Nominaties Louis Hartlooper Prijs voor Beste Filmpublicatie 2019 bekend

De jaarlijkse Louis Hartlooper Prijs voor de Beste Filmpublicatie wordt op zaterdag 28 september tijdens het Nederlands Film Festival uitgereikt.

De
prijs wordt voor de vijftiende keer uitgereikt aan een persoon die het
afgelopen jaar met een of meerdere publicaties een stimulerende bijdrage heeft
geleverd aan het denken over cinema en aan de verdieping van de Nederlandse
filmcultuur. De Louis Hartlooper Prijs voor de Beste Filmpublicatie wordt
jaarlijks uitgereikt onder auspiciën van de Louis Hartlooper Stichting. Met de
prijs hopen de initiatiefnemers het schrijven over film in Nederland onder de
aandacht te brengen en waardering uit te spreken voor idealisme, moed, inzet en
bevlogenheid. Een nationale filmcultuur is ondenkbaar zonder goede
filmpublicaties. Zonder referenties, reflecties, onderzoek, inventarisaties en
andere geschreven inzichten is er zelfs geen begin van filmcultuur.

Procedure
Elke deelnemende filmvakvereniging (te weten DDG, FPN, NSC, DPN en Netwerk Scenarioschrijvers) heeft uit eigen gelederen een representant gekozen die zitting neemt in de jury, die bestaat uit vijf leden. Zoals gewoonlijk is het Genootschap in juni gekomen tot een shortlist van genomineerde publicaties. De tweede week van september komt de jury bijeen om de winnende publicatie te selecteren. Tijdens de uitreiking van de prijs is de jury aanwezig om de jurykeuze toe te lichten.

Shortlist genomineerde publicaties
De vijf genomineerde publicaties voor de Louis Hartlooper Prijs voor de Beste Filmpublicatie 2019 zijn (in alfabetische volgorde):

  1. Diva – Erik Brouwer, Uitgeverij Bern, 2018
  2. Een jaar in het donker – Gerhard Hormann, Just Publishers, 2019
  3. Film Fun – Thys Ockersen, Thys Ockersen
    Films/Film Fun, 2019
  4. Haarlem
    Filmstad
    – Samenstelling
    Harry Hosman, Lecturis, 2019
  5. Prikkelend in hoge mate – Een
    geschiedenis van de bioscopen in Zutphen
    – Hans Heesen, Uitgeverij Siemes, 2018

Het Louis Hartlooper Genootschap
Het Louis Hartlooper Genootschap is gelieerd aan het Louis Hartlooper Complex (LHC) en de bijbehorende Stichting. Dit genootschap kent een wisselende samenstelling en bestaat uit tenminste zeven filmmakers en filmprofessionals die regelmatig bijeenkomen. Dit genootschap heeft in 2005 de Louis Hartlooper Prijs geïnitieerd. Het genootschap stelt zonder ruggespraak en in volstrekte onafhankelijkheid de shortlist samen, waaruit representanten van de filmvakorganisaties uiteindelijk de winnaar kiezen.

Prijs
Naast een eervolle plek, middels een fotografische afbeelding in de eregalerij van het LHC, bestaat de prijs uit een bedrag van 1.000 euro, een penning met oorkonde en daarnaast een Zwarte Spiegel. Bovendien krijgt de winnaar de uitnodiging om het jaar daarop tijdens de uitreiking een korte voordracht te houden over het belang van goede filmjournalistiek (doelstelling van de prijs indachtig). Dit jaar zal Nouchka van Brakel, winnaar van 2018, de lezing houden.

Genomineerden
Louis Hartlooper Prijs voor de Beste Filmpublicatie
2019
(in alfabetische
volgorde)

Diva – Erik Brouwer,  Uitgeverij Bern, 2018
Het onthullende verhaal over hoe Amsterdamse Jetje heel Hollywood op stelten zette en een wereldberoemde filmster werd
Er is één
Nederlandse actrice met een ster op de Hollywood Walk of Fame, maar vrijwel
niemand heeft over haar gehoord. Diva vertelt hoe de Amsterdamse Julie Goudeket
als 25-jarige haar ouderlijk huis ontvlucht en naar Amerika reist. Daar hult ze
haar afkomst in nevelen en speelt als de in Versailles geboren Jetta Goudal
verschillende rollen op Broadway. Al snel wordt ze gevraagd naar Hollywood te
komen. Daar viert ze triomfen in de zwijgende film naast sterren als Greta
Garbo, Rudolf Valentino, Gloria Swanson en Charlie Chaplin. Op basis van
honderden artikelen uit kranten, tijdschriften en filmbladen, vele interviews,
processtukken en aantekeningen van Goudal zelf reconstrueert Erik Brouwer op
vaardige wijze haar bizarre levensverhaal, waarin ze zelfs Hollywood tycoon
Cecil B. De Mille een proces aandoet en wint.

Een jaar in het donker – Gerhard Hormann, Just Publishers, 2019
Gerard Hormann, auteur van boeken met veelzeggende titels als Hypotheekvrij en Het nieuwe nietsdoen, bezocht in 2018 maar liefst 250 keer de bioscoop. Een jaar in het donker met als ondertitel  Wat doe je met je vrije tijd als je nooit meer hoeft te werken is daarvan de weerslag. In het voorwoord meldt hij: ‘Het afgelopen jaar probeerde ik alle films te zien die uitkwamen, zonder me te laten leiden door persoonlijke voorkeuren, recensies van journalisten of tips van vrienden.’ Hormann beschrijft hoe dat jaar hem vergaat en dat hij een gelukkig man is, ‘die iedereen alle geluk toewenst én een levenslange filmverslaving.’ 
In het slothoofdstuk van het boek meldt hij: ‘Als al die films iets teweeg hebben gebracht, dan is het dat ze me geduldiger, begripvoller, nieuwsgieriger en verdraagzamer hebben gemaakt.’

Film Fun – maandelijks tijdschrift – Thys Ockersen, Thys Ockersen Films/Film Fun, 2019
Film Fun is een digitaal (en gratis) filmmaandblad, zes jaar geleden opgericht door regisseur en journalist Thys Ockersen. Als filmjournalist voor Skoop en Het Parool bezocht hij in de jaren zeventig veel filmsets en sprak met grote namen als John Wayne, Dennis Hopper, Jerry Lewis, Don Siegel en Sam Fuller, beroemdheden die in Film Fun ook zomaar kunnen opduiken. In de loop der jaren is Film Fun steeds beter geworden, ook al omdat publicisten als Michael Helmerhorst, Peter Cuijpers, Bram Reijnhoudt en Thomas Leeflang Ockersen assisteren met prachtige verhalen waar de filmliefde van afdruipt. Van Josef von Sternberg tot Loet C. Barnstijns Filmstad, van Mutoscoop tot de Ondergedoken Camera, van Fitzcarraldo en Caruso tot Jack Palance, van horrorkoningin Ingrid Pitt tot komediante Lucille Ball. En dat elke maand.

Haarlem filmstad – Samenstelling Harry Hosman,Lecturis, 2019
Samen met enkele medeauteurs brengt Harry Hosman in een kloeke uitgave de rijke geschiedenis van Haarlem op het gebied van de film in kaart. Vanaf de eerste filmvertoning in Haarlem in een reisbioscoop in 1897 tot de komst van een multiplex met acht zalen in 2011. Niet alleen de vele bioscopen die Haarlem rijk was komen aan bod, Haarlem is ook de stad van illustere filmmakers als Jan Hin, J.C. Mol, Herman van der Horst en Gerrit van Dijk en van filmaffichepionier Frans Bosen. Bovendien was Haarlem de thuisbasis van de nationale trots Polygoon en huisvestte het van 1912 tot 1923 de grootste filmstudio van Nederland, Filmfabriek Hollandia. Ook al is er geen filmstudio meer, Haarlemse locaties, zoals het fraaie station, zijn veelvuldig te zien in Nederlandse films.

Prikkelend in hoge mate – Een geschiedenis van de bioscopen in Zutphen – Hans Heesen, Uitgeverij Siemes, 2018
In 2018 vierde het Luxor theater in Zutphen het honderdjarig bestaan. Dit was de aanleiding om een terugblik te geven op deze periode, met een extra aanloop van twee decennia voorgeschiedenis. Het is een fascinerend overzicht geworden van historische ontwikkelingen aan de hand van gevarieerde ‘human interest’ verhalen. Hans Heesen toont zich een vaardige schrijver en heeft zich goed gedocumenteerd. Zijn kenschets van de lokale situatie biedt de lezer tal van aanknopingspunten voor verbindingen met het landelijk filmklimaat door de tijden heen. In chronologische volgorde wordt smakelijk verteld over bijzondere mensen die te maken hadden met de lokale filmvertoning, van reizende bioscopen in de beginjaren tot de digitale projectie van vandaag.
Het boek sluit af met de strijdkreet “Op naar de volgende honderd jaar.”

Eerdere winnaars
De prijs is eerder toegekend aan:

  • Joyce Roodnat (2005)
    voor de artikelenreeks Europese Filmklassieken in M, het maandelijkse
    magazine van NRC Handelsblad;
  • Dirk Lauwaert (2006)
    voor zijn boek Dromen van een expeditie;
  • Annemieke Hendriks
    (2007) voor haar boek De pioniers. Interviews met 14 wegbereiders van de
    Nederlandse cinema
    ;
  • André Waardenburg
    (2008) voor zijn enthousiasmerende artikelen in NRC Handelsblad en Skrien;
  • Dana Linssen (2009)
    gewaardeerd om de brede en beschouwende journalistieke context als filmjournaliste
    van NRC Handelsblad en hoofdredacteur van De Filmkrant;
  • Oliver Kerkdijk (2010)
    voor zijn eigenzinnig romantisch taalgebruik en een indrukwekkende kennis van
    de filmhistorie, tezamen een ode aan de cinema vormend;
  • Eric Koch (2011), die
    door zijn grote liefde voor uiteenlopende filmgenres de afgelopen jaren veel
    heeft bijgedragen aan het filmbezoek en de filmbeleving in Nederland;
  • Gawie Keyser (2012),
    die film op een hoger plan weet te tillen door met liefde, passie én verhelderende
    inzichten te schrijven in o.a. de Groene Amsterdammer;
  • Bor Beekman (2013),
    voor zijn artikelen en interviews in De Volkskrant die hij schrijft met een
    gedegen kennis van zaken en met open vizier. Dat maakt zijn artikelen uitermate
    boeiend en getuigen van een grote liefde voor film;
  • Rob van Scheers &
    Paul Verhoeven (2013) voor Volgens Verhoeven. Een bundeling van de Volkskrant-reeks
    van 65 teksten waarin een aantal klassieke films besproken wordt;
  • Tjeu van den Berk en
    Marjeet Verbeek (2014) voor Het filmgesprek: woorden aan droombeelden
    wijden (spiritualiteit van de film).
    De winnende publicatie is doordrenkt
    van liefde voor de filmkunst, niet eenduidig en een pleidooi voor de
    onbevangenheid;
  • Ruud den Drijver (2015) voor Circus Bloteman – Biografie van Wim Verstappen, filmpionier
    uit de West.
    Een omvangrijke biografie over het leven en werk van
    een markante en veelzijdige regisseur, producent, lobbyist, docent en essayist;
  • Patricia Pisters (2016) voor Filming for the Future. The Work of Louis van Gasteren. Een meeslepend relaas van de carrière
    van de veelzijdige kunstenaar, maar ook een pleidooi voor zijn authentieke,
    gedurfde en betrokken manier van films maken;
  • Joyce Roodnat (2017) voor Hee… zie je dat!? – De films van Ed van der
    Elsken
    . Een ontrafeling van zijn
    autobiografische films op zo’n manier dat je zin krijgt de films te gaan
    (her)zien;
  • Nouchka van Brakel
    (2018) voor Scènes uit mijn eigen draaiboek.  Een heldere inkijk in het uitdagende proces
    dat film maken in Nederland is. Een prachtig zelfportret over een vrouw die
    haar tijd ver vooruit was, en zich schijnbaar moeiteloos staande wist te houden
    in een mannenwereld.

www.louishartlooperprijs.nl
Facebook Louis Hartlooper Prijs
Twitter Louis Hartlooper Prijs

BBP Light organiseert Kino Flo Seminar

Op 10 en 11 september organiseert BBP Light in samenwerking
met Kino Flo Lighting Systems het seminar:

De introductie True Match Firmware 4.0 met Camera Lut, Color Space, CIE en FX.

Tijdens dit seminar zal Mr. Frieder Hochheim (directeur en
oprichter Kino Flo) diepgaand ingaan op de nieuwste Kino Flo Firmware 4.0. en
het belang van de aanwezigheid van 2 white chips, belangrijk voor de Skintones,
in deze Kino Flo LED armaturen.

De geavanceerde kleur Science LED-technologie, bevat nieuwe
functies zoals Camera LUT, kleur en de nieuwe firmware functies Space, CIE xy
en FX (Effecten) DMX-regeling.

De Camera LUT is een manier om Kino Flo LED-armaturen met het witpunt van de camera te harmoniseren. Kino Flo heeft deze techniek in huis ontwikkeld en is daar uniek in!

Camera instellingen zijn op dit moment al beschikbaar voor
de Arri Alexa, Sony Venice, Panavision DXL, Panasonic Varicam en er zullen nog
veel meer camera instellingen volgen.

Color Space definieert de RGB-kleurruimte als een
middel om kleurpunten met elkaar te vergelijken tussen fabrikanten. Het
definiëren van de kleurruimte elimineert het gokken tijdens de post-productie
workflow en kleurgradatie. De opties voor kleurruimte zijn: rec 709/sRGB, P3
D65, rec 2020, ESTA E1.54.

De CIE xy-modus bepaalt de kleur die wordt weergegeven door de CIE xy-coördinaten. Met het gebruik van een kleurmeter zoals de Sekonic C-800 kan de gebruiker bijvoorbeeld een CIE xy-aflezing van een lichtbron van een andere fabrikant die een CIE xy functie heeft en voert de CIE xy coördinaten in een Kino Flo LED-armatuur om een vergelijkbare kleur te krijgen.

FX (Effecten) DMX-besturing is nu beschikbaar voor
populaire effecten zoals Candle, Fire, TV, Police, Lightning, Paparazzi, Pulse
en Scroll.  Eenmaal op het gewenste
effect, zijn er diverse pre-sets en parameters die handmatig kunnen of via
DMX-besturing worden gewijzigd.

Wanneer: 10 September en 11 September 2019.

Doelgroep: Directors of Photography, Regisseurs, Gaffers, Lighting Cameramen, Videomakers en Studenten met gerelateerde beroepsopleidingen.

Locaties
Dinsdag 10 September 2019
Ochtend:
9.30u – 12.00u Het Licht, H.J.E. Wenckebachweg 173 Amsterdam
Middag: 14.30u – 17.00u Lux & Co, Van der Madeweg 5A Amsterdam / Duivendrecht

Woensdag 11 September 2019
Ochtend:
9.30u – 12.00u Lichtmacht / Studio Honingstraat, Honingstraat 14B Hilversum
Middag: 14.00u – 16.30u Lichtmacht / Studio Honingstraat, Honingstraat 14B Hilversum

Toegang: Gratis (Geen aanmelding nodig, het seminar is vrij toegankelijk)

Oproep Telefilm 2019

Oproep voor het indienen van synopsissen voor het project Telefilm 2019.

CoBO voert een nieuwe ronde van het Telefilmproject uit. In dit project werken publieke omroepen samen met Nederlandse onafhankelijke producenten.

Een Telefilm is een Nederlandstalige televisiefilm van minimaal 80 en maximaal 100 minuten, primair gemaakt voor televisievertoning. De uiteindelijk geproduceerde Telefilms worden in 2021 uitgezonden op NPO 3.

Er kunnen 12 bijdragen verstrekt worden, voor het uitwerken van een synopsis tot een scenario. De selectie geschiedt door de publieke omroepen. Uiteindelijk worden er in coproductie tussen omroep en producent 6 Telefilms gerealiseerd. Telefilms zijn bij voorkeur niet gebaseerd op een tv-serie of boek.

Het thema is “crime” in de breedste zin van het woord. Originele, gedurfde en authentieke verhalen die ook genre overschrijdend mogen zijn. Voor een publiek van 16-34 jaar. Eigentijds, prikkelend en verrassend in een pluriforme arena. De synopsissen behoeven uitgewerkte en aansprekende karakters in een sterk verteld verhaal, zich afspelend in het nu, in een nabije toekomst of in desnoods een andere dimensie. Inclusiviteit is hierbij een gegeven.

Een belangrijke voorwaarde is dat het plan gerealiseerd wordt binnen het beschikbare budget per film van maximaal € 830.000 (productiefase). Voor de 1e fase én de 2e fase ontwikkeling is € 22.500 beschikbaar.

Voorwaarden indiening:
 het indienen van synopsissen is alléén mogelijk voor ervaren film-/tv-producenten
 de synopsis telt maximaal 4 pagina’s A4 (staand, enkelzijdig, géén voorblad of foto’s, alléén platte tekst)
 de synopsis is op alle bladen voorzien van een (werk)titel, naam auteur(s), datum en paginanummering
 bijgevoegd moet worden: een duidelijke curriculum vitae van zowel de schrijver als van de producent, (en indien bekend de regisseur) met telefoonnummer en e-mailadres van de producent
 het geheel (de synopsis én cv’s) beslaat niet meer dan 6 pagina´s A4 (PDF-bestand, staand en enkelzijdig)
 de synopsis en cv’s worden alléén digitaal (e-mail) ingediend als één PDF-bestand, dus géén hard copies per post of koerier insturen of in delen indienen
 schrijver & producent alsook regisseur & producent mogen niet een en dezelfde persoon zijn
 de producent, regisseur én schrijver hebben aantoonbare relevante werkervaring
 in eerdere rondes afgewezen synopsissen kunnen slechts met steun van een landelijke publieke omroep opnieuw worden ingediend
 indienen kan alléén digitaal, per e-mail, gebeuren via: cobo@cobofonds.nl o.v.v. Telefilm 2019 +titel

Indiening geschiedt uiterlijk in 1 november 2019 om 17.00 uur* bij CoBO.

  • Let op! De tijd van binnenkomst is bepalend en niet de tijd van verzending.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met CoBO, telefoon 035 – 677 53 48

NFF Extended Auteursrecht

De grote zaal van Eye Filmmuseum was op dinsdag 9 juli het podium voor vier topadvocaten die in het kader van NFF Extended openheid van zaken gaven over Auteursrecht in Nederland en het hoe en waarom van de historisch zo gegroeide verdeling van gelden. Met het oog op de veranderingen in het medialandschap hielden zij een warm pleidooi voor samenwerking op dit terrein tussen de in de sector werkzame beroepsgroepen. Op de publieke tribune een divers gezelschap van makers en producenten, die tijdens deze interactieve bijeenkomst een aantal interessante casussen inbrachten.

Verslag: Anton Damen
Foto’s: ©Almicheal Fraay

Wat is de stand van zaken aangaande het auteursrecht en de daaraan verbonden vergoedingen, en is het in Nederland net zo goed geregeld als in het buitenland? En wat gaat en moet er veranderen, bijvoorbeeld door de komst van steeds meer en nieuwe spelers op de markt, zoals de zogenoemde superplatforms? Moderator Monica Bremer (als advocaat gespecialiseerd in het ondernemingsrecht, met ruime ervaring in de cultuursector) stelt het nog wat simpeler; voor alle aanwezigen voor wie de wetsartikelen en alle bepalingen ondoorgrondelijke materie zijn: wat wordt er door wie betaald en door wie ontvangen? Slechts een kleine groep van de toehoorders wist wat een CBO (Collectieve Beheersorganisatie) was, maar bij nader inzien bleken de aanwezigen in groten getale toch aangesloten te zijn bij zo’n organisatie, en de term value gap bleek getuige de twee opgestoken vingers nagenoeg onbekend (in deze specifieke context: dat grote spelers als Netflix en YouTube wel geld verdienen aan de distributie van content, maar de makers van de content hiervan weinig of niets krijgen te zien).

Auteursrecht in vogelvlucht

Na het openingsstatement was de beurt aan Roland Wigman om als expert op het gebied van (film)auteursrecht het fenomeen in vogelvlucht te behandelen. Zijn presentatie is hier te bekijken.

Vanuit de zaal kwam onder meer de vraag hoe het zit met (in opdracht gemaakte) profielfoto’s van acteurs, die ze niet (zonder afspraken daarover met de fotograaf) zelf mogen gebruiken. Hier conflicteren twee verschillende rechten: het portretrecht (van de acteur) en het auteursrecht (dat bij de fotograaf ligt). In het kader van de verbinding is deze oplossing de mooiste: sluit een deal, want zonder wederzijdse toestemming kunnen beide partijen niets met het product doen.

CBO’s in Nederland

Advocaat Marijn Kingma, veelvuldig actief op het gebied van media en entertainment en als zodanig advocaat van een aantal CBO’s (ze voerde onder andere de procedure voor Lira tegen Ziggo over kabelvergoedingen en een arbitrage over VOD-vergoedingen voor Vevam, Lira en NORMA), schetste welke CBO’s actief zijn in de Nederlandse filmwereld en welke vergoedingen zij innen en verdelen. Haar presentatie is hier te raadplegen. Of dit alles nu ook in de praktijk werkt is een goede vraag; uit de vele opgestoken handen in de zaal kan je concluderen dat het VOD Aanhangsel met Derdenbeding in ieder geval herkend wordt uit de contracten.

Een korte blik op de toekomst. De huidige afspraken over collectief beheer en vergoedingsaanspraken (‘convenant’) lopen eind 2019 af, dus er moet een nieuw convenant worden uitonderhandeld, anders ontstaat er mogelijkerwijs weer een patstelling waarin het moeilijk films maken is. En er is de Europese DSM-richtlijn (Digital Single Market): de platformaanbieder -bijvoorbeeld YouTube- dient er alles aan te doen om toestemming te verkrijgen alvorens het werk te mogen plaatsen. En dus daarvoor te betalen. Want dat is de value gap: YouTube verdient veel geld aan de content (via advertenties), maar daarvan gaat er niets naar de makers daarvan. Ook de door YouTube gegenereerde inkomsten worden straks waarschijnlijk via de CBO’s verdeeld. Kingma geeft aan dat het belangrijk is dat de CBO’s samen een blok vormen, want samen sta je sterk. Betaald krijgen door YouTube is helaas nog niet realiseerbaar in de nabije toekomst; er is nog een lange weg te gaan.

College van Toezicht Auteursrechten

Als CBO’s voor auteurs de zaken regelen en in de gaten houden, wie houdt dan de CBO’s in de gaten? Daarvoor bestaat ook een organisatie: het College van Toezicht Auteursrechten, oftewel de CvTA. Voor de meeste aanwezigen een beetje ver van hun bed show, wellicht, maar tóch relevant, legde Sem Bakker, werkzaam bij het toezichtsorgaan als senior jurist/functionaris gegevensbescherming uit. Een belangrijk aspect van het CvTA is handhaving: vooraf, bijvoorbeeld wanneer een CBO de statuten wijzigt, en achteraf, in de vorm van een advies of, in het meest serieuze geval een sanctie. De presentatie van Sem Bakker is hier te downloaden.

Vraag uit de zaal: er ligt een nieuw wetsvoorstel waaruit het CvTA niet meer betaald wordt uit de overheid, maar vanuit de branche – waarom is dat? Bakker legt uit dat dat anno nu een gebruikelijke gang van zaken is bij toezichthouders. De overheid zal nog steeds bijdragen, maar het gros van het budget komt voor rekening van de branche. De organisatie is zich bewust dat het in zo’n situatie actief zal moeten strijden om het onafhankelijke karakter te behouden.

Uit de zaal kwam voorts de opmerking dat er in de afgelopen twintig jaar een wildgroei aan CBO’s is ontstaan. Waarom niet alles in één CBO ondergebracht, zoals de Deense en Zweedse collega’s hebben gedaan? Het antwoord is dat we te dealen hebben met een historisch zo gegroeide, maar daarom niet ideale oplossing. Eén organisatie die int en verdeelt voor iedereen lijkt te verkiezen, bijvoorbeeld ook voor andere makers als cameramensen, animatoren en visual effects-artiesten.

Voorgelegde vraagstukken

Na de lunch is er nog een interactief vervolg, in een wat selecter gezelschap dat via een app vraagstukken voorlegde aan de aanwezige advocaten. Soms algemeen, soms ook heel specifiek, maar daarom niet minder interessant (of entertainend). Wat kun je als acteur doen als een fragment van jou –zonder jouw voorafgaande toestemming- gebruikt wordt voor een ledenwerfcampagne van de omroep die de serie uitzendt, en wat is je status als rechthebbende acteur als je in een productie zit die louter en alleen uit bijrollen bestaat? Er komen schrijnende en serieuze kwesties voorbij, zoals dwingende NTR-contracten, maar er is ook ruimte voor hilariteit, als blijkt dat Kingma en Wigman redelijk recent nog tegenover elkaar te hebben gestaan in de rechtbank, over het al dan niet rechtmatige gebruik van een Franse chanson in een film.

Het vonnis van deze bijeenkomst? Het maakte de complexe materie inzichtelijk, was interessant én vermakelijk tegelijkertijd. Kortom: je hoeft geen Erin Brockovich of Jimmy McGill te heten om de wet smakelijk en vlot toe te lichten. De zaak is uiteraard nog niet gesloten: op dinsdag 1 oktober 2019, tijdens de 39ste editie van het Nederlands Film Festival, krijgt dit onderwerp een vervolg tijdens de NFF Conferentie.

Deze editie van NFF Extended kwam tot stand in samenwerking met Netherlands Society of Cinematographers (NSC) en Eye Filmmuseum en werd ondersteund door Auteursbond/Netwerk Scenarioschrijvers, Belangenvereniging voor Acteurs (Act), Eye Filmmuseum, Dutch Academy For Film (DAFF), Dutch Directors Guild (DDG), Film Producenten Nederland (FPN), Nederlandse vereniging van Cinema-Editors (NCE), Netherlands Society of Cinematographers (NSC) en Vereniging Nieuwe Film- en Televisiemakers (VERS).

‘Filmtaal past perfect bij de ervaring van absences’

In de poëtische documentaire ‘Ik ben er even niet’ gaat filmmaakster Maartje Nevejan op basis van haar eigen herinnering aan een absence-ervaring, op ontdekkingstocht naar de kracht én beperking van het menselijke voorstellingsvermogen. Nevejan vervlecht de persoonlijke verhalen van jongeren met wetenschappelijke bevindingen en werk van kunstenaars als Anish Kapoor. Nooit eerder kreeg een filmploeg toegang tot de studio van de geprezen beeldhouwer en zijn wereldberoemde kunstwerk ‘blackest black’.

De documentaire ging eind maart in première tijdens CPH:DOX en in Nederland op 19 juni in De Balie. De film is onderdeel van het transmediaproject ‘If You Are Not There, Where Are You?’ (IYANTWAY) en bestaat onder meer uit live events, een tentoonstelling en een virtual reality-installatie. In de researchfase hebben 10 jongeren in co-creatie met 10 kunstenaars hun ervaring met absence epilepsie gevisualiseerd. Een interview met regisseur Maartje Nevejan.

Hoe was de Nederlandse première in De Balie en hoe anders was het dan de première tijdens CPH:DOX in maart?

CPH:DOX was een eer. Het is een prestigieus internationaal filmfestival in Kopenhagen, met een geweldig Science-programma waarin onze film was opgenomen. Eerlijk gezegd ben ik niet goed in festivals. Voel me er vaak eenzaam en verloren. Het is vervreemdend om een eerste vertoning te hebben voor mensen die je niet kent. De hoofdpersonen uit de film waren wel gekomen, dus dat was fijn. Ook waren er mensen van de VPRO en het Filmfonds. Na de film was er een Q&A in de zaal, geen goed idee bleek achteraf. De film is een trip-achtige ervaring op zijn best, een Q&A haalt mensen meteen uit die ervaring. Wat me gered heeft waren de prachtige publieksreacties van de jonge mensen die vroegen of ik de dag erna les wilde geven op de Kunstacademie aldaar. Dat was zo leuk dat ik dat daarna nog een dag heb gedaan met Willemijn Cerutti, mijn producent en partner in crime.

De Nederlandse première was juist een heel intieme aangelegenheid. De jongeren uit de film en de kinderen uit het transmedia project waren er, met hun ouders. Maar ook de kunstenaars en wetenschappers die mee hebben gedaan, en de crew met hun vrienden en familie. Daarnaast hebben we afgelopen vijf jaar een groot netwerk opgebouwd doordat we steeds onze research hebben gedeeld op diverse locaties (KNAW, Cinekid, Stedelijk Museum, SPUI25 etc.) Ook veel van die mensen waren er. Door CPH:DOX wisten we dat we geen Q&A moesten doen, maar mensen in de ervaring van de film moesten laten. Dat bleek een goeie keuze, er was nu ruimte voor stilte en/of emoties die de film blijkbaar oproept. We hadden wel een intiem randprogramma met een miniconcert van Alex Simu, de componist van de muziek voor deze film. En we hadden een mimeografie in de sfeer van de film. Ik was en ben er erg gelukkig mee.

Ik
had nog nooit van absence epilepsie gehoord. Eén op de tweehonderd
kinderen heeft
absences. Dat is best veel. Heb je enig idee waarom er weinig over
bekend is?

Epilepsie
heeft een heel slechte naam. Mensen zijn er bang voor. Al duizenden
jaren, want het is de oudst beschreven ziekte. Hippocrates schreef al
over “the sacred disease”, maar het volk dacht dat je
verdoemd was. Dus dat er weinig over bekend is, is uit angst en omdat
het zo moeilijk is om taal te vinden voor iets dat zich vanbinnen
afspeelt en waar je vanbuiten bijna niets van ziet.

Ik had weleens gehoord van het fenomeen waarbij iemand even helemaal uitvalt of plotseling in een diepe slaap valt. Is dat hetzelfde?

Nee, dat is narcolepsie. Absences hebben een heel specifiek hersenpatroon dat je kunt meten. Dat is anders. Hoe narcolepsie vanbinnen voelt, weet ik niet.

Glinsteringen
wekten bij jou absences op, vertel je in de film. Wat voor
verschijnselen waren er nog meer die dat uitlokten?

Lage zon door de bomen, draaikolken, dimensies die te groot of te klein zijn zoals de poppen die bij de RAI staan, wolkendekken die over elkaar heen schuiven, bepaalde geluiden, hemels licht, aarde donkerte, de blik van Pepper/ Police Woman [agente uit de gelijknamige Amerikaanse politieserie uitgezonden in de tweede helft van de jaren 70, gespeeld door Angie Dickinson], beulen die glimlachen, seksuele spanning bij gevaarlijke mensen, angst, kunstwerken van Anish Kapoor.

Absences
kunnen heel angstig, maar ook heel pre
ttig
zijn, las ik. Zijn ze vaker onplezierig dan leuk?

Dit raakt aan wat in de kunst het sublieme wordt genoemd. Ervaringen die groter zijn dan jij kunnen zowel gevoelens van grote angst als grote schoonheid oproepen. Denk aan liggend kijken naar een sterrennacht. De onbegrijpelijke oneindigheid kan je in twee richtingen tegelijk duwen. Eenwording met het geheel of het verdwijnen in het geheel. Omdat absences vooral voorkomen als je kind bent, zijn dit soort ervaringen meestal angstig. Er is dan (nog) geen taal voor.  Voor mij zijn ze een poort geweest naar de binnenwereld. Het besef dat het iets oprijst uit het niets; black is not a colour but a space. De kunst bij het filmen was dat vorm te geven.

[embedded content]

Zowel cameraman Jean Counet als geluidsman Fokke van Saane zijn diep meegegaan in het vormonderzoek om ergens tussen sprookje en nachtmerrie uit te komen, zonder zweverig of te realistisch te worden. Ik had me geen betere crew kunnen voorstellen. Iedere draaidag probeerden we ons vrij te spelen; lak te hebben aan alle regels, zowel de geschreven als de ongeschreven. Geen experiment werd geschuwd, ook heel lelijke niet. Ik heb bij editor Gys Zevenbergen heel wat schaamte moeten overwinnen. Ik had deze film nooit kunnen maken zonder Gys. We hebben elkaar versterkt in het vinden van de onlogica van het onderbewuste, omdat we een film als een ervaring wilden maken, en niet óver een ervaring. Gys is bovendien niet bang voor de donkere diepte, hij houdt ervan. Hij worstelt net als ik iedere montagedag om de moed en concentratie op te brengen om de donkerte niet te schuwen en het tegelijkertijd toch licht van toon te houden.

If
You Are Not There, Where Are You? is een zogenaamd transmedia
project: alle onderdelen samen vertellen één verhaal. Het verhaal
over waar je bent, als je er even niet bent. Waren de onderdelen
vanaf het begin zo bedacht of is het op een Nevejan-manier
associatief gigantisch uit de hand gelopen?

Je woordkeus doet me denken aan de leukste zin in alle recensies. Dana Linssen noemt de film “Even ongedisciplineerd als rijk geschakeerd en mateloos fascinerend”. Ik maak al twintig jaar transmedia-projecten. En hoor ook al twintig jaar dat het uit de hand loopt en of het ietsje minder kan. Een van de beste dingen van ouder worden is dat je aan dat soort zinnen voorbij gegroeid bent. Ja, het was allemaal vooraf bedacht, en ja, gelukkig liep het daarin voortdurend uit de hand. Een goed draaiend productie team is daarbij essentieel. Ik ben niets zonder mijn productiemensen. Het gaat er toch om al die ideeën te materialiseren, en bij zoveel elementen is er een strakke planning en voortdurende aandacht nodig, dat kun je niet in je eentje. Vaak reserveren we een moment voor associaties in de productievergaderingen…. What if? Hoe de uiteindelijke elementen samen komen is echt een Gesammt kunstwerk, iedereen creëert mee.

Hoe
ben
je met Anish Kapoor in contact gekomen en hoe
was
het om
hem
te
ontmoeten?

Ik heb een korte mail gestuurd naar het mailadres van zijn studio dat ik online had gevonden. De onderzoeksvraag If You Are Not There, Where Are You? opende ook hier weer de deur. Binnen een dag nodigde hij me uit in zijn studio in Londen.
Ik was heel erg zenuwachtig. Willemijn ging mee en ze probeerde me vooraf vooral uit mijn “groupie-gedrag” te krijgen. Wat volgde was een van de mooiste gesprekken uit mijn leven. Kapoor en ik waren op het einde beiden in tranen. Het is nogal wat om elkaar in die meest intieme plek te ontmoeten die je juist altijd verborgen houdt. Zo makkelijk als de eerste ontmoeting ging, zo moeilijk werd de tweede. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat er met allerlei advocaten en managers een afspraak kon worden gemaakt om te filmen. Esther van Lune, een van ons productieteam, heeft daarbij een wonder verricht. Kapoor heeft namelijk ook een waanzinnig productieteam om zich heen, dat hem overal voor afschermt. Op het laatst kregen we ook nog ineens een mail dat we het Kapoor Black niet mochten filmen. Dat was een enorme teleurstelling, maar we besloten toch de gok te wagen en te gaan.

We begonnen die ochtend in het kantoor. Kapoor vroeg waar we wilden filmen, in het kantoor of in de studio. Daar schoot ik van in de lach: Is er ooit iemand die kiest om in het kantoor te filmen? Waarop hij antwoordde dat hij nog nooit een filmploeg had toegelaten in de studio. “That really helps for my nerves” zei ik, “Let’s go to the studio”. Tijdens het filmen zelf mocht op initiatief van Kapoor ineens wel alles, zodat we nu de première hebben van zijn experimenten met het Kapoor Black. Buitengewoon gul van hem.

Even een zijpaadje: Wat vind je ervan dat Kapoor patent heeft op zijn zwarte verf en het niet wil delen?

Ik deel de verontwaardiging van veel kunstenaars niet. Ik heb zelf ooit een voorstelling gemaakt over YKB, Yves Klein Blue, omdat ik gefascineerd ben door monochrome kleuren. Daar hoor je niemand over klagen. AKB, Anish Kapoor Black, roept veel agressie op. Over honderd jaar kraait er niemand meer naar, als Kapoor er tenminste uit komt. Kapoor Black komt voort uit Vantablack, ontwikkeld door Nasa. Ze hebben Kapoor het patent gegeven om met dit zeer fragiele materiaal te werken, omdat het aansluit bij zijn thema’s en hij de capaciteit heeft in de studio om de omstandigheden te creëren waaronder dit zwart houdbaar blijft. Hij stopt heel veel energie en geld in het onderzoek naar hoe hij van Vantablack tot Kapoor Black kan komen om het te exposeren, dus is het voor mij logisch dat hij er (voorlopig) het alleenrecht op wil. Hij koopt er tijd mee. Toen ik Kapoor voor het eerst ontmoette dacht hij dat hij binnen tien maanden een expositie zou kunnen geven. Inmiddels zijn we jaren verder en vorige week vertelde hij dat het nog wel jaren zal gaan duren voor hij naar buiten kan komen met een werk.

Wanneer
wist je zeker dat je deze film wilde maken?

Het
was eerder een langzaam groeien naar een vorm. Zeker weten was nooit
aan de orde. Ik heb lange
tijd
niet de moed gehad om dit project te starten. Ik ben in 2013 naar New
York gegaan
om Oliver Sacks te spreken. Hij werd toen 80 jaar, inmiddels is hij
overleden.
Toen ik met hem sprak over absences zei hij: “I
can’t proof it scien
tifically,
but I am convinced that this is the stuff that fairytales and myths
are made of”.
Dat
was de ingang naar de vorm van
de storytelling in de film. Ook ontstond in New
York de
onderzoeksvraag die vijf
jaar lang vele deuren zou openen: If You Are Not There, Where Are
You? Daarna was er het moment op een dak in Amsterdam dat ik bier zat
te drinken met twee collega filmmakers. We hadden het over welke film
we nog niet hadden gemaakt omdat we er angst voor hadden. We besloten
elkaar te supporten in het durven maken van deze projecten. Dat
hielp.

Om nog zekerder te worden en me in het jargon van de epilepsie in te werken heb ik mijn spaargeld opgenomen om even niets naast dit onderzoek te hoeven doen. Van dat geld ben ik naar New York geweest, heb ik in een ziekenhuis stage gelopen bij een kinderneuroloog en de eerste interviews gemaakt met kinderen en jongeren met absences. Na die interviews wist ik: ik heb een project, nu kan ik de financiering gaan regelen. Op basis hiervan heb ik een eerste plan geschreven, dat ik later met de producent heb uitgewerkt. Zeker ben je pas als het ook lukt om je plan te financieren. Dat is beetje bij beetje en fase voor fase gelukt.

[embedded content]

Een
belangrijk moment tijdens het draaien van de film was dat ik besloot
de Engelse jongeren die ik had gecast en geïnterviewd toch niet te
gebruiken. Ik heb geen netwerk in Londen en ik moest alles dus
officieel huren en regelen. Het werd behalve onoverzichtelijk ook
veel te duur en tijdrovend. Ook al was het beter voor de
internationale release die ons voor ogen stond, ik besloot het met de
kids te doen waarmee ik al in het transmediaproject had gewerkt. Maar
hoe dit te doen?

De vorm ontstond toen ik in de Tate Modern op een tentoonstelling was. Ik nam een foto van een geprojecteerd werk, terwijl mijn eigen schaduw op de projectie viel. Ik heb twee uur op een bankje voor dat werk gezeten en in die uren ontstond in mijn hoofd het plan voor de vorm van de film. Vervolgens heb ik met Fokke en Jean een studio gebouwd in de garage van een vriend en zijn we gaan experimenteren met onze footage. Daarin hebben we het hart van de film gedraaid, dat de binnenwerelden van mij en de hoofdpersonen visualiseert. Na die draaidagen wisten we: we hebben een film.

Nu, na alle mooie recensies ben ik pas echt zeker. Ik heb de wereld onderschat. Ik heb zo lang gedacht dat niemand deze ervaringen zou begrijpen, en het blijkt dat dit niet het geval is. Dat is ongelofelijk heilzaam, niet alleen voor mij maar ook voor de andere hoofdpersonen van de film.

Op
een bepaald moment in de film (het zit ook in de trailer) zeg je
geëmotioneerd tegen je zus: ‘Ik heb m’n hele leven moeten
opboksen tegen de realiteit. Ik zie haar anders.’ Hoe heeft
angst en onbegrip voor jouw ervaringen met absences je leven
beïnvloed?

Niet de angst en het onbegrip, wel de ervaring zelf heeft mijn leven beïnvloed. Ik was al heel jong overtuigd dat er niet zoiets bestaat als één objectieve werkelijkheid, maar dat die subjectief is. Ik raak wel nog steeds geëmotioneerd als ik tijdens interviews geconfronteerd wordt met jongeren die voor het eerst in hun leven het verhaal van hun absences aan mij vertellen. Hoe bang ze zijn geweest en hoelang ze niet zijn geloofd door mensen die leven vanuit “Zo is het niet, want ik zie het niet ”. Ik deel die angst, maar zie inmiddels ook de schoonheid ervan.

Hoe
was het om erachter te komen dat jongeren – in tegenstelling tot wat
wetenschappers lang beweerden – net als jij, wel degelijk
herinneringen hebben aan absences?

Erg
ontroerend. Ik kon het niet geloven. Ieder interview weer, ook in
Londen en New York, opende de verhalen die zo lang opgesloten zaten.
De crux was het vragen naar de locatie. Waar ben je? Willemijn heeft
mij gestimuleerd om die verhalen te vertrouwen. Ik
bleef maar tegen haar zeggen dat ik echt niet wist of het waar was,
en dat dit veel verder ging dan het imposter syndroom. De ommekeer
kwam toen ik besefte
dat het gevoel van “niet echt zijn, niet waar zijn” deel van de
absence-ervaring is. Ik kan het nog steeds niet geloven eigenlijk.

Heb
je het over absence heen groeien als een verlies beschouwd?

Soms.
Maar ik ben vooral heel blij dat ik ze niet meer heb. Ik zou echter
niet willen dat ik ze nooit had gehad. Ze hebben me veel geleerd.

Hoe
dicht komen de kunstwerken bij het verbeelden van de absences die de
jongeren ervaren, denk je?

Ze
zijn het steeds bijna
maar
net
niet.
Wat
in de filosofie zo mooi het what-it-is-likeness
genoemd wordt. Er
zitten
dezelfde eigenschappen of variabelen in. Daardoor herkennen we ook
(delen in) elkaars kunstwerken. Iedereen vult het verhaal van die
ervaring op een unieke manier in. We hebben allemaal hetzelfde
verhaaltje; jaar in jaar uit. Niek zegt het heel mooi in de
researchfilm: Alsof je steeds dezelfde film ziet, maar
dan voor de eerste keer. Dat
maakt het ook anders dan dromen, want
dromen zijn iedere
dag anders. Absences zijn altijd hetzelfde, of je nu
vijf jaar
bent of vijfentwintig.

Filmtaal past perfect bij de ervaring van absences. Een onvrijwillige montage van je leven. Bij een film kun je je ook afvragen: waar is de film? Is de film de informatie op je harddisc, bestaat ‘ie in het licht van de projector, op het scherm of construeer je hem steeds opnieuw in je hoofd? Vanuit de variabelen in de verhalen heeft Monobands de VR installatie gebouwd. Hoe abstracter, hoe dichter bij de ervaring, zo leek het. En toch hebben wij mensen het nodig om de abstractie in te vullen. Dat proces zit letterlijk in de film.

Kun
je iets vertellen over je eigen ervaring met de VR-installatie?

Virtual
reality is natuurlijk een pracht medium om mee te werken als je dit
soort fenomenologisch onderzoek doet. Monobanda heeft als filosofie
dat VR een lichamelijk medium is en daarom heb ik gevraagd of zij met
de jongeren wilden werken. De jongeren vonden het zelf ook heel cool
om met VR te werken. Ik ben heel blij met het resultaat. Het is een
heftige installatie geworden op de grens van wat toelaatbaar is om
mee te maken in je lichaam. We hebben het getest op Cinekid en daar
vonden de kids het spannend, maar niet te eng. Volwassenen in het
Stedelijk Museum vonden het een heftige ervaring en een paar keer
kreeg iemand een anxiety attack. Als je heel
gevoelig bent voor donkerte, raden we de VR sindsdien af.

De
inspiratieavond die we met de Monobanda, neurologen en sjamanen
hebben georganiseerd staat in mijn geheugen gegrift.
Virtual Reality bleek een brug te kunnen slaan tussen hard core
neuro-wetenschap en de oeroude wijsheid van sjamanisme. Alle drie
werken dagelijks met virtuele realiteiten en dealen met dezelfde
vragen, maar net op een andere manier.

Een ander onderdeel is een research-film van dertig minuten. Wat is er in die film te zien?

In de researchfilm zie je sec hoe de kunstenaars met tien kinderen en jongeren hebben gewerkt. Er wordt met behulp van de film inmiddels les gegeven aan studenten medicijnen en aan kunstacademies. We hebben als bijvangst van het hele project nieuwe kennis over absences ontdekt. Tot nu toe leerden artsen dat er geen bewustzijn was tijdens absences. Wij laten zien dat er wel een soort van bewustzijn is en kunnen dat onzichtbare zichtbaar maken.
Bewustzijn is eeuwenlang een woord geweest dat niet genoemd mag worden in de wetenschap. Dat is aan het veranderen. Onder andere door de ontwikkeling van AI [artificiële intelligentie] en Robotica. Wat maakt ons mensen als soort anders? Hoe overleven we? Er zijn allemaal heel spannende experimenten aan de hand. We zijn nog maar aan het begin, maar het is een net zo opwindend avontuur als indertijd de reizen van de ontdekkingsreizigers in de buitenwereld.

Een
van de jongeren heeft
wellicht haar abstracte angsten omgezet in een concreet dier: de
wolf. Welke angst werd bij jou gepersonificeerd door Pepper? Of was
zij enkel een toevallige trigger?

Ik was twee toen ik absences kreeg, toen hadden we nog geen televisie. Ze kan het dus niet getriggerd hebben. Pepper is er later bijgekomen en aangezien zij de eerste figuratieve expressie was van mijn abstracte angst, en iedereen in de buitenwereld haar wel kon zien, is zij de personificatie van mijn absences geworden.

Ik
heb verschillende hypotheses waarom zij. Die zijn ontstaan in het
montageproces met Gys Zevenbergen. Hij was de eerste die net zo diep
kon en wilde duiken in deze materie als ik. Daar op ingaan is een
interview op zichzelf.

=
= = = = = = =

Ik ben er even niet draait in verschillende bioscopen in Nederland. Onder andere in: Ketelhuis Amsterdam / Lux Nijmegen / Focus Arnhem / Filmschuur Haarlem / Filmhuis Alkmaar / CineBergen Filmtheater Hilversum / LantarenVenster Rotterdam / Filmhuis Den Haag
Tot en met zondag 14 juli is de tentoonstelling IYANTWAY en daarmee het complete transmediaproject, voor publiek te bezichtigen bij Beautiful Distress House in Amsterdam Noord (NDSM).
Daarna zal het geheel ook te zien zijn tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht en InScience Film Festival in Nijmegen. Kijk voor meer informatie op: www.areyouthere.nl en volg alles rond het project via:
https://www.facebook.com/areyouthere.nl/

Bero Beyer wordt nieuwe directeur/bestuurder Nederlands Filmfonds

Bero Beyer wordt per 1 maart 2020 de nieuwe directeur/bestuurder van het Nederlands Filmfonds. Hij volgt Doreen Boonekamp op, van wie de maximale benoemingstermijn in oktober 2019 verstrijkt.

Bero Beyer heeft zijn sporen verdiend in de nationale en internationale filmindustrie. Hij is sinds 2015 directeur van International Film Festival Rotterdam (IFFR). Beyer zal in deze hoedanigheid in januari 2020 voor de laatste keer het festival leiden. Van 2013 tot 2015 werkte Bero Beyer ook voor het Filmfonds, als filmconsulent speelfilm. Daarvoor was hij als producent met zijn productiebedrijf Augustus Film betrokken bij onder meer de prijswinnende speelfilms Rana’s Wedding (Cannes 2002), Paradise Now (2005) en Atlantic. (2014).

De Raad van Toezicht van het Filmfonds (RvT) is zeer verheugd met de komst van Beyer. Laetitia Griffith, voorzitter RvT: “Met Bero Beyer krijgt het Fonds een ervaren, kundige en bevlogen nieuwe directeur/bestuurder met grote artistiek-inhoudelijke en zakelijke kennis van film en een breed netwerk in de snel veranderende internationale filmsector. Wederom treedt een energieke en verbindende directeur/bestuurder aan met een scherp oog voor de uitdagingen en kansen binnen de filmsector. Wij zijn ervan overtuigd dat hij samen met de verschillende organisaties in de (inter)nationale film- en mediasector, de rijksoverheid, de cultuurfondsen en andere partijen zal blijven zorgdragen voor verhoging van de kwaliteit, diversiteit en zichtbaarheid van Nederlandse films.”

Bero Beyer: ”De afgelopen jaren heb ik voor International Film Festival Rotterdam mijn liefde voor film in zijn vele vormen over willen dragen. Cinema van kort tot lang, van fictie tot documentaire en hybride, episodisch of geanimeerd, van toegankelijk tot experimenteel. Ik kijk er enorm naar uit om mij na de 49e editie van IFFR vanuit het Filmfonds in te zetten voor Nederlandse cinema waar men zich in kan herkennen en door geïnspireerd raakt. In het besef dat film een prachtig medium is, invloedrijk en relevant, en floreert door een gezonde cinemacultuur.”

De RvT is Doreen Boonekamp, die tot 3 oktober 2019 als directeur/bestuurder aanblijft, zeer erkentelijk voor haar inzet en strategische rol in de samenwerking met de overheid en de sector de afgelopen tien jaren. “Het Fonds is onder leiding van Doreen uitgegroeid tot een proactieve en professionele organisatie met een breed nationaal en internationaal netwerk. Doreen heeft daarnaast een sterk accent gelegd op internationale samenwerking door het aangaan van partnerships met fondsen, coproductiemarkten en talentlabs en door coproductieverdragen. Belangrijke speerpunten vormden de invoering van de Film Production Incentive en de Netherlands Film Commission. Ook introduceerde Doreen naar Scandinavisch voorbeeld het consulentensysteem voor de selectie van aanvragen, naast het model met adviescommissies. Wij zijn haar zeer dankbaar dat zij zich jarenlang met tomeloze energie en passie heeft ingezet om de positie van de Nederlandse film en filmmakers te versterken en de internationale concurrentiepositie van de sector te bevorderen,” aldus Griffith.

Peter Schrurs, onder andere voormalig algemeen directeur VPRO, wordt van 3 oktober 2019 tot het aantreden van Bero Beyer benoemd tot interim bestuurder van het Filmfonds. Schrurs legt hiertoe zijn functie als RvT-lid van het Filmfonds tijdelijk neer. Adjunct-directeur George van Breemen is in deze periode samen met Peter Schrurs verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het Fonds.

Foto Bero Beyer door Jan de Groen

Bron: Persbericht Filmfonds

Een editor voor regisseurs

Menno Boerema (Velsen, 3 april 1958 – Amsterdam, 16 juni 2019)

Ik was even (blij) verrast toen
Janette Kolkema me vroeg voor de site van de DDG een In memoriam voor Menno Boerema te schrijven. Een editor tussen de
regisseurs? Maar natuurlijk, besefte ik na de eerste verrassing, als wij
regisseurs één iemand moeten kiezen met wie onze relatie het meest hecht is,
dan is dat onze editor.

  
Ik heb de relatie tussen regisseur en editor altijd de meest intieme in
ons filmvak gevonden. Je bent weken aaneen bij elkaar in een half verduisterde
ruimte. Het heeft iets van een slaapkamer, zo’n montagekamer, en ik heb menig
schoonheidsslaapje gedaan in het bijzijn van Menno. Zo rond vier uur vroeg hij
steevast of het niet tijd was voor mijn middagdutje. We werkten altijd samen
aan een film. Ik was er alle uren van de werkdag. Als ik vroeger was, schakelde
ik de apparatuur alvast in. Menno haatte het om in zijn eentje te monteren. Ik
ging alleen even weg om lunch te halen, of om een mok koffie in te schenken,
die hij dan weer koud kon laten worden. De routine van een huwelijk.

We kennen allemaal de gruwel van
ons gefilmde materiaal terugkijken, de eerste weken van vertwijfeling: is dit
het nou waar we zo hard aan hebben gewerkt? Dan is het belangrijk dat er iemand
naast je zit die de rust bewaart. Die op zoek gaat naar de kracht van het
materiaal, dat er heus wel is, maar in al die kleine rotstukjes film even
verdwenen lijkt. Dan heb je iemand naast je nodig die uitstraalt wat elke goede
editor uit ervaring al lang weet: met een beetje geduld achterhalen we de
kracht heus wel. Menno toonde zeker in de eerste weken een grenzeloos geduld.

    Mart Dominicus verwoordde het tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Duif te mooi om niet uitgebreid te citeren: ‘Menno had een manier van monteren die ik niet anders dan liefdevol kan noemen. Liefdevol voor de maker, voor degene die het materiaal had aangeleverd, maar ook liefdevol naar het materiaal op zich. Dat uitte zich in iets waar Menno wat mij betreft in uitblonk: luisteren. Voordat er gemonteerd werd, werd er eerst geluisterd. Naar de intenties van de regisseur, maar ook naar het materiaal. Wat voor materiaal was het? Waar wilde het heen, wat ging er in schuil, wat kon het verdragen? Zoals een beeldhouwer zijn steen kan aftasten en omcirkelen voordat hij aan de slag gaat, zo zocht Menno naar de juiste ingang tot zijn films en zijn scènes. Eindeloos draaien, kantelen en binnenste buiten keren; net zolang tot het materiaal zich als het ware overgaf en opende. Waarbij hij met vondsten en oplossingen kon komen, die anderen ook na dertig keer kijken maar niet zagen.’

Menno, Porto 14 juni 2019. Foto: Petra Noordkaap

Er zijn twee soorten editors. Zij die het materiaal het werk laten doen, en zij die het materiaal een eigen kant opduwen. De eerste is bedachtzaam, de tweede extravert. De eerste maakt stilletjes zijn punt, bij de tweede luiden bij elke schnitt de klokken. Van beiden ken ik briljante en bewonderenswaardige voorbeelden, maar ik heb me bij de eerste altijd het meest thuis gevoeld. Ik maakte zestien films met Menno, dus het mag duidelijk zijn dat ik hem tot de stille, sluipenderwijs werkende editors reken. Dat is geen waardeoordeel, maar een kwestie van smaak, of beter een zielsverwantschap.

  
Er zijn twee giganten van wie Menno het vak van editor heeft geleerd. Al
is ‘leren’ een ingewikkeld woord natuurlijk. Het is eerder een opsnuiven, een
meekijken met iemand, en een zekere affiniteit voelen die je in je latere
filmleven een bepaalde kant opstuurt.

   In
Italië was Menno student (en ik meen ook kort assistent) van Roberto
Perpignani, de editor van vele Italiaanse grootheden als Bernardo Bertolucci en
de gebroeders Taviani. Ik denk dat hij bij hem de warmbloedigheid van zijn
editing heeft opgedaan. Menno monteerde op emoties. Overgangen waren er om
gemoedsbewegingen door te trekken. Informatie kon hem uiteindelijk gestolen
worden. Hoe intellectueel een filmverhaal ook kon en mocht zijn, Menno ging het
te lijf op zijn gevoel.

  
Zijn tweede leermeester was Ton de Graaff, een Nederlander en wellicht
daardoor een tikje strenger en theoretischer dan Perpignani. Van hem leerde hij
vooral kijken, eerst kijken en nog eens kijken en dan pas beslissen. We
monteerden in de jaren tachtig nog op film, en elke schnitt was feitelijk een beschadiging van je materiaal. Je kon het
niet eindeloos verknippen, dan raakte je beeldjes kwijt. Ton was een editor van
de feilloze schnitt. Na al dat kijken
was het meteen raak. Grappig genoeg heeft dat nooit Menno’s interesse gehad.
Die feilloze schnitts waren iets voor
de laatste twee dagen, als de film klaar was, dat wil zeggen: als de film
vertelde wat hij moest vertellen. Van Ton heeft hij naast dat kijken en nog
eens kijken vooral een gevoel voor structuur en vertelling opgedaan, vermoed ik.

  
En een liefde voor het handwerk. Zelden een editor gezien die als Ton zo
lichamelijk was. Menno was zachtmoediger, maar daarom niet minder fysiek. Menno
met een schaar een zachte geluidsovergang in een perfotape te zien maken was
een lust voor het oog. Ik mis ook nog altijd het geluid van plakband over een
beeldschnitt, de potloodstrepen op de film die een fade-out aangaven, of het
routineuze inleggen van de filmrollen op een Steenbeck-montagetafel. Menno’s
aan het religieuze grenzende keuze voor het systeem van Lightworks toen de
digitale montage zijn intrede deed, schrijf ik nog altijd toe aan de console
die werd meegeleverd: die leek op die van een filmmontagetafel, de handelingen voelden
dan nog altijd fysiek, en niet aangestuurd door de cursor van een muis.

Welbeschouwd zijn de editors de echte dramaturgen van onze films. Of zoals Marjoleine Boonstra het verwoordde bij de afscheidsbijeenkomst in De Duif: ‘De emotie van een film moet voor Menno niet liggen aan de oppervlakte, hij hoort daaronder in een derde of een vierde laag.’ Ik denk dat Menno zich niet voor niets meer en meer bewoog naar de documentaire, omdat het vinden van die tweede of derde laag de essentie van het maken van documentaires is. De uitdaging daarvan gaf hem het meeste bevrediging.

  
Dat vertaalde zich ook in zijn coaching bij de IDFA Summerschool en
Filmacademie, waar studieleider René van Uffelen heel goed begreep dat je Menno
de vrije rol op het middenveld moest geven. Als voetballer zou hij op Andrea
Pirlo hebben geleken.

   Die rol mondde uit in een project waar hij de laatste jaren enorm trots op was: Rough Cut Service. Makers van over de hele wereld kunnen voor een kleine fee aankloppen bij dit collectief van internationale editors, allen stuk voor stuk grootheden uit het vak (https://roughcutservice.com). De Finse producent Iikka Vehkalahti, samen met Menno aanjager van het initiatief, vertelde in De Duif dat een van de selectiecriteria voor projecten was: ‘Passen de makers aan de keukentafel bij Menno?’ Twee dagen voor zijn overlijden was Menno voor een korte vakantie in Porto. Petra, zijn geliefde, maakte daar een foto van hem. Hij zit op een rotsblok, vlak bij het strand. Hij heeft een telefoon aan zijn oor, en zijn vrije hand wappert in de lucht. ‘Don’t worry to much about your film,’ zegt Menno aan een jonge filmmaker in een ver buitenland aan de andere kant van de lijn. ‘You just have to look at it one more time, very carefully. But now you have to sleep, you need your sleep.’ Het was zijn lust en zijn leven: films vlot trekken, van makers uit verre landen, zonder vooroordelen, maar met één stelregel: de film van de regisseur boven water halen.

   Met zijn films sloot Menno vriendschappen. Hij was een editor van regisseurs. Hij laat velen van ons achter met het onverdraaglijke gevoel dat we onze rough cuts niet meer in zijn veilige, stille handen weten.

door: Peter Delpeut

Writersroom 2019

Maandag 24 juni | 16.00 – 18.00 | Theater Bellevue

ROSE stories organiseert, in samenwerking met Bellevue, alweer de derde editie van WRITERSROOM! Drie makers zullen hun scenario in ontwikkeling presenteren aan een publiek van vakgenoten en geïnteresseerden.

DDG-leden zijn van harte welkom. Een kaartje kost 7,50 inclusief drankje!

Aanmelden kan hier!

Kijk hier voor meer informatie en de verslagen van eerdere edities.

WRITERSROOM is een broedplaats en netwerkgelegenheid die staat voor vernieuwing van ontwikkelingsmogelijkheden. Het doel is meer aandacht genereren voor inclusiviteit in audiovisuele producties, schrijvers verder op weg helpen in hun verhaalontwikkeling en Nederlandse producties beter aan te laten sluiten op de behoeften van een divers publiek.

Onder begeleiding van ROSE stories krijgen de schrijvers voorafgaand aan de presentaties coaching van ervaren scenarioschrijvers, een pitchtraining en een repetitiedag met acteurs en een regisseur. Op de dag van het evenement introduceren zij hun plan en delen ze hun visie en vervolgens spelen acteurs een of twee scènes die door de maker zijn geselecteerd. Het publiek krijgt daarna de gelegenheid om feedback te geven en op deze manier de schrijvers te helpen in de ontwikkeling van hun scenario

Cultuur in een open samenleving

Vandaag presenteerde minister van Engelshoven haar ‘Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021 – 2024’

Bij haar visie op Film wordt duidelijk dat ze wil inzetten op films en audiovisuele producties met een sterke signatuur van de maker. Waarvoor “meer ruimte nodig is voor de ontwikkeling van scenario’s en filmplannen”. Daarnaast wil ze een breed pakket aan maatregelen gaan invoeren “om de eigenzinnigheid en kwaliteit van de Nederlandse films te bevorderen”.

Zo vindt ze het “belangrijk dat filmmakers los van productie(dwang) kunnen experimenteren met nieuwe vormen en kunnen werken aan hun eigen signatuur.” Hierbij legt ze de nadruk op scenario en regie. Ze vraagt het Filmfonds om “meer ruimte te creëren voor de ontwikkeling van filmprojecten en de autonomie van makers – scenaristen, regisseurs en onafhankelijke filmproducenten -, en de regelingen zo in te richten dat productiedwang afgeremd wordt” en “scherpe keuzes te maken bij de kwaliteit van producties en de lijn ‘meer geld voor minder films‘ voort te zetten.” Ook vraagt ze het Filmfonds “meer diversiteit in het palet aan audiovisuele producties aan te brengen”.

Op 20 juni vindt een hoorzitting in de Tweede Kamer plaats over de uitgangspuntennotitie cultuurbeleid 2021 – 2024 en op 27 juni debatteert de Tweede Kamer.

Onderstaand kun je de uitgangspunten cultuurbeleid 2021 – 2024 downloaden.

DDG Avond: Film en Pschychoanalyse – 17 juni

Regisseurs en schrijvers zijn van harte welkom op de komende DDG Avond: Film & Psychoanalyse.

Psychoanalyticus Michel van Veen heeft al vele malen de inleiding en het nagesprek verzorgd van diverse speelfilms. Daarom leek het ons een goed idee dit keer een documentaire centraal te stellen.

Op maandag 17 juni vertoont DDG in Het Ketelhuis de film Goede Buren van Stella van Voorst van BeestGoede Buren, geproduceerd door Basalt Film, ging in première op het IDFA en wordt gedistribueerd door Cinema Delicatessen.

Voorafgaand aan de filmvertoning zal Michel van Veen zijn psychoanalytische inleiding houden en na afloop zal er tijd zijn voor een nagesprek met de zaal.
 
Korte inhoud
Toen de Rotterdamse Bep de Bruin na 10 jaar, dood werd gevonden in haar woning, was Rotterdam in shock. Niemand had haar gemist. Hoe kon dit gebeuren? Ada (59) en haar nuchtere overbuurvrouw Wilma (70) besluiten vrijwilligers te worden voor het gemeentelijke antwoord: een campagne tegen eenzaamheid. Samen leggen ze huisbezoeken af, op zoek naar eenzame ouderen die hulp nodig hebben.

Ze ontmoeten Jan (81) en Til (85). Jan heeft zeven jaar lang nauwelijks zijn huis verlaten. In zijn gevecht om onafhankelijk te blijven, wordt hij steeds eenzamer. Til is een sterke en koppige vrouw, die elk aanbod van ondersteuning weigert. De enige aan wie ze haar diepste gevoelens toevertrouwt is haar hond Sandy. Diep geraakt door hun eenzaamheid besluiten Ada en Wilma in actie te komen. Maar kun je iemand wel uit zijn eenzaamheid bevrijden? En waar ligt de grens tussen zorgen voor en bemoeien met?

Interesse om te komen? Bestel je gratis kaartje via eventbrite

Datum: maandag 17 juni 
Locatie: Het Ketelhuis
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis 

[embedded content]