor selectief gesteunde filmproducties geldt nadrukkelijk niet voor het opvangen van andere knelpunten in financiering of de productie die vóór maart 2020 zijn opgetreden en ook niet gerelateerd zijn aan COVID-19. De kosten voor de doorstart moeten inzichtelijk gemaakt worden en dienen met name ingezet te worden voor de extra kosten van uitvoerende filmprofessionals (crew, cast en filmbedrijven). Mits gedegen onderbouwd en financieel uitgesplitst zullen we de bedragen snel in de vorm van een aanvullende bijdrage betaalbaar stellen. De aanvrager garandeert dat de bedragen ook bij de betreffende crew, cast en andere opdrachtnemers terecht komen. Verantwoording vindt achteraf plaats. Waar van toepassing voorzien van een tussentijdse update na drie maanden. De systematiek voor het aanvragen van aanvullende bijdragen wordt begin volgende week gepubliceerd op de website.   

  • Een aanvullende distributiebijdrage bij noodgedwongen hernieuwde distributie en marketing van Nederlandse majoritaire speelfilms en bioscoopdocumentaires die met de start van hun uitbreng vanaf maart 2020 getroffen zijn door de plotselinge sluiting van bioscopen en filmtheaters. Wanneer de reeds gedane investeringen in marketing en distributie geheel opnieuw gedaan moeten worden gaat het om een indicatieve aanvullende bijdrage van maximaal € 10.000-25.000 per productie. Uiteraard afhankelijk van onderbouwing en herzien uitbrengplan.

Het Filmfonds zal de effecten op de korte en lange termijn nauwgezet blijven volgen en het ministerie van OCW daarover informeren. Een eerste inventarisatie van de effecten treft u aan in de bijlage.

Waar mogelijk en noodzakelijk zullen aanvullende maatregelen genomen worden. Houd hiervoor deze pagina in de gaten.

Bekijk hier de bijlage: COVID-19 Effecten voor de Filmsector

Nieuwsbrief OCW

Steun voor zzp’ers

Dutch Directors Guild wil steun voor zzp’ers tijdens Coronamaatregelen – Meld jouw ervaringen!

De uitbraak van het Corona-virus heeft ingrijpende gevolgen voor de culturele en creatieve sector, ook voor zelfstandige audiovisuele regisseurs. DDG krijgt meldingen van zelfstandige regisseurs die geconfronteerd worden met het plotseling stilleggen of het niet kunnen doorgaan van hun producties. Met als gevolg een onverwachte inkomensval.

DDG vindt dat het kabinet passende steunmaatregelen moet nemen voor zelfstandigen in de creatieve en culturele sector die door de uitbraak worden getroffen. Het kabinet kondigde vorige week wel maatregelen aan om getroffen MKB-bedrijven te steunen. Ook de Raad van Cultuur vraagt aandacht voor de positie van zzp’ers in de culturele sector, evenals de minister van OCW, Ingrid van Engelshoven. Zij heeft op vrijdag 13 maart een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de te nemen maatregelen. In deze brief schrijft zij onder meer ‘dat de instellingen de ontwikkelingen en richtlijnen nauwgezet volgen. De belangen en zorgen van deze sector worden meegenomen in de rijksbrede maatregelen. Over de aangenomen motie, die oproept tot een steunpakket voor de culturele sector, ben ik in overleg met de minister van Financiën over hoe we deze motie het beste kunnen uitvoeren.’

Word jouw beroepspraktijk geraakt door de uitbraak van het Corona-virus?
De Kunstenbond heeft een meldpunt geopend voor zelfstandige kunstenaars en alle zzp’ers in de culturele en creatieve sector, waar je je problemen en gederfde inkomsten kunt melden via een speciaal hiervoor geopende website.
Klik hier voor het meldpunt en meld je aan als film-, televisie-, of radio-regisseur. Mail ajb je problemen en gederfde inkomsten ook naar de DDG op: info@directorsguild.nl, zodat wij ook op de hoogte zijn, en de gevolgen voor de leden goed in kaart kunnen brengen om de politiek zo volledig mogelijk te kunnen informeren. 
Lees hier het bericht van de Kunstenbond (waarin ook een leidraad is opgenomen voor zzp’ers).

Juridisch advies voor regisseurs, die lid zijn van DDG en/of aangesloten bij VEVAM:  
Worden jouw producties gestaakt of onmogelijk en wil je advies over je juridische positie? Doe een beroep op onze juridische dienst en stuur een email naar: juridischedienst@directors.nl.

Teken de petitie:
Ook is er een petitie gestart dat zzp’ers ook financiële steun van de overheid moeten krijgen om er bovenop te komen. Teken het!
Je vindt de petitie hier: https://zzpernacoronacrisis.petities.nl/?t=ZZP%27ers

Nominaties DirectorsNL Awards 2020 bekend

In de afgelopen weken hebben meer dan 700 regisseurs hun stem uitgebracht voor de meest opmerkelijke regieprestaties van 2019.

Alfabetisch op volgorde van titel zijn de volgende producties genomineerd voor de DirectorsNL Awards 2019:

Speelfilm 
1. De Libi – Shady El-Hamus
2. Dirty God – Sacha Polak
3. Take Me Somewhere Nice – Ena Sendijarevic

Documentaire  
1. Erwin Olaf – the Legacy – Michiel van Erp
2. Rotjochies – Maasja Ooms
3. Ze noemen me Baboe – Sandra Beerends

TV Programma meercamera regie:
1. Ajax-Tottenham Champions League 1/2 finale Arena – Danny Melger
2. Oudejaarsconference Claudia de Breij – Misjel Vermeiren
3. The Passion – David Grifhorst

TV Programma ééncamera regie:
1. Brieven aan Andalusië – Stef Biemans
2. Floortje naar het Einde van de Wereld – Floortje Dessing
3. Stuk – Jurjen Blick

TV Dramaserie:
1. De Luizenmoeder, seizoen 2 – Diederik Ebbinge, Jelle de Jonge
2. De regels van Floor, seizoen 2 – Maurice Trouwborst
3. Treurteevee, seizoen 2 – Joost van Hezik

Animatie:
1. Human Nature – Sverre Fredriksen
2. Mind My Mind – Floor Adams
3. Undone – Hisko Hulsing

Podcast/Radio Regie:
1. Brand in het Landhuis – Simon Heijmans, Marion Oskamp
2. De Blankenberg Tapes – Tom Hofland, Pascal van Hulst
3. El Tarangu – Mirke Kist, Neele Eeckhout, Siona Houthuys

Digital Storytelling:
1. Born Free – Ilvy Njiokiktjien
2. Eight – Michel van der Aa
3. In My Absence – Maartje Nevejan, Niki Smit

Commercial:
1. AH Kerst – Jelle de Jonge
2. KLM “Maak je wereld groter” – Kay Lindhout
3. Tinder #Singlenotsorry – Basha de Bruijn

Korte documentaire:
1. 180cc – René van Zundert
2. Huidhonger – Lieza Röben
3. Hoofdzaken – Menno Otten

Korte fictie film:
1. En Route – Marit Weerheijm
2. Free Fight – Sven Bresser
3. Walking Fish – Tessa Meijer

De prijzen worden uitgereikt op donderdag 12 maart in Pakhuis de Zwijger. Naast de DirectorsNL Awards worden nog twee andere prijzen vergeven:

DirectorsNL Oeuvre Award
Elk jaar wordt daarmee een van de categorieën extra onder de aandacht gebracht, dit jaar is dat de sectie animatie. Deze prijs gaat naar Paul Driessen, “De meester van de handgetekende animatie”.

DirectorsNL Grand Prix 2019  
Een geldprijs van 5000 euro ter beschikking gesteld door het VEVAM Fonds, voor één van de winnaars uit de 11 categorieën.

DDG-leden en VEVAM aangeslotenen zijn van harte welkom bij de prijsuitreiking, die zal plaatsvinden tijdens een diner in de grote zaal. Met muziek van Brass Rave Unit. De presentatie is in handen van Howard Komproe.

Mis dit feestje niet. Kijk in je mail voor een link naar de kaartjes. Er is slechts een beperkt aantal dinerkaarten beschikbaar, dus wacht niet te lang.

Diner vanaf 18.30 uur (inloop vanaf 18.00 uur)
Na afloop: feestelijke borrel in de Foyer vanaf 22.00 uur.

Creatieve spil of uitvoerder?

De afgelopen maanden haalt Martin Scorsese fel uit naar superheldenfilms. Volgens de cineast zijn de blockbusters onverteerbaar; ze missen diepgang en reflectie. De Amerikaanse cineast beklaagt zich, net zoals Nederlandse makers, over de inhoudelijke kwaliteit van veel films. Ook in Amerika worden producties steeds meer bepaald door rendement denken in plaats van mensen met een artistieke visie.

Met titels als Spider Man en Captain America overheersen de superheldenfilms wereldwijd de box office, ook in Nederland. De films maken deel uit van de film-franchise van Marvel (Disney). Scorsese’s noemt de superhelden vakkundig gemaakt maar tegelijkertijd typeert hij ze als pretparken. Films die zoals een milkshake of een zakje pistachenootjes even voldoening geven maar niet beklijven.

Deze kritiek wordt hem niet in dank afgenomen; het zou niet van respect getuigen. Tegelijkertijd krijgt Scorsese ook bijval. Zoals o.a. van Terry Gilliam en Todd Phillips. De superhelden in spandex zouden niet alleen plat zijn, maar ook het filmklimaat kannibaliseren. De CEO van Marvel reageert met de opmerking dat Scorsese volgens hem overduidelijk nog nooit een superheldenfilm gezien heeft; anders zou hij niet zo kort door bocht zijn. Ook hij krijgt veel bijval. De opmerkingen van de inmiddels bejaarde cineast worden weggezet als een generatieconflict. Want zijn de superhelden van nu, niet de gangsters en outlaws uit de filmklassiekers? Zijn de Marvel films niet de Taxi Drivers en Raging Bulls van nu?

Het is moeilijk om de kritiek van een oudere generatie niet helemaal los te zien van de tijd die ons inhaalt. Tegelijkertijd positioneert Scorsese met zijn felle uithaal, zijn eigen film The Irishman, als serieus alternatief voor de superhelden. Maar de kritiek is meer dan een verkapte reclame of een generatieconflict. De ophef gaat ook niet over het verschil tussen publieksfilms en meer serieus drama; er zijn nu eenmaal verschillende soorten films. De discussie gaat volgens Richard Brody in de Newyorker vooral over een veranderend filmlandschap. Een verschuiving van losse producties naar series, met ingrijpende gevolgen voor de positie van de regisseur als creatieve spil.

De dominantie van de franchise-films of series, brengen een bepaalde productiewijze met zich mee. Ze wijken af van eenmalige producties doordat ze vorm krijgen in een streng bewaakt ecosysteem. Ze zijn onderdeel van een groter marketingplan; er zijn immers ook games, kleding, speelgoed en soms zelfs themaparken. Deze franchise-manier van produceren, brengt met zich mee dat het gezag van de regisseur ondergedompeld wordt in een netwerk van beslissingen van bovenaf. Er ligt immers een format waar niet van afgeweken mag worden. De regisseur is in deze constructie een uitvoerder of functionaris, net zoals bij televisieseries.

Voor de duidelijkheid, met de regisseur als uitvoerder is natuurlijk niets mis, er zijn veel verschillende soorten makers en films. Cinema balanceert altijd al tussen commercie, propaganda en kunst. Maar met de dominantie van de franchise-films lijkt dit speelveld een nieuwe fase te zijn ingegaan. De regisseur als uitvoerder is een totaal andere rol dan Scorsese voor ogen heeft.

De gelauwerde cineast benadert cinema als een kunstvorm. Films bieden vooral reflectie op wat het betekent om mens te zijn. Ze staan stil bij bredere sociale en politieke problemen, en dragen indirect bij aan het publieke debat. Volgens Scorsese biedt een geslaagde filmproductie de kijker een openbaring; op esthetisch, emotioneel en spiritueel niveau. De functie van een regisseur heeft in deze zienswijze een totaal andere rol dan bij franchise-films. Hij of zij is geen uitvoerder, maar een filmauteur die een eigen stempel op de productie drukt, iemand die het experiment niet schuwt en grenzen opzoekt.

Deze vrijplaats die cinema heet, is volgens Scorsese het afgelopen decennium verandert. Het denken in filmseries markeert een verschuiving van originele scripts en filmauteurs naar de marketingafdeling, naar het in kaart brengen van publieksbereik, lucratieve markten en naar het vermijden van risico’s. Films zijn steeds vaker gemaakt om aan een specifieke set van eisen te voldoen. Het is moeilijk om als regisseur hier weerstand aan te bieden en een eigen weg te volgen. Een voorbeeld hiervan geeft Todd Phillips in de Hollywoodreporter. De regisseur van de Joker vertelt over de moeizame bevalling van zijn film, de gesprekken met de studio gingen op een gegeven moment over de verkoop van Joker-pyjama’s, of de regisseur hier rekening mee kon houden.

Deze manier van produceren heeft tot gevolg dat vernieuwing en experiment (nog meer) naar de marge worden verdrongen. Terwijl dit juist de handelsmerken zijn van een filmauteur. In dit commerciële ecosysteem is een eigenzinnige regisseur riskant en ongewenst. Het publiek kan niet geconfronteerd worden met allerlei onhandige openbaringen, gelaagdheden of experimenten. Het gevolg is dat het beschikbare geld in grotere producties wordt gestoken en kleinere risicovolle producties worden vermeden.

Deze verschuiving is in zekere zin ook zichtbaar in Nederland. Voor de duidelijkheid het filmklimaat hier is natuurlijk niet te vergelijken met die in de V.S., maar er zijn enkele overeenkomsten. Het symposium ‘Waar leggen we de lat?’ van afgelopen jaar, liet zien dat de Nederlandse fictiefilm door makers veel te braaf wordt gevonden. Het ontbreekt aan avontuur en lef. In een enquête wordt aangeven dat er de afgelopen tien jaar slechts zes fictiefilms zijn gemaakt die de moeite waard zijn. De toenemende invloed van doelgroep- en rendement denken wordt door veel regisseurs als een van de obstakels genoemd. Het artistieke beleid wordt te veel door hokjes denken bepaald. In deze constellatie verwordt een film tot een product dat een afgebakend doel moet dienen.

Deze verschuiving van lef en experiment naar een spreadsheet, is juist datgene waar regisseurs ook Scorsese en Todd zich tegen verzetten. Ook zij vragen zich indirect af waar we de artistieke lat leggen.
Dit betekent niet dat er geen uitdagende films of series worden gemaakt. Een ontwikkeling is b.v. dat streamingdiensten zich als serieuze producenten ontpoppen, zo is Scorsese’s nieuwste film een Netflix productie. Het is een open vraag of dit structureel ruimte zal bieden aan gewaagdere en meer experimentele producties.

En recent won Bong Joon-ho de Oscar voor beste film. De Zuid Koreaanse film Parasite lijkt het soort film dat Scorsese voor ogen staat. De film is eigengereid, biedt verdieping en becommentarieert een bredere problematiek, in dit geval sociale ongelijkheid. Maar het is de vraag of deze eerste niet-Amerikaanse Oscarwinnaar een uitzondering is en de neergang van de filmauteur juist bevestigt.

(Foto Captain America van Randychiu – https://www.flickr.com/photos/randychiu/5587363715/, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=15548109)

Speech voorzitter Platform Makers

Speech Erwin Angad-Gaur, voorzitter Platform Makers bij jubileumbijeenkomst van Federatie Auteursrechtbelangen op 3 februari in Koninklijke Schouwburg Den Haag

Op zoek naar evenwicht

Het auteurs- en naburig recht is in beweging. Terecht is er daarbij
de afgelopen jaren meer aandacht voor de inkomenspositie van auteurs en
artiesten. In het beleidsstreven de inkomenspositie van kunstenaars te
verbeteren is het auteursrecht (en zeker het auteurscontractenrecht) een
belangrijk instrument. Toch werkt dat in de praktijk nog niet optimaal. Zoals
ook het auteursrecht op internet een lastige kwestie blijft. Een uitdaging dus
voor de komende jaren.

Berlijnse muren

Zoals toenmalig Euro-commissaris Neelie Kroes in 2010
constateerde: “Ons huidige gefragmenteerde auteursrechtensysteem is slecht
aangepast op de essentie van kunst. Kunst kent geen grenzen. In plaats daarvan
hebben intermediairs een belangrijkere rol dan artiesten. Het irriteert het
publiek dat het vaak geen toegang heeft tot het werk dat artiesten aan willen
bieden, een vacuüm dat gevuld wordt door illegale content. Artiesten lopen
daardoor de vergoeding mis die ze verdienen.” Zij karakteriseerde veel van de
huidige auteursrechtelijke regels als “een serie Berlijnse muren”. De
aanpassing van het recht op de nieuwe wereld blijft telkenmale achter, stelde
zij. Zij noemde daarvan ook een belangrijke oorzaak: “Handhaving van
auteursrecht is op dit moment vaak verbonden met gevoelige vraagstukken, zoals
privacy, dataprotectie en zelfs netneutraliteit. Sommige partijen hebben er
belang bij dit debat uit de weg te gaan of het op morele gronden te voeren, en
zo miljoenen burgers te demoniseren. Dat is een niet te handhaven weg.”

Tijdens de moeizame totstandkoming van de nieuwe
Auteursrechtrichtlijn vorig jaar zullen velen aan haar woorden hebben moeten
denken. Hoewel de nieuwe richtlijn belangrijke stappen zet, zijn er nog vele
stappen die zouden moeten volgen. In de richtlijntekst blijft (door compromis
op compromis) veel onduidelijk, dat in nationale wetgeving en in jurispudentie
nader helder zal moeten worden. Een definitieve oplossing biedt de richtlijn bovendien
voor veel knelpunten niet.

Platform Makers, het
samenwerkingsverband van vakbonden en beroepsorganisaties van auteurs en
artiesten, pleit online voor meer oog voor collectief beheersoplossingen. Zowel
in het belang van de consument als van de maker, de auteur en de artiest.
Verplicht (of vrijwillig) collectief beheer kan de licentie-impasse (de hoge
transactiekosten voor online diensten om licenties van rechthebbenden te
verkrijgen) doorbreken: kan helpen de ‘Berlijnse muren’ op internet te
doorbreken. Daarnaast biedt collectief beheer voor auteurs en artiesten het
voordeel van collectieve onderhandeling over de verdeling van opbrengsten. Een
tegenwicht voor de zwakke individuele onderhandelingspositie van veel makers.

Artikel 17

Meest in het oog springt, binnen de nieuwe richtlijn,
artikel 17 (het voormalig, veel besproken ‘artikel 13’). Platform Makers en de
bij Platform Makers aangesloten belangenorganisaties juichen zeer toe dat
Europa de principiële stap heeft gezet internetplatforms als YouTube en
Facebook niet langer in staat te stellen voor een appel en een ei gebruik te
(laten) maken van beschermde werken. De Europese wetgever zette helaas niet de
stap naar verplicht collectief beheer, hetgeen een one-stop-shop voor gebruikers
zou hebben gecreëerd en auteurs en artiesten een eerlijk aandeel zou
garanderen. Over de verdeling van de nieuwe online opbrengsten verzuimt de
nieuwe richtlijn harde kaders te stellen. Dat beschouwen wij als een zorgpunt.
Zoals bij bestaande diensten als Spotify en Blendl dreigen auteurs en artiesten
achteraan te moeten aansluiten en hernieuwd afhankelijk te worden van de
algemeen erkende zwakkere (en te zwakke) individuele onderhandelingspositie.
Wij vragen de Nederlandse overheid en de Tweede Kamer daarom nadrukkelijk
aandacht te geven aan de wijze waarop verdeling van online exploitatie tot
stand zal komen en komt, bij zowel bestaande diensten als bij de nieuwe
vergoedingen die vanwege licensering door artikel 17 tot stand zullen komen.

Bij de internationale lobby rond de richtlijn werd vanuit
sommige lobbygroepen telkenmale het angstbeeld opgeroepen dat de nieuwe richtlijn
het einde zou betekenen van het vrije internet. Middels filters zou beschermd
materiaal niet langer beschikbaar kunnen zijn, is de veel gehoorde bewering.
Auteurs en artiesten zijn echter niet uit op filters: zij maken hun werk juist
om gehoord, gelezen en gezien te worden. Zij willen verspreiding niet
verhinderen, maar willen wel een eerlijk aandeel in de exploitatie van hun werk.
Wij vragen de Nederlandse wetgever dan ook vanuit dat oogpunt wetgeving vorm te
geven.

Auteurscontractenrecht

In de loop van dit jaar volgt de evaluatie van het auteurscontractenrecht.
Wetgeving die tot nog toe niet het verschil maakte dat beoogd werd: de bescherming
van auteurs en artiesten tegen onredelijke contractvoorwaarden. Een correctie
op de door vele onderzoeken en instanties aangetoonde en bevestigde relatief
zwakke onderhandelingspositie van makers ten opzichte van hun exploitanten.

De nieuwe richtlijn biedt ook op dit gebied enkele
verbeteringen: de verplichting auteurs en artiesten niet enkel een billijke,
maar een ‘evenredige’ beloning te bieden en een nieuwe transparantieverplichting,
waarvoor ook auteurs en artiesten in Nederland al jaren gepleit hebben.

Daarnaast verzoeken wij de kamer en de wetgever met name om
aandacht voor de reikwijdte van deze wettelijke bepalingen. Wij vragen om ook
video on demand (VOD) en bioscoopvertoning onder de collectieve
vergoedingsrechten van 45d lid 2 te brengen. Om de mogelijkheid van collectief
onderhandelen uit te breiden en van een prikkel voor de sterkste marktpartij te
voorzien. Om het werkgeversauteursrecht (een uitzondering in Europa waardoor
auteurs in loondienst op een achterstand gezet worden) te schrappen. En om zowel
verplichte Fair Practice als inschrijving bij de Geschillencommissie
Auteurscontractenrecht in subsidiebeleid verplicht te stellen. Ook voor de
Publieke Omroep.

Maatschappelijk evenwicht

Het
auteursrecht, het woord zegt het al, is bedoeld voor auteurs, maar is in de
loop der jaren – evenals het naburig recht – meer en meer verworden tot louter
een exploitatierecht, dat in veel deelsectoren standaard aan exploitanten moet
worden overgedragen. Binnen de Federatie Auteursrechtbelangen werken wij graag
met producenten, uitgevers en omroepen samen; een goed partnership tussen
makers en exploitanten is een ideaal waar wij ook intern aan werken. Van groot
belang is en blijft echter het evenwicht tussen beide groepen fundamenteel te
herstellen, collectief en individueel. Voor auteurs en artiesten zelf, maar ook
in het algemeen maatschappelijk belang: de motor van culturele en
journalistieke creatie zijn de makers. De ‘auteursrechtrelevante sectoren’ zijn
goed voor 6 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product en 7,4
procent van de totale werkgelegenheid in ons land. De sector is van groter
economisch belang dan de bouw. Het is in ons aller belang dat de makers die de
basis vormen van deze belangrijke sector van hun werk kunnen (blijven) bestaan.  Daarin ligt wat ons betreft de belangrijkste
uitdaging voor de nabije toekomst.

Erwin Angad-Gaur, voorzitter Platform Makers

Shortcutz@DDG Avond – 10 feb

Maandagavond 10 februari is er weer een ShortCutz@DDG Avond in Het Ketelhuis.

Onlangs heeft Shortcutz Amsterdam haar jaarlijkse prijzen uitgereikt. Het zijn de winnende korte films die we deze avond gaan zien. De regisseurs zijn na afloop van de filmvertoning aanwezig voor Q&A’s, onder leiding van Maarten Treurniet en Alexa Rodrigues.

De films die we gaan vertonen, zijn: 

  • At First Sight, regie Sjaak Rood – winnaar beste animatie
     
  • Kraaiennest, regie Flynn von Kleist – winnaar beste regisseur, beste acteur, beste cinematografie 
     
  • Nobu, regie Sarah Blok, concept Lisa Konno – winnaar beste montage  
     
  • Orbit, regie Tess Martin – winnaar beste experiment
     
  • Tienminutengesprek, regie Jamille van Wijngaarden, winnaar beste scenario, beste actrice
     
  • Tribe of Ghosts, regie Almicheal Fraay – winnaar beste documentaire 

Shortcutz Amsterdam biedt een platform aan opkomend Nederlands talent om hun werk te presenteren, in contact te treden met hun publiek en contact te leggen met de gevestigde professionals uit de sector. Shortcutz helpt het nieuwe Nederlandse filmtalent ook om hun werken nationaal en internationaal te verspreiden via hun netwerk van meer dan 30 partners – waaronder Eye Filmmuseum, Pathé-bioscopen, festivals over de hele wereld en verschillende speciale aangesloten evenementen. Alexa Rodrigues legt het je allemaal uit op deze avond.

Zin om te komen? Reserveer je gratis kaartje via eventbrite. Introducees zijn van harte welkom.

Locatie: Het Ketelhuis
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis
Voertaal: Engels

P.S. Benieuwd wie er in de jury van Shortcutz 2020 hebben gezeten, kijk dan hier

Still: Tienminutengesprek

Filmmakers juichen aangekondigde investeringsverplichting toe

De beroepsorganisaties voor filmmakers, verenigd in Portal Audiovisuele Makers (PAM), juichen het voornemen van het kabinet toe om een investeringsverplichting in het leven te roepen voor bioscopen, omroepen en VOD-aanbieders. Zij zijn van mening dat het in deze voortdurend veranderende markt noodzakelijk is om andere manieren van externe financiering te vinden en een investeringsverplichting voor exploitanten klinkt daarbij als een logische en begaanbare weg.

Zij stellen tegelijkertijd nadrukkelijk dat de investeringsverplichting niet verward moet worden met auteursrechtelijke vergoedingen, die door distributeurs en andere aanbieders dienen te worden betaald. Het recht van filmmakers op een billijke proportionele vergoeding voor on demand gebruik van hun werken dient te allen tijde gewaarborgd te blijven. Daarnaast benadrukken zij dat filmmakers directe medezeggenschap behoren te krijgen bij de besteding van de opbrengsten. Kwaliteit staat daarbij voor de filmmakers voorop. De investeringsverplichting is voor het kerstreces in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd door de minister van OCW en de minister voor Media en is bedoeld als stimuleringsmaatregel voor de productie van Nederlandse films, series en documentaires.

De door PAM vertegenwoordigde filmmakers zijn van mening dat deze stimuleringsmaatregelen behulpzaam kunnen zijn om de kwaliteit van de Nederlandse film te behouden en te verhogen. Net als de ministers, streven de filmmakers naar een filmsector waarin er meer focus ligt op “eigenzinnigheid en authenticiteit”. Dit sluit aan op de uitkomsten van de enquête naar de kwaliteit van de Nederlandse film die vorig jaar is gehouden onder Nederlandse filmmakers (zie: https://filmmakersinitiatief.nl/).

Daarin geven de filmmakers in een grote meerderheid aan dat zij films willen maken van grotere culturele waarde, maar dat de daarvoor benodigde artistieke vrijheid en vertrouwen vanuit subsidiegevers/fondsen op dit moment te beperkt is. Dit komt in niet geringe mate doordat filmmakers individueel slechts in beperkte mate aanvragen kunnen doen bij de fondsen. In de regel mogen immers alleen producenten aanvragen, die vervolgens de regisseurs en scenaristen niet altijd de benodigde artistieke vrijheid geven omdat zij ook andere (commerciële) belangen vertegenwoordigen.

De filmmakers zijn van mening dat de voorgestelde investeringsverplichting de artistieke vrijheid wel degelijk kan vergroten, maar filmmakers moeten dan wel in staat worden gesteld om ook rechtstreeks te profiteren van deze stimuleringsmaatregel. In de brief aan de Tweede Kamer wordt het Abraham Tuschinski Fonds genoemd als mogelijke subsidiënt van het geld dat beschikbaar komt via de investeringsverplichting. Om tegemoet te komen aan de gestelde “eigenzinnigheid en authenticiteit”, is het echter essentieel dat de filmmakers direct kunnen aanvragen. De filmmakers wijzen er in dat verband op dat het Filmfonds een voorzichtig begin heeft gemaakt met het openstellen van regelingen waarin filmmakers onafhankelijk van producenten aanvragen kunnen indienen.

Verder dragen de filmmakers graag bij aan het sectorplan, dat de ministers zullen opstellen met “de partijen uit de productie- en exploitatieketen”. Als eerste schakel in die keten zien de filmmakers de uitnodiging tot gesprek hierover graag tegemoet.

Afsluitend melden de filmmakers verheugd te zijn dat in deze brief juist de kwaliteit van het product centraal staat. Het verbeteren van de kwaliteit en het aanbod van Nederlandse films, series en documentaires in een breed spectrum, is in het belang van de hele sector en niet in de laatste plaats van de filmmakers en natuurlijk het publiek.