DDG Avond 11 juni: Sport in de Film

Op de DDG Avond in juni draait alles om Sport in de Film

Gast op deze avond is Dirk Jan Roeleven (1961). Dirk Jan werkt voor de NPS-programma’s Andere TijdenZembla en Het uur van de wolf. Hij maakte onder meer sportdocumentaires waaronder Nieuwe Helden. Een uniek-inside verhaal van een wielerploeg Argos-Shimano dat wil bewijzen dat je ook zonder doping kunt winnen.
Daarnaast maakte hij  portretten van Frans Timmermans, Louis van Gaal, Anton Corbijn, Willem Wilmink, Willem Ruis, Pim Fortuyn en Wim Sonneveld. Hij publiceert over wielrennen en hardlopen in onder andere De Muur en Runner’s World en schreef o.a. het boek De nieuwe fiets.

In een vraag gesprek met regisseur Doesjka van Hoogdalem vertelt hij over de kunst van het maken van sportdocumentaires aan de hand van fragmenten van Nieuwe Helden en andere sportfilms: vraagt filmen van sporters een bepaalde discipline? Wat zijn de valkuilen? Zijn sporters benaderbaar?

Ook te gast is: Victor Vroegindeweij. Van Victor vertonen we deze avond de documentaire The Last Fight, over vechtsportster Marloes Coenen die midden dertig is als ze besluit om haar bokshandschoenen aan de wilgen te hangen.

Met haar coach Martijn de Jong en partner Roemer Trompert stippelt ze de eindfase van haar indrukwekkende loopbaan als MMA (mixed martial arts)-vechter uit. Regisseur Victor Vroegindeweij volgt haar gedurende die maanden. In zijn kenmerkende stijl, waarin hij ruimte en intimiteit – het grote geheel en het onverwachte detail – verbindt, toont hij Coenens inspanningen als de laatste adembenemende meters voor de finale. Wacht haar daar triomf of teleurstelling? Hoe groot zijn de offers die ze moet brengen, hoeveel kan haar lichaam aan? En wat gaat er schuil achter dat fijn getekende, intense gezicht? De beslotenheid van de trainingssessies, waar ze zenuwen, pijn en twijfel kan tonen, contrasteert met haar publieke optredens in de kooi: strak ingevlochten haar, glimmend wasbordje en adrenaline-rush. Terwijl het trappen, stoten, worstelen, ontwijken en incasseren tot een choreografie wordt, reflecteert de voice-over op de vraag wat de essentie van het vechten is.

Na de vertoning zal Doesjka in gesprek gaan met Victor en is er ruimte voor een Q&A met de zaal.

Zin om te komen? Bestel je gratis kaartje hierDe trailer van The Last Fight staat onder deze mail.

Datum: maandag 11 juni
Locatie: Het Ketelhuis
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis

Tip van de maand: Afwijkende of aanvullende afspraken altijd schriftelijk bevestigen

Tip van de maand: Afwijkende of aanvullende afspraken altijd schriftelijk bevestigen.

Helaas komt het maar al te vaak voor; je denkt dat je een goede afspraak met bijvoorbeeld een producent hebt gemaakt, maar tóch ontstaat er ruzie. Vaak heeft ieder dan een eigen, en ander, idee over wat de afspraak inhoudt.

Meestal heb je een contract, waarin de basisafspraken al zijn vastgelegd. Maar gedurende het productieproces kunnen er dingen veranderen of is er simpelweg sprake van voortschrijdend (artistiek) inzicht over bepaalde zaken. Het kan dan gaan om verschuivingen in de begroting of andere of aanvullende werkzaamheden die je als regisseur moet verrichten.

Naar Nederlands recht zijn mondelinge afspraken bindend. Maar om nu te voorkomen dat er verschillende interpretaties van de afspraken ontstaan, én als bewijs van de gemaakte afspraken, is het sterk aan te raden om (van het contract afwijkende of aanvullende) afspraken altijd schriftelijk te bevestigen. Dat kan simpelweg in een mailtje, met een inleidende tekst als ‘ter bevestiging bij deze de gemaakte afspraken’. Je kunt de mail afsluiten met iets als ‘zonder tegenbericht vertrouw ik je akkoord met bovenstaande’. Mochten de afspraken gemaakt zijn in een productiebespreking, dan is het aan te raden om een gespreksverslagje te maken en aan de producent toe te sturen. Ook daarvoor geldt de melding:  ‘zonder tegenbericht vertrouw ik je akkoord met het verslag’.

Mocht je naar aanleiding hiervan nog vragen hebben, of hulp nodig hebben, neem dan contact op met de DDG.

VERS Avond 4 juni: Close-up DPPLR

VERS Avond

Films maken in de huidige industrie is een uitdaging. Om je te helpen zijn er allerlei academies en fondsen maar wat doe je als selfmade maker die vaak buiten de gebaande paden moet denken en werken? Dat is wat centraal staat op maandag 4 juni. Deze avond wordt DPPLR onder de loep genomen.

DPPLR werd in 2006 opgericht door drie oud Media & cultuurstudenten. Waar ze begonnen met het maken van commercials zijn ze zich nu steeds meer aan het richten op eigen fictie producties. Wil jij alle ins en outs weten van dit succesverhaal? Kom dan naar de volgende VERS Avond!

Datum: 4 juni
Tijd: 20:00-21:30 + BORREL!
Locatie: VondelCS
Toegang: €5,- (exclusief service kosten)

Tickets zijn vooraf verkrijgbaar via eventbrite of aan de deur (alleen pin).

Gratis voor VERS en DDG leden op vertoon van een ledenpas 2018 (zorg wel dat je online je gratis kaartje reserveert).

Heb je (nog) geen ledenpas van 2018? Stuur dan een mailtje naar secretariaat@versfilmentv.nl

LAAT OLEG SENTSOV NIET STERVEN

Vandaag gaat de Oekraïense filmmaker Oleg Sentsov de twaalfde dag van zijn hongerstaking in. Volgens zijn advocaat Dimitri Dinze gaat hij door totdat zijn wensen zijn ingewilligd.  

Oleg Sentsov, die de Euro Maiden protesten in Kiev steunde en zich uitsprak tegen de inlijving van de Krim door Rusland, werd op 10 mei 2014 door de veiligheidsdienst van de Russische Federatie (FSB) in zijn huis in Simferopol (Krim) gearresteerd waarna hij in Moskou ruim een jaar werd vastgehouden in afwachting van zijn proces.

Hoewel de belangrijkste getuige van de vervolging zijn verklaring introk omdat die “onder dwang” tot stand was gekomen, ging het proces door met de beschuldiging dat Oleg Sentsov “misdaden van terroristische aard” had gepleegd. Ondanks een brief van de European Film Academy met duizenden steunbetuigingen aan de President van Rusland en de Russische autoriteiten om Oleg Sentsov onmiddellijk vrij te laten, werd hij veroordeeld tot 20 jaar gevangenschap.

Aan het eind van wat Amnesty International beschrijft als een oneerlijk proces door een militaire rechtbank, bevestigde het Russische Hooggerechtshof in november 2015 dit vonnis en werd Oleg Sentsov verbannen naar Yakutia.

Wij zijn diep bezorgd en willen de bevestiging dat zijn veiligheid is gewaarborgd en verzoeken dat hij onmiddellijk en onvoorwaardelijk wordt vrijgelaten.

Alleen met vereende krachten kunnen we hem helpen. Neem contact op met uw minister van Buitenlandse Zaken, parlementsleden en leden van het Europese Parlement, alsook de Russische Ambassade in uw land en vraag hen alles in het werk te stellen om Oleg Sentsov vrij te laten. We moeten nu handelen!

Met de steun van:

Masha Alyokhina, activist (Pussy Riot), Rusland

Stephen Daldry, regisseur, UK

Mike Downey, producer, UK

Dariusz Jablonski, producer, Polen

Aki Kaurismäki, regisseur, Finland

Mike Leigh, regisseur, UK

Ken Loach, regisseur, UK

Wojciech Marczewski, regisseur, Polen

Daniel Olbrychski, acteur, Polen

Volker Schlöndorff, regisseur, Duitsland

Béla Tarr, regisseur, Hongarije

Bertrand Tavernier, regisseur, Frankrijk

Krzysztof Zanussi, regisseur, Polen

En 1750 andere leden en vrienden van de European Film Academy als ook instituties zoals:

ANAC Associazione Nazionale Autori Cinematografici / National Association of Cinematographic Authors (Italy)

Czech Audiovisual Producers Association APA

Directors UK

FERA I Federation of European Film Directors

PEN America

The Austrian Film Academy

The Czech Film Academy

The European Producers Club

The French Directors’ Guild (SRF)

The German Film Academy

The Polish Film Academy

The Presidium of the Slovak Film and Television Academy (SFTA)

The Russian Filmmakers Union Kinosoyuz

The Ukrainian Film Academy

The Union of Filmmakers of Ukraine

Diep bezorgd,

Agnieszka Holland & Wim Wenders

SCHRIJF ALSTUBLIEFT NAAR DE MINSTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN, PARLEMENTSLEDEN, LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, EN NAAR DE RUSSISCHE AMBASSADE IN JE LAND EN ROEP HEN OP DE VEILIGHEID VAN OLEG SENTSOV TE WAARBORGEN EN HEM VRIJ TE LATEN. JE KUNT GEBRUIK MAKEN VAN DE VOLGENDE TEKST. DANK JE!   

Beste______________________,

Don’t Let Oleg Die!

Vandaag gaat de Oekraïense filmmaker Oleg Sentsov de 12e dag in van zijn hongerstaking. Volgens zijn advocaat Dimitri Dinze gaat hij er mee door tot zijn wensen zijn ingewilligd. Oleg Sentsov, die de Euro Maiden protesten in Kiev steunde en zich uitsprak tegen de inlijving van de Krim door Rusland, werd op 10 mei 2014 door de veiligheidsdienst van de Russische Federatie (FSB) in zijn huis in Simferopol (Krim) gearresteerd waarna hij in Moskou ruim een jaar werd vastgehouden in afwachting van zijn proces.Hoewel de belangrijkste getuige van de vervolging zijn verklaring introk omdat die “onder dwang” tot stand was gekomen, ging het proces door met de beschuldiging dat Oleg Sentsov “misdaden van terroristische aard” had gepleegd. Ondanks een brief van de European Film Academy met duizenden steunbetuigingen aan de President van Rusland en de Russische autoriteiten om Oleg Sentsov onmiddellijk vrij te laten, werd hij veroordeeld tot 20 jaar gevangenschap.Aan het eind van wat Amnesty International beschrijft als een oneerlijk proces door een militaire rechtbank, bevestigde het Russische Hooggerechtshof in november 2015 dit vonnis en werd Oleg Sentsov verbannen naar Yakutia.

Ik ben diep bezorgd en wil de bevestiging dat zijn veiligheid is gewaarborgd en verzoek dat hij onmiddellijk en onvoorwaardelijk wordt vrijgelaten.

Mijn naam:

Mijn adres:

Of in het Engels:

Dear______________________,

Don’t Let Oleg Die!

Today Ukrainian filmmaker Oleg Sentsov is on day 12 of an indefinite hunger strike which his lawyer Dimitri Dinze reports he full plans to follow through to the death should his demands not be met.

Oleg Sentsov, who was involved in supporting the Euro Maidan protests in Kiev and who opposed the annexation of Crimea by Russia, was arrested by the Federal Security Service of the Russian Federation (FSB) in his house in Simferopol on 10 May 2014 and brought to Moscow where he was detained and awaiting trial for over a year.

Although the key witness had retracted his testimony as given “under duress”, the trial, based on the accusation of Oleg Sentsov having committed “crimes of a terrorist nature”, was continued and at the end of what Amnesty International described as “an unfair trial in a military court”, Oleg Sentsov was sentenced to 20 years in prison. In late November 2015 the Russian Supreme Court in Moscow confirmed this sentence and Oleg Sentsov was moved to Yakutia, where he has now started his hunger strike.

I am deeply worried so I call on you to make sure that his safety is ensured and that he be released immediately and unconditionally!

My name:
My address:

Filmmakers van Morgen: Zara Dwinger

Zara Dwinger (1990) is de tweede jonge filmmaker die geïnterviewd wordt in de serie Filmmakers van Morgen. In haar films houdt zij zich met name bezig met identiteitsconflicten. Haar korte subtiele films LIV en afstudeerfilm SIRENE gaan hierover. SIRENE werd onder meer geselecteerd voor het korte filmfestival in Clermont Ferrand. Binnenkort gaat zij de NTR Kort film YULIA EN JULIET draaien.

Wat is de laatste goede film die je hebt gezien?

Call me by your name van Luca Guadagnino  over een liefdesrelatie tussen twee mannen. Hij is tegelijkertijd bezig met een meisje die hij daar ontmoet. Een film over de ontdekking van je seksualiteit.  Het speelt zich af tijdens een broeierige zomer in Italië. Erg goed gespeeld, er zat weinig verhaal in, maar het blijft boeien. The Florida Project van de Amerikaan Sean Baker vind ik ook erg goed over de relatie tussen een 8-jarig meisje en haar down and out moeder.

Voordat ik naar de Filmacademie in Amsterdam ging studeerde ik antropologie. Ik heb dit drie jaar gestudeerd. Ik vond het interessant, maar mijn hart lag ergens anders, daarom ben ik ermee gestopt.’

Daarna ging je naar de Filmacademie?

‘Vanaf mijn veertiende ongeveer keek ik veel films. We hadden zelf geen dvd’s thuis, alleen enkele als Mr Bean of Austin Powers, dat soort komedies. Ik vroeg mijn vader waarom we zo weinig films in huis hadden. Vervolgens hebben we samen in korte tijd onder anderen via Marktplaats honderden films aangeschaft. Er zaten goede films tussen van de oude Italiaanse meesters als Fellini, Visconti en Pasolini.’

Wat boeit jou in film?

‘Je wordt meegesleept naar een andere wereld. Je bent een voyeur, je kunt meekijken in andermans leven. Als filmmaker vind ik het mooi dat alle disciplines worden gecombineerd als acteren, fotografie, geluid, muziek en het verhalen vertellen. Ik las als kind vaak en hield van verhalen. Het samen iets maken vind ik fijn.’

Jouw korte films Liv en Sirene gaan over de zoektocht naar identiteit. Dat is het centrale thema.

‘Liv gaat over een tienermeisje, wiens ouders gaan scheiden net in de tijd dat ze voor het eerst verliefd wordt. Sirene is het verhaal van een jongen van een jaar of 15 die een stoere motorvrienden club heeft, maar door het contact met een meisje een verborgen kant van zichzelf ontdekt. Ik merk dat de tienertijd vaak terugkomt en daar komen bepaalde thema’s uit voort. Mijn eigen pubertijd was erg heftig, het is een  bepalende tijd. Toen ik twaalf/dertien was heb ik intens gepuberd en erg geworsteld met mezelf. Toch was dat niet alleen maar negatief. Ik grijp vaak terug op deze periode omdat het een tijd was met veel verwarring. De periode tussen kind en volwassene in is een heel intense tijd.’

Mijn nieuwe film Yulia en Juliet gaat over een liefde tussen twee meisjes in een gesloten jeugdinstelling. Ik heb research gedaan om te weten hoe het is om daar te zijn en je als jongere zo ongelukkig te voelen.’

Je hebt te maken met verhevigde emoties, het onderwerp heeft een urgentie.

‘Ja dat is zo, ik vind het interessant om de emoties op scherp te zetten. In onze Nederlandse cultuur moet alles vooral normaal en nuchter zijn. Het mooie van film is dat je de werkelijkheid kunt uitvergroten.’

Toch probeer  je er wel humor en luchtigheid in te houden.

‘Ik probeer het wel wat relativerend te houden, wil ook liever geen film maken die alleen maar slecht afloopt. Dat kan ik mijn personages niet aandoen. Ik probeer wel altijd wat hoop te houden. In het echte leven zijn zaken toch ook niet zwart-wit. Hoe kun je een dramatisch verhaal vertellen met wat lucht erin, dat is de uitdaging. In Sirene zit meer drama dan in Liv, maar ik probeer er altijd wat humor in te brengen.’

Je bedenkt het idee voor een film, maar schrijft het scenario niet zelf.

‘Tot nu toe klopt dat, maar ik ben er vanaf het begin van het proces wel nauw bij betrokken. Bij Sirene schreef ik soms een scène mee. Bij Yulia en Juliet werk ik met een ervaren scenariste, Jolein Laarman. Het uitgangspunt, het zaadje komt van mij, daarna ga je het samen ontwikkelen.

Op de Filmacademie krijgen we geen scenariolessen in de richting regie, maar dat is wel iets waar ik me nu verder in wil ontwikkelen. Op de academie leer je heel goed met acteurs omgaan en dat is superbelangrijk.

Waar gaat Yulia en Juliet over?

‘Het is een hedendaagse vertaling van het verhaal van Romeo en Julia, dat zich afspeelt in een gesloten jeugdinstelling, maar dan tussen twee meisjes. Thema’s zijn liefde, identiteit en je niet op je plek voelen. Twee meisjes die verloren zielen zijn, die elkaar vinden. De instelling staat symbool voor het gevoel vast te zitten in jezelf.’

Wie geven er les in spelregie op de academie?

‘Ties Schenk geeft spelregie lessen een jaar lang. Ook van een andere regisseuse kregen we een jaar lang spelregie. Van Mijke de Jong 2 weken. Daarnaast doet Mart Dominicus  de decoupage. Hij geeft heel veel inhoudelijke lessen, en bovendien coacht hij alle projecten 4 jaar lang. Ook zijn er vele gastdocenten uit de filmpraktijk zoals bijvoorbeeld David Lammers.’

Wat vind je belangrijk bij het film maken?

‘Ik vind het belangrijk dat je als kijker geraakt wordt, dat het iets met je doet. Het liefst moet het herkenbaar zijn, maar ook eigen en origineel. Dat is ongrijpbaar. Ik vind het mooie aan film dat je een eigen wereld kunt neerzetten.

Still uit LIV

Welke filmmakers inspireren jouw? Er is een nieuwe generatie Hollandse filmmakers aan het ontstaan waar jij, Mees Peijnenburg, Ena Sendijarevic en Sam de Jong deel van uitmaken.

‘Alle drie zijn zij vier jaar voor mij afgestudeerd. Zij zijn wel veel verder, ik zie ze toch meer als voorbeelden. Ena maakte net haar eerste lange film, Mees won in 2015 een Gouden Kalf voor de One Night stand film Geen Koningen in ons bloed. Sam de Jong is vooral bekend door zijn speelfilm Prins uit 2015. Het is leuk om films te zien van filmmakers die dicht bij mij staan.’

Welke andere Nederlandse filmmakers vind je goed?

‘Mijke de Jong van films als Layla M. Coco Schrijber van How to Meet a Mermaid. Boudewijn Koole van Kauwboy en Beyond Sleep. Simone van Dusseldorp van Het leven volgens Nino.’

En buitenlandse filmmakers die je inspireren?

‘Xavier Dolan van Mommy, Adrea Arnold van Fishtank. Maar ook Martin Scorsese; ik houd van gangsterfilms. Misschien dat ik ooit nog eens een gangsterfilm met identiteitsconflicten ga maken (lacht). Ik houd zowel van Pathé films als van verstilde of eigenzinnige arthouse, als het je maar kan boeien en raken. Ik heb zes jaar gewerkt bij Het Ketelhuis en heb daar veel films gezien, ook obscure arthouse uit Oost-Europa, die je anders nooit zou zien. Heel inspirerend. Je smaak verandert ook, vroeger was ik een grote Almodovar-fan, nu ren ik niet direct naar de bioscoop om de nieuwste van hem te zien.’

Wat vind je van de Dutch Directors Guild?

Als er een mail verschijnt in mijn mailbox, kijk ik altijd wel even. Ik volg vooral de workshops nauwlettend. Ik ben bijvoorbeeld laatst nog geweest naar een pitch workshop. Regisseur is best een eenzaam vak en het is fijn dat je hier andere regisseurs kunt ontmoeten om mee te sparren en ideeën uit te wisselen. Bij een regisseur moet het allemaal uit jezelf komen. Daarom is het goed dat de DDG er is.

/Jaap Mees

Interviews met bestuursleden: Jelle Nesna

Jelle Nesna zit sinds een jaar of drie in het bestuur van de DDG. Hij werd ervoor gevraagd door voorzitter Martijn Winkler en dacht: hoe komt hij nou bij mij? Wat heb ik te vertellen? Jelle voelt zich absoluut geen bestuurder. Hij is vooral filmmaker. En daarnaast produceert hij films. Dat blijkt een heel handige combi.

‘Ik ben een maker, dus zowel regisseur als creative producer. Zodoende ken ik beide kanten van het verhaal en kan ik me goed verplaatsen in de belangen van beide partijen. Zeker bij de ontwikkeling van speelfilm is de positie van regisseur heel belangrijk. In Nederland gebeurt het nog weleens dat een producent ervoor kiest om, als een bepaalde regisseur toch niet beschikbaar is, een andere regisseur te kiezen. Het Filmfonds gaat daar wel tegenin, maar in mijn ogen niet sterk genoeg. Soms ‘moeten’ producenten een productie draaien omdat ze anders hun overhead niet meer kunnen betalen. Als de regisseur – met wie de hele productie is opgezet – dan pas later beschikbaar is, dan kan het zijn dat een producent besluit dat de film toch meteen in productie moet gaan. Ook als de regisseur drie jaar aan de film heeft gewerkt. Die jaren worden niet betaald. Als regisseur kun je niet wachten tot die film gemaakt gaat worden, want dan verdien je niets. Dus het komt voor dat bij het maken van een film – nadat het draaien ervan meerdere keren is uitgesteld – een producent beslist dat er ‘morgen’ gedraaid gaat worden, met een andere regisseur. Dit zou niet moeten mogen.’

‘Het is vreemd dat je een plan hebt voor een film, vervolgens een paar miljoen bij elkaar haalt en dat dan degene die het eigenlijk allemaal zou moeten gaan uitvoeren kan worden vervangen. Dat zou alleen moeten mogen als dit in overleg is met de regisseur en als hij/zij goed betaald wordt voor het verliezen van de regie. In Italië kun je van producent wisselen of van crew, maar nooit van regisseur. Dat komt omdat hij of zij de artistieke eindverantwoordelijkheid heeft. Als het goed is, is hij de motor achter het artistieke plan en voor dat plán is geld vrijgemaakt. Het moet financieel natuurlijk goed onderbouwd zijn en bewaakt worden, maar het gezicht van een film is de regisseur. In Nederland is dat op dit moment een beetje ondergesneeuwd. En ik zie het als mijn missie om er binnen het bestuur op allerlei manieren voor te pleiten, dat de regisseur weer het uitgangspunt wordt.’

Initiatiefnemer vs. Opdrachtnemer

Ik maak me vooral sterk voor de projecten waar het initiatief bij de regisseur ligt. Als je als regisseur een plan hebt dan betrek je daar misschien een schrijver bij en dan ga je naar een producent. Vervolgens krijg je een contract en krijg je van de producent de opdracht om je eigen plan te gaan verwezenlijken. Dat is zo vreemd en dubbel. Want terwijl jij de initiatiefnemer bent, verander je ineens in opdrachtnemer. Dat vind ik niet kunnen. Ik vind dat de positie van de regisseur in dat opzicht sterker moet zijn. En dat begint met de taal. In overeenkomsten schijnt het contract-technisch beter te zijn als de regisseur opdrachtnemer wordt genoemd. Maar ik weiger dat principieel. Want ik bén niet de opdrachtnemer, ik ben de initiatiefnemer. Zelf kan ik niet zonder schrijver en je kunt niet zonder producent. Het is een driehoek. De producent is belangrijk bij de financiering. Daarnaast is de producent vooral dienstbaar aan de makers, geeft de grenzen aan van wat haalbaar is binnen het vastgestelde budget en is financieel eindverantwoordelijke. Volgens de wet zijn de schrijver en de regisseur de makers.

Focusgroepen

Je hebt bij DDG focusgroepen voor fictie en docu. Die groepen bestaan uit ongeveer 15 mensen. Als je die uitnodigt dan komen er vier of vijf mensen en met dat groepje gaan we dan praten over iets wat speelt of we bereiden een vergadering voor die gaat plaatsvinden met andere organisaties. Als je dan bijvoorbeeld bij het Filmfonds of het NPO-fonds aan tafel zit, dan kan ik spreken namens de mensen die er toe doen, de wat belangrijkere regisseurs, zeg maar. Het is handig als er meerdere regisseurs hebben meegedacht en niet alleen de regisseurs die toevallig in het bestuur zitten.

Arno Dierckx zei tijdens zo’n bijeenkomst bijvoorbeeld – en dat nemen wij dan als bestuur over – dat producenten vaak zeggen dat zij het risico dragen. Dan hebben ze het over financieel risico. Dat is natuurlijk waar: als een film over het budget gaat of flopt, kan het zijn dat een producent niet aan de film verdient. En daarom vind ik ook dat je als regisseur heel goed moet luisteren naar je producent als het gaat om de beperkingen van de begroting etcetera. Dat doe je met het hele team; de art-director, de cameraman en andere crewleden. Iedereen die geld kost binnen de productie heeft ook een financiële verantwoordelijkheid. Maar de regisseur loopt op een andere manier veel risico. Want als je een film maakt en het is geen succes, dan heb je mogelijk de komende jaren geen werk meer. Ik vond dat Arno dat heel scherp zag. Het is fijn om met mensen te overleggen die dat soort inzichten naar voren brengen. En vanaf nu zeggen we ook tegen elke producent die roept dat vooral zij het risico lopen, dat de regisseur zelf ook wel degelijk risico loopt. En dat helpt, omdat nu ook het Filmfonds en iedereen hoort: hoor eens even, regisseurs lopen op z’n minst evenveel risico als de producent; zo niet nog meer. Ik vind het belangrijk dat zoveel mogelijk instanties – omroepen, fondsen etc – zich dat realiseren.

Checklist

Ik heb ook nog meegewerkt aan een stuk dat we hebben geschreven dat als leidraad geldt voor regisseurs als ze een producent gaan benaderen. Er staat in welke punten je allemaal moet bespreken voor je met een producent in zee gaat. Ook bij dit stuk hebben we de focusgroep mee laten lezen en mee laten denken waardoor het een stuk beter is geworden. Zo verandert een opzet met behulp van anderen in een complete checklist. Jonge makers vinden het leuk als ze door producenten interessant gevonden worden en dat vond ik vroeger ook leuk. Maar ik ben wel blij dat ik toen met René Scholten ging samenwerken, want dat was een integer mens. Als je als jonge maker een plan hebt, moet je langs vier of vijf producenten gaan en ontdekken bij welke producent je je senang voelt. Hopelijk schat je dat dan goed in en kun je er een band mee opbouwen en aan de slag gaan. Dat bewustzijn, daar zou ik nog wel wat meer in kunnen doen.

Ik ben tegen de vete die er aldoor maar is tussen producenten en regisseurs. Ik wil graag dat het beter wordt. En daarvoor moet je argumenten hebben en je moet ook verantwoordelijkheid willen nemen. En ik vind ook dat je als regisseur verantwoordelijk bent voor een productie, ook financieel. Je moet ervoor zorgen dat je plannen realistisch zijn, ook in relatie tot de begroting. En in Nederland is de begroting altijd laag, dus heel veel regisseurs kunnen daar ook mee werken. Je hebt geen keus.

Het werk van het bestuur is echt wel belangrijk. Het gaat over essentiële zaken. En je hebt niet altijd de invloed die je zou willen, maar het is wel goed dat we bij organisaties aan tafel zitten, blijven herhalen en blijven zoeken naar meer invloed en een betere positie van de regisseur. Dat moet echt gebeuren, want het is niet goed als er geen mensen zijn in een bestuur die dat doen en de producenten hebben die mensen wel.

Filmfonds

Als ik de baas zou zijn van het Filmfonds? Ik zou zorgen dat de positie van regisseurs veel belangrijker wordt. Ook juridisch. En als een film succesvol is, dat dan ook de regisseur en de schrijver daarin delen en niet alleen de producent. Er wordt vaak gedaan alsof de producent het geld krijgt en dat dat geld dan van hem of haar is. Ik zou willen voorstellen dat ook de regisseur op papier het geld krijgt en dat de regisseur de producent verantwoordelijk maakt voor het uitgeven ervan. De taak van de producent is dat het financieel rondkomt en jouw taak is om het artistiek rond te krijgen. En dat doe je samen met de schrijver.

Voor het Filmfonds moet je nu als regisseur wel een begroting ondertekenen. Maar als je ziet hoe vaak een financieringsplan wordt veranderd voordat het een zogenaamde definitieve begroting is en naar het Filmfonds gaat; soms zijn er wel vijf versies van een financieringsplan in een week. De producent probeert op allerlei manieren om de begroting van een film binnen alle beperkingen rond te krijgen. Als regisseur moet je je goed inlezen, je erin verdiepen en beseffen dat je medeverantwoordelijk bent voor de financiering van je film. Op die manier kun je besluiten beter nemen.

Eigen werk

Op dit moment ben ik de speelfilm Rafaël aan het afronden. De film is naar een idee van mij, en Ben Sombogaart gaat het regisseren. Rafaël gaat 1 oktober in première, tijdens het Nederlands Film Festival. Daarnaast heb ik deze week een script voor mijn nieuwe speelfilm ingediend met de titel Buiten Is Het Feest, een verfilming van een boek van Arthur Japin. Deze film hoop ik volgend jaar te kunnen gaan draaien. Verder ben ik als creative producer onder andere bezig met een tv-serie voor KRO/NCRV en de  jeugdfilm Rood van scenarist Job Tichelman en regisseur en co-scenarist Camiel Schouwenaar. Rood hebben we net ingediend voor treatment-ontwikkeling.

Artistiek durf ik het er altijd op aan te laten komen en ben ik niet bang. Waar ik me nu door mijn ervaring veel meer bewust van ben, is de verhouding tussen wat je wilt en wat je kunt. De grootste les van mijn vorige film is dat dat niet in balans was. Bij Lucia de B. en Rafaël heb ik er als creative producer voor gezorgd dat die balans zodanig is dat de regisseur op de set zijn werk kan doen. Dus behalve dat het script goed moet zijn en dat er een goede crew is, is het heel belangrijk dat er genoeg tijd is op de set om het verhaal wat je wilt vertellen ook te kúnnen vertellen. En als ik één ding anders doe dan vroeger, dan is het dat ik dat nu al vanaf het allereerste moment steeds in de gaten hou. Dat je niet met zeven ton een film van drie miljoen probeert te maken; dat gaat niet. En dat klinkt heel simpel, maar dat is de les die ik wel geleerd heb. Dat je een film naar zijn begroting moet willen maken. Als dat in balans is, krijg je een evenwichtig product.

NPO-fonds vernieuwt regelingen voor drama en documentaire

Het NPO-fonds heeft vandaag acht nieuwe regelingen geopend voor drama en documentaire. Het gaat om regelingen voor onder andere podcasts, webdrama, documentaireseries en een meester-gezel regeling voor scenarioschrijvers. De nieuwe regelingen – een pilot voor 2018 en 2019 – zijn tot stand gekomen in nauw overleg met meer dan vijftig makers, producenten, eindredacteuren en scenaristen.

Shula Rijxman, voorzitter Raad van Bestuur NPO: “Het fonds is er voor de makers. Zij zijn degenen die de programma’s maken. Daarom zijn wij met hen in gesprek gegaan. Hoe kunnen we zo goed mogelijk aansluiten bij de nieuwste ontwikkelingen, maar vooral bij het snel veranderende mediagebruik van het publiek. Makers weten dat als geen ander. We hopen dat met deze vernieuwing beginnende én ervaren makers nieuwe wegen inslaan.”

Series
De gesprekken hebben geleid tot nieuwe regelingen voor onder meer documentaireseries, webdocs, webdrama, podcasts, impact, en één voor talentvolle beginnende scenarioschrijvers. De seriegedachte speelt bij nagenoeg alle nieuwe regelingen een rol. “In de gesprekken merkten we een groeiende behoefte aan verdieping, en aan het langer en met meer aandacht met iets bezig zijn. En om dat vervolgens met elkaar te delen. Zowel bij makers bij het publiek,” aldus Hanneke Bouwsema, algemeen secretaris van het NPO-fonds. “Drama-, documentaire en podcastseries springen in dat gat. Het gesprek daarover heeft soms een langere adem dan dat over een enkele documentaire. Als je een aflevering hebt gemist, of het nu de Luizenmoeder is of Schuldig of een podcastserie als Bob, kijk of luister je die sneller terug omdat je het er samen over wilt hebben.”

Meester-gezel regeling
Vanwege de groeiende populariteit van series is er een grote run op scenaristen. De ervaren krachten hebben weinig tijd en ruimte om talentvolle beginnende scenaristen te begeleiden. Daarom introduceert het NPO-fonds de meester-gezel regeling. Het mes snijdt aan twee kanten. De meester leert iets van de gezel, en andersom.
Short form
De bestaande regeling voor documentaires van 50 minuten is gebleven. Daarnaast komt nu een nieuwe regeling voor de kortere documentaire van 25 minuten.

Webdocs en webdrama
Met nieuwe regelingen voor webdocs en webdrama wil het fonds online een slag slaan. Het Noorse webdrama Skam is volgens Bouwsema een voorbeeld: “Razend populair onder jongeren én onder hun ouders die voor de verandering eens kunnen zien wat hun kinderen écht bezig houdt.”

Pilot
De laatste nieuwe regeling is er voor platformonafhankelijke combinaties van online, lineair, audio en/of videoproducties. Bouwsema: “We zijn benieuwd naar de inventiviteit die dit losmaakt.”

Nu de regelingen bekend worden gemaakt, kunnen makers vanaf 2 oktober nieuwe aanvragen indienen. In de loop van 2019 worden de regelingen door het fonds geëvalueerd.

Achtergrond NPO-fonds
Het NPO-fonds startte begin 2017, als opvolger van het Mediafonds, dat eind 2016 haar deuren sloot ten gevolge van het wegvallen van de subsidie van het Rijk. Om niet verloren te laten gaan wat het Mediafonds in de 28 jaar van haar bestaan had opgebouwd, besloot de NPO vanaf 2017 16 miljoen uit eigen middelen vrij te maken om daarmee kwalitatief hoogwaardig drama- en documentaire-aanbod op radio en televisie blijvend te stimuleren.

Meer informatie: over.npo.nl/npo-fonds/

Toename investeringen in de Nederlandse filmindustrie

Filmstimuleringsmaatregel genereert ruim € 288 miljoen aan productie-uitgaven

De Nederlandse Filmstimuleringsmaatregel (Netherlands Film Production Incentive) draagt bij aan een toename van investeringen in de Nederlandse filmindustrie. Uit de jaarlijkse Monitor* die is uitgevoerd over de periode juli 2014 tot en met december 2017, blijkt dat door de 256 producties die een financiële bijdrage kregen, voor €288,4 miljoen aan productie-uitgaven in Nederland wordt besteed. Voor elke toegekende euro wordt gemiddeld € 4,60 aan productiekosten in Nederland uitgegeven. 161 projecten (63%) komen in internationale samenwerking tot stand.

Film
In totaal hebben 245 filmprojecten in deze periode € 55,7 miljoen ontvangen en wordt € 261,9 miljoen euro aan productie uitgaven in Nederland besteed.
Van de 245 filmprojecten zijn in totaal 152 internationale coproducties (62%). Daarnaast zijn 93 (38%) filmprojecten 100% Nederlands gefinancierd. De totale bestedingen van internationale coproducties voor filmproducties in Nederland zijn gestegen van €38,8 miljoen in 2014 naar € 44,6 miljoen in 2017. Door de maatregel wordt er significant meer in de Nederlandse filmindustrie uitgegeven. Naar verwachting zouden de betrokken producenten zonder de regeling niet in deze mate in Nederland hebben geproduceerd.

High-end TV-series
In de eerste ronde voor high-end TV-series eind 2017 ontvingen 11 high-end TV-series een cash rebate van in totaal € 7,0 miljoen, waarmee € 26,4 miljoen euro aan productie-uitgaven in Nederland wordt gegenereerd. Negen van deze series komen in internationale coproductie tot stand, met onder meer België, Duitsland, Noorwegen en de Verenigde Staten.

Kijk voor meer informatie op de website van het Nederlands Filmfonds.

*De resultaten van de jaarlijkse Monitor Economische Effecten van de Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland, kun je hier lezen.

DDG & Netwerk Avond met Belgische schrijver-regisseur Bert Scholiers

In het sprankelende CHARLIE EN HANNAH GAAN UIT neemt de Belgische schrijver-regisseur Bert Scholiers de kijker mee van het Antwerpse nachtleven, naar verlaten sneeuwvlaktes tot aan de verre uithoeken van het universum, in het gezelschap van twee laconiek babbelende twintigers. CHARLIE EN HANNAH GAAN UIT is een eigenzinnige, geestige en betoverende film en een ode aan de cinema.

Op 14 mei wordt dit Vlaamse pareltje vertoond op de jaarlijkse avond van het Netwerk Scenarioschrijvers en de Dutch Directors Guild in het Ketelhuis in Amsterdam. Na afloop is er uiteraard een Q&A met Bert Scholiers.

CHARLIE EN HANNAH GAAN UIT was eerder dit jaar te zien op het International Film Festival Rotterdam. En wordt in juni uitgebracht in de Nederlandse filmtheaters.

Kijk hier naar de trailer

[embedded content]

Bert Scholiers (1984) schreef eerder het scenario van de film Sprakeloos en de serie Connie & Clyde. De romcom Smoorverliefd kreeg een remake in Nederland. CHARLIE EN HANNAH GAAN UIT is zijn debuut als regisseur.

Toegang: gratis, exclusief voor leden van DDG en het Netwerk Scenarioschrijvers. Na afloop is iedereen van harte welkom voor een borrel aan de bar van Het Ketelhuis.

Zin om te komen? Reserveer je gratis kaartjes via eventbrite. Introducees zijn van harte welkom.

Datum: maandag 14 mei
Locatie: Ketelhuis, Pazzanistraat 4, Amsterdam
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis

Filmmakers van Morgen: Arjen Sinninghe Damsté

Arjen Sinninghe Damsté (1990) is de eerste jonge filmmaker die geïnterviewd wordt in de serie Filmmakers van Morgen. Hij maakte De Nieuwe Man als afstudeerfilm voor de Filmacademie. Deze film leverde hem een Wildcard bij het Filmfonds op. Onlangs maakte hij de korte film The Rogue over een zeldzame dolfijn op het schiereiland Dingle in het zuiden van Ierland. In de film volgt hij enkele Ierse personages die een bijzondere band met de dolfijn hebben. / door Jaap Mees

Je was theatraal performer op de toneelschool in Maastricht. Is dat hetzelfde als acteur?
Arjen: Vanaf mijn 12e tot en met mijn 18e deed ik aan toneel. Ik wilde acteur worden. Tijdens mijn toelating aan de Toneelacademie Maastricht ontdekte ik performance en ging er een wereld voor mij open. Als acteur werk je in Maastricht aan speltechniek die je leert via het spelen van de oude Grieken tot hedendaags repertoire. Als performer werk je niet zo zeer met bestaand repertoire maar ontwikkel je theatrale concepten vanuit persoonlijke fascinaties. Documentaire maken werd gestimuleerd door twee documentairemakers waar ik les van had op de academie.

Als toelatingsfilm voor de Filmacademie maakte je Het Levenslied. In de auto interview je gewone mensen over hun passie voor het levenslied. Het komt oprecht over.
Dat is leuk om te horen, het klopt wel. Volkszangers zijn van grote betekenis in mijn leven. Ik zie hen als herders van de hoop en troost. Na mijn studie in Maastricht wilde ik me verder verdiepen in documentaire en deed ik toelatingsexamen tot de Filmacademie. In het begin was het wel even wennen om de schoolbanken weer in te moeten. In Maastricht was je in zekere zin meer op jezelf aangewezen. Ik ben erg blij met mijn keuze om me verder te specialiseren als documentaire maker. Het heeft me veel focus gegeven. Mijn afstudeerfilm heet De Nieuwe Man en is gemaakt met hulp van producent IJswater en de NTR. Ik was gefascineerd door de veranderlijke rol van de man. Wat betekent mannelijkheid anno nu. Henk heeft de droom om mannen te leren om hun gevoelens te uiten, maar dat blijkt voor Henk zelf ook nog een behoorlijke opgave. Met deze film won ik de Wildcard van het Filmfonds dat geeft ruimte om nu aan een nieuw project te werken.

Hoe kwam je laatste film The Rogue tot stand. Over een dolfijn voor de kust van het schiereiland Dingle in de buurt van Cork?
Dat was een uit de hand gelopen vakantiefilm. Ik trok door Ierland met cameraman Douwe Hennink die ik ken van de Filmacademie. Het oorspronkelijke idee was op zoek te gaan naar lokale hedendaagse helden in kleine Ierse dorpjes. Dat werkte voor geen meter. In een reisgids lazen we over Fungi de ‘bottlenose’ dolfijn die daar sinds 1982 zijn habitat heeft. Dat fascineerde ons direct. We vonden drie personages, een man die dolfijnen excursies per boot organiseerde, een andere man die iedere jaar terugkwam om vanuit een camper de dolfijn te observeren en een vrouw die met depressies kampte en zich door het contact met de dolfijn beter ging voelen. De dolfijn kreeg iets mythisch. Al snel ging het rond dat wij van de Nederlandse televisie waren en dat gaf toegang tot allerlei mensen.

De band die deze mensen met de dolfijn hadden was interessant omdat we voelden dat deze band een belangrijke rol speelde in het leven van deze mensen. Hier wilden we zo integer mogelijk mee omgaan, het mocht geen Man Bijt Hond worden. Het dier krijgt zo iets goddelijks en onbereikbaars.

De kijkers denken dan waarom krijgen we de dolfijn niet te zien?
Ongetwijfeld. De personages projecteren van alles op het dier. Het gaat meer om hoe zij hun ervaring zo levendig mogelijk beschrijven. Het contrast was erg groot tussen de individuen en de massa’s toeristen die naar de dolfijn kwamen kijken per boot. Er zijn maar liefst vijf boten die Fungi tours organiseren. Het is bijna een soort pelgrimsoord. Wij hebben de film in negen dagen gemaakt. Hij duurt 15 minuten en is geselecteerd voor filmfestivals in Dingle en Belfast.

Je liep stage bij de NTR en ontwikkelde daar onder meer het programma NPO Focus. Wat is dat precies?
Het is een soort encyclopedie van kennis. Het is een samenwerking van de omroepen met de NPO. Een online platform dat antwoord geeft op de vragen over cultuur, politiek, wetenschap, economie en geschiedenis. Actuele verhalen met beeld en geluid uit 65 jaar omroepgeschiedenis.

Ook maakte je de film De Liefhebbende Zoon, waar ging die over?
Dat is een derdejaars film van de Filmacademie. Die gaat over mijn opa die in het Nederlandse leger in Indonesië diende tijdens de koloniale oorlog. Het raakt aan thema’s als hoe gaan wij om met het kolonialisme. Hij was officier. Hij gaat er heen als idealist en keer terug naar Nederland met schaamte. Hij schreef brieven vanuit Indonesië naar huis in dagboekvorm. De film ging aan ene kant over mijn moeder, oom en tante die een stukje geschiedenis ontdekken van hun vader, anderzijds probeer ik ook antwoord te geven op hoe we om moeten gaan met onze koloniale geschiedenis.

Wat vind je van het Nederlandse filmklimaat? Als je net van de Filmacademie komt, dan kun je geen subsidie aanvragen zonder producent. Dat lijkt me moeilijk als je alleen maar korte films hebt gemaakt.
Dat is zo, maar toch heb je als jonge documentaire maker best veel mogelijkheden, zoals Teledoc Campus, Kids&Docs en de IDFA Workshop. Ook producenten zijn in mijn beleving goed bereikbaar voor jonge makers. Ik heb het idee dat je als je bij een producent aanklopt met een goed idee en weinig ervaring, ze wel voor dat idee openstaan.

Welke andere documentairemakers inspireren jou?
Met name makers als Michiel van Erp en Hans Heinen. Zijn films Rex Gildo, de val van een Schlagerkoning en Lisdoonvarna Lourdes of love (over een match-make festival in Ierland) maakte grote indruk op mij. Daarnaast vond ik de series Lang Leve en Op Avontuur van Michiel van Erp bijzondere inkijkjes in ons alledaagse leven dat wonderbaarlijk genoeg verrassender kan zijn dan we normaal gesproken denken. De vormkeuzes van beide makers spreken me erg aan, maar ook hun manier van interviewen vind ik bijzonder. Het voelt aan alsof ze soms gewoon onder het genot van een bakkie koffie met hun onderwerpen spreken, in die onbevangenheid tonen de personages echt iets van zichzelf.

En andere buitenlandse filmmakers?
Errol Morris van The Thin Blue Line. Verder ben ik niet zo gericht op buitenlandse filmmakers. Ik ben niet zo makervast, denk ik.

Ik las in de Filmkrant dat jouw werk een avontuur moet zijn, voor jezelf en voor de kijker. Vind je dat nog steeds?
Ik denk dat nog steeds wel, maar ik vind vooral dat je jezelf moet blijven uitdagen en met je creativiteit over grenzen heen moet gaan. Soms moet je daarvoor initiatieven nemen die niet per se leuk zijn om te doen. Door dingen aan te pakken die je nooit eerder gedaan hebt. Dat kan ook zijn je eigen familieleden interviewen bijvoorbeeld. Belangrijk vind ik: waar zijn mijn visuele en inhoudelijke uitdagingen?

Het valt me op dat je het vaak hebt over een goed verhaal vertellen.
Inhoud is wat mij betreft leidend. Ik moet weten wat ik ga vertellen. Daarbij  moet je wel oppassen dat je niet vergeet open te staan voor bijzondere momenten die zich aandienen.

Hoe deed je dat bij The Rogue?
De kernvraag was wat gaan de personages doen als de dolfijn er niet meer is. Waar gaat het verlies over?

Wat fascineert je in film?
Ik wil graag in het leven van iemand anders terecht komen. Dat heb ik nooit zo gelinkt aan fictie. Mijn films zijn vaak portretten.

Wat vind je van de DDG?
Ik ben pas lid geworden. Ik herinner me nog een event met de vraag hoe zit een contract in elkaar. Het is belangrijk dat er een belangenvereniging is die de regisseurs representeren. Het is een nogal complex vak met vele praktische, juridische en creatieve kanten.