Filmmakerssymposium: Waar leggen we de lat? – woensdag 27 feb.

10:30 – 13:00 woensdag 27 februari 2019 – Eye Filmmuseum

Hoe denken filmmakers over de kwaliteit van de Nederlandse film? 
Een inspirerende ochtend naar aanleiding van de filmmakersenquête.

Sprekers: onder anderen scenarist en creatief adviseur Miguel Machalski en de Deense regisseur/scenarist Jens Peter (Rumle) Hammerich.

Moderator: interviewer/schrijver Frénk van der Linden.

Over Miguel Machalski: 
Miguel Machalski is scenarist en scenario-adviseur voor filmprojecten over de hele wereld, van wereldcinema tot grote studio-producties en werk van prominente filmmakers als Clint Eastwood en David Cronenberg.

Over Jens Peter (Rumle) Hammerich:
Jens Peter Hammerich, beter bekend als Rumle Hammerich, is een Deense regisseur, scenarist en producent, bekend van spraakmakende series als The Bridge en Borgen.

Over de filmmakersenquête:
Filmmakers hebben in eigen gelederen een enquête gehouden, onder de leden van het Dutch Directors Guild, Netwerk Scenarioschrijvers en Acteursbelangenvereniging ACT, over de kwaliteit van de Nederlandse film en het klimaat waarin die tot stand komt. De resultaten daarvan worden tijdens het symposium gepresenteerd en besproken met filmmakers van eigen bodem en buitenlandse gasten. We hopen op je komst en kijken graag samen naar de toekomst.

Over Filmmakersinitiatief 2018:
De enquête en het symposium worden georganiseerd door ‘Filmmakersinitiatief 2018’, bestaande uit Arno Dierickx (regisseur, scenarist), Maarten Treurniet (regisseur, scenarist), Gijs Scholten van Aschat (acteur), Sytske Kok (scenarist, regisseur) en Karin Wolfs (filmjournalist). Het doel van Filmmakersinitiatief 2018 is een debat aan te zwengelen over de inhoudelijke kwaliteit van de Nederlandse film. Het symposium wordt mede mogelijk gemaakt door EYE Filmmuseum en de Akademie van Kunsten.

Gratis toegankelijk – wel even een kaartje reserveren voor een plek!

Ingezonden brief: filmmakers protesteren tegen nepdocumentaires

Niet
voor het eerst is een productiebedrijf dat voor RTL een programma maakt door de
mand gevallen tijdens het filmen van een zogenaamde ‘documentaireserie’
(Volkskrant, 8 februari). Op een school in Veenendaal werden ‘nepleerlingen’ in
de klas geplaatst voor deze serie. Scholieren en leraren werden misleid. Ze
werden gefilmd terwijl ze niets wisten van de nepleerlingen. Voor ons is het
citaat van de schoolleiding veelzeggend. “Een documentaire kan niet gemaakt
worden zonder in te grijpen in de realiteit.” Kennelijk heeft het productiehuis
ze ervan kunnen overtuigen dat het de normaalste zaak is om met deze
nepleerlingen te gaan filmen en de eigen leerlingen te bedotten.

Als serieuze
documentaire filmers vinden wij dat onethisch. Het bezoedelt ons vak. Het probleem begint al
bij makers die hun productie niet noemen wat het feitelijk is: sensatiebeluste
infotainment.

Goede documentaire filmers willen
iets vertellen over onze maatschappij en de tijd waarin wij leven. Zij komen
alleen dan met een waarachtig resultaat wanneer zij de mensen die ze in hun
films portretteren met respect, geduld, aandacht en professionaliteit
benaderen. Dat is vaak een proces van vele maanden, soms van jaren. Het misleiden van
mensen en het verbergen van de eigenlijke bedoelingen hoort niet bij ons
vak; sterker nog wij willen ons hier met klem van
distantiëren.  Het is
ronduit zorgwekkend dat de programmamakers van RTL aangeven het ‘niet te
betreuren’ dat hun poging om op deze wijze een serie te maken mislukt is. 

Het maken van een kwalitatief hoogwaardige documentaire kan en mag
alleen op basis van wederzijds vertrouwen plaatsvinden. De instellingen, de
mensen die gefilmd worden en betrokken zijn bij het filmen stellen zich open en
kwetsbaar op en daar mag op geen enkele manier misbruik van worden gemaakt.

Er
zijn te veel omroepen en producenten die niet de tijd nemen voor
zorgvuldigheid. Voor wie de ‘lange adem’ te kostbaar is. Het gaat hen
uitsluitend om de kijkcijfers en de reclame-inkomsten. Wanneer
dit het uitgangspunt is voor een (zogenaamde) documentaire gaat het geheid mis. Het debacle bij de spoedeisende hulp van de VU, een aantal
jaren geleden, ligt nog vers in het geheugen. Los nog van de gevolgen voor de
patiënten die in het geniep zijn gefilmd of de scholieren die nepleerlingen in
de klas kregen, hebben bonafide
documentairemakers te maken met de nadelige consequenties van dit soort
praktijken. Wij merken al jaren dat het steeds
moeilijker wordt om te filmen bij scholen, ziekenhuizen, gevangenissen en
andere instellingen. Het wantrouwen tegenover de
media wordt almaar groter. Probeer dan maar eens uit te leggen dat de documentaire die jij gaat maken
toch iets heel anders is dan de bedriegerij van RTL. Dat jij wel eerlijk en integer te werk
gaat.

Goed
gemaakte documentaires zijn een thermometer van de democratie. Ze kunnen schuren,
confronteren, kwetsen, ontroeren, maar mogen niet op bedrog en
misleiding gebaseerd te zijn.

John Appel, Carine Bijlsma, Paul Cohen, Peter Delpeut, Ester Gould, Petra & Peter Lataster-Czisch, Suzanne Raes, Digna Sinke, Aliona van der Horst, Manon van der Sluys, Sarah Sylbing (documentairemakers)

Shortcutz@DDG Avond

Shortcutz Amsterdam biedt een platform aan opkomend Nederlands talent om hun werk te presenteren, in contact te treden met hun publiek en contact te leggen met de gevestigde professionals uit de sector. Shortcutz helpt het nieuwe Nederlandse filmtalent ook om hun werken nationaal en internationaal te verspreiden via hun netwerk van meer dan 30 partners – waaronder Eye Filmmuseum, Pathé-bioscopen, festivals over de hele wereld en verschillende speciale aangesloten evenementen.

Op 20 januari heeft Shortcutz haar jaarlijkse prijzen uitgereikt. Het zijn deze winnende films die we op maandag 11 februari gaan zien. Alle regisseurs zijn na afloop van de vertoning uiteraard aanwezig voor Q&A’s, onder leiding van Maarten Treurniet en Alexa Rodrigues.

De films die we gaan vertonen zijn: 

BULLET TIME, regie Frodo Kuipers | animatie | 5:30 min.
NIGHTSHADE (Nachtschade), regie Shady El-Hamus | fictie | 14:25 min. 
GIRL ON A MISSION, regie Heleen D’Haens & Eva van Barneveld | documentaire | 15:57 min.
SISTERS, regie Daphne Lucker | experimentele film | 15:04 min.
HAPPY NEW YEAR, regie Brandon Grötzinger & Wander Theunis | live-action | 9:00 min.

Zin om te komen? Reserveer je gratis kaartjes via eventbrite. Introducees zijn van harte welkom.

Locatie: Het Ketelhuis
Datum: maandag 11 februari
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis
Voertaal: Engels

P.S. Benieuwd wie er in de jury van Shortcutz hebben gezeten, kijk dan hier

Foto header: Bullet Time 

Filmmakers Symposium: Waar leggen we de lat? – woensdag 27 feb.

10:30 – 13:00 woensdag 27 februari 2019 – Eye Filmmuseum

Hoe
denken filmmakers over de kwaliteit van de Nederlandse film? 

Een
inspirerende ochtend naar aanleiding van de eerder gehouden enquête hierover. 

Aan het
begin van het nieuwe jaar hebben filmmakers in eigen gelederen een enquête
gehouden. Daarbij ging het een keer niet over geld, maar over inhoud en
kwaliteit: wat maken we nou met z’n allen in Nederland en hoe kijken we
daarnaar?

Leden van
het Dutch Directors Guild, Netwerk Scenarioschrijvers en
Acteursbelangenvereniging ACT hebben in groten getale op de enquête gereageerd,
waarvoor dank! De resultaten zullen gepresenteerd en besproken worden
tijdens een symposium op woensdag 27 februari 2019 in EYE Filmmuseum. 

Dat gaan we
doen met filmmakers van eigen bodem en buitenlandse gasten. Maar vooral samen
en in discussie met de aanwezigen. We hopen op je komst en kijken graag samen
naar de toekomst.

De enquête
en het symposium worden georganiseerd door ‘Filmmakersinitiatief 2018’,
bestaande uit Arno Dierickx (regisseur, scenarist), Maarten Treurniet
(regisseur, scenarist), Gijs Scholten van Aschat (acteur), Sytske Kok (scenarist)
en Karin Wolfs (filmjournalist). Het doel van Filmmakersinitiatief 2018 is een
debat aan te zwengelen over de inhoudelijke kwaliteit van de Nederlandse film.
Het symposium wordt mede mogelijk gemaakt door EYE Filmmuseum en de Academie
van Kunsten.

Gratis toegankelijk – wel een kaartje reserveren voor een plek.

Never Grow Up! promoot een jaar lang Nederlandse jeugdfilm, -literatuur en -podiumkunsten

Never Grow Up! promoot een jaar lang Nederlandse jeugdfilm, -literatuur en -podiumkunsten in de Verenigde Staten. Dit gebeurt op gerenommeerde evenementen zoals New York International Children’s Film Festival en het Panorama Europe Film Festival bij het Museum of the Moving Image. Het programma gaat deze maand van start. Never Grow Up! is een multidisciplinaire samenwerking tussen Nederlandse cultuurfondsen, kenniscentra en het Nederlands consulaat-generaal in New York.

Never Grow Up! is een initiatief van Dutch Performing Arts (een programma van Fonds Podiumkunsten), het Nederlands consulaat-generaal in New York, Eye International, Nederlands Filmfonds, Cinekid, Nederlands Letterenfonds en DutchCulture. De organisaties slaan de handen ineen en stimuleren de bekendheid en verspreiding van Nederlandse jeugdfilm, -literatuur en -podiumkunsten in de Verenigde Staten. Ook bevordert het programma de uitwisseling en samenwerking met Amerikaanse programmeurs en organisaties.

Wat is er te zien?
Gedurende 2019 presenteert Nederlandse jeugdkunst zich op vooraanstaande podia en evenementen. De podiumkunsten komen als eerste aan bod. Amerikaanse programmeurs en agentschappen worden uitgenodigd voor voorstellingen, presentaties en ontmoetingen met Nederlandse kunstenaars. Ook gaan zij in gesprek met vertegenwoordigers van Nederlandse organisaties over mogelijkheden voor samenwerking en uitwisseling.

Een agenda met activiteiten is beschikbaar op www.dutchcultureusa.com/nevergrowup.

Wat maakt Nederlandse jeugdkunst uniek?
Nederlandse filmmakers, schrijvers, theater- en dansmakers spreken hun jonge publiek op een volwassen manier aan. Ze schuwen zware onderwerpen niet. Scheiding, seks, racisme of verslaving behandelen ze op een luchtige manier. Het open, vrijgevochten karakter maakt Nederlandse jeugdfilm, -literatuur en -podiumkunsten uniek.

Dat kinderen en hun blik op de wereld serieus worden genomen is kenmerkend voor de Nederlandse cultuur en opvoeding. Onderzoeken van de Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef tonen aan dat Nederlandse kinderen tot de gelukkigste ter wereld behoren. Een van de factoren die daaraan bijdraagt is de gelijkwaardige relatie tussen volwassene en kind, zowel thuis als op school.

Kom naar het middagprogramma Soul in the Eye op IFFR

In Brazilië woont, op Afrika na, de grootste bevolking met Afrikaanse wortels. Gedurende lange tijd was dit zo goed als onzichtbaar in ’s lands cinema, maar recentelijk kan er gesproken worden van een opmerkelijke opkomst van zwarte Braziliaanse film. Soul in the Eye, een van de themaprogramma’s van het IFFR dit jaar, viert deze nieuwe generatie met een aantal korte en lange films die putten uit de rijke Afro-Braziliaanse geschiedenis.

Zwarte Braziliaanse cinema is in opkomst, maar dat is niet de eerste keer. Acteur, filmmaker en activist Zózimo Bulbul (1937-2013) was het boegbeeld van de zwarte Braziliaanse cinema in de jaren zestig. Middels film maakte hij de geschiedenis, de cultuur en de politieke situatie van zwarte Brazilianen zichtbaar, zoals in zijn krachtige korte film Alma No Olho (Soul in the Eye, 1973). Hoewel Bulbul in de jaren 70 op de vlucht voor de dictatuur in Brazilië tijdelijk naar de Verenigde Staten vertrok, is zijn invloed nog steeds van grote betekenis. De huidige generatie zwarte Braziliaanse filmmakers betoont eer aan het vitale, uitgesproken werk van Bulbul. Lees hier meer.

De Soul in the Eye features en short compilaties zijn te vinden in IFFR’s Perspectives.
Kijk voor een overzicht van het hele Soul in the EYE programma hier.

Naast vertoning van deze films is er een middag vullend programma met talks met diverse Braziliaanse filmmakers, een performance van Jota Mombaça en ter afsluiting een Masterclass van Gabriel Martins Alves, regisseur van de voor een Tiger Award genomineerde film No coração do mundo. Ingeleid door gastcurator Janaína Oliveira, en gemodereerd door filmrecensent Heitor Augusto en IFFR-programmeur Tessa Boerman.

Middagprogramma met oa Masterclass Gabriel Martins Alves
Zondag 27 januari: 12.00 – 15.30 uur in Hilton Rotterdam, Jardin Zaal 

Martins Alves (Brazilië) studeerde af aan de regie-opleiding van het Centro Universitário UNA in Belo Horizonte. Naast het maken van korte films, schrijft hij sinds 2007 voor het elektronische tijdschrift Filmes Polvo. In 2009 startte Martins het productiebedrijf Filmes de Plástico, samen met André Novais Oliveira en Maurílio Martins. Met Maurílio regisseerde hij Contagem/The Inside (2010). Deze korte film ontving prijzen op diverse internationale filmfestivals.
Gabriel Martins Alves zal onder meer praten over zijn werkwijze en de ontwikkeling van zijn eigen productie maatschappij Filmes de Plástico.

Interesse om deze middag bij te wonen? Laat het ons weten via info@directorsguild.nl o.v.v. Soul in the Eye voor dinsdag 22 januari. Wij zullen je naam dan op de gastenlijst zetten en bij de ingang staan met de toegangskaarten. Introducees zijn van harte welkom.

De film No coração do mundo / In the Heart of the Worldgeregisseerd door Gabriel Martins in co-regie met Maurílio Martins beleeft zijn wereldpremière op het IFFR 2019 en is genomineerd voor de Tiger Awards 2019. In de film bevolken fascinerende personages de arme buurt van Contagem waar de filmmakers zelf ook vandaan komen. De film is hun liefdesverklaring aan de wijk en haar bewoners: een verrassend gefilmde mozaïekvertelling over mensen die − ook tegen beter weten in, of op illegale wijze − blijven werken aan een beter leven. Regisseurs Gabriel Martins Alves en Maurílio Martins baseerden hun intrigerende personages op mensen die ze kennen. Liefdevol vangen ze de buurt, met verrassend camerawerk, een uitmuntende cast van professionele en amateur-acteurs, en een inventieve soundtrack, van een zoetsappige Amerikaanse ballad tot Braziliaanse rap. 

Deze Tiger Award genomineerde No coração do mundo wordt 6 maal vertoond en is vóór de Masterclass te bekijken op 
25 januari om 19:45 uur in Pathé 5 of op 26 januari om 10.15 uur in Pathé 6. Hiervoor moet je wel zelf een kaartje kopen. Kijk voor meer informatie hier. De film staat als aanrader in de Volkskrant
Martins’ korte film Nada is te zien op 26 januari om 12:30 in Pathé 2.

Lees ook:
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/01/15/de-hongerige-generatie-afro-braziliaanse-filmers-a3638917

https://filmkrant.nl/artikel/iffr-soul-the-eye/

https://www.ad.nl/rotterdam/filmfestival-verklapt-weer-wat-over-thema-s-iffr~a16f746c/

Sterke tweede helft bioscoopbezoek 2018

2018 werd gekenmerkt door een moeizame start waarbij het bioscoopbezoek in Nederland achterbleef op 2017. Toch was er eind 2018 slechts een kleine daling van 0,8% in het bioscoopbezoek ten opzichte van 2017. Sterke titels, waaronder de best bezochte films van 2018, Bohemian Rhapsody, Mamma Mia! Here We Go Again en Fantastic Beasts: The Crimes of Grindelwald, trokken in de tweede helft van het jaar veel bezoekers. Bon Bini Holland 2 was in 2018 de best bezocht Nederlandse film.

Door het WK voetbal, de zeer hete zomer en het ontbreken van grote blockbusters leek de branche, net als vier jaar geleden, aan het einde van de zomer nog af te stevenen op een forse daling van het aantal bezoekers. Het sterke najaar heeft echter wederom voor een inhaalslag gezorgd. Opvallend zijn de successen van de muziekfilms dit jaar, Bohemian Rhapsody, Mamma Mia! Here We Go Again en A Star is Born trokken veel niet-frequente (extra) bezoekers naar de bioscopen. Bioscopen en filmtheaters blijven steeds nieuwe bezoekers bereiken en de sector verwacht, zeker gezien de verwachte sterke releases in 2019, een continuering van de groei van de afgelopen jaren.

De totale omzet uit kaartverkoop kwam in 2018 uit op 312.405.029 euro, een groei van 3,5% in vergelijking met 2017. Het exact aantal bezoeken is uitgekomen op 35.715.451. De gemiddelde ticketprijs steeg naar 8,75 euro, een verhoging van 4,3% ten opzichte van 2017. Het gemiddeld aantal bezoeken per hoofd van de bevolking bleef met 2,1 vrijwel gelijk aan dat van 2017. De cijfers werden vandaag bekendgemaakt tijdens de traditionele nieuwjaarsreceptie van Filmdistributeurs Nederland (FDN) en de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF) in Pathé Tuschinski in Amsterdam.

Investeringen
Exploitanten en distributeurs investeren veel voor de groei van het aantal bezoekers, onder andere door de introductie van nieuwe technieken en (marketing) concepten, renovaties en nieuwbouw.
Het afgelopen jaar kenmerkt zich met name door investeringen in zitcomfort; met o.a. DeLuxe-, VIP-, 4DX- en 4DM stoelen is het bezoek aan de film in de bioscoop of het filmtheater een echte ervaring. Ook zijn wederom investeringen in nieuwe technieken en concepten bij bioscopen en filmtheaters, zowel wat beeld als geluid betreft, gedaan.
In 2018 zijn er 14 extra zalen geopend. Het totale stoelenaantal nam, mede door bovenstaande investeringen in nieuwe stoelen met meer ruimte per stoel, voor het eerst in 10 jaar af met een kleine 3.000 stoelen ten opzichte van 2017.

Nederlandse film
Het aantal bezoeken aan de Nederlandse film bleef in 2018 lang achter op het aantal bezoeken in 2017, maar we sluiten dit jaar uiteindelijk af met slechts een kleine daling in het marktaandeel op basis van bezoek (0,8%). Vooral in de laatste maanden van 2018 trok het bezoek bij. Maar liefst 6 films uit de top 10 zijn in de laatste 4 maanden van 2018 in release gegaan. In totaal werden er in 2018 circa 4,0 miljoen bezoeken geregistreerd voor een Nederlandse film in de bioscoop of het filmtheater. De top drie bestond uit Bon Bini Holland 2 (406.430 bezoeken), Bankier van het Verzet (406.015 bezoeken) en Doris (363.887 bezoeken).

Toespraak Winnie Sorgdrager
De voorzitter van de NVBF, Winnie Sorgdrager, sprak over de alomtegenwoordigheid van film en het feit dat de film in de bioscoop of het filmtheater nog steeds standhoudt. Film is voor iedereen – distributeurs en exploitanten zijn dan ook steeds op zoek naar nieuwe en betere manieren om de bezoeker aan die film te bedienen. Ook daarom is de verscheidenheid van het Nederlandse filmlandschap zo belangrijk: het avondje uit als entertainment én als cultureel product. Mevrouw Sorgdrager benadrukte in haar voordracht ook het belang van mediaeducatie (iets waar veel filmtheaters met hun educatieprogramma’s aan bijdragen) en cultuur en cultuureducatie in het algemeen. Hier ligt volgens haar ook een belangrijke rol voor de (lokale) overheid, zeker nu na lang onderhandelen in 2018 een nieuw BTW-convenant is afgesloten waarbij distributeurs en exploitanten meer bijdragen aan de productie van de Nederlandse film dan voorheen én daarnaast gelden vrijmaken voor onder andere filmjournalistiek, onderzoek en de website Film.nl (een zoekmachine die het legaal aanbod toont). Tot slot sprak zij de hoop uit dat, mede dankzij deze maatregelen, in 2019 meer Nederlandse publiekstrekkers en kleinere kwaliteitsfilms op de markt komen.

Markt & cijfers
In de toelichting bij de jaarcijfers stond Hajo Binsbergen, bestuurslid van FDN, stil bij belangrijke thema’s en trends. Onder andere de piraterijbestrijding, de positie van Nederland binnen Europa en het grotere internationale krachtenveld en de positionering van het product film binnen het gehele medialandschap werden besproken. In het algemeen kan teruggekeken worden op een goed jaar waarbij de markt dankzij nieuwe en gerenoveerde bioscopen en filmtheaters en een sterk product van distributeurs vrijwel stabiel is gebleven. Opvallend is dat het aantal bezoeken bij filmtheaters, ten opzichte van het totale bezoek, met 8,4% gestegen is.

De kerncijfers 2018 zijn hier te downloaden. De top 20, de top 30 Nederlandse films alsmede de top 20 films die hebben gedraaid in de Nederlandse filmtheaters en filmhuizen is hier te downloaden.

Tip van de maand december: Het Auteurscontractenrecht: wat kan ik ermee?

Het Auteurscontractenrecht: wat kan ik ermee?

In de voorgaande ‘tip van de maand’ werd gesproken over het voorleggen van geschillen aan de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht. Belangrijk is dat die commissie alleen gaat over geschillen die te maken hebben met de rechten die het Wet Auteurscontractenrecht aan de auteurs (de makers, zoals de regisseur) toekent.

De bedoeling van de Wet Auteurscontractenrecht is om de maker, die zich vaak in een afhankelijke en ongelijkwaardige positie ten opzichte van zijn contractspartij bevindt, te beschermen tegen al te oneerlijke contracten en contractsbepalingen.

Hieronder een korte samenvatting van deze rechten:

  1. Voor de overdracht- of het verlenen van (gebruiks-)rechten aan een producent of een omroep, heb je recht op een billijke vergoeding. Dit gaat uitdrukkelijk niet om de rechten die VEVAM beheert, zoals kabelrechten en thuiskopie. Het gaat ook niet over het honorarium, tenzij dit een buy-out is en de billijke vergoeding daar dus onderdeel vanuit maakt. Te denken valt aan bijvoorbeeld een vergoeding voor het verlenen van het recht aan de producent om een film in de bioscoop te vertonen.
  2. De hoogte van een billijke vergoeding kun je door de Minister van OC&W laten vaststellen. Daarvoor moeten wel eerst de verenigingen van makers en exploitanten (bijvoorbeeld de DDG en FPN) samen met een voorstel over de hoogte van de billijke vergoeding komen.
  3. Als de vergoeding die je hebt ontvangen in geen verhouding staat tot de opbrengsten van de film of programma, heb je recht op een aanvullende vergoeding (bestsellerbepaling).

Hier ging de eerste en enige zaak bij de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht over. De Geschillencommissie oordeelde dat bij het bepalen van ‘onevenredigheid’ van de vergoeding, alle filmopbrengsten –dus ook van de distributeur en de bioscoopexploitant- moeten worden meegenomen. Omdat deze partijen niet deelnamen aan het geschil, en de Geschillencommissie daar ook geen informatie over had, kon de Geschillencommissie helaas in dit geval niet alle opbrengsten in haar oordeel betrekken.

  1. Als je film of programma langere tijd niet wordt gebruikt ofwel geëxploiteerd, of niet genoeg (meer) wordt geëxploiteerd, kun je het contract ontbinden waarna de rechten weer aan je terugvallen.
  2. Als je het niet eens wordt met je wederpartij over deze rechten, bijvoorbeeld over de hoogte van een billijke of bestseller-vergoeding, dan kun je dat voorleggen aan de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht.

Deze rechten zijn dwingend recht, dat wil zeggen dat je er niet in je contract afstand van kan doen en gaat over films en programma’s die na 1 juli 2015 zijn voltooid.

Voor vragen hierover, kun je altijd contact opnemen met de DDG.

De Impact Academy gaat in 2019 opnieuw van start

Werk je aan een documentaire of theatervoorstelling met een urgent maatschappelijk thema? Wil je in samenwerking met een impactproducent een campagne rond deze film of voorstelling ontwikkelen om grotere maatschappelijke impact te maken?

Meld je aan voor het campagne ontwikkelingstraject.

Wat biedt de Impact Academy 

  • Binnen de Impact Academy worden impactproducenten gedurende 6 maanden getraind en begeleid bij de ontwikkeling van een impactcampagne.
  • Ze organiseren een 3-daagse crash course impactproductie voor impactproducenten, regisseurs en producenten (13, 14, 15 maart 2019), 1 op 1 begeleiding en maandelijkse bijeenkomsten met de impactproducenten om de voortgang te bespreken (april t/m september).
  • €5000 Budget om een sizzler/teaser te produceren.
  • Indien opportuun organiseren ze een bijeenkomst om draagvlak te creëren bij de benodigde maatschappelijke partners en fondsen.
  • Ze werken toe naar een projectplan voor de impactproductie inclusief begroting en dekkingsplan (eind september).
  • Na dit halfjaar blijft Impact Makers op de achtergrond beschikbaar voor ondersteuning.

Wat zoekt de Impact Academy 

  • Impactproducent heeft vervolgens tijd met de ontwikkeling van de campagne aan de slag te gaan, ca 1 dag per week.
  • Regisseur, producent en impactproducent zijn beschikbaar voor de driedaagse crash course van 13, 14, 15 maart 2019.
  • Documentaire of voorstelling is in maart 2019 in beginstadium van realisering.
  • Idealiter is er een impactproducent (die nog niet eerder dit traject heeft doorlopen) of iemand die die rol kan vervullen aan het project verbonden.
  • Makers met een maatschappelijke ambitie voor hun project.

Geïnteresseerd?

Meld je dan voor vrijdag 25 januari aan via dit formulier

De projecten worden in februari 2019 geselecteerd, mogelijk na het voeren van het gesprek met het team.

Ik meld me aan

Heddy Honigmann: ik houd van de mensen die ik film

Heddy Honigmann, foto Cobos Films

Een scène uit haar laatste documentaire Buddy: Een man met posttraumatische stress, opgelopen in een oorlog, zit met zijn vrouw buiten op een bank. Mister, zijn begeleidingshond houdt alles in de gaten wat er om hen heen gebeurt. De man vertelt aan Heddy Honigmann, buiten beeld, over zijn syndroom. Het kost hem zichtbaar moeite. Heddy vraagt op quasi ernstige toon: heb je het wel eens aan je hond verteld. De man schiet in de lach. Het is een typische Honigmann vraag op een onverwacht moment. Het lijkt naïef, maar het breekt het ijs. Het moment  is goed gekozen, maakt het gesprek lichter en getuigt van mensenkennis.

Buddy, is een film over zes mensen met hun blindengeleidehonden, hoe kwam je op het idee?

HH: ‘Het zijn geen blindengeleidehonden, maar hulphonden. Er zijn slechts twee blinden die ik film en andere mensen met een handicap, waaronder een autistische  jongen van 11 met een zeldzame oogziekte. Dit zijn honden die nooit afhaken, zo zijn ze getraind. De honden helpen met deuren opendoen, uitkleden, het omdraaien in bed. Een van de personages zegt: “het is als in een huwelijk, je kunt geen trap geven tegen de hond. Je moet ze koesteren.” Er zijn zes karakters en zes verschillende honden.’

‘Het idee kwam doordat ik een reclamespot zag over een soldaat die een dode collega op de grond ziet liggen. Hij wil hem helpen maar kan het niet en plotseling wordt hij gelikt door een hond. Het gaat over een soldaat met een posttraumatisch stress syndroom. Daarna ging ik erover lezen, er worden diverse honden getraind voor verschillende aandoeningen en ziektebeelden. Ik heb een synopsis ingediend voor het programma Teledoc. De documentaire wordt geproduceerd door vriend en collega John Appel. Samen hebben wij ooit De VOF Appel & Honigmann opgericht.’

We draaiden veel met een gimbal, een soort kleine steadycam die het filmen stabieler maakt. Zo konden we in een vloeiende beweging van de mens naar de hond komen. Of rennen met de hond. Ik vond het belangrijk dichtbij de honden te blijven.’

Buddy


Metro Parijs

Dit weekend was ik in Parijs en zag daar een trompettist spelen in de metro, ik dacht meteen aan Het Ondergrondse Orkest, een van jouw beste documentaires wat mij betreft. Over uitstekende musici die hun geld verdienen in de metro’s en straten van Parijs. Het is ook een van jouw favorieten begreep ik.

‘Dat klopt. We hadden een vergunning gevraagd om in de metro te filmen van de Nederlandse ambassadeur in Frankrijk. Twee jaar lang hebben we gewacht voordat we konden filmen, we kregen maar geen toestemming, mede door aanslagen in die tijd (1997).

De musici zijn niet geliefd bij de autoriteiten, maar meestal wel bij de passagiers. Ik hield contact met de musici en zocht ze regelmatig op. Ik liep maandenlang door de metrogangen op zoek naar goede musici.’

Heel bijzonder is een scène met een vriend van de harpist, hij bezoekt een man die hij kent. Een Afrikaan die in een kamp heeft gezeten.

‘Hij woont in een piepklein kamertje, ik zei hem het is de kleinste kamer dat ik ooit heb gezien, maar alles zit erin. Hij antwoord dit is geen kamer maar een cel. Toen begreep ik dat hij ooit in de gevangenis had gezeten en kwamen we op zijn verhaal.’

Het Ondergronds Orkest

Ook prachtig is de scène van twee zwarte muzikanten en een blanke. Ze zingen in de metro: Try a little tenderness, van Otis Redding.

‘Dat was op mijn verzoek. “Ze moesten het lied meerdere keren zingen om hun keel te verwarmen”, zo zei een van hen. In die tijd konden wij reactie shots van de reizigers in beeld brengen. De gedeelten in de metro zijn met een verborgen kleine video camera  gemaakt en verschillende microfoons waren verstopt in kop telefoons en tassen. Pjotr van Dijk, de geluidsman waarmee ik vaak werk had dit bedacht. Het geluid moest klinken alsof het in een orkestzaal was, dat staat op de laatste pagina van mijn synopsis. De metrogeluiden mochten niet afleiden. Onder de grond werd gedraaid op video met een kleine camera en boven de grond op film.’

Het moet een vreselijk moeilijke film geweest zijn om te maken, met voortdurende controle door surveillance camera’s in de metro en politie.

‘We vielen zo min mogelijk op omdat we niet als groep opereerden, maar op enige afstand van elkaar. De cameraman zorgde ervoor dat de eerste minuten van de tape leeg was, als de politie wilde dat wij de video terugdraaiden, dan konden ze niets zien. Onder de grond draaiden we ongeveer een week.’

De eindscène  is een van de mooiste die ik ooit zag in een film. Een Algerijnse zanger met een introvert gezicht loopt door de straten van Parijs. Hij zingt een lied over hoe het voelt om een vluchteling te zijn. Je kunt het alleen begrijpen als je het bent.  Het lied gaat door merg en been. Het gezang gaat over in een scène over schoonmakers die de straten schoonspuiten. Een ware catharsis.(J.M.)

Metaal en Melancholie

Krakkemikkig

Nu over een andere film Metaal en Melancholie (1994), de film waarmee je doorbrak in Nederland. Over taxichauffeurs die wat bijverdienen in oude krakkemikkige taxi’s in Lima. Waar stond de camera?

‘De stoel naast de chauffeur hadden we weggehaald en vervangen door een bankje. Ik zat tussen de camera en de voorruit in geplakt. Ook had de cameraman een constructie gemaakt van een houten plank met een gat erin waar de kop van de camera inpaste. Die plank leunde op de passagiersstoel en zo kon de camera op de plek terechtkomen waar het hoofd van een passagier zou hebben gezeten.’

In een scène zit een chauffeur met een Indiaans gezicht die geen woord spreekt. Maar dat hoeft ook niet, zijn gezicht spreekt boekdelen.

‘Op dat moment in de auto kreeg ik het idee om het zo te doen. Die man had zo’n triest en melancholiek maar mooi gezicht. Na afloop was hij verbijsterd, we zouden toch een gesprek hebben? Dat was het ook, een gesprek in stilte.’

Gezichten zijn belangrijk in je films, je neemt alle tijd om ze goed in beeld te brengen.

‘Ik wilde de chauffeurs filmen zoals ze zijn in het dagelijks leven. Zij vormen het middelpunt en de stad is op de achtergrond. Soms komt de stad in de taxi, als mensen iets willen verkopen bijvoorbeeld. De oude krakkemikkige taxi’s zijn nu vervangen door kleine nieuwe auto’s. De karkassen zijn nu verboden.’

Honderd jarigen

Ik las dat je bezig bent met een film over mensen van honderd jaar en ouder. Komt die van de grond?

‘Ja, daar ben ik al mee bezig. Twee maanden geleden zijn we hiermee begonnen in Los Angeles en New York. We hebben al vier personages gefilmd. Van de oorspronkelijke zes mensen die ik had gekozen, is er nog maar één over. Een seks therapeute in New York, die zelfs nog werkt. Het Filmfonds vroeg of ik een ander script wilde schrijven. Hoe meer ervaring ik heb met het filmen, hoe minder zin ik heb om de dingen op papier te zetten.’

Je weet ook nooit precies wat je allemaal tegenkomt tijdens het draaien.

‘Dat is zo, maar je kunt wel de kern van waar je naar op zoek bent opschrijven. Dat zou genoeg moeten zijn. Ik heb een lange brief geschreven naar het Fonds, met andere opinies van 14 collega’s over het documentaire maken en het schrijven van een script. Een goed scenario hoeft helemaal niet te betekenen dat het ook een goede film wordt. Er zijn ook een paar gespecialiseerde scenaristen die voor jou een script kunnen schrijven. Dat is bekend bij het Filmfonds. Een synopsis met de essentie van waar de film over gaat, zou genoeg moeten zijn. Voor jezelf moet je dat weten voordat je gaat draaien.’

Nieuwsgierig

Ik las in een interview over je werkwijze …‘oprechte interesse hebben, eerlijk zijn, aandachtig luisteren en geduld hebben’.

‘En heel nieuwsgierig zijn. Ook als de personages niet vertellen wat je echt zoekt, moet je toch goed blijven luisteren. Soms kom je dan ergens uit wat beter is dan je had verwacht. Neem de musici in Het Ondergronds Orkest; Ik had ze meerdere songs horen zingen op diverse plekken, je kent hun stemmen. Toen zongen ze de prachtige song Try a little tenderness van Otis Redding.’

In een interview gezien op YouTube met journalist Hans Beerekamp en filmmaker Jiska Rickels zeg je: ‘Ik denk dat ik mensen film die sterker zijn dan ik’.

‘Dat is nog steeds zo, iemand die bij me was zei dat heb je nooit eerder gezegd in een interview. Ik was zelf ook verrast. Het is waar, waarom zou je mensen filmen als ze niet interessanter zijn dan jijzelf. De 100 jarigen bijvoorbeeld zijn sterk, maar ook wijs en interessant. Ze leven vaak nog met een doel. Vanaf het draaien van Metaal en Melancholie heb ik een improvisatie dag gevraagd. Zodat ik dingen kan uitproberen.’

Liefdevol

In documentaire maken worden net als in fictie de personages gecast.

‘Precies. Als je drie of vier sterke karakters hebt, kan je film eigenlijk niet meer stuk. De mensen in de film zijn de pilaren in de film die de documentaire moeten dragen. In m’n film El Ovido zit een oude man die leerlooier is. Iemand had mij verteld er is een winkel in het centrum van Lima die ‘Tassenkliniek’ wordt genoemd. Urenlang heb ik gezocht naar deze winkel. Het is de scène waarin een oude man zit te werken achter een naaimachine. Hij bleek een boeiend verhaal te hebben. Soms weet je van te voren weinig van de mensen die je filmt, andere keren worden de personages grondig geresearched.’

Het Ondergronds Orkest

Je filmt op een liefdevolle manier met een grote betrokkenheid bij de mensen die je in beeld brengt. Zit daar een levensvisie achter, wat is je bron?

‘Toen ik de Van Praagprijs kreeg, een prijs van het Humanistische verbond, vroeg ik me af waarom ik hem kreeg? Er zit een soort liefde in m’n films voor de mensen voor de camera. Mij werd wel eens gevraagd waarom ik geen nare mensen filmde, maar ik kan geen mensen filmen waar ik niets om geef. Ik houd van de mensen die ik film.’

Ik vind dat er te vaak, ook op festivals als IDFA en IFFR, veel verontrustende films worden geselecteerd die sociale misstanden aan de kaak stellen. Dat is ook belangrijk, maar soms is het te veel. Net alsof een film over een minder beladen onderwerp niet de moeite waard kan zijn. Ik verzet me tegen die tendens.

‘Dat kan ik niet zo zeggen, dat zou je moeten onderzoeken. Daar zou je een stuk over moeten schrijven. Ga naar veel documentaires op IDFA en vraag makers hierover. Mijn films gaan vaak over de mensen die zich verzetten tegen hun omstandigheden. Op het IFFR in Rotterdam was ooit een programma over nare verontrustende films, maar toen vroeg ik waarom er niet een programma is over lieve films.’

Wederzijds vertrouwen

Honigmann heeft een zwak voor de underdog. Een paar voorbeelden: in Het Ondergrondse Orkest zijn goede musici te zien, die genoodzaakt zijn in de metro en op straat hun geld te verdienen. In Metaal en Melancholie gaat het over middenklassers in Lima die gedwongen zijn om taxi chauffeur te zijn om het hoofd boven water te houden. In El Ovido (vergetelheid), ook in Peru gefilmd, zien we straatkinderen, die handstanden maken op een zebra bij de stoplichten om een centje te verdienen. Ook heeft ze een barmhartig oog voor een kleine jongen die schoenen poetst op straat. Op Heddy’s vraag of hij dromen heeft, schudt hij zijn ernstige gezicht.

Bij het researchen van informatie over Heddy Honigmann, las ik een artikel van Hans Beerekamp geschreven als introductie van de DVD box van Honigmann in Focus: “Als een filmmaker oprecht nieuwsgierig en geïnteresseerd is in de mensen voor zijn camera, kunnen er binnen het kader van intimiteit en wederzijds vertrouwen dat tussen de maker en zijn personages ontstaat, prachtige wondertjes geschieden. Van een dergelijke band is meestal overduidelijk sprake in de ontmoetingen tussen Heddy Honigmann en de mensen voor haar lens.”