Ena Sendijarevic: je moet de kijker niet onderschatten

Deel drie in de serie Filmmakers van Morgen. Ena Sendijarevic (30) kwam op haar zevende uit Bosnië naar Nederland om de oorlog daar te ontvluchten. Via een studie Filmwetenschappen in Berlijn kwam zij op de Nederlandse Film Academie in Amsterdam. Haar korte film Import werd geselecteerd voor  de Quinzaine des realisateurs in Cannes. Daarnaast won zij voor met haar films handenvol prijzen op internationale filmfestivals. Onlangs voltooide zij voor Pupkin Film haar eerste lange speelfilm Take Me Somewhere Nice

Je hebt je eerste speelfilm gemaakt Take Me Somewhere Nice. Is de montage al klaar?

Ena Sendijarevic: ‘De film is voor 99 % af. De montage en mix zijn klaar. Ik ben nu heel druk bezig met de poster, de trailer en het regie statement. Dat is nodig voor filmfestivals waar de film naar toe gaat. We gaan eerst een internationale première organiseren en dan komt de film in Nederland uit. Daarna komt hij in de bioscoop en waarschijnlijk bij de VPRO op televisie.

Waar gaat de film over?

Het gaat over een Bosnisch-Nederlands meisje dat een tijd doorbrengt in Bosnië. Het hoofdthema is identiteit, zowel nationale- als ook seksuele identiteit. De film werd in Bosnië en Nederland gedraaid. Het gaat ook over tussen twee culturen in zitten. De toon van de film is vervreemdend, speels. Komisch en ongemakkelijk tegelijkertijd, net zoals mijn eerdere werk. Ik vond de draaiperiode en het maakproces soms best zwaar. Ik haalde troost uit een citaat van Camus: ‘Any honest attempt of autobiography  is self destruction.’

Zelfdestructie, dat hoeft toch niet perse, het kan ook een catharsis zijn.

Als je eerlijk bent, kun je niet om je donkere kanten heen en het doet pijn om die onder ogen te zien. En om die te delen met de wereld. Uiteindelijk kan het leiden tot een catharsis. Eerst moet er iets schoongemaakt worden, je moet door het duister heen, voordat je bij de catharsis, de reiniging, uit kan komen.

Gaat de nieuwe film zijdelings over hoe het is om vluchteling te zijn?

Mijn film Import was iets explicieter over het vluchtelingschap, terwijl het eigenlijk meer over integratie gaat. Een jong gezin dat in een Nederlands dorp beland na de vlucht uit Bosnië. Hoe pas je je aan een nieuwe cultuur aan is het thema. De vlucht zelf doe je in een roes, er is een duidelijk doel: overleven. Maar tijdens het integratieproces worden de dingen troebeler, de doelen onduidelijker.

Fernweh gaat over een meisje uit een pleeggezin, dat niet kan aarden. Ik weet niet of het vluchten an sich mijn thema is, het heeft wel invloed op mijn werk denk ik. Import is op een bepaalde manier meer autobiografisch, deze nieuwe film is meer een onderzoek naar verlangen en herkomst.

Op je 7e jaar kwam je uit Bosnië naar Nederland?

In Take Me Somewhere Nice vraag ik me af, wat het betekent om onderdeel van een land, een natie te zijn. En wat er gebeurt wanneer je dat niet altijd zo voelt. Ik zie het niet slechts als vervelend, maar ik vind het interessant om al die tegenstrijdige kanten ervan in een werk te stoppen. Het is een groot verschil of je uit Finland of Alaska naar Nederland komt of uit Bosnië. Het is mijn lot geweest om hier in Nederland te komen; er zijn specifieke elementen aan de Bosnische en Nederlandse cultuur. Mijn ouders kozen voor Nederland.

Still uit Import

Het is opmerkelijk dat je in Import kiest voor een vorm met subtiele humor en absurdisme.

Ik vind mijn film gevoelsmatig realistischer dan wanneer je er een eenzijdig zware film over zou maken. Juist als mensen in een moeilijke situatie zitten, is het belangrijk dat het niet alleen als  donker en zwaar wordt ervaren. Dat is het cliché beeld. Het is de taak van de filmmaker om die gevoelens wat exacter te ontleden.

Een goed voorbeeld voor mij is de schrijver Albert Camus van De Vreemdeling (L’étranger). Maar ook Marguerite Duras ( L’amant). Deze schrijvers onderzoeken in hun literatuur hun existentie, vaak tussen verschillende culturen, op een speelse manier.

Zij zetten mij ook aan tot absurdisme. Die lichtvoetigheid laat zien, het leven gaat onverbiddelijk hard door en jij moet je maar aanpassen. Ik denk dat iedereen vroeg of laat de zin van het leven gaat bevragen. Hoe eerder hoe beter denk ik, dat is dan weer een voordeel van een andere jeugd.

In L’étranger sterft de moeder van het hoofdpersonage en in het verhaal gaat hij daar laconiek mee om. Later vermoordt hij nog iemand, maar uiteindelijk wordt hij gestraft voor het laconiek omgaan met de dood van zijn moeder. Het leuke van film maken is dat je kunt ontleden hoe iets er écht uitziet. Dat vind ik boeiender dan een replica maken van wat we al weten.

Ena: foto van Imke Panhuijzen

Het bijzondere in jouw korte films die ik heb gezien, Reizigers in de nacht, Fernweh en Import, vind ik dat je open plekken in het verhaal laat, zodat de kijker zelf kan interpreteren.

Ik vind dat je de kijker niet moet onderschatten. Ik denk niet dat de kijker dommer is dan ikzelf; als ik iets voel of denk dan verwacht ik dat de filmbezoeker dat begrijpt. Als je hem/haar wel onderschat, krijg je een vervelende wereld waarin alles uitgekauwd wordt en je je fantasie niet hoeft te gebruiken. Als ik zelf een boek lees of een film zie en merk dat de maker de kijker niet onderschat, dan krijg ik daar energie van en voel ik liefde voor die persoon. Het is de uitdaging van de filmmaker om de balans te vinden tussen soms open laten, maar ook richting en structuur geven.

Je moet wel communiceren.

Precies, uiteindelijk moet je wel communiceren. De kijker volgt jou in het verhaal, maar je weet soms niet precies waar je naar toe gaat in het verhaal. Het gebied van het niet weten, moet je niet te snel op willen vullen. Soms moet je het eerste antwoord dat opkomt weglaten, als je het gevoel hebt dat er iets beters gaat komen.

Iets over actrice Bien de Moor, zij speelt zowel in Reizigers in de Nacht als Fernweh. Zij heeft een bijzondere uitstraling, zeker een gezicht wat je bijblijft. Het acteren in jouw films vind ik ijzersterk op alle fronten.

Ik probeer de donkere kant van het leven ook een plek te geven in mijn werk. Bien was daar ook een middel toe. Zij heeft een bepaalde mystieke uitstraling. Zij straalt een verlangen uit. Ik voel me aangetrokken door dingen die we niet helemaal kunnen begrijpen. Ik wil in de casting niet al te veilige keuzes maken om ook die duistere kant toe te laten. Ik werk nu met een meisje van 17 in mijn nieuwe film, Sara Luna Zoric, een heel bijzonder mens. Zij combineert in haar ogen het donkere en het onschuldige.

Ik probeer dingen in mijn werk te stoppen die je niet in eerste instantie zal verwachten. Casting is daarbij enorm belangrijk, ik werk met een bureau maar maak de uiteindelijke beslissingen zelf. Ook de figuranten kies ik zelf.

Ik begrijp filmmakers die dat overlaten aan een casting director ook niet. Dat is je klei.

Precies dat is je verf en klei, ongelooflijk als je die niet zelf kiest.

Ik las dat je zei dat een goede film op een bepaalde manier persoonlijk moet zijn.

Persoonlijk betekent niet per se autobiografisch. Je voelt in een film of de maker er om geeft of niet. Dat ruik je als publiek, je merkt dat de maker er écht om geeft.

Hoe kun je in hemelsnaam een film maken als je er niet om geeft?

Als je een film maakt die van de lopende band komt, of als de maker zichzelf niet goed kent en iets maakt wat inwisselbaar is.

Ik bestrijd trouwens het idee dat een arthouse film geen groot publiek kan bereiken. Ik vind een film goed als ie wat toevoegt aan de wereld, als die je aan het denken zet. Belangrijk is ook dat de filmmaker verantwoordelijkheid neemt. Je zet iets op de wereld net als een kind. Daarbij komt ook nog dat je belastinggeld krijgt om iets te maken wat de samenleving beter maakt. Het moet uitdagen, maar dat betekent niet dat het saai moet zijn. Een goede film moet wel entertainen, of het nou art-house is of niet.

Een van de filmmakers die jou inspireren is Jim Jarmusch. In zijn film Down by Law is het eerste wat zijn hoofdpersonage doet als hij in de gevangenis beland  een raam tekenen op de muur in zijn cel. Dat is humor!

Het mooie van Jarmusch is dat hij de gekste dingen bedenkt en het gewoon uitvoert. Hij denkt niet dat vinden mensen vast suf, dom of te frivool. Ook dat is een balans, tussen licht en donker. Soms kun je in het scenario wat donkerder zijn, dan in de beelden die je uiteindelijk gaat maken met de camera. Net als er ook een evenwicht moet zijn om bij je eigen idee te blijven, maar ook de verbindingen met mensen op de set aan te gaan. Dat is moeilijk, dat kost het meeste energie. Ik probeer altijd te communiceren dat ik aan het zoeken ben en blijf zoeken. Mijn kracht is het stellen van de juiste vragen, de twijfel omarmen en het overwinnen van angsten.

Wat vind je van de DDG?

Ik heb mij aangemeld na mijn afstuderen op de Filmacademie. Mijn focus ligt nu meer op het starten van mijn carrière. Ik heb wel een keer gebruik gemaakt van de juridische adviezen bij de DDG. Ook ben ik geweest op een avond over auteursrechten. Ik vind het absurd dat de rechten van de filmmaker bij de producent komt te liggen.

Mores.online gelanceerd

Onafhankelijke meldpunt voor ongewenste omgangsvormen culturele sector: Mores.online.

Vandaag is het nieuwe, onafhankelijke meldpunt voor ongewenste omgangsvormen in de culturele sector gelanceerd. Mores.online is de toegankelijke, onafhankelijke en centrale plek waar iedereen die werkzaam is in de podiumkunsten, film- en televisiesector met zijn of haar verhaal terecht kan en misstanden aanhangig kan maken. Dit meldpunt is een aanvulling op de bestaande regelingen en protocollen die de individuele organisaties in de podiumkunsten, film- en televisiesector reeds hebben.

Dertig partijen uit genoemde sectoren hebben de handen ineengeslagen en het overkoepelend en vertrouwelijk meldpunt in het leven geroepen. Zij hebben gezamenlijk gedragsregels vastgelegd en twee onafhankelijke vertrouwenspersonen aangesteld. Dit gezamenlijke initiatief is erop gericht om een veilige werkomgeving te creëren.  En heeft als doel om ongewenste omgangsvormen te bestrijden en meldingen goed te behandelen.

Woordvoerder Marlies Oele, Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten: “Wij maken ons sterk voor een gezonde en veilige werkomgeving, waar voor iedereen een plek is om misstanden te kunnen melden met de zekerheid ook gehoord te worden zonder angst.”

www.mores.online

#moresonline

De 30 ondersteunende organisaties zijn:
ACT Acteursbelangen, Animatie Producenten Nederland, Assistent Directors Club, Cinekid, Dutch Directors Guild, Documentaire Producenten Nederland, Dutch Academy For Film, EYE Filmmuseum, Filmproducenten Nederland, FNV Media & Cultuur, Fonds Podiumkunsten, Geluidsmensen, International Documentary Film Festival Amsterdam, International Film Festival Rotterdam, Het Nieuwe Instituut, Kunstenbond, Nederlands Film Festival, Nederlands Film Fonds, Nederlandse Agenten Associatie, Netwerk Scenarioschrijvers, Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten, Nederlandse Beroepsvereniging van Film- en televisiemakers, Nederlandse Toonkunstenaarsbond, Nederlandse Vereniging van Cinema-Editors, Netherlands Society of Cinematographers, Onafhankelijke Televisie Producenten, The Location Bank, Verenigde Podiumkunstenfestivals, Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties, Vereniging Vrije Theater Producenten, Werkgeversvereniging Nederlandse Podia

Kort verslag Cultuurdebat Tweede Kamer – 30 mei 2018

In de Tweede Kamer vond op 30 mei 2018 het Algemeen Overleg plaats tussen cultuurwoordvoerders en minister van Engelshoven over de visiebrief ‘Cultuur in een open samenleving’. Er waren complimenten van vrijwel alle cultuurwoordvoerders (9 in totaal) aan het adres van de minister vanwege haar visie om cultuur te waarderen om de eigen waarde; in een samenleving zonder cultuur gedijen mensen niet. Veel waardering was er ook inhoudelijk voor haar aanpak en voor het feit dat weer in de cultuursector kan worden geïnvesteerd.Zeer vele onderwerpen passeerden de revue. Je kunt het debat terugkijken, via de App ‘Debat Direct’ van de Tweede Kamer (zie in de AppStore). En lees de Tweets via @kunsten92. Op een aantal onderwerpen heeft de minister toezeggingen gedaan, lees meer hieronder.

ENKELE HIGHLIGHTS:

Fatsoenlijke beloning

Breed draagvlak was er voor de Arbeidsmarktagenda. De Kamerleden deden goede voorstellen m.b.t. de noodzaak van ‘loon naar werk’ en een betere positie van de makers. Niet alleen op het gebied van pensioenen en verzekeringen, maar ook voor collectief onderhandelen voor zzp’ers en verdienmodellen – zoals een investeringsfonds voor de pop. Over het stimuleren van de toepassing van de Fair Practice Code, bijvoorbeeld door deze in de subsidievoorwaarden bij overheden op te nemen, was brede instemming in de Kamer. Daarbij werd wel de aantekening gemaakt dat met alleen deze code niet alles is opgelost. Er zal ook geld bij moeten. Men had veel waardering voor rol die de cultuursector zelf daarin speelt, maar benadrukte dat ook de overheid hierin een belangrijke rol heeft te vervullen. Het belang van steun voor uitvoering van de Arbeidsmarktagenda door de regiegroep en de Fair Practice Code werd door de minister onderstreept. De minister (die erg geschrokken zei te zijn van de erbarmelijke omstandigheden waarin veel kunstenaars hun brood moeten zien te verdienen) reageerde positief op het verzoek om niet te wachten tot de volgende cultuurnotaperiode, maar om ook in 2019 maatregelen te nemen die een betere honorering in de sector mogelijk maken. De minister werd aangemoedigd om op de terreinen waarop het kabinet zelf invloed kan uitoefenen, bijvoorbeeld bij de publieke omroep, actie te ondernemen. De minister heeft beloofd het met haar collega Slob, die verantwoordelijk is voor media, op te nemen.


Cultuureducatie

Veel aandacht was er voor cultuureducatie en de maatregelen die worden voorgesteld om ieder kind met cultuur in aanraking te laten komen. Zo was de Kamer positief over het plan om museumbezoek voor alle scholieren te organiseren. De Kamerleden willen wel graag dat de minister breder kijkt naar andere cultuurgebieden en dat zij daarbij ook gemeenten stimuleert om in meer buitenschoolse activiteiten te investeren, bijvoorbeeld in centra voor cultuureducatie, muziekverenigingen en ruimten voor jongeren om te repeteren en te presenteren. Bij filmeducatie kunnen mogelijkheden beter benut worden, zo vinden de Kamerleden. Ook was er een pleidooi voor de vakdocent terug in de klas.
De minister is niet ingegaan op het voorstel om te zoeken naar een andere wijze van financiering van museumbezoek dan via de onderwijsbegroting. Echter, Kunsten ’92 vindt dat – gelet op de kritiek op lumpsum-financiering bij onderwijs en het aflopen van de zogenoemde Prestatiebox in 2020 – dit het juiste moment zou zijn om met alternatieve financieringswijzen te experimenteren.


Rijk versus regio’s

Over de ontwikkeling van regioprofielen en de inrichting van de volgende cultuurnotaperiode (2021 – 2024) waren veel vragen. De minister heeft hierover op 14 juni a.s. overleg met gemeentelijke en regionale bestuurders. De Kamerleden willen graag weten welke vragen zij aan hen gaat stellen, hoe zij de verwachtingen gaat managen en hoe zij de rol van Basisinfrastructuur en fondsen ziet. De minister heeft aangegeven dat het proces van de regioprofielen nog niet in beton is gegoten. Zij hoopt een efficiency-slag te kunnen maken door betere samenwerking. Zij benadrukte nog eens dat zij erop rekent dat regioplannen die inspireren, en waar regio’s ook in willen investeren, tot vruchtbare samenwerking kunnen leiden.

De minister antwoordde eveneens bevestigend op de vraag van GroenLinks om naast de ontwikkeling van regioplannen ook andere, eventueel aanvullende stimuleringsmaatregelen te onderzoeken, zoals ook voorgesteld door Kunsten ’92. D66 verzocht de minister om de Kamerleden tijdig te informeren over de vragen die zij aan de regio’s gaat stellen en hoe het proces verloopt. Dat is dus voordat zij met de regio’s een adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur stuurt.


Toezeggingen door de minister aan de Tweede Kamer (opgetekend door de griffier van de Tweede Kamer):

  • De Kamer ontvangt deze zomer de Monitor Cultuureducatie.
  • De Kamer ontvangt ruim voor de begrotingsbehandeling van november een brief over de besteding van de cultuurmiddelen. Hierin zal zij ook ingaan op: stimulering van collectief overleg over arbeidsvoorwaarden; de mogelijke vormgeving van filmeducatie; de relatie BTW en film; de ratificatie van het Faro-verdrag.
  • De Kamer ontvangt binnen een paar weken de brief ‘Erfgoed Telt’. Hierin wordt ook ingegaan op de koppeling “publiek gebruik en toegankelijkheid van erfgoed”.
  • In de te verwachten reactie van de minister op het advies van de Raad voor Cultuur over musea zal zij ook ingaan op behoud van expertise, zoals bij conservatoren.
  • Na de zomer komt de minister terug op het Investeringsfonds Popmuziek.
  • De minister komt schriftelijk terug op de constatering van de Algemene Rekenkamer inzake controle op cultuursubsidies.
    In het verre najaar ontvangt de Kamer de adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur inzake de nieuwe cultuurnotaperiode. Hierin wordt uitgebreid ingegaan op de relatie BIS en fondsen.
  • De Kamer ontvangt spoedig een brief over de motie van de leden Rog/Dik-Faber inzake monumentale kerken en de verdeling van de beschikbare 30 miljoen euro. 

Spelregie Workshop Mijke de Jong

Spelregie behoort tot de meest essentiële onderdelen van het regisseren van drama. Op veel opleidingen blijft spelregie echter onderbelicht. Ook is er later in de beroepspraktijk door tijdsdruk weinig ruimte een eigen spelregiestijl te ontwikkelen. Bij veel regisseurs bestaat dan ook de behoefte om hun ervaring met spelregie uit te breiden.

Vanwege het succes van de workshop in 2017 en omdat er vorig jaar enorm veel aanmeldingen binnen kwamen, waarvan we maar 8 konden honoreren, heeft het DDG bestuur besloten Mijke de Jong ook in 2018 te vragen een spelregie workshop te geven. Deze gaat gedurende zes dagen plaatsvinden begin september in Q Factory te Amsterdam. Aan de workshop kunnen 8 regisseurs deelnemen, zodat iedereen voldoende persoonlijke aandacht krijgt.

Mijke heeft de volgende aandachtspunten voor ogen bij de workshop: 

  • Het ontwikkelen van het karakter, de basis voor grillig en gelaagd spel. Mijke werkt veel met – streng geleide – improvisatie en benoemt hoe je deze kunt inzetten in het repetitieproces om het karakter meer diepte te geven. Improvisatie is een krachtig middel, maar alleen als je het goed voorbereidt en weet waarom je het gebruikt. Haar ervaring is dat veel regisseurs niet precies weten wat ze met deze methode aan moeten.
  • Mijke neemt niet de dialoog als uitgangspunt maar concentreert zich op alle vormen van communicatie die een acteur tot zijn beschikking heeft zoals bijv. lichaamstaal, en sub tekst; ze leert regisseurs hoe ze moeten omgaan met lichaamstaal en hoe ze die moeten sturen. Hoe je de gelaagde vaak onbewuste lichaamstaal of mooie versprekingen die ontstaan tijdens een improvisatie, moet vertalen naar de opnames.
  • Bij het filmen willen de meeste regisseurs een lange repetitieperiode, maar die is er lang niet altijd. Daarom geeft ze ook graag tips voor het werken onder minimale omstandigheden: geen repetitietijd, stress op de set, miscommunicatie enz.

Data/Locatie
De workshop vindt plaats gedurende zes dagen, te weten van maandag 3 t/m vrijdag 7 september en op maandag 10 september in de XL Studio en de Theaterzaal van Q Factory, Atlantisplein 1,  Amsterdam. Deelnemers worden geacht alle dagen aanwezig te zijn.

Opzet workshop
Ter voorbereiding op de workshop moeten de deelnemers een aantal films van Mijke bekijken, zodat iedereen weet wat zij ongeveer doet. Een daarvan is Tussenstand. Hierover mag iedereen vragen bedenken.
Op dag 2, 3, 4 en 5 wordt gebruik gemaakt van acteurs. Deelnemers mogen zelf twee acteurs meenemen waar ze al eerder mee gewerkt hebben of met wie ze graag zouden willen werken. Lukt dit niet dan kan er ook gebruik gemaakt worden van acteurs die via ACT Acteursbelangen hebben laten weten aan de workshop mee te willen werken. ACT gaat hiervoor voor de zomer een oproep de deur uitdoen.

Dag 1: maandag 3 september 9.45 – 17.00 uur   
Theorie en vragen behandelen / casting / voorbereiding / repetitie
Bv. Wat te doen als een scène niet blijkt te werken. Hoe los je ter plekke problemen op.
Ook wordt er een begin gemaakt met het verzinnen van een scène.
Filmfragmenten bekijken. Dit allemaal ter voorbereiding op dag 2.


Dag 2 & dag 3: dinsdag & woensdag 4 & 5 september 9.45 – 17.00 uur

Schrijven van een scène die voldoet aan de uitgangspunten die nodig zijn voor improvisatie en deze klassikaal behandelen.
Middag van dag 2: kennismaking met de acteurs.
Dag 3: Regisseur en acteurs werken samen aan de scène en bereiden zich voor op de opnames.


Dag 4 & dag 5: 
donderdag 6 en vrijdag 7 september 9.45 – 17.00 uur
Opnemen van de zelfgeschreven scènes met de acteurs. 
Elke regisseur krijgt gedurende twee uur de tijd om de zelfgeschreven scène op te nemen met de acteurs.
Overige deelnemers zijn aanwezig bij de opnames en kijken toe.


Dag 6:  
Maandag 11 september 10.00 – 17.00 uur
Op deze dag worden de acht scènes vertoond en besproken, die iedereen in het weekend zelf heeft gemonteerd op de eigen laptop. Ook zullen de persoonlijke leerpunten per deelnemer aan de orde komen en zal de workshop worden geëvalueerd.


Kosten:
 Deelname aan de workshop bedraagt 350 euro. Gespreide betaling in twee delen is mogelijk.

Interesse om mee te doen? Laat het ons weten op events@directorsguild.nl o.v.v. workshop spelregie. Stuur ons je CV en je motivatie voor vrijdag 22 juni.  De selectie zal worden bepaald door Mijke in samenspraak met het DDG-bureau. In de laatste week van juni zal iedereen horen of hij/zij geselecteerd is voor de workshop.

Lees hier het verslag van de workshop van vorig jaar, dat geeft een goed beeld van wat er allemaal gaat gebeuren:
https://www.directorsguild.nl/improviseren-is-niet-zomaar-dingen-zeggen-en-hopen-dat-het-goed-komt/

Deze workshop is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Nederlands Filmfonds. 

DDG Avond 11 juni: Sport in de Film

Op de DDG Avond in juni draait alles om Sport in de Film

Gast op deze avond is Dirk Jan Roeleven (1961). Dirk Jan werkt voor de NPS-programma’s Andere TijdenZembla en Het uur van de wolf. Hij maakte onder meer sportdocumentaires waaronder Nieuwe Helden. Een uniek-inside verhaal van een wielerploeg Argos-Shimano dat wil bewijzen dat je ook zonder doping kunt winnen.
Daarnaast maakte hij  portretten van Frans Timmermans, Louis van Gaal, Anton Corbijn, Willem Wilmink, Willem Ruis, Pim Fortuyn en Wim Sonneveld. Hij publiceert over wielrennen en hardlopen in onder andere De Muur en Runner’s World en schreef o.a. het boek De nieuwe fiets.

In een vraag gesprek met regisseur Doesjka van Hoogdalem vertelt hij over de kunst van het maken van sportdocumentaires aan de hand van fragmenten van Nieuwe Helden en andere sportfilms: vraagt filmen van sporters een bepaalde discipline? Wat zijn de valkuilen? Zijn sporters benaderbaar?

Ook te gast is: Victor Vroegindeweij. Van Victor vertonen we deze avond de documentaire The Last Fight, over vechtsportster Marloes Coenen die midden dertig is als ze besluit om haar bokshandschoenen aan de wilgen te hangen.

Met haar coach Martijn de Jong en partner Roemer Trompert stippelt ze de eindfase van haar indrukwekkende loopbaan als MMA (mixed martial arts)-vechter uit. Regisseur Victor Vroegindeweij volgt haar gedurende die maanden. In zijn kenmerkende stijl, waarin hij ruimte en intimiteit – het grote geheel en het onverwachte detail – verbindt, toont hij Coenens inspanningen als de laatste adembenemende meters voor de finale. Wacht haar daar triomf of teleurstelling? Hoe groot zijn de offers die ze moet brengen, hoeveel kan haar lichaam aan? En wat gaat er schuil achter dat fijn getekende, intense gezicht? De beslotenheid van de trainingssessies, waar ze zenuwen, pijn en twijfel kan tonen, contrasteert met haar publieke optredens in de kooi: strak ingevlochten haar, glimmend wasbordje en adrenaline-rush. Terwijl het trappen, stoten, worstelen, ontwijken en incasseren tot een choreografie wordt, reflecteert de voice-over op de vraag wat de essentie van het vechten is.

Na de vertoning zal Doesjka in gesprek gaan met Victor en is er ruimte voor een Q&A met de zaal.

Zin om te komen? Bestel je gratis kaartje hierDe trailer van The Last Fight staat onder deze mail.

Datum: maandag 11 juni
Locatie: Het Ketelhuis
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis

Tip van de maand: Afwijkende of aanvullende afspraken altijd schriftelijk bevestigen

Tip van de maand: Afwijkende of aanvullende afspraken altijd schriftelijk bevestigen.

Helaas komt het maar al te vaak voor; je denkt dat je een goede afspraak met bijvoorbeeld een producent hebt gemaakt, maar tóch ontstaat er ruzie. Vaak heeft ieder dan een eigen, en ander, idee over wat de afspraak inhoudt.

Meestal heb je een contract, waarin de basisafspraken al zijn vastgelegd. Maar gedurende het productieproces kunnen er dingen veranderen of is er simpelweg sprake van voortschrijdend (artistiek) inzicht over bepaalde zaken. Het kan dan gaan om verschuivingen in de begroting of andere of aanvullende werkzaamheden die je als regisseur moet verrichten.

Naar Nederlands recht zijn mondelinge afspraken bindend. Maar om nu te voorkomen dat er verschillende interpretaties van de afspraken ontstaan, én als bewijs van de gemaakte afspraken, is het sterk aan te raden om (van het contract afwijkende of aanvullende) afspraken altijd schriftelijk te bevestigen. Dat kan simpelweg in een mailtje, met een inleidende tekst als ‘ter bevestiging bij deze de gemaakte afspraken’. Je kunt de mail afsluiten met iets als ‘zonder tegenbericht vertrouw ik je akkoord met bovenstaande’. Mochten de afspraken gemaakt zijn in een productiebespreking, dan is het aan te raden om een gespreksverslagje te maken en aan de producent toe te sturen. Ook daarvoor geldt de melding:  ‘zonder tegenbericht vertrouw ik je akkoord met het verslag’.

Mocht je naar aanleiding hiervan nog vragen hebben, of hulp nodig hebben, neem dan contact op met de DDG.

VERS Avond 4 juni: Close-up DPPLR

VERS Avond

Films maken in de huidige industrie is een uitdaging. Om je te helpen zijn er allerlei academies en fondsen maar wat doe je als selfmade maker die vaak buiten de gebaande paden moet denken en werken? Dat is wat centraal staat op maandag 4 juni. Deze avond wordt DPPLR onder de loep genomen.

DPPLR werd in 2006 opgericht door drie oud Media & cultuurstudenten. Waar ze begonnen met het maken van commercials zijn ze zich nu steeds meer aan het richten op eigen fictie producties. Wil jij alle ins en outs weten van dit succesverhaal? Kom dan naar de volgende VERS Avond!

Datum: 4 juni
Tijd: 20:00-21:30 + BORREL!
Locatie: VondelCS
Toegang: €5,- (exclusief service kosten)

Tickets zijn vooraf verkrijgbaar via eventbrite of aan de deur (alleen pin).

Gratis voor VERS en DDG leden op vertoon van een ledenpas 2018 (zorg wel dat je online je gratis kaartje reserveert).

Heb je (nog) geen ledenpas van 2018? Stuur dan een mailtje naar secretariaat@versfilmentv.nl

LAAT OLEG SENTSOV NIET STERVEN

Vandaag gaat de Oekraïense filmmaker Oleg Sentsov de twaalfde dag van zijn hongerstaking in. Volgens zijn advocaat Dimitri Dinze gaat hij door totdat zijn wensen zijn ingewilligd.  

Oleg Sentsov, die de Euro Maiden protesten in Kiev steunde en zich uitsprak tegen de inlijving van de Krim door Rusland, werd op 10 mei 2014 door de veiligheidsdienst van de Russische Federatie (FSB) in zijn huis in Simferopol (Krim) gearresteerd waarna hij in Moskou ruim een jaar werd vastgehouden in afwachting van zijn proces.

Hoewel de belangrijkste getuige van de vervolging zijn verklaring introk omdat die “onder dwang” tot stand was gekomen, ging het proces door met de beschuldiging dat Oleg Sentsov “misdaden van terroristische aard” had gepleegd. Ondanks een brief van de European Film Academy met duizenden steunbetuigingen aan de President van Rusland en de Russische autoriteiten om Oleg Sentsov onmiddellijk vrij te laten, werd hij veroordeeld tot 20 jaar gevangenschap.

Aan het eind van wat Amnesty International beschrijft als een oneerlijk proces door een militaire rechtbank, bevestigde het Russische Hooggerechtshof in november 2015 dit vonnis en werd Oleg Sentsov verbannen naar Yakutia.

Wij zijn diep bezorgd en willen de bevestiging dat zijn veiligheid is gewaarborgd en verzoeken dat hij onmiddellijk en onvoorwaardelijk wordt vrijgelaten.

Alleen met vereende krachten kunnen we hem helpen. Neem contact op met uw minister van Buitenlandse Zaken, parlementsleden en leden van het Europese Parlement, alsook de Russische Ambassade in uw land en vraag hen alles in het werk te stellen om Oleg Sentsov vrij te laten. We moeten nu handelen!

Met de steun van:

Masha Alyokhina, activist (Pussy Riot), Rusland

Stephen Daldry, regisseur, UK

Mike Downey, producer, UK

Dariusz Jablonski, producer, Polen

Aki Kaurismäki, regisseur, Finland

Mike Leigh, regisseur, UK

Ken Loach, regisseur, UK

Wojciech Marczewski, regisseur, Polen

Daniel Olbrychski, acteur, Polen

Volker Schlöndorff, regisseur, Duitsland

Béla Tarr, regisseur, Hongarije

Bertrand Tavernier, regisseur, Frankrijk

Krzysztof Zanussi, regisseur, Polen

En 1750 andere leden en vrienden van de European Film Academy als ook instituties zoals:

ANAC Associazione Nazionale Autori Cinematografici / National Association of Cinematographic Authors (Italy)

Czech Audiovisual Producers Association APA

Directors UK

FERA I Federation of European Film Directors

PEN America

The Austrian Film Academy

The Czech Film Academy

The European Producers Club

The French Directors’ Guild (SRF)

The German Film Academy

The Polish Film Academy

The Presidium of the Slovak Film and Television Academy (SFTA)

The Russian Filmmakers Union Kinosoyuz

The Ukrainian Film Academy

The Union of Filmmakers of Ukraine

Diep bezorgd,

Agnieszka Holland & Wim Wenders

SCHRIJF ALSTUBLIEFT NAAR DE MINSTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN, PARLEMENTSLEDEN, LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, EN NAAR DE RUSSISCHE AMBASSADE IN JE LAND EN ROEP HEN OP DE VEILIGHEID VAN OLEG SENTSOV TE WAARBORGEN EN HEM VRIJ TE LATEN. JE KUNT GEBRUIK MAKEN VAN DE VOLGENDE TEKST. DANK JE!   

Beste______________________,

Don’t Let Oleg Die!

Vandaag gaat de Oekraïense filmmaker Oleg Sentsov de 12e dag in van zijn hongerstaking. Volgens zijn advocaat Dimitri Dinze gaat hij er mee door tot zijn wensen zijn ingewilligd. Oleg Sentsov, die de Euro Maiden protesten in Kiev steunde en zich uitsprak tegen de inlijving van de Krim door Rusland, werd op 10 mei 2014 door de veiligheidsdienst van de Russische Federatie (FSB) in zijn huis in Simferopol (Krim) gearresteerd waarna hij in Moskou ruim een jaar werd vastgehouden in afwachting van zijn proces.Hoewel de belangrijkste getuige van de vervolging zijn verklaring introk omdat die “onder dwang” tot stand was gekomen, ging het proces door met de beschuldiging dat Oleg Sentsov “misdaden van terroristische aard” had gepleegd. Ondanks een brief van de European Film Academy met duizenden steunbetuigingen aan de President van Rusland en de Russische autoriteiten om Oleg Sentsov onmiddellijk vrij te laten, werd hij veroordeeld tot 20 jaar gevangenschap.Aan het eind van wat Amnesty International beschrijft als een oneerlijk proces door een militaire rechtbank, bevestigde het Russische Hooggerechtshof in november 2015 dit vonnis en werd Oleg Sentsov verbannen naar Yakutia.

Ik ben diep bezorgd en wil de bevestiging dat zijn veiligheid is gewaarborgd en verzoek dat hij onmiddellijk en onvoorwaardelijk wordt vrijgelaten.

Mijn naam:

Mijn adres:

Of in het Engels:

Dear______________________,

Don’t Let Oleg Die!

Today Ukrainian filmmaker Oleg Sentsov is on day 12 of an indefinite hunger strike which his lawyer Dimitri Dinze reports he full plans to follow through to the death should his demands not be met.

Oleg Sentsov, who was involved in supporting the Euro Maidan protests in Kiev and who opposed the annexation of Crimea by Russia, was arrested by the Federal Security Service of the Russian Federation (FSB) in his house in Simferopol on 10 May 2014 and brought to Moscow where he was detained and awaiting trial for over a year.

Although the key witness had retracted his testimony as given “under duress”, the trial, based on the accusation of Oleg Sentsov having committed “crimes of a terrorist nature”, was continued and at the end of what Amnesty International described as “an unfair trial in a military court”, Oleg Sentsov was sentenced to 20 years in prison. In late November 2015 the Russian Supreme Court in Moscow confirmed this sentence and Oleg Sentsov was moved to Yakutia, where he has now started his hunger strike.

I am deeply worried so I call on you to make sure that his safety is ensured and that he be released immediately and unconditionally!

My name:
My address:

Filmmakers van Morgen: Zara Dwinger

Zara Dwinger (1990) is de tweede jonge filmmaker die geïnterviewd wordt in de serie Filmmakers van Morgen. In haar films houdt zij zich met name bezig met identiteitsconflicten. Haar korte subtiele films LIV en afstudeerfilm SIRENE gaan hierover. SIRENE werd onder meer geselecteerd voor het korte filmfestival in Clermont Ferrand. Binnenkort gaat zij de NTR Kort film YULIA EN JULIET draaien.

Wat is de laatste goede film die je hebt gezien?

Call me by your name van Luca Guadagnino  over een liefdesrelatie tussen twee mannen. Hij is tegelijkertijd bezig met een meisje die hij daar ontmoet. Een film over de ontdekking van je seksualiteit.  Het speelt zich af tijdens een broeierige zomer in Italië. Erg goed gespeeld, er zat weinig verhaal in, maar het blijft boeien. The Florida Project van de Amerikaan Sean Baker vind ik ook erg goed over de relatie tussen een 8-jarig meisje en haar down and out moeder.

Voordat ik naar de Filmacademie in Amsterdam ging studeerde ik antropologie. Ik heb dit drie jaar gestudeerd. Ik vond het interessant, maar mijn hart lag ergens anders, daarom ben ik ermee gestopt.’

Daarna ging je naar de Filmacademie?

‘Vanaf mijn veertiende ongeveer keek ik veel films. We hadden zelf geen dvd’s thuis, alleen enkele als Mr Bean of Austin Powers, dat soort komedies. Ik vroeg mijn vader waarom we zo weinig films in huis hadden. Vervolgens hebben we samen in korte tijd onder anderen via Marktplaats honderden films aangeschaft. Er zaten goede films tussen van de oude Italiaanse meesters als Fellini, Visconti en Pasolini.’

Wat boeit jou in film?

‘Je wordt meegesleept naar een andere wereld. Je bent een voyeur, je kunt meekijken in andermans leven. Als filmmaker vind ik het mooi dat alle disciplines worden gecombineerd als acteren, fotografie, geluid, muziek en het verhalen vertellen. Ik las als kind vaak en hield van verhalen. Het samen iets maken vind ik fijn.’

Jouw korte films Liv en Sirene gaan over de zoektocht naar identiteit. Dat is het centrale thema.

‘Liv gaat over een tienermeisje, wiens ouders gaan scheiden net in de tijd dat ze voor het eerst verliefd wordt. Sirene is het verhaal van een jongen van een jaar of 15 die een stoere motorvrienden club heeft, maar door het contact met een meisje een verborgen kant van zichzelf ontdekt. Ik merk dat de tienertijd vaak terugkomt en daar komen bepaalde thema’s uit voort. Mijn eigen pubertijd was erg heftig, het is een  bepalende tijd. Toen ik twaalf/dertien was heb ik intens gepuberd en erg geworsteld met mezelf. Toch was dat niet alleen maar negatief. Ik grijp vaak terug op deze periode omdat het een tijd was met veel verwarring. De periode tussen kind en volwassene in is een heel intense tijd.’

Mijn nieuwe film Yulia en Juliet gaat over een liefde tussen twee meisjes in een gesloten jeugdinstelling. Ik heb research gedaan om te weten hoe het is om daar te zijn en je als jongere zo ongelukkig te voelen.’

Je hebt te maken met verhevigde emoties, het onderwerp heeft een urgentie.

‘Ja dat is zo, ik vind het interessant om de emoties op scherp te zetten. In onze Nederlandse cultuur moet alles vooral normaal en nuchter zijn. Het mooie van film is dat je de werkelijkheid kunt uitvergroten.’

Toch probeer  je er wel humor en luchtigheid in te houden.

‘Ik probeer het wel wat relativerend te houden, wil ook liever geen film maken die alleen maar slecht afloopt. Dat kan ik mijn personages niet aandoen. Ik probeer wel altijd wat hoop te houden. In het echte leven zijn zaken toch ook niet zwart-wit. Hoe kun je een dramatisch verhaal vertellen met wat lucht erin, dat is de uitdaging. In Sirene zit meer drama dan in Liv, maar ik probeer er altijd wat humor in te brengen.’

Je bedenkt het idee voor een film, maar schrijft het scenario niet zelf.

‘Tot nu toe klopt dat, maar ik ben er vanaf het begin van het proces wel nauw bij betrokken. Bij Sirene schreef ik soms een scène mee. Bij Yulia en Juliet werk ik met een ervaren scenariste, Jolein Laarman. Het uitgangspunt, het zaadje komt van mij, daarna ga je het samen ontwikkelen.

Op de Filmacademie krijgen we geen scenariolessen in de richting regie, maar dat is wel iets waar ik me nu verder in wil ontwikkelen. Op de academie leer je heel goed met acteurs omgaan en dat is superbelangrijk.

Waar gaat Yulia en Juliet over?

‘Het is een hedendaagse vertaling van het verhaal van Romeo en Julia, dat zich afspeelt in een gesloten jeugdinstelling, maar dan tussen twee meisjes. Thema’s zijn liefde, identiteit en je niet op je plek voelen. Twee meisjes die verloren zielen zijn, die elkaar vinden. De instelling staat symbool voor het gevoel vast te zitten in jezelf.’

Wie geven er les in spelregie op de academie?

‘Ties Schenk geeft spelregie lessen een jaar lang. Ook van een andere regisseuse kregen we een jaar lang spelregie. Van Mijke de Jong 2 weken. Daarnaast doet Mart Dominicus  de decoupage. Hij geeft heel veel inhoudelijke lessen, en bovendien coacht hij alle projecten 4 jaar lang. Ook zijn er vele gastdocenten uit de filmpraktijk zoals bijvoorbeeld David Lammers.’

Wat vind je belangrijk bij het film maken?

‘Ik vind het belangrijk dat je als kijker geraakt wordt, dat het iets met je doet. Het liefst moet het herkenbaar zijn, maar ook eigen en origineel. Dat is ongrijpbaar. Ik vind het mooie aan film dat je een eigen wereld kunt neerzetten.

Still uit LIV

Welke filmmakers inspireren jouw? Er is een nieuwe generatie Hollandse filmmakers aan het ontstaan waar jij, Mees Peijnenburg, Ena Sendijarevic en Sam de Jong deel van uitmaken.

‘Alle drie zijn zij vier jaar voor mij afgestudeerd. Zij zijn wel veel verder, ik zie ze toch meer als voorbeelden. Ena maakte net haar eerste lange film, Mees won in 2015 een Gouden Kalf voor de One Night stand film Geen Koningen in ons bloed. Sam de Jong is vooral bekend door zijn speelfilm Prins uit 2015. Het is leuk om films te zien van filmmakers die dicht bij mij staan.’

Welke andere Nederlandse filmmakers vind je goed?

‘Mijke de Jong van films als Layla M. Coco Schrijber van How to Meet a Mermaid. Boudewijn Koole van Kauwboy en Beyond Sleep. Simone van Dusseldorp van Het leven volgens Nino.’

En buitenlandse filmmakers die je inspireren?

‘Xavier Dolan van Mommy, Adrea Arnold van Fishtank. Maar ook Martin Scorsese; ik houd van gangsterfilms. Misschien dat ik ooit nog eens een gangsterfilm met identiteitsconflicten ga maken (lacht). Ik houd zowel van Pathé films als van verstilde of eigenzinnige arthouse, als het je maar kan boeien en raken. Ik heb zes jaar gewerkt bij Het Ketelhuis en heb daar veel films gezien, ook obscure arthouse uit Oost-Europa, die je anders nooit zou zien. Heel inspirerend. Je smaak verandert ook, vroeger was ik een grote Almodovar-fan, nu ren ik niet direct naar de bioscoop om de nieuwste van hem te zien.’

Wat vind je van de Dutch Directors Guild?

Als er een mail verschijnt in mijn mailbox, kijk ik altijd wel even. Ik volg vooral de workshops nauwlettend. Ik ben bijvoorbeeld laatst nog geweest naar een pitch workshop. Regisseur is best een eenzaam vak en het is fijn dat je hier andere regisseurs kunt ontmoeten om mee te sparren en ideeën uit te wisselen. Bij een regisseur moet het allemaal uit jezelf komen. Daarom is het goed dat de DDG er is.

/Jaap Mees

Interviews met bestuursleden: Jelle Nesna

Jelle Nesna zit sinds een jaar of drie in het bestuur van de DDG. Hij werd ervoor gevraagd door voorzitter Martijn Winkler en dacht: hoe komt hij nou bij mij? Wat heb ik te vertellen? Jelle voelt zich absoluut geen bestuurder. Hij is vooral filmmaker. En daarnaast produceert hij films. Dat blijkt een heel handige combi.

‘Ik ben een maker, dus zowel regisseur als creative producer. Zodoende ken ik beide kanten van het verhaal en kan ik me goed verplaatsen in de belangen van beide partijen. Zeker bij de ontwikkeling van speelfilm is de positie van regisseur heel belangrijk. In Nederland gebeurt het nog weleens dat een producent ervoor kiest om, als een bepaalde regisseur toch niet beschikbaar is, een andere regisseur te kiezen. Het Filmfonds gaat daar wel tegenin, maar in mijn ogen niet sterk genoeg. Soms ‘moeten’ producenten een productie draaien omdat ze anders hun overhead niet meer kunnen betalen. Als de regisseur – met wie de hele productie is opgezet – dan pas later beschikbaar is, dan kan het zijn dat een producent besluit dat de film toch meteen in productie moet gaan. Ook als de regisseur drie jaar aan de film heeft gewerkt. Die jaren worden niet betaald. Als regisseur kun je niet wachten tot die film gemaakt gaat worden, want dan verdien je niets. Dus het komt voor dat bij het maken van een film – nadat het draaien ervan meerdere keren is uitgesteld – een producent beslist dat er ‘morgen’ gedraaid gaat worden, met een andere regisseur. Dit zou niet moeten mogen.’

‘Het is vreemd dat je een plan hebt voor een film, vervolgens een paar miljoen bij elkaar haalt en dat dan degene die het eigenlijk allemaal zou moeten gaan uitvoeren kan worden vervangen. Dat zou alleen moeten mogen als dit in overleg is met de regisseur en als hij/zij goed betaald wordt voor het verliezen van de regie. In Italië kun je van producent wisselen of van crew, maar nooit van regisseur. Dat komt omdat hij of zij de artistieke eindverantwoordelijkheid heeft. Als het goed is, is hij de motor achter het artistieke plan en voor dat plán is geld vrijgemaakt. Het moet financieel natuurlijk goed onderbouwd zijn en bewaakt worden, maar het gezicht van een film is de regisseur. In Nederland is dat op dit moment een beetje ondergesneeuwd. En ik zie het als mijn missie om er binnen het bestuur op allerlei manieren voor te pleiten, dat de regisseur weer het uitgangspunt wordt.’

Initiatiefnemer vs. Opdrachtnemer

Ik maak me vooral sterk voor de projecten waar het initiatief bij de regisseur ligt. Als je als regisseur een plan hebt dan betrek je daar misschien een schrijver bij en dan ga je naar een producent. Vervolgens krijg je een contract en krijg je van de producent de opdracht om je eigen plan te gaan verwezenlijken. Dat is zo vreemd en dubbel. Want terwijl jij de initiatiefnemer bent, verander je ineens in opdrachtnemer. Dat vind ik niet kunnen. Ik vind dat de positie van de regisseur in dat opzicht sterker moet zijn. En dat begint met de taal. In overeenkomsten schijnt het contract-technisch beter te zijn als de regisseur opdrachtnemer wordt genoemd. Maar ik weiger dat principieel. Want ik bén niet de opdrachtnemer, ik ben de initiatiefnemer. Zelf kan ik niet zonder schrijver en je kunt niet zonder producent. Het is een driehoek. De producent is belangrijk bij de financiering. Daarnaast is de producent vooral dienstbaar aan de makers, geeft de grenzen aan van wat haalbaar is binnen het vastgestelde budget en is financieel eindverantwoordelijke. Volgens de wet zijn de schrijver en de regisseur de makers.

Focusgroepen

Je hebt bij DDG focusgroepen voor fictie en docu. Die groepen bestaan uit ongeveer 15 mensen. Als je die uitnodigt dan komen er vier of vijf mensen en met dat groepje gaan we dan praten over iets wat speelt of we bereiden een vergadering voor die gaat plaatsvinden met andere organisaties. Als je dan bijvoorbeeld bij het Filmfonds of het NPO-fonds aan tafel zit, dan kan ik spreken namens de mensen die er toe doen, de wat belangrijkere regisseurs, zeg maar. Het is handig als er meerdere regisseurs hebben meegedacht en niet alleen de regisseurs die toevallig in het bestuur zitten.

Arno Dierckx zei tijdens zo’n bijeenkomst bijvoorbeeld – en dat nemen wij dan als bestuur over – dat producenten vaak zeggen dat zij het risico dragen. Dan hebben ze het over financieel risico. Dat is natuurlijk waar: als een film over het budget gaat of flopt, kan het zijn dat een producent niet aan de film verdient. En daarom vind ik ook dat je als regisseur heel goed moet luisteren naar je producent als het gaat om de beperkingen van de begroting etcetera. Dat doe je met het hele team; de art-director, de cameraman en andere crewleden. Iedereen die geld kost binnen de productie heeft ook een financiële verantwoordelijkheid. Maar de regisseur loopt op een andere manier veel risico. Want als je een film maakt en het is geen succes, dan heb je mogelijk de komende jaren geen werk meer. Ik vond dat Arno dat heel scherp zag. Het is fijn om met mensen te overleggen die dat soort inzichten naar voren brengen. En vanaf nu zeggen we ook tegen elke producent die roept dat vooral zij het risico lopen, dat de regisseur zelf ook wel degelijk risico loopt. En dat helpt, omdat nu ook het Filmfonds en iedereen hoort: hoor eens even, regisseurs lopen op z’n minst evenveel risico als de producent; zo niet nog meer. Ik vind het belangrijk dat zoveel mogelijk instanties – omroepen, fondsen etc – zich dat realiseren.

Checklist

Ik heb ook nog meegewerkt aan een stuk dat we hebben geschreven dat als leidraad geldt voor regisseurs als ze een producent gaan benaderen. Er staat in welke punten je allemaal moet bespreken voor je met een producent in zee gaat. Ook bij dit stuk hebben we de focusgroep mee laten lezen en mee laten denken waardoor het een stuk beter is geworden. Zo verandert een opzet met behulp van anderen in een complete checklist. Jonge makers vinden het leuk als ze door producenten interessant gevonden worden en dat vond ik vroeger ook leuk. Maar ik ben wel blij dat ik toen met René Scholten ging samenwerken, want dat was een integer mens. Als je als jonge maker een plan hebt, moet je langs vier of vijf producenten gaan en ontdekken bij welke producent je je senang voelt. Hopelijk schat je dat dan goed in en kun je er een band mee opbouwen en aan de slag gaan. Dat bewustzijn, daar zou ik nog wel wat meer in kunnen doen.

Ik ben tegen de vete die er aldoor maar is tussen producenten en regisseurs. Ik wil graag dat het beter wordt. En daarvoor moet je argumenten hebben en je moet ook verantwoordelijkheid willen nemen. En ik vind ook dat je als regisseur verantwoordelijk bent voor een productie, ook financieel. Je moet ervoor zorgen dat je plannen realistisch zijn, ook in relatie tot de begroting. En in Nederland is de begroting altijd laag, dus heel veel regisseurs kunnen daar ook mee werken. Je hebt geen keus.

Het werk van het bestuur is echt wel belangrijk. Het gaat over essentiële zaken. En je hebt niet altijd de invloed die je zou willen, maar het is wel goed dat we bij organisaties aan tafel zitten, blijven herhalen en blijven zoeken naar meer invloed en een betere positie van de regisseur. Dat moet echt gebeuren, want het is niet goed als er geen mensen zijn in een bestuur die dat doen en de producenten hebben die mensen wel.

Filmfonds

Als ik de baas zou zijn van het Filmfonds? Ik zou zorgen dat de positie van regisseurs veel belangrijker wordt. Ook juridisch. En als een film succesvol is, dat dan ook de regisseur en de schrijver daarin delen en niet alleen de producent. Er wordt vaak gedaan alsof de producent het geld krijgt en dat dat geld dan van hem of haar is. Ik zou willen voorstellen dat ook de regisseur op papier het geld krijgt en dat de regisseur de producent verantwoordelijk maakt voor het uitgeven ervan. De taak van de producent is dat het financieel rondkomt en jouw taak is om het artistiek rond te krijgen. En dat doe je samen met de schrijver.

Voor het Filmfonds moet je nu als regisseur wel een begroting ondertekenen. Maar als je ziet hoe vaak een financieringsplan wordt veranderd voordat het een zogenaamde definitieve begroting is en naar het Filmfonds gaat; soms zijn er wel vijf versies van een financieringsplan in een week. De producent probeert op allerlei manieren om de begroting van een film binnen alle beperkingen rond te krijgen. Als regisseur moet je je goed inlezen, je erin verdiepen en beseffen dat je medeverantwoordelijk bent voor de financiering van je film. Op die manier kun je besluiten beter nemen.

Eigen werk

Op dit moment ben ik de speelfilm Rafaël aan het afronden. De film is naar een idee van mij, en Ben Sombogaart gaat het regisseren. Rafaël gaat 1 oktober in première, tijdens het Nederlands Film Festival. Daarnaast heb ik deze week een script voor mijn nieuwe speelfilm ingediend met de titel Buiten Is Het Feest, een verfilming van een boek van Arthur Japin. Deze film hoop ik volgend jaar te kunnen gaan draaien. Verder ben ik als creative producer onder andere bezig met een tv-serie voor KRO/NCRV en de  jeugdfilm Rood van scenarist Job Tichelman en regisseur en co-scenarist Camiel Schouwenaar. Rood hebben we net ingediend voor treatment-ontwikkeling.

Artistiek durf ik het er altijd op aan te laten komen en ben ik niet bang. Waar ik me nu door mijn ervaring veel meer bewust van ben, is de verhouding tussen wat je wilt en wat je kunt. De grootste les van mijn vorige film is dat dat niet in balans was. Bij Lucia de B. en Rafaël heb ik er als creative producer voor gezorgd dat die balans zodanig is dat de regisseur op de set zijn werk kan doen. Dus behalve dat het script goed moet zijn en dat er een goede crew is, is het heel belangrijk dat er genoeg tijd is op de set om het verhaal wat je wilt vertellen ook te kúnnen vertellen. En als ik één ding anders doe dan vroeger, dan is het dat ik dat nu al vanaf het allereerste moment steeds in de gaten hou. Dat je niet met zeven ton een film van drie miljoen probeert te maken; dat gaat niet. En dat klinkt heel simpel, maar dat is de les die ik wel geleerd heb. Dat je een film naar zijn begroting moet willen maken. Als dat in balans is, krijg je een evenwichtig product.