Het Nederlandse filmklimaat Gesmoord aan de poort

Zeer interessant, helaas komt dit inzicht aan de late kant.
Ik heb als regisseur/d.o.p. jarenlang moeten vechten om de kwaliteit van de Nederlandse film te verbeteren.
Na 25 jaar werkzaam geweest te zijn als cameraman, bleek ik in 2016 per dag hetzelfde te verdienen als 16 jaar ervoor. Dit geeft al aan dat de belangrijkste mensen in filmproducties in Nederland gezien worden als sluitposten, maar ook dat deze zelfde mensen tegelijkertijd wel voor 200 % moeten presteren. Binnen een groot filmbudget was mijn betaling vaak onder de 1 % van het gehele budget, maar werd ik wel geacht verantwoordelijk te zijn voor de gehele visuele kwaliteit van de film.
Na al die jaren bleek ik vooral als een soort ingehuurde loodgieter te werken, die blij mocht zijn om dit werk voor weinig geld te mogen doen.
Dit speelt ook bij regisseurs die iedere keer opnieuw zichzelf moeten bewijzen binnen het marktmodel van kijkcijfers en mogelijke bioscoopbezoekers.
Kwantiteit is in Nederland al jaren het model en niet kwaliteit. Dit is exact de reden waarom Nederlandse films nooit interessant voor het buitenlandse publiek kunnen worden. Eigenzinnigheid wordt hier meteen de kop ingedrukt, met inderdaad allerlei dramaturgen en eindredacteuren die erbij worden gehaald, die geen enkele fantasie of idee hebben van hoe een film qua beeld interessant gemaakt kan worden.

Jacques Laureys

Post a Reply

VERS Avond: Freaky Found Footage – 6 mei

In samenwerking met Beeld en Geluid organiseert VERS: Freaky Found Footage.

Hoe vertel je een waargebeurd verhaal van vandaag met fictieve beelden van vroeger? Hoe kun je oud en nieuw materiaal op elkaar aansluiten? Deze avond leer je over nieuwe invalshoeken waarmee je found footage kunt gebruiken om jouw verhaal te vertellen.

”Oude beelden zijn op oneindige manieren te interpreteren. Gebruik ze en geef ze een nieuwe betekenis.” 

Beeld en Geluid is aanwezig en vertelt over de goudmijn boordevol materiaal wat in de loop der jaren is opgebouwd. Maar ook zal men ingaan op de praktische kant: hoe krijg je toegang tot het archief en hoe zit het met licenties?

Laat je inspireren door de gasten! Seth Flink en Amber Kok van Beeld en Geluid zullen vertellen wat er zoal in de collecties te vinden is en hoe licenties om dit gebruiken nou precies in z’n werk gaan. Ook zullen ze een aantal projecten en samenwerkingen uitlichten, hoe Beeld en Geluid z’n eigen archief creatief (her)gebruikt.

Daarnaast zullen filmmakers en kunstenaars Alice Wong en Donna Verheijden vertellen over hun films die gemaakt zijn met found footage. Ook filmexpert Noa Johannes is aanwezig als moderator van de avond!

Interesse bestel hier je kaartje. Gratis voor VERS en DDG-leden. Neem wel je DDG-ledenpas mee!

Datum: Maandag 6 mei 2019
Tijd: 20.00 tot 21.30 met daarna een borrel!
Locatie: VondelCS

Bob Rooyens ervaringsles 2: nieuwsgierigheid

Als beginnend regisseur pakte ik alles aan. Van een showtje met cabaret-liedjes van Guus Vleugel:

…..tot dramatische dialogen tussen een Duitse vader en zoon over de tweede wereldoorlog.

Ik regisseerde maandelijks ‘Club Domino’ (serie met vedetten van het Franse chanson) en in 1963 begon ik met Willem Duys aan ‘Voor de Vuist weg’. Met Mies Bouwman maakte ik een documentaire over straatmuzikanten: ‘Toonkunst op de keien’ en met Ko van Dijk (beste leerschool ever) een comedy-serie.

Allemaal zeer verschillende genres en zoals elk publieksprogramma, gericht op een emotionele reactie bij de toeschouwer. Inhoud is voor mij een variant van steeds maar weer dezelfde handelingen of situaties die min of meer dezelfde identificeerbare emoties oproepen. ‘Boosheid, angst, verdriet, vreugde’ en afgeleiden daarvan als ‘afgunst, schaamte, begeerte, liefde, verbazing, haat, wraak etc….’

Regie gaat niet over inhoud, maar over vorm. De manier waarop je je team aanstuurt en inspireert, de keuze van de medewerkers, de protagonisten, antagonisten, taal, muziek, decor, graphics, aankleding, licht, kostuum, stemgebruik, make-up, camera-uitsnedes, volgorde van shots…, allemaal vorm. Vorm = kiezen. Keuzes die het eindresultaat bepalen.

Alles zit in de vorm. De vorm is de verandering. Het bakken van een taart is niet nieuw. Het is de vorm waarin het nu op televisie wordt gebracht die anders is. Cabaret is niet nieuw, cabaret begon al in 1881 in Parijs, in Le Chat Noir van Rodolphe Salis met de flamboyante Aristide Bruant als grote brutale bek. Iconisch vastgelegd op de affiches van de Toulouse-Lautrec. (Begin 60er jaren kocht ik voor fl. 2,95 bij de Slegte, het boekje: ‘Montmartre van Tempel tot Tingeltangel van Rits Kruissink. Geweldige bron van informatie, vermaak en schoonheid. Warm aanbevolen.)

Theater is niet nieuw. Theater is de voortzetting van de potsenmakers op de jaarmarkt. Zo’n 500 jaar voor Christus maakten de Grieken al drama. En drama is een blik op ons zelf. De inhoud is altijd het menselijk kunnen en vooral het menselijk tekort. Het is de vorm die het anders maakt. Dans is in oorsprong de erotische betoning van het lichaam. Het is de uitdaging en de verlokking die wordt aangejaagd door de oerdrift tot paren. De vorm is de betekenis.
De talentenjacht is niet nieuw. In 1964 maakte ik ‘Nieuwe Oogst’. Het was de wieg waarin André van Duin z’n eerste boertje liet. In 2019 is de concurrentie tussen talentenjachten moordend. In de jaren 60 maakte een gongslag of een hinnikend paard, een einde aan de illusie van een glorieuze toekomst in de showbusiness. Nu is dat een stoel die niet wil draaien, 100 mensen in een vrolijke wand die niet opstaan….

….of een krankzinnig kostuum waarvan de jury niet wil weten wie erin zit.

Deelnemers, jury, verliezers en een winnaar. Allemaal hetzelfde principe, alleen de vorm is veranderd.
Vorm als inhoud kan betoveren.
Inhoud zonder vorm is verloren.

Toen ik in 1962 begon was er nauwelijks referentie, laat staan geschiedenis. De regisseurs van de eerste generatie waren voornamelijk radiomakers die, na een spoedcursus bij de BBC, door hun omroep werden doorgeschoven naar de televisie. Zij maakten eigenlijk radio met een plaatje. 
Het medium werd als prachtige bruid, met een authentieke personality niet herkend. De potentie en mogelijkheden lagen nog verborgen achter de hardmetalen panelen van de techniek.

Op 6 oktober 1964 werd ‘Hoofdstuk I’ uitgezonden. Een serie programma’s rond Adèle Bloemendaal. Het werden zes Hoofdstukken. Adèle was alleen te zien in de eerste aflevering. In een andere column heb ik al eens uitgelegd hoe dat gekomen is. ‘Hoofdstuk’ was een gezamenlijk programma van Jef de Groot en mij (samen concept en productie en ik deed de regie). We hadden een creatief team om ons heen verzameld dat in de kern bestond uit Massimo Götz (decorontwerp), Armando (kunstenaar), Hans Sleutelaar (schrijver/dichter) en Frits Müller (graficus/illustrator/ cartoonist). ‘Hoofdstuk’ markeert voor mijzelf het begin van televisie als een medium dat meer kan, dan het (al dan niet ‘live’) verplaatsen van bewegende beelden.

Ik herinner mij dat ik een keer de C.C.K (technische controle-ruimte) binnenliep en uit nieuwsgierigheid informeerde waar een paneeltje met drie rijen knopjes eigenlijk voor diende.
‘Oh dat? ….dat is het stuk in kont paneeltje’.
‘Hûh..!?’
Ik wist toen niet en nu nog niet, waar die uitdrukking vandaan komt. Ik voelde wel een sterke impuls om eens op die knopjes te drukken. Dat heb ik ook gedaan en tot mijn grote geluk bleek de hoofdbeeldtechnicus Theo Jansen een avonturier die volkomen paste bij mijn nieuwsgierigheid. Het railtje bleek in retrospectief een luminanz keyer. Met aan de ene kant de inlay en aan de andere kant de overlay. Bedoeld als titelkeyer, maar werd als zodanig nooit gebruikt. 

Vanaf dat moment strekte de elektronica, het hart en de bloedsomloop van televisie, haar armen naar mij uit. Het was de geboorte van Venus. Verwekt uit zeeschuim, naakt en toch nog zo verhullend op de schelp gezet door Botticelli. Mijn zeeschuim was elektronica. Tot in de diepste krochten van haar ziel, werd er aan de knopjes van mijn zojuist geboren Venus, geschroefd en gedraaid. In retrospectief denk ik, dat het eerste beeld dat ik via elektronisch gemanipuleer heb gebruikt, het beginshot is van Mark Murphy’s ‘Out of this world’. De ‘inlay’ is een zwart/wit testbeeld.

We experimenteerden met de vloek van elke technicus, namelijk het ontregelen van afregel-instructies van de camerafabrikant. We lieten het wit vastlopen en zochten in combinatie met de luma keyer, naar een ‘high key’ effect.

Voor een choreografie van Robert Kaesen had Massimo Götz een open balkendak bedacht. Voor we de studio ingingen besprak ik bij mij thuis met Massimo en belichter Henk de Rover gedetailleerd het programma door. Toen het balkendak aan de orde kwam, frutselden we met een stukje karton en een doos lucifers een modelletje in elkaar, deden het licht uit en keken met een zaklantaarn er boven, wat er qua belichting allemaal mee kon.

Omdat een hand nou eenmaal niet helemaal stil staat, zagen we het licht dat langs de lucifers op een wit velletje A4, viel, bewegen. Wauw! Dat moesten we hebben. Bewegend licht!
Henk de Rover liet in de studio een rail installeren. Daaraan werd een 5kw opgehangen en belichtings-assistent Ole ter Kuile trok die spot aan een touwtje heen en weer. Het bezorgde hem in televisiekringen de troetelnaam: Ole en de vliegende 5kw.
Het zou nog tot in 1980 duren voordat ‘Genesis’ met de eerste Vari-lite’s ging werken.

Theo Jansen, was een technicus die nergens voor terugdeinsde. In mijn naïviteit dacht ik dat er misschien wel iets moois zou gebeuren als je de iconoscoop (de beeldbuis in de zwart/wit camera) een tijdje in een ‘freezer’ zou leggen. Theo vond dat wel een leuk idee. Ik dacht, misschien zien we bij het opwarmen in de camera het beeld kristalliseren of zoiets….De buis werd bevroren en daarna teruggeplaatst in de camera. Met hijgende opwinding in de strot en kwijl rond de lippen, keken we naar de monitor.
Er gebeurde niets. Ja, de buis was naar de knoppen!

BR_13.4.2019

IN MEMORIAM PIETER VERHOEFF

1964: ik ben 18 en net begonnen aan het tweede jaar van de Nederlandse Filmacademie (Toen nog een 2–jarige opleiding), studierichting camera en montage. Samen met de latere NOS-cameraman Fred Mekenkamp waren we de benjamins, wiens collegekaarten vervalst moesten worden omdat we anders geweigerd zouden worden voor films boven de achttien.

De meesten van onze medestudenten waren in de twintig. Toen zagen we de kersverse eerstejaars binnenkomen, ouder dan wijzelf maar de meesten begin twintig. Maar er was er een bij, die duidelijk een stuk ouder was dan de rest: iemand die meer  levenservaring uitstraalde dan de anderen. En dat was Pieter Verhoeff. De rest van jaar werd vooral gedomineerd door het eerste tv-optreden van Boudewijn de Groot (ook een eerstejaars), die bij Willem Duys de banvloek over President Lyndon Johnson mocht uitspreken vanwege zijn Vietnam-beleid. Dat een schoolgenoot in een klap landelijke bekendheid verwierf met de protestsong :”Meneer de President” was het gesprek van de dag. Verder bereidden wij tweedejaars ons voor op het eindexamen en liet de klas van Pieter Verhoeff zich inwijden in het magische filmvak door de wijze lessen dramaturgie en mise-en-scene van onze directeur: de nu vergeten, maar destijds zeer gerespecteerde dr.J.M.L.Peeters.

Een paar jaar later liep ik op een zaterdagavond met de ziel
onder de arm rond op het Spui. Ik zat in militaire dienst, had bij de keuring
verzuimd psychische gekte te simuleren om S-5 te krijgen en moest er dus aan geloven.
Het was m’n vrije weekend en dan hing je op zaterdagavond op het Spui rond in
afwachting van de om 24u startende happening van Robert Jasper Grootveld rond
het Lieverdje. En daar liep ik Pieter Verhoeff tegen het lijf. In afwachting
van het magisch provo-gebeuren rond het Lieverdje gingen we een pilsje drinken
in De Oude Herberg in de Voetboogstraat. En toen pas werd me duidelijk, waar
die eerste indruk van een student met levenservaring vandaan kwam: Pieter had
inderdaad voor hij op de Filmacademie werd toegelaten een beroepsmatig leven
achter de rug van een opleiding aan de Sociale Academie en praktisch werk als  “jongerenwerker” zodat hij op de hoogte was
van de sociale kaart van Amsterdam, waartoe ook de Famos behoorde, een soort
jongeren clubhuis in de Vondelstraat, dat ik goed kende omdat er ook
jazzconcerten werden georganiseerd met Louis van Dijk en Willem Breuker.
Tijdens die pilsjes bleek ook, dat Pieter een echte Fries uit Lemmer was en ik een
geboren en getogen Amsterdammer met slechts een Fries klinkende achternaam.

We gingen na de Filmacademie ieder ons eigen weegs: ik werkte de eerste zes jaar van mijn carrière als cameraman bij het gerenommeerde filmbedrijf Cinecentrum en Pieter trad in dienst bij de VPRO, waar hij meewerkte aan het speelse en spraakmakende programma “Het Gat van Nederland”. Daarna maakte hij  het ene gezichtsbepalende VPRO programma na het andere zoals de eerste Nederlandse fake-documentaire  “Rudi Schokker huilt niet meer”, “De Katvanger” en de autobiografische serie “De Vuurtoren” over zijn jeugd in Lemmer. Hij debuteerde als bioscoopfilm regisseur met “ Het teken van het beest” met de onvergetelijke Gerard Thoolen in de hoofdrol en daarna het eveneens in Friesland spelende “De Dream”. Wat hem als regisseur opvallend maakte was dat hij zowel met beroepsacteurs als amateurs erg goed overweg kon en vaak in een mix van die twee categorieën uitstekende en geloofwaardige  rolvertolkingen wist te bereiken.

We kregen in het voorjaar 1998 erg veel met elkaar te maken  na een vergadering van het Genootschap van
Nederlandse Speelfilmmakers (een beroepsvereniging waar iedereen, die een
functie in een speelfilm had vervuld lid van kon worden: regisseurs,
scenarioschrijvers, editors, geluidsmensen, cameramensen) .

Vier ontevreden leden van deze club dronken op een mooie voorjaarsdag een glas na afloop op de stoep van The Movies: Pieter Verhoeff, Ger Poppelaars, Gerrard Verhage en ondergetekende. Al snel waren we het erover eens, dat het GNS een krachteloze, ten dode opgeschreven club was geworden en het tijd werd, dat er een specifieke belangenvereniging voor fictie-regisseurs moest komen, maar dan een echt gilde. Dit bleek niet zomaar een ideetje te zijn, dat iedereen weer snel vergat, maar een levensvatbare gedachte, die het volgende halfjaar werd uitgewerkt in hilarische bijeenkomsten in Arti et Amicitiae, zodat tijdens het Filmfestival Utrecht in september 1998 de officiële oprichtingsvergadering kon plaatsvinden. Een bijeenkomst waar tot onze verrassing en grote vreugde iedereen op af gekomen was. Vooruitlopend op de gedachte, dat we internationaal aansluiting in de filmwereld moesten vinden, schroomden we niet de eigen taal te verloochenen en zag op dat moment  de Dutch Directors Guild het leven.

Vier DDG oprichters op een rij: Pieter Verhoeff, Gerrard Verhage, Hans Hylkema, Ger Poppelaars

Tegen Pieter zeiden we: jij bent de nestor van ons vieren,
dus jij moet de eerste voorzitter worden. Pieter stribbelde tegen: ik heb ooit
in het bestuur van de Christelijke Jongerenvereniging van Lemmer gezeten en
daarna gedacht: eens maar nooit weer. Maar hij zwichtte op voorwaarde, dat Hanneke,
zijn vrouw hem als secretaresse terzijde mocht staan.  

Daar waren we alleen maar blij mee en we konden met een startsubsidie van het toenmalige VEVAM/SEKAM (onder leiding van Wim Verstappen) in een zolderkamertje van het Filmfonds aan de Jan Luijckenstraat aan de gang. Die eerste jaren waren een pionierstijd en zoals bij elk pionierswerk leverde zo’n semi-amateuristische periode veel plezier op met uitdagende ideeën zoals het voornemen een standaard-contract te realiseren. Met behulp van een mediajurist kwam  er zeker een concept, maar ik geloof, dat het bulderende gelach van de producenten ons zo’n beetje in de andere hoek van de kamer deed belanden: wat dachten we wel wie we waren! Het filmlandschap is inmiddels sterk veranderd, maar het standaard contract is er nog steeds niet.

Na een paar jaar onder Pieters bezielende voorzitterschap waarin de DDG op aandringen van een aantal documentaire-makers haar exclusiviteit opzij zette en een algemene regisseursvereniging werd, nam ik het voorzitterschap daarna van hem over.

Een half jaar geleden bij de viering van twintig jaar DDG in de Schiller Brasserie zaten we met een glas rode wijn herinneringen op te halen. Daarom was de schok des te groter toen ik nietsvermoedend op Witte Donderdag in mijn huisje in Friesland naar het Journaal keek en daar plotseling beeldvullend het portret van Pieter zag verschijnen, onmiddellijk gevolgd door de tekst, dat hij de avond ervoor gestorven was. Ik ging naar buiten om het goed tot me te laten doordringen, liep de dijk op, keek uit over de Waddenzee en zag langzaam een rode bal  achter de kim omlaag  zakken. Daar ga je, Pieter, dacht ik. Die zon kwam de volgende ochtend  gewoon weer op, maar Pieter Verhoeff is niet meer.

Nog wel kunnen we naar al die mooie en interessante films
van hem kijken. Laten we dat doen en hem op die manier eren.

Hans Hylkema

Op donderdag 25 april om 13.30 uur is de afscheidsbijeenkomst van Pieter Verhoeff in De Duif, Prinsengracht 765 in Amsterdam. Pieter zal wegvaren over de Amstel.

De sector van documentaire producenten in beeld

PERSBERICHT – 18 april 2019

Documentaire producenten en fondsen willen sector vitaler
maken.

De afgelopen maanden heeft USBO Advies van de Universiteit
van Utrecht de sector van documentaire producenten in Nederland onderzocht. Het
onderzoek ‘De sector van documentaire producenten in beeld’ is een
gezamenlijk initiatief van de Documentaire Producenten Nederland (DPN) en het
Filmfonds, CoBO en NPO-fonds, en is er onder andere op gericht de financiële
situatie van de producenten in kaart te brengen. De komende periode zullen de
producenten en de fondsen op basis van de uitkomsten van het rapport
gezamenlijk werken aan oplossingen voor de korte en lange termijn.

De aanleiding voor het onderzoek was het langer gehoorde geluid vanuit publieke omroepen en documentaire sector dat de documentaire producenten zich in financieel zwaar weer bevinden. Tegelijkertijd nemen zowel nationaal als internationaal de eisen aan de professionaliteit van de sector toe, in combinatie met een snel veranderend medialandschap, waardoor de druk op de producenten alleen nog maar groter wordt.

Vanuit de
ambitie de documentaire sector toekomstbestendig te maken, besloten de
producenten en fondsen de huidige staat van de sector in kaart te brengen. Het
onderzoek richtte zich op de financiële situatie, de manieren van produceren,
de mogelijkheden tot exploitatie, de verschillende vormen van productiehuizen,
en inventariseerde daarnaast denkrichtingen voor een duurzame toekomst van de
Nederlandse documentaire sector.

De uitkomsten van het onderzoek bevestigen het beeld dat documentaire producenten het financieel zwaar hebben waardoor het onder andere vrijwel onmogelijk is buffers op te bouwen voor noodzakelijke investeringen en innovatie. Omdat producenten voor financiering voornamelijk afhankelijk van omroepen en de fondsen zijn, worden oplossingen onder meer gezien in het verruimen van de mogelijkheden om de inkomsten te vergroten, meer financiële ruimte voor individuele projecten te realiseren en het streven naar een meer eenduidig beleid onder de fondsen.

Tegelijkertijd concluderen de onderzoekers dat de huidige constellatie van een groot aantal, veelal kleine, producenten financieel lastig houdbaar is; de sector zou een visie dienen te ontwikkelen over meer onderlinge samenwerking op gebied van bijvoorbeeld backoffice, distributie en sales. Daarnaast is één van de aanbevelingen aan de producenten meer nadruk te leggen op financieel management, beheersing van de filmportefeuille, en strategieontwikkeling voor het productiehuis op termijn.

Thomas den Drijver – DPN                          Hanneke Bouwsema – NPO-fonds

Bob Rooyens ervaringsles 1: gezag (laat je niet manipuleren of gek maken)

19 Maart j.l. werden in Pakhuis de Zwijger door de ‘Dutch Directors Guild’ en VEVAM, collega’s in verschillende categorieën onderscheiden voor de beste regie in hun genre. Zelf werd ik geëerd en gelauwerd met een ‘Carrière Award’. In een vraaggesprekje met Eric Blom, kwam onder andere de ontwikkeling van het vak en in relatie daarmee, de veranderende rol en betekenis van de regisseur, van ‘vroeger’ (begin jaren zestig) tot nu, aan de orde.
Nou was de avond een feestje. Veel vrolijkheid. Meer luchtigheid dan gewichtigheid en dat is ook volkomen terecht. Maar kennelijk, gezien de reacties, waren er meerderen geïnteresseerd in de ontwikkeling van toen naar nu. Vandaar dat ik een aantal van mijn ervaringen heb samengevat in ervaringslessen.

Een verhaal dat begint met ‘vroeger’, zit vrijwel meteen in de problemen. Vroeger is een woord dat niet lekker in de mond ligt. Het heeft geen bite, geen glamour. Eerder de vriendelijke gloed van een warme stoof voor bejaarde koude voeten. Vroeger is veelal de proloog voor een ouwe lullenpraatje. Maar, vroeger is ook de plattegrond waarop staat wat er nu is. Mooie programma’s, lelijke programma’s, programma’s die entertainen, die vervoeren, vervelen, iets leren, shockeren, aaien en pleasen.

In 1962, stuurde de Avro mij naar de eerste regiecursus die de gezamenlijke omroepen hadden geïnitieerd. Duur opleiding 2 maanden. Wat mij ervan is bijgebleven zijn de ontmoetingen met een aantal prikkelende personalities. Bevlogen regisseurs die in de euforie leefden van een nieuwe liefde. Van heftig geëmotioneerd, Willy van Hemert tot briljante eenvoud (less is more) Leen Timp. Van motiverend, zelfverzekerd Walter van der Kamp tot extreem ontdekkend Kees van Iersel. Van inspirerend beeldend Peter Zwart tot grondlegger van de literaire show en mijn latere mentor Jef de Groot.

Ik begon in een tijd dat de beelden zwart/wit waren, camera’s niet te tillen en zoomlenzen nog niet bestonden. Uitsnedes werden gemaakt door het voordraaien van lange of korte lenzen die op een zogenaamde turret waren gemonteerd.

turretcamera

In draaiboeken werden niet alleen de shots genoteerd, maar ook met welke lens dat shot gemaakt moest worden. Geen chroma-key, geen effectmachines, geen bewegend licht, geen ledscreens, geen beeldbandregistratie, geen editing. Drie camera’s en daar moest je het mee doen.

Ervaringsles 1: gezag (laat je niet manipuleren of gek maken)
Eén van de programma’s uit mijn beginperiode was een soloprogramma rond Dakota Staton. (Werd samen met Sarah Vaughn en Ella Fitzgerald gerekend tot de beste jazzvocalisten ter wereld.)
Opname: Studio Concordia (omgebouwd theater in Bussum). 

Qua televisievormgeving was het de tijd van zetstukjes. Ging een liedje over de liefde (wat nogal eens voorkwam) dan stond er wel ergens een hart, een cupido of een Biedermeiertje met rozen. Bij Summertime een zonnetje en bij Blue Moon...nou ja, je snapt het wel. Ik hield daar niet van. Past al helemaal niet bij jazz. Dat is de muziek van het rauwe vlees, van body and soul, van echt en oorspronkelijk. Ik had bedacht om de ballads in wit op te nemen en de uptempo nummers in zwart, waardoor ik via de optische bank, (filmtrucage) als een paard op een schaakbord van het ene nummer naar het andere kon springen. Van snel naar slow en vice versa.
’s Middags nam ik de ballads op. (witte horizon) ’s Avonds de uptempo nummers. (zwarte gordijnen) De begeleiding bestond uit een gelegenheidscombo van Nederlandse muzikanten onder leiding van Frans Elsen. De persoonlijke begeleiding van Dakota lag bij haar echtgenoot. Een lid van de Muslim Brotherhood die na de avondpauze, waarin de muzikanten bij het eten een biertje hadden gedronken, ontstak in razernij. Hij eiste van mij dat ik de muzikanten zou vervangen vanwege het feit dat ze naar alcohol roken. Ik heb hem uitgelegd dat in Nederland andere regels golden dan die hij zichzelf had opgelegd. Om de muzikanten te straffen liet hij de uptempo nummers aanzienlijk sneller spelen als normaal. Het programma was zeker 10 minuten korter dan het zou zijn geweest bij een normaal tempo. Dat was voor de muzikanten geen pretje. Daarbij had ik in de loop van de middag nog een andere opstandigheid moeten dresseren.

Eén van de drie camera-mensen meende dat hij beter gekwalificeerd was om regisseur te zijn dan ik. Hij pleegde voortdurend obstructie, zette andere shots voor, dan die ik wilde zien. Het is een vaker voorkomend fenomeen, waar nieuwe jonge regisseurs mee te maken kunnen krijgen. De vraag om een beetje professioneel te zijn hielp niet. Hij bleef dwarsliggen en daarmee ook de sfeer in de ploeg saboteren. Ik heb hem toen maar even apart genomen en gezegd dat hij naar huis kon gaan. De twee overgebleven cameralieden, werkten daarna voor vier. De onbemande camera zette ik op een krap totaal. Niemand iets van gemerkt. Het sprak zich binnen de destijds nog redelijk kleine kring van cameralieden natuurlijk wel door en het na-ijleffect was heel gunstig. Nooit meer dat soort problemen gehad. Temeer, omdat er al snel een natuurlijke selectie plaats vond van mensen die qua smaak, ambitie en talent bij elkaar pasten.

Nabewerking:
Uit de baarmoeder van zwart/wit televisie was nog maar net een bewegend, transporteerbaar plaatje geboren. Apparatuur om die plaatjes te kunnen editen en bewerken, zou nog lange tijd op zich laten wachten. Omdat het continuity-idee van een soort schaakbord, een bewerking vereiste op de optische bank liet ik het programma opnemen op 16mm tele-recording. Dat is de enige reden waarom het programma de begintijd heeft overleefd. Alle beeldbandopnames uit die tijd zijn gewist, verbrand of weggegooid.

Mij was al snel duidelijk dat het medium zelf, de elektronica, een authentiek stuk gereedschap is, dat de creativiteit van de maker meer mogelijkheden bied dan het in een bepaalde volgorde zetten van verschillende uitsnedes.

Techniek is gereedschap. Het is het penseel en de verf van de schilder, het zijn de letters van de literator. Rembrandt gebruikte hetzelfde doek, dezelfde penselen en dezelfde verf als andere schilders toen en nu. Het gereedschap is geen resultaat. Hij of zij die het gereedschap hanteert is het resultaat. De inhoud van schilderijen is bijna altijd dezelfde. Landschap, stilleven, personen, dieren, strepen, lijnen, vlakken, stippen, of een combinatie daarvan. Het individu maakt er een: Francis Bacon, een Rauschenberg, een Goya, een de Lempicka, Max Beckman, Grünewald, Hockney of Jackson Pollock van. …maar daarover later meer.

BR_ 3.4.’19

Foto’s Bob Rooyens: Mirjam van der Linden

Met korting naar Imagine Film Festival

Gisteravond is het Imagine Film Festival van start gegaan. Het festival vindt plaats in EYE tot en met 20 april. Naast een hoofdprogramma, bestaande uit diverse nationale en internationale fantastische films van het afgelopen jaar, presenteert Imagine vier diverse themaprogramma’s. In elk van deze programma’s krijgt een ander aspect van de verbeelding een prominente plaats.

De themaprogramma’s: New Stories in Gaming and VR – Things to Come – Slash-O-Rama – Let’s Talk About Sects – Imagine NL

Imagine NL
Imagine NL is het programma van en voor professionals, waarin Nederlandse en Vlaamse makers in het zonnetje gezet worden en ze een kans krijgen om hun droomproject te realiseren. Dit zijn enkele van de programmaonderdelen die voor makers interessant zijn:

14 april: 16:10 – Nieuw Nederlands Peil 1
Programma met de beste korte films uit Nederland en Vlaanderen, met alle makers aanwezig.

14 april: 18:30 – Masterclass VFX door Alex Wutke
In samenwerking met de NVX verzorgt Alex Wuttke (Batman BeginsThe Dark World, Jurassic World: Fallen Kingdom) een masterclass VFX.

17 april: 13:45 – Pitchcontest (gratis toegankelijk)
Imagine geeft Nederlandse en Vlaamse filmmakers de gelegenheid om hun filmproject te pitchen voor een internationale jury. Voor de beste pitch zijn er twee tickets naar Montreal, waar het winnende team deelneemt aan de coproductiemarkt Frontières, onderdeel van ons zusterfestival Fantasia.

17 april: 17:30 – Keynote & Panel door Anne Toole Worldbuilding in Space
Hoe ontwikkel je als schrijver een sci-fi-wereld, waar let je op, hoe werk je samen met artists en gamedesigners en wat zijn de valkuilen van het genre? Anne Toole vertelt erover.

17 april: 19:30 – Workshop sciencefiction schrijven
Heb je altijd al eens sciencefiction willen schrijven? Dan is nu je kans! In samenwerking met de Schrijversacademie geeft Martijn Lindeboom een workshop waarin hij je de basisbeginselen van het schrijven van sciencefiction bijbrengt.

18 april: 19:50 – Nieuw Nederlands Peil 2
Programma met de beste korte films uit Nederland en Vlaanderen, met alle makers aanwezig.

DDG-leden kunnen met korting naar het festival! Kies bij je bestelling kaartsoort “DDG” (8 euro) en neem je DDG ledenpas mee, daar kan naar gevraagd worden!

Doe mee aan RegieAct 8

Dutch Directors Guild organiseert in samenwerking met Hiddenways Academy de spelregie workshop RegieAct 8.

RegieAct 8, georganiseerd vanaf 1994, is een intensieve workshop opgezet voor professionele regisseurs, waarin de deelnemers aan de slag gaan met spelregie. De basis van de workshop is het zelf acteren, onder begeleiding van en geregisseerd door professionele acteurs en een acteercoach. Door als regisseur zelf te ervaren hoe het is om te acteren kun je op een heel primair niveau kennis ontwikkelen over spelregie. In reflectie momenten met de acteercoach en collega regisseurs wordt de koppeling gelegd naar het eigen regiewerk.

Naast het zelf acteren zijn er tijdens de workshop ook diverse momenten waarop je op je eigen regiestoel plaats kunt nemen. Zo zijn er momenten waarop de deelnemers elkaar mogen regisseren aan de hand van eigen inbreng of bestaande scènes én momenten waarop de deelnemers met professionele acteurs aan de slag gaan met door de coach aangeleverde film scènes.

RegieAct is opgebouwd in 4 blokken, verdeeld over 3 maanden.

Blok 1: Elementair spel door acteercoach Hidde Simons

Blok 2: Masterclasses van gast acteurs (van twee dagen zijn de gast acteurs al bekend, voor de andere dagen zijn we nog in onderhandeling).
Op dinsdag 18 juni is actrice Christine van Stralen als gastacteur aangetrokken, bekend van o.a. Dunya & Desi, Celblok H, Papadag, Flikken Rotterdam en nog veel meer, kijk daarvoor hier:

Op dinsdag 3 september is Peter Blok als gastacteur aangetrokken – bekend van o.a. Oud Geld, De Daltons, Cloaca, In therapie, ‘t Schaep met de 5 poten, Riphagen, Moeder ik wil bij de revue, Familie Kruys. Kijk ook hier.

Blok 3: Regisseren en acteren – deelnemers regisseren elkaar, onder begeleiding van acteercoach Hidde Simons. 

Blok 4: Professionele acteurs regisseren op basis van een bestaand script, o.b.v. acteercoach Hidde Simons.

Sinds het ontstaan van RegieAct hebben er meer dan 60 regisseurs deelgenomen. Over het algemeen hebben de  deelnemers de workshop als zeer nuttig ervaren en noemt men het een echte aanrader voor collega regisseurs.

RegieAct 8 gaat op de volgende dagen plaats vinden:
BLOK 1: 20, 21, 22 en 23 mei 2019
BLOK 2/3: 17, 18 en 19 juni 2019
BLOK 2/3: 2, 3 en 4 september 2019
BLOK 4: 23, 24, 25 en 26 september 2019

Locatie:  Studio Meneer de Wit, Baarsjesweg 202, Amsterdam
Tijd: 9.30 – 17.00 uur

De volgende acteurs hebben gedurende de jaren gastlessen gegeven:
Johanna ter Steege, Victor Löw, Paul van der Laan & Christine van Stralen, Frank Lammers, Willeke van Ammelrooy, Helmert Woudenberg, Ruben van der Meer, Bert Geurkink, Derek de Lint, Dragan Bakema, Ria Marks, Jack Wouterse, Katrien van Beurden, Hajo Bruins, Tom Jansen, Marcel Hensema en Monic Hendrickx.

Quotes van enkele oud deelnemers:
“RegieAct leert je denken en spelen als een acteur. Je denkt op een hoger niveau. Bijzondere mensen met veel creativiteit!”

“Geeft verdieping voor gevoel: ik ervaar het vak van acteurs, waardoor ik alles bespreekbaar kan maken. In het echt, op de set en bij repetities.”

“Inspirerend, blik-verbredend, laat vele kanten zien en heeft aandacht voor de toepassingen in de praktijk. Zelf zien en zelf doen.”

Deelname:
Aan de workshop kunnen maximaal 12 regisseurs meedoen. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus wacht niet te lang.

Ben je lid van DDG, dan kost deelname 650 euro, ben je (nog) geen lid van DDG dan kost deelname 750 euro. DDG-leden hebben voorrang. Gespreide betaling is mogelijk voor DDG leden. Interesse? Laat het ons weten vóór maandag 15 april op events@directorsguild.nl.

De workshop wordt financieel mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Nederlands Filmfonds.

EU-wide study finds Audiovisual Authors struggling to make ends meet and to maintain sustainable careers

NEW REPORT: First ever EU-wide study finds Audiovisual Authors
struggling to make ends meet and to maintain sustainable careers

Until now, no data has been available at EU-level on audiovisual
authors’ remuneration. This report presents the results from the first ever,
comprehensive, Europe-wide research into the economic and social situation of
European audiovisual authors.

The survey addresses
the members of 57 professional organisations in 26 European countries who are
members of the European Federation of Film Directors (FERA) and the Federation
of Screenwriters in Europe (FSE) as well as some collective management
organisations (CMOs) who are members of the Society of Audiovisual Authors
(SAA). Some additional professional organisations for other audiovisual authors
were also included. 

CONTEXT

A little over 30,000
contracts are signed each year for the writing and directing of 11,600 episodes
of television fiction and 1,700 feature length films (including 600 feature
length documentaries). This copyright material is at the base of an industry that
employs more than 1.2 million Europeans and turns over €107.3 billion. Film and
television programmes are, on the one hand, the most diverse and on the other
the most popular of contemporary arts. Yet often writers and directors raise concerns about job insecurity,
instability of income and poorly paid or even free work. FERA, FSE and SAA
believe that this profoundly undermines their capacity to do their best work,
to make their best contribution to European cultures or to facilitate the
economic growth which the European audiovisual industries are so capable of.
This study was conducted to provide facts and figures for this ongoing debate. 

Download the summary leaflet
http://www.filmdirectors.eu/wp-content/uploads/2019/03/EU-AV-authors-remuneration-study_summary-leaflet-2019-FINAL.pdf

Download the full report
http://www.filmdirectors.eu/wp-content/uploads/2019/03/EU-Audiovisual-Authors-remuneration-study-2019_FINAL.pdf

Winnaars DirectorsNL Awards 2019 bekend

Uitreiking regieprijzen voor meest opmerkelijke regieprestaties in 2018

In Pakhuis de Zwijger in Amsterdam zijn gisteravond (19 maart 2019) de DIRECTORSNL AWARDS uitgereikt in elf categorieën. Meer dan  2000 regisseurs hebben hun stem uit kunnen brengen, op de meest opmerkelijke regieprestaties van 2018. Het was dit jaar de derde keer dat zowel leden van de Dutch Directors Guild (DDG) als VEVAM aangeslotenen konden stemmen. Gastheer van de avond was: Howard Komproe.

De regieprijzen, die eens per jaar worden vergeven, zijn gegaan naar: 

Speelfilm: Michiel van Erp voor NIEMAND IN DE STAD 
Documentaire: Floris-Jan van Luyn voor THE BASTARD
TV dramaserie: Jan Albert de Weerd voor DE LUIZENMOEDER 
TV programma meercamera-regie: Henk van Engen voor DE WERELD DRAAIT DOOR 
TV programma eencamera-regie: Erik van Dijk voor ANDERE TIJDEN SPORT
Radio regie/podcast: Maartje Duin voor PODKAS ‘PAWEL DE POOLSE PLUKKER’
Digital storytelling: Anaïs López voor DE MIGRANT
Commercial: Ismael voor Calvé LIEKE
Korte documentaire: Morgan Knibbe voor THE ATOMIC SOLDIERS
Animatie: Job, Joris & Marieke voor A DOUBLE LIFE
Korte fictie film: Jamille van Wijngaarden voor TIENMINUTENGESPREK

Met name omdat alle prijzen zijn bepaald door Nederlandse collega-regisseurs, waren de winnaars buitengewoon verheugd.

Naast de DirectorsNL Awards werden er ook nog twee andere prijzen (twee beelden van Jeroen Henneman) uitgereikt. De DirectorsNL Oeuvre Award ging naar Bob Rooyens, “de Fellini onder de televisieregisseurs”. In vogelvlucht werd een indruk gegeven van zijn spectaculaire oeuvre. 
De DirectorsNL Grand Prix 2018 bestaande, naast het beeld, uit een geldprijs van 5000 euro ter beschikking gesteld door VEVAM Fonds, is uitgereikt aan Morgan Knibbe. De prijs, toegewezen door het bestuur van de Dutch Directors Guild ging naar Knibbe omdat: “Het bestuur zeer onder de indruk is van The Atomic Soldiers. De film fascineert door de intensiteit van de getuigenissen maar ook door zijn eenvoud in vorm. We kijken de oud-soldaten recht in hun ogen. Ogen die een blik in de hel hebben geworpen. De regisseur heeft ze zeer bekwaam begeleid in de gang naar herinneringen die voor vele van deze mannen verschrikkelijk waren en voor sommigen van grote schoonheid. Het bestuur vindt Morgan een zeer bevlogen maker, die vaak met zeer weinig middelen, zeer mooie en indrukwekkende documentaires maakt. “

Per categorie waren er drie nominaties, alle genomineerde films zijn te bekijken op: 
https://www.directorsguild.nl/nominaties-directorsnl-awards-2019-bekend/

Foto: Mirjam van der Linden


DIRECTORS.NL is het samenwerkingsverband van de Dutch Directors Guild en VEVAM.