‘Filmtaal past perfect bij de ervaring van absences’

In de poëtische documentaire ‘Ik ben er even niet’ gaat filmmaakster Maartje Nevejan op basis van haar eigen herinnering aan een absence-ervaring, op ontdekkingstocht naar de kracht én beperking van het menselijke voorstellingsvermogen. Nevejan vervlecht de persoonlijke verhalen van jongeren met wetenschappelijke bevindingen en werk van kunstenaars als Anish Kapoor. Nooit eerder kreeg een filmploeg toegang tot de studio van de geprezen beeldhouwer en zijn wereldberoemde kunstwerk ‘blackest black’.

De documentaire ging eind maart in première tijdens CPH:DOX en in Nederland op 19 juni in De Balie. De film is onderdeel van het transmediaproject ‘If You Are Not There, Where Are You?’ (IYANTWAY) en bestaat onder meer uit live events, een tentoonstelling en een virtual reality-installatie. In de researchfase hebben 10 jongeren in co-creatie met 10 kunstenaars hun ervaring met absence epilepsie gevisualiseerd. Een interview met regisseur Maartje Nevejan.

Hoe was de Nederlandse première in De Balie en hoe anders was het dan de première tijdens CPH:DOX in maart?

CPH:DOX was een eer. Het is een prestigieus internationaal filmfestival in Kopenhagen, met een geweldig Science-programma waarin onze film was opgenomen. Eerlijk gezegd ben ik niet goed in festivals. Voel me er vaak eenzaam en verloren. Het is vervreemdend om een eerste vertoning te hebben voor mensen die je niet kent. De hoofdpersonen uit de film waren wel gekomen, dus dat was fijn. Ook waren er mensen van de VPRO en het Filmfonds. Na de film was er een Q&A in de zaal, geen goed idee bleek achteraf. De film is een trip-achtige ervaring op zijn best, een Q&A haalt mensen meteen uit die ervaring. Wat me gered heeft waren de prachtige publieksreacties van de jonge mensen die vroegen of ik de dag erna les wilde geven op de Kunstacademie aldaar. Dat was zo leuk dat ik dat daarna nog een dag heb gedaan met Willemijn Cerutti, mijn producent en partner in crime.

De Nederlandse première was juist een heel intieme aangelegenheid. De jongeren uit de film en de kinderen uit het transmedia project waren er, met hun ouders. Maar ook de kunstenaars en wetenschappers die mee hebben gedaan, en de crew met hun vrienden en familie. Daarnaast hebben we afgelopen vijf jaar een groot netwerk opgebouwd doordat we steeds onze research hebben gedeeld op diverse locaties (KNAW, Cinekid, Stedelijk Museum, SPUI25 etc.) Ook veel van die mensen waren er. Door CPH:DOX wisten we dat we geen Q&A moesten doen, maar mensen in de ervaring van de film moesten laten. Dat bleek een goeie keuze, er was nu ruimte voor stilte en/of emoties die de film blijkbaar oproept. We hadden wel een intiem randprogramma met een miniconcert van Alex Simu, de componist van de muziek voor deze film. En we hadden een mimeografie in de sfeer van de film. Ik was en ben er erg gelukkig mee.

Ik
had nog nooit van absence epilepsie gehoord. Eén op de tweehonderd
kinderen heeft
absences. Dat is best veel. Heb je enig idee waarom er weinig over
bekend is?

Epilepsie
heeft een heel slechte naam. Mensen zijn er bang voor. Al duizenden
jaren, want het is de oudst beschreven ziekte. Hippocrates schreef al
over “the sacred disease”, maar het volk dacht dat je
verdoemd was. Dus dat er weinig over bekend is, is uit angst en omdat
het zo moeilijk is om taal te vinden voor iets dat zich vanbinnen
afspeelt en waar je vanbuiten bijna niets van ziet.

Ik had weleens gehoord van het fenomeen waarbij iemand even helemaal uitvalt of plotseling in een diepe slaap valt. Is dat hetzelfde?

Nee, dat is narcolepsie. Absences hebben een heel specifiek hersenpatroon dat je kunt meten. Dat is anders. Hoe narcolepsie vanbinnen voelt, weet ik niet.

Glinsteringen
wekten bij jou absences op, vertel je in de film. Wat voor
verschijnselen waren er nog meer die dat uitlokten?

Lage zon door de bomen, draaikolken, dimensies die te groot of te klein zijn zoals de poppen die bij de RAI staan, wolkendekken die over elkaar heen schuiven, bepaalde geluiden, hemels licht, aarde donkerte, de blik van Pepper/ Police Woman [agente uit de gelijknamige Amerikaanse politieserie uitgezonden in de tweede helft van de jaren 70, gespeeld door Angie Dickinson], beulen die glimlachen, seksuele spanning bij gevaarlijke mensen, angst, kunstwerken van Anish Kapoor.

Absences
kunnen heel angstig, maar ook heel pre
ttig
zijn, las ik. Zijn ze vaker onplezierig dan leuk?

Dit raakt aan wat in de kunst het sublieme wordt genoemd. Ervaringen die groter zijn dan jij kunnen zowel gevoelens van grote angst als grote schoonheid oproepen. Denk aan liggend kijken naar een sterrennacht. De onbegrijpelijke oneindigheid kan je in twee richtingen tegelijk duwen. Eenwording met het geheel of het verdwijnen in het geheel. Omdat absences vooral voorkomen als je kind bent, zijn dit soort ervaringen meestal angstig. Er is dan (nog) geen taal voor.  Voor mij zijn ze een poort geweest naar de binnenwereld. Het besef dat het iets oprijst uit het niets; black is not a colour but a space. De kunst bij het filmen was dat vorm te geven.

[embedded content]

Zowel cameraman Jean Counet als geluidsman Fokke van Saane zijn diep meegegaan in het vormonderzoek om ergens tussen sprookje en nachtmerrie uit te komen, zonder zweverig of te realistisch te worden. Ik had me geen betere crew kunnen voorstellen. Iedere draaidag probeerden we ons vrij te spelen; lak te hebben aan alle regels, zowel de geschreven als de ongeschreven. Geen experiment werd geschuwd, ook heel lelijke niet. Ik heb bij editor Gys Zevenbergen heel wat schaamte moeten overwinnen. Ik had deze film nooit kunnen maken zonder Gys. We hebben elkaar versterkt in het vinden van de onlogica van het onderbewuste, omdat we een film als een ervaring wilden maken, en niet óver een ervaring. Gys is bovendien niet bang voor de donkere diepte, hij houdt ervan. Hij worstelt net als ik iedere montagedag om de moed en concentratie op te brengen om de donkerte niet te schuwen en het tegelijkertijd toch licht van toon te houden.

If
You Are Not There, Where Are You? is een zogenaamd transmedia
project: alle onderdelen samen vertellen één verhaal. Het verhaal
over waar je bent, als je er even niet bent. Waren de onderdelen
vanaf het begin zo bedacht of is het op een Nevejan-manier
associatief gigantisch uit de hand gelopen?

Je woordkeus doet me denken aan de leukste zin in alle recensies. Dana Linssen noemt de film “Even ongedisciplineerd als rijk geschakeerd en mateloos fascinerend”. Ik maak al twintig jaar transmedia-projecten. En hoor ook al twintig jaar dat het uit de hand loopt en of het ietsje minder kan. Een van de beste dingen van ouder worden is dat je aan dat soort zinnen voorbij gegroeid bent. Ja, het was allemaal vooraf bedacht, en ja, gelukkig liep het daarin voortdurend uit de hand. Een goed draaiend productie team is daarbij essentieel. Ik ben niets zonder mijn productiemensen. Het gaat er toch om al die ideeën te materialiseren, en bij zoveel elementen is er een strakke planning en voortdurende aandacht nodig, dat kun je niet in je eentje. Vaak reserveren we een moment voor associaties in de productievergaderingen…. What if? Hoe de uiteindelijke elementen samen komen is echt een Gesammt kunstwerk, iedereen creëert mee.

Hoe
ben
je met Anish Kapoor in contact gekomen en hoe
was
het om
hem
te
ontmoeten?

Ik heb een korte mail gestuurd naar het mailadres van zijn studio dat ik online had gevonden. De onderzoeksvraag If You Are Not There, Where Are You? opende ook hier weer de deur. Binnen een dag nodigde hij me uit in zijn studio in Londen.
Ik was heel erg zenuwachtig. Willemijn ging mee en ze probeerde me vooraf vooral uit mijn “groupie-gedrag” te krijgen. Wat volgde was een van de mooiste gesprekken uit mijn leven. Kapoor en ik waren op het einde beiden in tranen. Het is nogal wat om elkaar in die meest intieme plek te ontmoeten die je juist altijd verborgen houdt. Zo makkelijk als de eerste ontmoeting ging, zo moeilijk werd de tweede. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat er met allerlei advocaten en managers een afspraak kon worden gemaakt om te filmen. Esther van Lune, een van ons productieteam, heeft daarbij een wonder verricht. Kapoor heeft namelijk ook een waanzinnig productieteam om zich heen, dat hem overal voor afschermt. Op het laatst kregen we ook nog ineens een mail dat we het Kapoor Black niet mochten filmen. Dat was een enorme teleurstelling, maar we besloten toch de gok te wagen en te gaan.

We begonnen die ochtend in het kantoor. Kapoor vroeg waar we wilden filmen, in het kantoor of in de studio. Daar schoot ik van in de lach: Is er ooit iemand die kiest om in het kantoor te filmen? Waarop hij antwoordde dat hij nog nooit een filmploeg had toegelaten in de studio. “That really helps for my nerves” zei ik, “Let’s go to the studio”. Tijdens het filmen zelf mocht op initiatief van Kapoor ineens wel alles, zodat we nu de première hebben van zijn experimenten met het Kapoor Black. Buitengewoon gul van hem.

Even een zijpaadje: Wat vind je ervan dat Kapoor patent heeft op zijn zwarte verf en het niet wil delen?

Ik deel de verontwaardiging van veel kunstenaars niet. Ik heb zelf ooit een voorstelling gemaakt over YKB, Yves Klein Blue, omdat ik gefascineerd ben door monochrome kleuren. Daar hoor je niemand over klagen. AKB, Anish Kapoor Black, roept veel agressie op. Over honderd jaar kraait er niemand meer naar, als Kapoor er tenminste uit komt. Kapoor Black komt voort uit Vantablack, ontwikkeld door Nasa. Ze hebben Kapoor het patent gegeven om met dit zeer fragiele materiaal te werken, omdat het aansluit bij zijn thema’s en hij de capaciteit heeft in de studio om de omstandigheden te creëren waaronder dit zwart houdbaar blijft. Hij stopt heel veel energie en geld in het onderzoek naar hoe hij van Vantablack tot Kapoor Black kan komen om het te exposeren, dus is het voor mij logisch dat hij er (voorlopig) het alleenrecht op wil. Hij koopt er tijd mee. Toen ik Kapoor voor het eerst ontmoette dacht hij dat hij binnen tien maanden een expositie zou kunnen geven. Inmiddels zijn we jaren verder en vorige week vertelde hij dat het nog wel jaren zal gaan duren voor hij naar buiten kan komen met een werk.

Wanneer
wist je zeker dat je deze film wilde maken?

Het
was eerder een langzaam groeien naar een vorm. Zeker weten was nooit
aan de orde. Ik heb lange
tijd
niet de moed gehad om dit project te starten. Ik ben in 2013 naar New
York gegaan
om Oliver Sacks te spreken. Hij werd toen 80 jaar, inmiddels is hij
overleden.
Toen ik met hem sprak over absences zei hij: “I
can’t proof it scien
tifically,
but I am convinced that this is the stuff that fairytales and myths
are made of”.
Dat
was de ingang naar de vorm van
de storytelling in de film. Ook ontstond in New
York de
onderzoeksvraag die vijf
jaar lang vele deuren zou openen: If You Are Not There, Where Are
You? Daarna was er het moment op een dak in Amsterdam dat ik bier zat
te drinken met twee collega filmmakers. We hadden het over welke film
we nog niet hadden gemaakt omdat we er angst voor hadden. We besloten
elkaar te supporten in het durven maken van deze projecten. Dat
hielp.

Om nog zekerder te worden en me in het jargon van de epilepsie in te werken heb ik mijn spaargeld opgenomen om even niets naast dit onderzoek te hoeven doen. Van dat geld ben ik naar New York geweest, heb ik in een ziekenhuis stage gelopen bij een kinderneuroloog en de eerste interviews gemaakt met kinderen en jongeren met absences. Na die interviews wist ik: ik heb een project, nu kan ik de financiering gaan regelen. Op basis hiervan heb ik een eerste plan geschreven, dat ik later met de producent heb uitgewerkt. Zeker ben je pas als het ook lukt om je plan te financieren. Dat is beetje bij beetje en fase voor fase gelukt.

[embedded content]

Een
belangrijk moment tijdens het draaien van de film was dat ik besloot
de Engelse jongeren die ik had gecast en geïnterviewd toch niet te
gebruiken. Ik heb geen netwerk in Londen en ik moest alles dus
officieel huren en regelen. Het werd behalve onoverzichtelijk ook
veel te duur en tijdrovend. Ook al was het beter voor de
internationale release die ons voor ogen stond, ik besloot het met de
kids te doen waarmee ik al in het transmediaproject had gewerkt. Maar
hoe dit te doen?

De vorm ontstond toen ik in de Tate Modern op een tentoonstelling was. Ik nam een foto van een geprojecteerd werk, terwijl mijn eigen schaduw op de projectie viel. Ik heb twee uur op een bankje voor dat werk gezeten en in die uren ontstond in mijn hoofd het plan voor de vorm van de film. Vervolgens heb ik met Fokke en Jean een studio gebouwd in de garage van een vriend en zijn we gaan experimenteren met onze footage. Daarin hebben we het hart van de film gedraaid, dat de binnenwerelden van mij en de hoofdpersonen visualiseert. Na die draaidagen wisten we: we hebben een film.

Nu, na alle mooie recensies ben ik pas echt zeker. Ik heb de wereld onderschat. Ik heb zo lang gedacht dat niemand deze ervaringen zou begrijpen, en het blijkt dat dit niet het geval is. Dat is ongelofelijk heilzaam, niet alleen voor mij maar ook voor de andere hoofdpersonen van de film.

Op
een bepaald moment in de film (het zit ook in de trailer) zeg je
geëmotioneerd tegen je zus: ‘Ik heb m’n hele leven moeten
opboksen tegen de realiteit. Ik zie haar anders.’ Hoe heeft
angst en onbegrip voor jouw ervaringen met absences je leven
beïnvloed?

Niet de angst en het onbegrip, wel de ervaring zelf heeft mijn leven beïnvloed. Ik was al heel jong overtuigd dat er niet zoiets bestaat als één objectieve werkelijkheid, maar dat die subjectief is. Ik raak wel nog steeds geëmotioneerd als ik tijdens interviews geconfronteerd wordt met jongeren die voor het eerst in hun leven het verhaal van hun absences aan mij vertellen. Hoe bang ze zijn geweest en hoelang ze niet zijn geloofd door mensen die leven vanuit “Zo is het niet, want ik zie het niet ”. Ik deel die angst, maar zie inmiddels ook de schoonheid ervan.

Hoe
was het om erachter te komen dat jongeren – in tegenstelling tot wat
wetenschappers lang beweerden – net als jij, wel degelijk
herinneringen hebben aan absences?

Erg
ontroerend. Ik kon het niet geloven. Ieder interview weer, ook in
Londen en New York, opende de verhalen die zo lang opgesloten zaten.
De crux was het vragen naar de locatie. Waar ben je? Willemijn heeft
mij gestimuleerd om die verhalen te vertrouwen. Ik
bleef maar tegen haar zeggen dat ik echt niet wist of het waar was,
en dat dit veel verder ging dan het imposter syndroom. De ommekeer
kwam toen ik besefte
dat het gevoel van “niet echt zijn, niet waar zijn” deel van de
absence-ervaring is. Ik kan het nog steeds niet geloven eigenlijk.

Heb
je het over absence heen groeien als een verlies beschouwd?

Soms.
Maar ik ben vooral heel blij dat ik ze niet meer heb. Ik zou echter
niet willen dat ik ze nooit had gehad. Ze hebben me veel geleerd.

Hoe
dicht komen de kunstwerken bij het verbeelden van de absences die de
jongeren ervaren, denk je?

Ze
zijn het steeds bijna
maar
net
niet.
Wat
in de filosofie zo mooi het what-it-is-likeness
genoemd wordt. Er
zitten
dezelfde eigenschappen of variabelen in. Daardoor herkennen we ook
(delen in) elkaars kunstwerken. Iedereen vult het verhaal van die
ervaring op een unieke manier in. We hebben allemaal hetzelfde
verhaaltje; jaar in jaar uit. Niek zegt het heel mooi in de
researchfilm: Alsof je steeds dezelfde film ziet, maar
dan voor de eerste keer. Dat
maakt het ook anders dan dromen, want
dromen zijn iedere
dag anders. Absences zijn altijd hetzelfde, of je nu
vijf jaar
bent of vijfentwintig.

Filmtaal past perfect bij de ervaring van absences. Een onvrijwillige montage van je leven. Bij een film kun je je ook afvragen: waar is de film? Is de film de informatie op je harddisc, bestaat ‘ie in het licht van de projector, op het scherm of construeer je hem steeds opnieuw in je hoofd? Vanuit de variabelen in de verhalen heeft Monobands de VR installatie gebouwd. Hoe abstracter, hoe dichter bij de ervaring, zo leek het. En toch hebben wij mensen het nodig om de abstractie in te vullen. Dat proces zit letterlijk in de film.

Kun
je iets vertellen over je eigen ervaring met de VR-installatie?

Virtual
reality is natuurlijk een pracht medium om mee te werken als je dit
soort fenomenologisch onderzoek doet. Monobanda heeft als filosofie
dat VR een lichamelijk medium is en daarom heb ik gevraagd of zij met
de jongeren wilden werken. De jongeren vonden het zelf ook heel cool
om met VR te werken. Ik ben heel blij met het resultaat. Het is een
heftige installatie geworden op de grens van wat toelaatbaar is om
mee te maken in je lichaam. We hebben het getest op Cinekid en daar
vonden de kids het spannend, maar niet te eng. Volwassenen in het
Stedelijk Museum vonden het een heftige ervaring en een paar keer
kreeg iemand een anxiety attack. Als je heel
gevoelig bent voor donkerte, raden we de VR sindsdien af.

De
inspiratieavond die we met de Monobanda, neurologen en sjamanen
hebben georganiseerd staat in mijn geheugen gegrift.
Virtual Reality bleek een brug te kunnen slaan tussen hard core
neuro-wetenschap en de oeroude wijsheid van sjamanisme. Alle drie
werken dagelijks met virtuele realiteiten en dealen met dezelfde
vragen, maar net op een andere manier.

Een ander onderdeel is een research-film van dertig minuten. Wat is er in die film te zien?

In de researchfilm zie je sec hoe de kunstenaars met tien kinderen en jongeren hebben gewerkt. Er wordt met behulp van de film inmiddels les gegeven aan studenten medicijnen en aan kunstacademies. We hebben als bijvangst van het hele project nieuwe kennis over absences ontdekt. Tot nu toe leerden artsen dat er geen bewustzijn was tijdens absences. Wij laten zien dat er wel een soort van bewustzijn is en kunnen dat onzichtbare zichtbaar maken.
Bewustzijn is eeuwenlang een woord geweest dat niet genoemd mag worden in de wetenschap. Dat is aan het veranderen. Onder andere door de ontwikkeling van AI [artificiële intelligentie] en Robotica. Wat maakt ons mensen als soort anders? Hoe overleven we? Er zijn allemaal heel spannende experimenten aan de hand. We zijn nog maar aan het begin, maar het is een net zo opwindend avontuur als indertijd de reizen van de ontdekkingsreizigers in de buitenwereld.

Een
van de jongeren heeft
wellicht haar abstracte angsten omgezet in een concreet dier: de
wolf. Welke angst werd bij jou gepersonificeerd door Pepper? Of was
zij enkel een toevallige trigger?

Ik was twee toen ik absences kreeg, toen hadden we nog geen televisie. Ze kan het dus niet getriggerd hebben. Pepper is er later bijgekomen en aangezien zij de eerste figuratieve expressie was van mijn abstracte angst, en iedereen in de buitenwereld haar wel kon zien, is zij de personificatie van mijn absences geworden.

Ik
heb verschillende hypotheses waarom zij. Die zijn ontstaan in het
montageproces met Gys Zevenbergen. Hij was de eerste die net zo diep
kon en wilde duiken in deze materie als ik. Daar op ingaan is een
interview op zichzelf.

=
= = = = = = =

Ik ben er even niet draait in verschillende bioscopen in Nederland. Onder andere in: Ketelhuis Amsterdam / Lux Nijmegen / Focus Arnhem / Filmschuur Haarlem / Filmhuis Alkmaar / CineBergen Filmtheater Hilversum / LantarenVenster Rotterdam / Filmhuis Den Haag
Tot en met zondag 14 juli is de tentoonstelling IYANTWAY en daarmee het complete transmediaproject, voor publiek te bezichtigen bij Beautiful Distress House in Amsterdam Noord (NDSM).
Daarna zal het geheel ook te zien zijn tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht en InScience Film Festival in Nijmegen. Kijk voor meer informatie op: www.areyouthere.nl en volg alles rond het project via:
https://www.facebook.com/areyouthere.nl/

Bero Beyer wordt nieuwe directeur/bestuurder Nederlands Filmfonds

Bero Beyer wordt per 1 maart 2020 de nieuwe directeur/bestuurder van het Nederlands Filmfonds. Hij volgt Doreen Boonekamp op, van wie de maximale benoemingstermijn in oktober 2019 verstrijkt.

Bero Beyer heeft zijn sporen verdiend in de nationale en internationale filmindustrie. Hij is sinds 2015 directeur van International Film Festival Rotterdam (IFFR). Beyer zal in deze hoedanigheid in januari 2020 voor de laatste keer het festival leiden. Van 2013 tot 2015 werkte Bero Beyer ook voor het Filmfonds, als filmconsulent speelfilm. Daarvoor was hij als producent met zijn productiebedrijf Augustus Film betrokken bij onder meer de prijswinnende speelfilms Rana’s Wedding (Cannes 2002), Paradise Now (2005) en Atlantic. (2014).

De Raad van Toezicht van het Filmfonds (RvT) is zeer verheugd met de komst van Beyer. Laetitia Griffith, voorzitter RvT: “Met Bero Beyer krijgt het Fonds een ervaren, kundige en bevlogen nieuwe directeur/bestuurder met grote artistiek-inhoudelijke en zakelijke kennis van film en een breed netwerk in de snel veranderende internationale filmsector. Wederom treedt een energieke en verbindende directeur/bestuurder aan met een scherp oog voor de uitdagingen en kansen binnen de filmsector. Wij zijn ervan overtuigd dat hij samen met de verschillende organisaties in de (inter)nationale film- en mediasector, de rijksoverheid, de cultuurfondsen en andere partijen zal blijven zorgdragen voor verhoging van de kwaliteit, diversiteit en zichtbaarheid van Nederlandse films.”

Bero Beyer: ”De afgelopen jaren heb ik voor International Film Festival Rotterdam mijn liefde voor film in zijn vele vormen over willen dragen. Cinema van kort tot lang, van fictie tot documentaire en hybride, episodisch of geanimeerd, van toegankelijk tot experimenteel. Ik kijk er enorm naar uit om mij na de 49e editie van IFFR vanuit het Filmfonds in te zetten voor Nederlandse cinema waar men zich in kan herkennen en door geïnspireerd raakt. In het besef dat film een prachtig medium is, invloedrijk en relevant, en floreert door een gezonde cinemacultuur.”

De RvT is Doreen Boonekamp, die tot 3 oktober 2019 als directeur/bestuurder aanblijft, zeer erkentelijk voor haar inzet en strategische rol in de samenwerking met de overheid en de sector de afgelopen tien jaren. “Het Fonds is onder leiding van Doreen uitgegroeid tot een proactieve en professionele organisatie met een breed nationaal en internationaal netwerk. Doreen heeft daarnaast een sterk accent gelegd op internationale samenwerking door het aangaan van partnerships met fondsen, coproductiemarkten en talentlabs en door coproductieverdragen. Belangrijke speerpunten vormden de invoering van de Film Production Incentive en de Netherlands Film Commission. Ook introduceerde Doreen naar Scandinavisch voorbeeld het consulentensysteem voor de selectie van aanvragen, naast het model met adviescommissies. Wij zijn haar zeer dankbaar dat zij zich jarenlang met tomeloze energie en passie heeft ingezet om de positie van de Nederlandse film en filmmakers te versterken en de internationale concurrentiepositie van de sector te bevorderen,” aldus Griffith.

Peter Schrurs, onder andere voormalig algemeen directeur VPRO, wordt van 3 oktober 2019 tot het aantreden van Bero Beyer benoemd tot interim bestuurder van het Filmfonds. Schrurs legt hiertoe zijn functie als RvT-lid van het Filmfonds tijdelijk neer. Adjunct-directeur George van Breemen is in deze periode samen met Peter Schrurs verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het Fonds.

Foto Bero Beyer door Jan de Groen

Bron: Persbericht Filmfonds

Een editor voor regisseurs

Menno Boerema (Velsen, 3 april 1958 – Amsterdam, 16 juni 2019)

Ik was even (blij) verrast toen
Janette Kolkema me vroeg voor de site van de DDG een In memoriam voor Menno Boerema te schrijven. Een editor tussen de
regisseurs? Maar natuurlijk, besefte ik na de eerste verrassing, als wij
regisseurs één iemand moeten kiezen met wie onze relatie het meest hecht is,
dan is dat onze editor.

  
Ik heb de relatie tussen regisseur en editor altijd de meest intieme in
ons filmvak gevonden. Je bent weken aaneen bij elkaar in een half verduisterde
ruimte. Het heeft iets van een slaapkamer, zo’n montagekamer, en ik heb menig
schoonheidsslaapje gedaan in het bijzijn van Menno. Zo rond vier uur vroeg hij
steevast of het niet tijd was voor mijn middagdutje. We werkten altijd samen
aan een film. Ik was er alle uren van de werkdag. Als ik vroeger was, schakelde
ik de apparatuur alvast in. Menno haatte het om in zijn eentje te monteren. Ik
ging alleen even weg om lunch te halen, of om een mok koffie in te schenken,
die hij dan weer koud kon laten worden. De routine van een huwelijk.

We kennen allemaal de gruwel van
ons gefilmde materiaal terugkijken, de eerste weken van vertwijfeling: is dit
het nou waar we zo hard aan hebben gewerkt? Dan is het belangrijk dat er iemand
naast je zit die de rust bewaart. Die op zoek gaat naar de kracht van het
materiaal, dat er heus wel is, maar in al die kleine rotstukjes film even
verdwenen lijkt. Dan heb je iemand naast je nodig die uitstraalt wat elke goede
editor uit ervaring al lang weet: met een beetje geduld achterhalen we de
kracht heus wel. Menno toonde zeker in de eerste weken een grenzeloos geduld.

    Mart Dominicus verwoordde het tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Duif te mooi om niet uitgebreid te citeren: ‘Menno had een manier van monteren die ik niet anders dan liefdevol kan noemen. Liefdevol voor de maker, voor degene die het materiaal had aangeleverd, maar ook liefdevol naar het materiaal op zich. Dat uitte zich in iets waar Menno wat mij betreft in uitblonk: luisteren. Voordat er gemonteerd werd, werd er eerst geluisterd. Naar de intenties van de regisseur, maar ook naar het materiaal. Wat voor materiaal was het? Waar wilde het heen, wat ging er in schuil, wat kon het verdragen? Zoals een beeldhouwer zijn steen kan aftasten en omcirkelen voordat hij aan de slag gaat, zo zocht Menno naar de juiste ingang tot zijn films en zijn scènes. Eindeloos draaien, kantelen en binnenste buiten keren; net zolang tot het materiaal zich als het ware overgaf en opende. Waarbij hij met vondsten en oplossingen kon komen, die anderen ook na dertig keer kijken maar niet zagen.’

Menno, Porto 14 juni 2019. Foto: Petra Noordkaap

Er zijn twee soorten editors. Zij die het materiaal het werk laten doen, en zij die het materiaal een eigen kant opduwen. De eerste is bedachtzaam, de tweede extravert. De eerste maakt stilletjes zijn punt, bij de tweede luiden bij elke schnitt de klokken. Van beiden ken ik briljante en bewonderenswaardige voorbeelden, maar ik heb me bij de eerste altijd het meest thuis gevoeld. Ik maakte zestien films met Menno, dus het mag duidelijk zijn dat ik hem tot de stille, sluipenderwijs werkende editors reken. Dat is geen waardeoordeel, maar een kwestie van smaak, of beter een zielsverwantschap.

  
Er zijn twee giganten van wie Menno het vak van editor heeft geleerd. Al
is ‘leren’ een ingewikkeld woord natuurlijk. Het is eerder een opsnuiven, een
meekijken met iemand, en een zekere affiniteit voelen die je in je latere
filmleven een bepaalde kant opstuurt.

   In
Italië was Menno student (en ik meen ook kort assistent) van Roberto
Perpignani, de editor van vele Italiaanse grootheden als Bernardo Bertolucci en
de gebroeders Taviani. Ik denk dat hij bij hem de warmbloedigheid van zijn
editing heeft opgedaan. Menno monteerde op emoties. Overgangen waren er om
gemoedsbewegingen door te trekken. Informatie kon hem uiteindelijk gestolen
worden. Hoe intellectueel een filmverhaal ook kon en mocht zijn, Menno ging het
te lijf op zijn gevoel.

  
Zijn tweede leermeester was Ton de Graaff, een Nederlander en wellicht
daardoor een tikje strenger en theoretischer dan Perpignani. Van hem leerde hij
vooral kijken, eerst kijken en nog eens kijken en dan pas beslissen. We
monteerden in de jaren tachtig nog op film, en elke schnitt was feitelijk een beschadiging van je materiaal. Je kon het
niet eindeloos verknippen, dan raakte je beeldjes kwijt. Ton was een editor van
de feilloze schnitt. Na al dat kijken
was het meteen raak. Grappig genoeg heeft dat nooit Menno’s interesse gehad.
Die feilloze schnitts waren iets voor
de laatste twee dagen, als de film klaar was, dat wil zeggen: als de film
vertelde wat hij moest vertellen. Van Ton heeft hij naast dat kijken en nog
eens kijken vooral een gevoel voor structuur en vertelling opgedaan, vermoed ik.

  
En een liefde voor het handwerk. Zelden een editor gezien die als Ton zo
lichamelijk was. Menno was zachtmoediger, maar daarom niet minder fysiek. Menno
met een schaar een zachte geluidsovergang in een perfotape te zien maken was
een lust voor het oog. Ik mis ook nog altijd het geluid van plakband over een
beeldschnitt, de potloodstrepen op de film die een fade-out aangaven, of het
routineuze inleggen van de filmrollen op een Steenbeck-montagetafel. Menno’s
aan het religieuze grenzende keuze voor het systeem van Lightworks toen de
digitale montage zijn intrede deed, schrijf ik nog altijd toe aan de console
die werd meegeleverd: die leek op die van een filmmontagetafel, de handelingen voelden
dan nog altijd fysiek, en niet aangestuurd door de cursor van een muis.

Welbeschouwd zijn de editors de echte dramaturgen van onze films. Of zoals Marjoleine Boonstra het verwoordde bij de afscheidsbijeenkomst in De Duif: ‘De emotie van een film moet voor Menno niet liggen aan de oppervlakte, hij hoort daaronder in een derde of een vierde laag.’ Ik denk dat Menno zich niet voor niets meer en meer bewoog naar de documentaire, omdat het vinden van die tweede of derde laag de essentie van het maken van documentaires is. De uitdaging daarvan gaf hem het meeste bevrediging.

  
Dat vertaalde zich ook in zijn coaching bij de IDFA Summerschool en
Filmacademie, waar studieleider René van Uffelen heel goed begreep dat je Menno
de vrije rol op het middenveld moest geven. Als voetballer zou hij op Andrea
Pirlo hebben geleken.

   Die rol mondde uit in een project waar hij de laatste jaren enorm trots op was: Rough Cut Service. Makers van over de hele wereld kunnen voor een kleine fee aankloppen bij dit collectief van internationale editors, allen stuk voor stuk grootheden uit het vak (https://roughcutservice.com). De Finse producent Iikka Vehkalahti, samen met Menno aanjager van het initiatief, vertelde in De Duif dat een van de selectiecriteria voor projecten was: ‘Passen de makers aan de keukentafel bij Menno?’ Twee dagen voor zijn overlijden was Menno voor een korte vakantie in Porto. Petra, zijn geliefde, maakte daar een foto van hem. Hij zit op een rotsblok, vlak bij het strand. Hij heeft een telefoon aan zijn oor, en zijn vrije hand wappert in de lucht. ‘Don’t worry to much about your film,’ zegt Menno aan een jonge filmmaker in een ver buitenland aan de andere kant van de lijn. ‘You just have to look at it one more time, very carefully. But now you have to sleep, you need your sleep.’ Het was zijn lust en zijn leven: films vlot trekken, van makers uit verre landen, zonder vooroordelen, maar met één stelregel: de film van de regisseur boven water halen.

   Met zijn films sloot Menno vriendschappen. Hij was een editor van regisseurs. Hij laat velen van ons achter met het onverdraaglijke gevoel dat we onze rough cuts niet meer in zijn veilige, stille handen weten.

door: Peter Delpeut

Writersroom 2019

Maandag 24 juni | 16.00 – 18.00 | Theater Bellevue

ROSE stories organiseert, in samenwerking met Bellevue, alweer de derde editie van WRITERSROOM! Drie makers zullen hun scenario in ontwikkeling presenteren aan een publiek van vakgenoten en geïnteresseerden.

DDG-leden zijn van harte welkom. Een kaartje kost 7,50 inclusief drankje!

Aanmelden kan hier!

Kijk hier voor meer informatie en de verslagen van eerdere edities.

WRITERSROOM is een broedplaats en netwerkgelegenheid die staat voor vernieuwing van ontwikkelingsmogelijkheden. Het doel is meer aandacht genereren voor inclusiviteit in audiovisuele producties, schrijvers verder op weg helpen in hun verhaalontwikkeling en Nederlandse producties beter aan te laten sluiten op de behoeften van een divers publiek.

Onder begeleiding van ROSE stories krijgen de schrijvers voorafgaand aan de presentaties coaching van ervaren scenarioschrijvers, een pitchtraining en een repetitiedag met acteurs en een regisseur. Op de dag van het evenement introduceren zij hun plan en delen ze hun visie en vervolgens spelen acteurs een of twee scènes die door de maker zijn geselecteerd. Het publiek krijgt daarna de gelegenheid om feedback te geven en op deze manier de schrijvers te helpen in de ontwikkeling van hun scenario

Cultuur in een open samenleving

Vandaag presenteerde minister van Engelshoven haar ‘Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021 – 2024’

Bij haar visie op Film wordt duidelijk dat ze wil inzetten op films en audiovisuele producties met een sterke signatuur van de maker. Waarvoor “meer ruimte nodig is voor de ontwikkeling van scenario’s en filmplannen”. Daarnaast wil ze een breed pakket aan maatregelen gaan invoeren “om de eigenzinnigheid en kwaliteit van de Nederlandse films te bevorderen”.

Zo vindt ze het “belangrijk dat filmmakers los van productie(dwang) kunnen experimenteren met nieuwe vormen en kunnen werken aan hun eigen signatuur.” Hierbij legt ze de nadruk op scenario en regie. Ze vraagt het Filmfonds om “meer ruimte te creëren voor de ontwikkeling van filmprojecten en de autonomie van makers – scenaristen, regisseurs en onafhankelijke filmproducenten -, en de regelingen zo in te richten dat productiedwang afgeremd wordt” en “scherpe keuzes te maken bij de kwaliteit van producties en de lijn ‘meer geld voor minder films‘ voort te zetten.” Ook vraagt ze het Filmfonds “meer diversiteit in het palet aan audiovisuele producties aan te brengen”.

Op 20 juni vindt een hoorzitting in de Tweede Kamer plaats over de uitgangspuntennotitie cultuurbeleid 2021 – 2024 en op 27 juni debatteert de Tweede Kamer.

Onderstaand kun je de uitgangspunten cultuurbeleid 2021 – 2024 downloaden.

DDG Avond: Film en Pschychoanalyse – 17 juni

Regisseurs en schrijvers zijn van harte welkom op de komende DDG Avond: Film & Psychoanalyse.

Psychoanalyticus Michel van Veen heeft al vele malen de inleiding en het nagesprek verzorgd van diverse speelfilms. Daarom leek het ons een goed idee dit keer een documentaire centraal te stellen.

Op maandag 17 juni vertoont DDG in Het Ketelhuis de film Goede Buren van Stella van Voorst van BeestGoede Buren, geproduceerd door Basalt Film, ging in première op het IDFA en wordt gedistribueerd door Cinema Delicatessen.

Voorafgaand aan de filmvertoning zal Michel van Veen zijn psychoanalytische inleiding houden en na afloop zal er tijd zijn voor een nagesprek met de zaal.
 
Korte inhoud
Toen de Rotterdamse Bep de Bruin na 10 jaar, dood werd gevonden in haar woning, was Rotterdam in shock. Niemand had haar gemist. Hoe kon dit gebeuren? Ada (59) en haar nuchtere overbuurvrouw Wilma (70) besluiten vrijwilligers te worden voor het gemeentelijke antwoord: een campagne tegen eenzaamheid. Samen leggen ze huisbezoeken af, op zoek naar eenzame ouderen die hulp nodig hebben.

Ze ontmoeten Jan (81) en Til (85). Jan heeft zeven jaar lang nauwelijks zijn huis verlaten. In zijn gevecht om onafhankelijk te blijven, wordt hij steeds eenzamer. Til is een sterke en koppige vrouw, die elk aanbod van ondersteuning weigert. De enige aan wie ze haar diepste gevoelens toevertrouwt is haar hond Sandy. Diep geraakt door hun eenzaamheid besluiten Ada en Wilma in actie te komen. Maar kun je iemand wel uit zijn eenzaamheid bevrijden? En waar ligt de grens tussen zorgen voor en bemoeien met?

Interesse om te komen? Bestel je gratis kaartje via eventbrite

Datum: maandag 17 juni 
Locatie: Het Ketelhuis
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis 

[embedded content]

DDG Avond: Film en Psychoanalyse – 17 juni

Regisseurs en schrijvers zijn van harte welkom op de komende DDG Avond: Film & Psychoanalyse.

Psychoanalyticus Michel van Veen heeft al vele malen de inleiding en het nagesprek verzorgd van diverse speelfilms. Daarom leek het ons een goed idee dit keer een documentaire centraal te stellen.

Op maandag 17 juni vertoont DDG in Het Ketelhuis de film Goede Buren van Stella van Voorst van BeestGoede Buren, geproduceerd door Basalt Film, ging in première op het IDFA en wordt gedistribueerd door Cinema Delicatessen.

Voorafgaand aan de filmvertoning zal Michel van Veen zijn psychoanalytische inleiding houden en na afloop zal er tijd zijn voor een nagesprek met de zaal.

Michel van Veen kort over de film:
Goede Buren laat een strijd zien tegen eenzaamheid. Valt die te winnen? Want uiteindelijk is integratie in onszelf van alle goeds en slechts gedoemd te falen. Er is aanleiding tot pathologische eenzaamheid, bijvoorbeeld wanneer we verward zijn, door agressieve projecties ons denken onder vuur zetten, bang zijn voor depressieve gevoelens en geen verliezen kunnen dragen.

Maar in Goede Buren zien we vooral de normale eenzaamheid, die uit een andere bron voortkomt, namelijk het moeten opgeven van idealiseren. En ook hier geldt dat eenzaamheid inherent is omdat idealiseren nooit volledig kan worden opgegeven.

Goede Buren brengt ons dan dichtbij onze eigen behoefte aan idealiseren, omdat ook wij afstand zullen moeten nemen van iets waar we zo van hielden, maar daartoe waarschijnlijk niet in staat zullen zijn. Dit leidt bij het kijken van de documentaire tot een ontroerende dynamiek tussen liefde en loslaten.  

Korte inhoud
Toen de Rotterdamse Bep de Bruin na 10 jaar, dood werd gevonden in haar woning, was Rotterdam in shock. Niemand had haar gemist. Hoe kon dit gebeuren? Ada (59) en haar nuchtere overbuurvrouw Wilma (70) besluiten vrijwilligers te worden voor het gemeentelijke antwoord: een campagne tegen eenzaamheid. Samen leggen ze huisbezoeken af, op zoek naar eenzame ouderen die hulp nodig hebben.

Ze ontmoeten Jan (81) en Til (85). Jan heeft zeven jaar lang nauwelijks zijn huis verlaten. In zijn gevecht om onafhankelijk te blijven, wordt hij steeds eenzamer. Til is een sterke en koppige vrouw, die elk aanbod van ondersteuning weigert. De enige aan wie ze haar diepste gevoelens toevertrouwt is haar hond Sandy. Diep geraakt door hun eenzaamheid besluiten Ada en Wilma in actie te komen. Maar kun je iemand wel uit zijn eenzaamheid bevrijden? En waar ligt de grens tussen zorgen voor en bemoeien met?

Interesse om te komen? Bestel je gratis kaartje via eventbrite

Datum: maandag 17 juni 
Locatie: Het Ketelhuis
Aanvang: 20.00 uur
Toegang: gratis 

[embedded content]

Scripts Off Screen: Mondriaan’s Victory

Een S.O.S. voor niet-verfilmde scenario’s.

Iedere scenarist heeft wel een project liggen waarvan de
verfilming niet mogelijk bleek. De meeste van deze onverfilmde scenario’s
verdwijnen voorgoed in een la. Scripts Off Screen geeft de mooiste van deze
verhalen alsnog een podium door ze live te laten voordragen en hiervan een
podcast te maken.

Op 18 juni 2019 presenteert Scripts Off Screen haar tweede editie, deze keer met een scenario van Ger Beukenkamp: Mondriaan’s Victory – een biopic over de hoekige maar tegelijk swingende Piet Mondriaan die met zijn meesterwerk, de Victory Boogie Woogie, de waarheid achter de materiële wereld zichtbaar wilde maken.

DDG-leden zijn van harte welkom om de geluidsopname bij te wonen van de voordacht door o.a.: Maria Goos, Jasper Boeke, Ricky Koole, Carly Wijs, Tibor Lukacs, Kiefer Zwart, Nanette Drazic en Thomas de Bres met muziek door Hans Vroomans van het Metropole Orkest.
Het nagesprek met Q & A wordt geleid door Joyce Roodnat.

Datum: 18 juni
Inloop: vanaf 19.00 uur
Opname: 19.30 uur – 22.30 uur
Locatie: Splendor, Nieuwe Uilenburgerstraat 116, 1011 LX Amsterdam
Je kunt hier je kaarten reserveren

De podcast zal vanaf eind augustus in vijf delen te beluisteren zijn via de KRO-NCRV en www.scriptsoffscreen.nl

Kaartjes zijn hier te bestellen

De Grote Vers Film Quiz #3

Wegens bewezen succes in eerdere jaren, is VERS weer terug met de GROTE VERS FILM QUIZ!

Ook dit jaar luidt VERS de zomer in met moeilijke en makkelijke film- en televisievragen, een borrel en uiteraard veel gezelligheid!

Durf jij het op te nemen tegen andere filmfanatiekelingen? Maak je dan klaar voor een aantal bloedstollend spannende rondes met filmvragen! Uiteraard wordt het winnende team beloond met een leuke prijs. Voor de aller grootste verliezers is er een troostprijs. Dus weet je veel of juist helemaal niks? Schroom niet om mee te doen!

Je kunt je opgeven in groepjes van maximaal 5. Heb je toevallig saaie vrienden en kan je geen groepje van 5 verzamelen, kom dan lekker in je eentje en sluit je aan bij andere mensen die nog een team zoeken!

Datum: 24 juni
Tijd: 20:00-22:30 + BORREL!
Locatie: VondelCS
Toegang: €5,- voor niet-leden, €15 voor groep (max 5p), Gratis voor VERS- leden en leden DDG.
Meld je hier aan

Cinekid Script LAB

Cinekid Script LAB is een scripttrainingsprogramma van zes maanden voor schrijvers met een kinderfilmproject. De training werd geïnitieerd door Cinekid in 2014 en maakt zich op voor zijn zesde editie, die plaatsvindt tijdens Cinekid for Professionals in oktober 2019 en de Berlinale 2020.
De deadline voor inzendingen voor Cinekid Script LAB is 3 juni.

Tijdens het Cinekid Script LAB zal een internationale groep van schrijvers en schrijver/regisseurs werken aan hun plannen voor speelfilms voor kinderen. Het programma biedt coaching en training op maat; het beantwoordt aan de behoeften van de specifieke schrijver en het verhaal, gedurende een traject van zes maanden.

Deadline
De deadline voor inzendingen voor Cinekid Script LAB is maandag 3 juni. Meer informatie over dit traject is hier te vinden. Het reglement en het inschrijfformulier zijn te vinden op deze pagina.